<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2024:891</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-22T12:45:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2024-09-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/01858</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2024:1412" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2024:1412</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:891">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:891</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-04T15:51:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2024:891 Parket bij de Hoge Raad , 03-09-2024 / 23/01858</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2024:891:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Conclusie AG. OM-Cassatie. Profijtontneming. Houdt verband met samenhangende strafzaak tegen verdachte, waarin OM gedeeltelijk n-o is verklaard, als gevolg waarvan OM ook n-o is verklaard in ontnemingsvordering. Middel slaagt. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 23/01859.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2024:891:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>PROCUREUR-GENERAAL</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>BIJ DE</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Nummer23/01858 P</title>
    <para>
      <emphasis role="bold">Zitting</emphasis>	3 september 2024</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>CONCLUSIE</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>D.J.C. Aben</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [betrokkene],</para>
      <para>geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,</para>
      <para>hierna: de betrokkene</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding </title>
    <para />
    <para>1. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 4 mei 2023 het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk voordeel.</para>
    <para />
    <para>2. Het cassatieberoep is ingesteld door het Openbaar Ministerie. Bij schriftuur heeft G.K. Schoep, plaatsvervangend advocaat-generaal bij het ressortsparket, vestiging Den Haag, één middel van cassatie voorgesteld. </para>
    <para />
    <para>3. Er bestaat samenhang met de strafzaak tegen de betrokkene (23/01859). In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De strafzaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>4. In de met deze ontnemingszaak samenhangende strafzaak heeft het hof het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging ter zake van het onder 1, 2, 3 en 6 tenlastegelegde en de verdachte vrijgesproken van de feiten 4 en 5. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het middel </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>5. Het middel bevat de klacht dat de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in zijn vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel op onjuiste gronden berust.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De bespreking van het middel</title>
    <para />
    <para>6. Het hof heeft zijn beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de ontnemingsvordering als volgt gemotiveerd: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“</emphasis>
        <emphasis role="underline italic">Ontvankelijkheid van het hoger beroep </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het tenlastegelegde onder 1, 2 en 6 in de onderliggende strafzaak (parketnummer 20-002484-20), kort gezegd het opzettelijk telen, dan wel opzettelijk aanwezig hebben van 14.374 gram hennep (feit 1), het opzettelijk telen dan wel aanwezig hebben van 604 hennepplanten (feit 2) en witwassen (feit 6), ligt ten grondslag aan de ontnemingsvordering. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het hof heeft bij arrest van heden in die zaak de bestreden uitspraak vernietigd en het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging ter zake van het onder 1, 2 en 6 tenlastegelegde. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Uit het wettelijk systeem, meer in het bijzonder uit artikel 511e, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering juncto artikel 348 van het Wetboek van Strafvordering, moet worden afgeleid dat het ontbreken van een veroordeling wegens een strafbaar feit aan de ontvankelijkheid van een ontnemingsvordering in de weg staat. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Door de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de hoofdzaak is aldus de grondslag voor de oplegging van een verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de Staat der Nederlanden ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel komen te ontvallen. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nu een veroordeling ter zake het onder 1, 2 en 6 tenlastegelegde ontbreekt kan het Openbaar Ministerie niet in de ontnemingsvordering worden ontvangen en zal – onder vernietiging van het vonnis – daarin niet-ontvankelijk worden verklaard.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. In de schriftuur is toegelicht dat het middel is voorgesteld onder de voorwaarde dat de Hoge Raad het in ’s hofs overwegingen bedoelde strafarrest van het hof (zie 23/01859) op het daartegen ingestelde cassatieberoep zal vernietigen. Ik heb in die zaak geconcludeerd dat het middel slaagt. Als de Hoge Raad mij hierin volgt, is de genoemde voorwaarde vervuld. </para>
    <para />
    <para>8. Een en ander brengt in dat geval ook met zich dat in de onderhavige ontnemingszaak de beslissing tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de ontnemingsvordering op onjuiste gronden berust. Daarmee komt aan deze beslissing (in zoverre) de grondslag te ontvallen, waardoor de uitspraak niet in stand kan blijven.<footnote-ref linkend="_3ad4b028-7cc5-4a45-9200-33dab8a22a88" /></para>
    <para />
    <para>9. Kortom, als de Hoge Raad mij volgt in mijn conclusie in de zaak met zaaknummer 23/01859, treft het middel doel. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Slotsom</title>
    <para />
    <para>10. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.</para>
    <para />
    <para>11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het hof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De procureur-generaal</para>
      <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>AG</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_3ad4b028-7cc5-4a45-9200-33dab8a22a88" label="1">
    <para> Vgl. HR 9 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX4536; HR 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1947, <emphasis role="italic">NJ </emphasis>2019/8 m.nt. Reijntjes; HR 10 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:657, en HR 25 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:895.</para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>