<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2024:653</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-15T13:13:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2024-07-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/02271</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2024:1451" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2024:1451</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:653">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:653</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-14T11:41:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2024:653 Parket bij de Hoge Raad , 02-07-2024 / 22/02271</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2024:653:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Conclusie plv. AG. Conclusie strekt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep omdat geen middel is ingediend dat voldoet aan de wettelijke vereisten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2024:653:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>PROCUREUR-GENERAAL</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>BIJ DE</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Nummer22/02271 </title>
    <para>
      <emphasis role="bold">Zitting</emphasis>	2 juli 2024 </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>CONCLUSIE</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>M.E. van Wees</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte],</para>
      <para>geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,</para>
      <para>hierna: de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>De verdachte is bij arrest van 21 juni 2022 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch (ECLI:NL:GHSHE:2022:1940) wegens - kort gezegd - gekwalificeerde diefstal, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van elf jaren en zes maanden, met aftrek van voorarrest. Het arrest bevat voorts beslissingen over de vorderingen van benadeelde partijen en de oplegging van schadevergoedingsmaatregelen. Een en ander als nader in het arrest bepaald.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. B.Th. Nooitgedagt, advocaat in Amsterdam, heeft op 22 mei 2023 een schriftuur houdende één middel van cassatie voorgesteld. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>In deze schriftuur staat onder het kopje “Toelichting” de zin: “Een nadere toelichting op dit middel zal tijdig worden ingediend”. Nadere toelichtingen kunnen ter rolzitting worden overgelegd dan wel tot aan de dag voor de rolzitting worden ingediend (art. 4.3.9.2 Procesreglement). Op 15 maart 2024 heeft de Hoge Raad de steller van het middel bericht dat de eerste zitting (de rechtsdag) in de onderhavige zaak zou plaatsvinden op 9 april van dit jaar. Tot op heden is geen toelichting op het cassatiemiddel bij de Hoge Raad binnengekomen.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Het middel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het middel formuleert als klacht dat het bewezenverklaarde “niet (in voldoende mate) uit de bewijsmiddelen kan volgen en/of het Gerechtshof (anders dan het had behoren te doen) niet in voldoende mate heeft gerespondeerd op zijdens de verdediging aangevoerde uitdrukkelijk onderbouwde standpunten.”</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Vervolgens worden onder a tot en met d vier oordelen opgesomd waartegen het middel zich “in het bijzonder” zou richten, te weten oordelen over (a) het “gebezigde DNA-bewijs”, (b) het als steunbewijs gebruiken van de “unieke modus operandi”, (c) het medeplegen en (d) de verwerping van “[a]lternatieve scenario’s”.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Als een cassatiemiddel als in de wet bedoeld (art. 437 lid 2 Sv), kan alleen gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen.<footnote-ref linkend="_7a77878e-096c-48c8-abc6-19b4a67be2ad" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De “klachten” die in het cassatiemiddel naar voren worden gebracht, worden in het geheel niet gespecificeerd. Gelet hierop meen ik dat geen sprake is van een cassatiemiddel dat aan de vorenbedoelde eis van duidelijkheid voldoet.<footnote-ref linkend="_eb9a487d-89b9-4a8b-961f-cbaa7b1528c8" /></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Afronding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De Procureur-Generaal</para>
        <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>plv. AG</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_7a77878e-096c-48c8-abc6-19b4a67be2ad" label="1">
    <para> 	Vaste jurisprudentie, zie recent HR 12 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1726.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_eb9a487d-89b9-4a8b-961f-cbaa7b1528c8" label="2">
    <para> 	De onder 1,3 bedoelde toelichting had dit verzuim overigens niet kunnen herstellen, zie HR 14 november 2000, <emphasis role="italic">NJ</emphasis> 2001/16.</para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>