<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2025:547</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-11T00:01:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2025-05-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/01027</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2025:868" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:868</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2025:547">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2025:547</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-16T09:56:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2025:547 Parket bij de Hoge Raad , 20-05-2025 / 21/01027</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2025:547:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Conclusie AG. Beklag tegen beslag. Klacht ex 552a Sv behandeld als klacht ex 552b Sv. Vervolg op ECLI:NL:HR:2020:1370. Middel gericht tegen niet-ontvankelijkverklaring door rechtbank slaagt wegens miskenning van strekking 552b Sv. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2025:547:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>PROCUREUR-GENERAAL</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>BIJ DE</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Nummer21/01027 B</title>
    <para>
      <emphasis role="bold">Zitting</emphasis>	20 mei 2025</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>CONCLUSIE</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>M.E. van Wees</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [klager] ,</para>
      <para>geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,</para>
      <para>hierna: de klager.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>De rechtbank Noord-Nederland heeft bij beschikking van 24 februari 2021 het klaagschrift ex art. 552a Sv van de klager strekkende tot opheffing van het beslag voor de BMW met [kenteken] niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager en R. Schreudering, advocaat in Utrecht, heeft één middel van cassatie voorgesteld.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>Aanleiding en het procesverloop</title>
    <para>2. </para>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Op 11 april 2019 is de auto van de klager, een BMW met [kenteken] , in beslag genomen omdat de zus van de klager, [betrokkene] , daarin reed zonder geldig rijbewijs. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Op 17 januari 2020 heeft de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland in de strafzaak tegen de zus van de klager de inbeslaggenomen auto verbeurd verklaard. Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld, zodat dit onherroepelijk is.<footnote-ref linkend="_7815c319-24f1-4ea1-8a16-be4ff7f87b82" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Op 13 mei 2019 heeft de klager een klaagschrift ex art. 552a Sv ingediend waarin opheffing van het beslag werd verzocht. De rechtbank Noord-Nederland heeft dit klaagschrift op 26 juni 2019 ongegrond verklaard. Tegen deze beschikking is namens de klager cassatieberoep ingesteld.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De Hoge Raad heeft bij beschikking van 15 september 2020 de beschikking van de rechtbank vernietigd en bepaald dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen.<footnote-ref linkend="_1507f8e9-6e9e-49c3-a037-95d36592ff49" /> De Hoge Raad heeft in de beschikking overwogen dat “[i]n dit geval (…) het vonnis met daarin de verbeurdverklaring van de genoemde personenauto pas in de cassatiefase van de beklagzaak onherroepelijk [is] geworden. Ook voor die situatie heeft te gelden dat het klaagschrift moet worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv.”</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>De rechtbank Noord-Nederland heeft bij beschikking van 24 februari 2021 het klaagschrift niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze beschikking is namens de klager cassatieberoep ingesteld. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>De beschikking</title>
    <para>3. De rechtbank heeft het klaagschrift niet-ontvankelijk verklaard en daartoe overwogen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>“De rechtbank overweegt dat door de uitspraak van de Hoge Raad in de beklagzaak vast staat dat de rechtbank het klaagschrift bij beschikking van 26 juni 2019 op verkeerde grondslag ongegrond heeft verklaard. Het klaagschrift herleeft daarmee en dient thans te worden beoordeelt op grondslag van artikel 552b Sv. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat is gebleken dat het in beslag genomen voertuig inmiddels in de stafzaak tegen [betrokkene] bij onherroepelijk vonnis van 17 januari 2020 verbeurd is verklaard. De rechtbank is van oordeel dat klager niet-ontvankelijk is in zijn verzoek, nu hij iets vraagt wat niet meer kan worden toegewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet hierop zal de rechtbank het klaagschrift niet-ontvankelijk verklaren.”</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Het middel</title>
    <para>4. </para>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Het middel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beklag.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Art. 552b Sv voorziet in de mogelijkheid dat een belanghebbende, niet zijnde de verdachte of de veroordeelde, zich schriftelijk beklaagt over de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van een hem toekomend voorwerp. Onder 'belanghebbende' in de zin van art. 552b Sv moet worden verstaan degene die stelt dat hij op grond van de wet krachtens eigendom, een beperkt recht of anderszins, dan wel op grond van een overeenkomst aanspraak erop kan maken dat de in dat artikel bedoelde voorwerpen aan hem worden afgegeven.<footnote-ref linkend="_9b977fe7-641a-42a9-adbf-a39e2ed31f7a" /> Indien het beklag gegrond is, herroept de rechter de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer en geeft een last als bedoeld in art. 353 lid 2, onderdeel a of b, Sv.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De rechtbank overweegt eerst dat het klaagschrift dient te worden beoordeeld op grondslag van art. 552b Sv. Vervolgens stelt de rechtbank vast dat het in beslag genomen voertuig inmiddels in de strafzaak tegen de zus van de verdachte onherroepelijk verbeurd is verklaard en dat de klager niet-ontvankelijk is in zijn verzoek, omdat hij iets vraagt wat niet meer kan worden toegewezen. Dat oordeel is niet begrijpelijk. De rechtbank heeft miskend dat het in de beklagprocedure van artikel 552b Sv juist gaat om de beoordeling of de klager of klaagster kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 552b lid 1 Sv en, zo ja, of – mede gelet op artikel 33a lid 2, aanhef en onder a, Sr – grond bestaat voor herroeping van die verbeurdverklaring.<footnote-ref linkend="_fa0b94f8-8121-44e8-8bfa-0c87ac155589" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Het middel is terecht voorgesteld.  </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Afronding </title>
    <para>5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing naar de rechtbank Noord-Nederland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Procureur-Generaal</para>
      <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>AG</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_7815c319-24f1-4ea1-8a16-be4ff7f87b82" label="1">
    <para> 	De auto is op 11 februari 2020 om baat vervreemd (met machtiging ex art. 117 Sv). De betreffende opbrengst bedroeg € 886,-. Het beslag is daarmee komen te rusten op de verkregen opbrengst (a.b.i. art. 117, vierde lid, Sv).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1507f8e9-6e9e-49c3-a037-95d36592ff49" label="2">
    <para> 	HR 15 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1370.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9b977fe7-641a-42a9-adbf-a39e2ed31f7a" label="3">
    <para> 	HR 12 maart 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZD0408, rov. 6.3.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fa0b94f8-8121-44e8-8bfa-0c87ac155589" label="4">
    <para> 	Vgl. bijv. HR 21 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:884. Ik merk op dat voor de ontvankelijkheid van het klaagschrift ook niet van belang is of de inbeslaggenomen voorwerpen (ten tijde van het indienen van het klaagschrift) vernietigd zijn. Vgl. in dat verband HR 11 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY2813.</para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>