<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2024:495</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-03T00:01:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2024-05-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/01394</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2024:1003" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2024:1003</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:495">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:495</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-30T11:29:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2024:495 Parket bij de Hoge Raad , 28-05-2024 / 22/01394</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2024:495:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Conclusie AG. Art. 3 onder C Opiumwet. Middel dat opkomt tegen de bewezenverklaring van het opzettelijk aanwezig hebben van een hoeveelheid van in totaal ongeveer 31,896 kg hennep, terwijl uit gebezigd bewijsmiddel volgt dat de verdachte geen wetenschap had van de aanwezigheid van concrete hoeveelheid, faalt. Middel omtrent overschrijding redelijke termijn slaagt. Ambtshalve opmerking omtrent overschrijding redelijke termijn in cassatiefase. Conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch alleen wat betreft de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige. Samenhang met 22/01395.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2024:495:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>PROCUREUR-GENERAAL</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>BIJ DE</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Nummer22/01394</title>
    <para>
      <emphasis role="bold">Zitting</emphasis>	28 mei 2024</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>CONCLUSIE</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>D.J.C. Aben</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte] ,</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,</para>
      <para>hierna: de verdachte</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft de verdachte bij arrest van 13 april 2022 wegens 1. “<emphasis role="italic">opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod</emphasis>”, 3. "<emphasis role="italic">ruimten voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten</emphasis>”, 4. “<emphasis role="italic">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapen en munitie</emphasis>” en 5. “<emphasis role="italic">witwassen</emphasis>”<footnote-ref linkend="_70eb8ada-151c-4201-9bd2-046d2904e65f" /> veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met aftrek als bedoeld in artikel 27 Sr. </para>
    <para />
    <para>2. Er bestaat samenhang met de ontnemingszaak 22/01395. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.</para>
    <para />
    <para>3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat te Rotterdam, hebben twee middelen van cassatie voorgesteld.</para>
    <para />
    <para>4. Het eerste middel komt op tegen de bewezenverklaring van het opzettelijk aanwezig hebben van een hoeveelheid van in totaal ongeveer 31,896 kilogram hennep. Het tweede middel behelst de klacht dat de redelijke termijn, bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM, is overschreden, omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De bewijsconstructie van het hof</title>
    <para />
    <para>5. Voorafgaand aan de bespreking van de middelen geef ik eerst de relevante onderdelen uit de bewezenverklaring, de bewijsmiddelen, alsmede de bewijsmotivering weer.</para>
    <para />
    <para>6. Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezen verklaard dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“hij op 15 maart 2016 te [plaats] , opzettelijk aanwezig heeft gehad in het pand aan de [a-straat 1] een hoeveelheid van in totaal ongeveer 31,896 kilogram hennep, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. De bewezenverklaring steunt (onder meer) op de volgende, in de aanvulling op het arrest opgenomen bewijsmiddelen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“</emphasis>
        <emphasis role="bold italic">1. De door verdachte ter terechtzitting d.d. 30 maart 2022 afgelegde verklaring, inhoudende: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">U houdt mij voor dat ik heb verklaard dat ik niet wist dat er dertig kilo hennep lag. U vraagt mij of het mij bekend was dat er af en toe in die woning aan de [a-straat ] hennep of hennepafval lag. Ja, dat was mij bekend dat dat er af en toe hennepafval lag om CBD-olie van te maken.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">2. De door verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 27 maart 2018 afgelegde verklaring, inhoudende: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De hennep was in het doorzochte pand aanwezig om er CBD-olie van te maken. Daar was niet ik mee bezig maar andere mensen. Bij mij hadden ze de ruimte om die olie te maken.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 september 2016, opgenomen op pagina 744 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer BVH 2015055184 d.d. 19 maart 2017, inhoudende als relatering van verbalisant [verbalisant 1] :</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op dinsdag 15 maart 2016 was ik als pandcoördinator aanwezig bij een doorzoeking aan de [a-straat 1] in [plaats] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tijdens deze doorzoeking werd o.a. hennep in beslag genomen. Concreet betrof dit:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">• 	3 zakken met hennep </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">• 	1 zak met hennep </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">• 	2 zakken hennepgruis </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">• 	11 zogenaamde sealbags met ongeveer 1 kilo hennep</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op grond van mijn ervaring opgedaan bij het hennepteam Noord-Nederland constateerde ik aan de hand van de geur, de kleur en de uiterlijke kenmerken dat het bij de aangetroffen middelen om hennep ging.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Met hennep wordt bedoeld elk deel van de plant van het geslacht Cannabis, waaraan de hars niet is onttrokken, met uitzondering van de zaden, zoals vermeld op lijst 2 van de Opiumwet.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal wegens hennep d.d. 17 maart 2016, opgenomen op pagina 737 van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant [verbalisant 2] :</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tijdens de doorzoeking op 15 maart 2016, aan de [a-straat 1] te [plaats] is een hoeveelheid hennep, toppen en gruis aangetroffen. Op politiebureau te Heerenveen heb ik de hennep gewogen. Ik kwam op een totaal gewicht van 31,896 kg.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 29 maart 2016, opgenomen op pagina 763 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [betrokkene 1] :</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [verdachte] en ik hebben nu gewoon een relatie. Ik sta nu ongeveer 4 à 5 maanden ingeschreven op het adres [a-straat 1] in [plaats] . Ik ben er feitelijk 8 à 9 maanden geleden komen wonen. Ik woon daar ook permanent. Naast [verdachte] , ik en twee van mijn kinderen verblijven daar geen andere mensen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verhoor getuige d.d. 24 maart 2016, opgenomen op pagina 745 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [betrokkene 2] :</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik ben de verhuurder van [a-straat 1] te [plaats] . [verdachte] was de eerste huurder van ons. Ik heb de huurovereenkomst meegenomen. Hij woonde daar echt. Hij woonde er eerst met een keurige vrouw uit Assen. En toen opeens kwam hij met dit jonge ding op de proppen. En zoals hij zei had hij daar ook een kind mee. En sindsdien woonde die vrouw ook bij hem.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">7. Een als bijlage bij voornoemd proces-verbaal verhoor getuige [betrokkene 2] gevoegde huurovereenkomst (pagina 748 e.v.) betreffende de woning [a-straat 1] te [plaats] , opgemaakt op 28 februari 2014, met als ingangsdatum 1 maart 2014.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 november 2016, opgenomen op pagina 687 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant [verbalisant 1] :</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 15 maart 2016 vond er een doorzoeking plaats in een vrijstaande woning gelegen aan de [a-straat 1] in [plaats] . Op de eerste verdieping bevindt zich in het achterhuis een grote zolder. Hier werden de goederen aangetroffen waarmee op grote schaal natte hennep verwerkt kon worden. In de slaapkamer werd onder het matras een doorgeladen vuurwapen met een volle patroonhouder aangetroffen. In de badkamer, naast de slaapkamer, op de begane grond werd in het badkamermeubel verstopt gevonden een munitiedoosje. Direct naast de ouderslaapkamer bevindt zich een klein kamertje. In deze kamer stond de monitor van de beveiligingscamera’s die in en om het huis hingen en hier kon de droge hennep ingepakt en geseald worden. In deze ruimte werden aangetroffen:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">11 gesealde zakken hennep</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Een grote zak losse hennep </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2 emmers met hennepgruis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op basis van mijn kennis en ervaring als medewerker van het hennepteam stelde ik aan de hand van de structuur, de geur en het uiterlijk dat de aangetroffen inhoud gedroogde hennepplanten betrof.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen doorzoeking [a-straat 1] te [plaats] d.d. 17 maart 2016, opgenomen op pagina 695 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant [verbalisant 4] :</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Door een deur, rechts van de gang kwam ik in een ruimte met een trap naar de verdieping boven. Vanaf de trap rechts gezien zag ik het volgende. Onder het dakraam zag ik een zestal blauwe vaten staan van ca 1.20 meter hoog. Ik zag dat in één blauw vat henneptakken zaten, zonder bladeren. Ambtshalve is het mij bekend dat de pas gerooide henneptakken in deze vaten worden vervoerd, om elders de henneptoppen uit de planten te knippen. Naast deze vaten zag ik een rood/oranje doosje staan. Ik zag dat in dit doosje een zevental scharen zaten met een snoeischaar. Ik zag dat aan deze scharen hennepresten zaten. Voor de blauwe vaten zag ik een mij bekende ‘cannacutter’ staan. De 'cannacutter' is een apparaat dat, na het knippen van de henneptoppen, de resterende blaadjes van de henneptoppen scheidt, waardoor deze zo zuiver mogelijk is. Bovenaan deze trap links zag ik een zevental (houten)kasten staan. Ik zag dat boven deze kasten slangen zaten die vanuit deze kasten naar een kleine kast leidden. Vanuit deze kast zag ik een slang lopen naar een koolstoffilter. In de grotere kasten zag ik dat daar per kast 15 laden waren aangebracht met een gaaswerk als bodem. In een van de laden zag ik nog een restant van een henneptop. Ambtshalve is het mij bekend dat dit zogenaamde mechanische droogkasten zijn voor het drogen van henneptoppen. Verder zag ik op deze verdieping dat de rechter hoek van de ruimte kennelijk was ingericht voor de verpakking. Ik zag hier namelijk een sealapparaat.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De genoemde ruimte was dusdanig ingericht, dat het hele hennepverwerkingsproces van gerooide hennepplant tot en met de verpakking van de gedroogde henneptoppen en het vervoer klaar maken van deze pakketten kon worden gerealiseerd. Gezien de professionele materialen en de hoeveelheden daarvan (7 mechanische droogkasten, met elk 15 laden, een cannacutter als ook een vacuüm seal-apparaat) kan worden gesteld dat dit een grote en professioneel opgezette inrichting was waar bedrijfsmatig gedroogde henneptoppen vervoer klaar konden worden gemaakt.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 maart 2016, opgenomen op pagina 731 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] :</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op dinsdag 15 maart 2016 was ik aanwezig op het adres [a-straat 1] te [plaats] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tijdens het onderzoek was ik belast met het onderzoek naar het kleine kamertje. Dit kamertje ligt aangrenzend aan de slaapkamer van de verdachte [verdachte] en zijn partner. Deze kamer leek ingericht als werkkamer cq productiekamer voor hennep. Ik zag dat de ruimte was voorzien van een groot bureau cq werkbank die was voorzien van diverse apparatuur. Ik zag dat er op het bureau de volgende apparaten en materialen stonden:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">…</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 	Een werkend beeldscherm waarop beeldmateriaal was te zien van de omgeving rondom de woning</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">…</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 	11 vacuüm verpakte zakken voorzien van henneptoppen.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. Het hof heeft ten aanzien van het bewijs, voor zover relevant voor de bespreking van het middel, het volgende overwogen: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Uit de bewijsmiddelen volgt dat in een klein kamertje, grenzend aan de slaapkamer van verdachte en [betrokkene 1] een grote hoeveelheid hennep is aangetroffen, te weten 31,896 kilo. Voorts blijkt dat op deze kamer tevens een monitor stond van de beveiligingscamera's die in en om de woning hingen en dat er droge hennep ingepakt en geseald kon worden. Verder zijn er op de zolder van de woning goederen aangetroffen waarmee op grote schaal natte hennep kon worden gedroogd en verwerkt.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het hof is van oordeel, met inachtneming van het hiervoor overwogene, dat bewezen kan worden dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de 31,896 kilo hennep en dat deze hennep zich in de machtssfeer van verdachte bevond. Daarbij heeft het hof tevens acht geslagen op de verklaring die verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg heeft afgelegd, waaruit blijkt dat verdachte wist dat er hennep in de woning aan de [a-straat 1] aanwezig was en dat deze hennep, naar zijn zeggen, bestemd was voor de productie van CBD-olie. Dat verdachte wist dat er hennep in de woning aanwezig was, maar dat hij niet precies wist hoeveel, heeft hij op de terechtzitting van het hof herhaald. Verdachte heeft voorts verklaard dat niet hij, maar anderen zich bezighielden met de productie van deze olie, en dat ze bij hem de ruimte hadden om de olie te maken. Daaruit leidt het hof af dat verdachte wist dat de zolder van de woning bestemd was tot het plegen van strafbare feiten in de zin van de Opiumwet. Door de verdediging is aangevoerd dat, mede gelet op de verklaring van [betrokkene 1] en het in de woning aangetroffen DNAmateriaal van derden, niet is uitgesloten dat de hennep aan ene [betrokkene 3] toebehoort en [betrokkene 1] de zolder aan laatstgenoemde ter beschikking heeft gesteld. Het hof overweegt dat, nu verdachte heeft verklaard dat anderen de bewerking van hennep en productie van CBD-olie voor hun rekening namen, niet is uitgesloten dat deze [betrokkene 3] daarbij betrokken is geweest. Dit doet niet af aan de omstandigheid dat het verdachte was die de ruimte bestemd tot het plegen van strafbare feiten voorhanden heeft gehad, zoals aan hem is ten laste gelegd. Het hof verwerpt derhalve het verweer van de raadsman en acht de onder 1 en 3 tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het eerste middel</title>
    <para />
    <para>9. Het eerste middel komt op tegen de bewezenverklaring van het opzettelijk aanwezig hebben van een hoeveelheid van in totaal ongeveer 31,896 kilogram hennep.</para>
    <para />
    <para>10. Volgens de stellers van het middel kan een bewezenverklaring van opzet op het aanwezig hebben van in totaal ongeveer 31,896 kg niet volgen indien het hof bewijsmiddel 1 bezigt en daaraan expliciet toevoegt dat het geen reden heeft om aan de juistheid en de betrouwbaarheid van de inhoud van de bewijsmiddelen te twijfelen. Volgens de stellers van het middel schiet de bewezenverklaring daarmee tekort. Dat geldt ook voor de verwerping van het bewijsverweer dat de verdachte geen wetenschap had van de ten laste gelegde hoeveelheid van in totaal 31,896 kilogram hennep.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De bespreking van het eerste middel</title>
    <para />
    <para>11. Het hof heeft onder 1 bewezen verklaard – kort gezegd – het opzettelijk aanwezig hebben van in totaal ongeveer 31,896 kilogram hennep, en heeft in dat kader geoordeeld en overwogen (ik herhaal voor het leesgemak): </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="italic">dat bewezen kan worden dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de 31,896 kilo hennep en dat deze hennep zich in de machtssfeer van verdachte bevond. Daarbij heeft het hof tevens acht geslagen op de verklaring die verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg heeft afgelegd, waaruit blijkt dat verdachte wist dat er hennep in de woning aan de [a-straat 1] aanwezig was en dat deze hennep, naar zijn zeggen, bestemd was voor de productie van CBD-olie. Dat verdachte wist dat er hennep in de woning aanwezig was, maar dat hij niet precies wist hoeveel, heeft hij op de terechtzitting van het hof herhaald. Verdachte heeft voorts verklaard dat niet hij, maar anderen zich bezighielden met de productie van deze olie, en dat ze bij hem de ruimte hadden om de olie te maken. Daaruit leidt het hof af dat verdachte wist dat de zolder van de woning bestemd was tot het plegen van strafbare feiten in de zin van de Opiumwet.</emphasis>”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>12. De stellers van het middel zijn de opvatting toegedaan dat ’s hofs oordeel onverenigbaar is met de als bewijsmiddel 1 gebezigde verklaring van de verdachte, inhoudende dat de verdachte ermee bekend was dat er af en toe in de woning hennepafval lag, maar niet wist dat “<emphasis role="italic">er dertig kilo hennep lag”</emphasis>, afgezet tegen de toevoeging van het hof dat het “<emphasis role="italic">geen reden heeft om aan de juistheid en de betrouwbaarheid van de inhoud van de bewijsmiddelen te twijfelen</emphasis>”. Hierover het volgende.</para>
    <para />
    <para>13. De verdachte heeft het hof ter terechtzitting meegedeeld dat hij (eerder) had verklaard onbekend te zijn met de aanwezigheid van (ruim) dertig kilogram hennep in de woning. Hoewel uit die – op zichzelf geheel correcte mededeling – niet het bewijs van het opzet van de verdachte op de aanwezigheid van die hoeveelheid hennep kan worden afgeleid, is het oordeel dat de tenlastelegging kan worden bewezen en het bewijsverweer kan worden verworpen, daarmee niet onverenigbaar. Ik stel hierbij voorop dat de selectie en waardering van het beschikbare bewijsmateriaal is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt. Het hof heeft uit de (overige) bewijsmiddelen kunnen opmaken dat de verdachte huurder en bewoner was van het betreffende pand, dat in dat huis goederen aanwezig waren waarmee op grote schaal natte hennep verwerkt, ingepakt en geseald kon worden, en dat een kamer was voorzien van een monitor van de beveiligingscamera’s die in en om het huis hingen. Het hof heeft deze (in cassatie niet bestreden) feiten en omstandigheden ook betrokken in zijn bewijsoverweging.</para>
    <para />
    <para>14. Uit bewijsmiddel 1 volgt tevens dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van hennepafval vanwege de productie van CBD-olie. Uit de inhoud van de andere bewijsmiddelen heeft het hof kennelijk afgeleid dat de verdachte kennis had van de grote schaal en het professionele karakter van de inrichting waarin het hele hennepverwerkingsproces plaatshad. In onderlinge samenhang bezien heeft het hof dan ook bewezen kunnen verklaren dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet had op het aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennep, te weten 31,896 kg. </para>
    <para />
    <para>15. Het middel faalt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het tweede middel</title>
    <para />
    <para>16. Het tweede middel behelst de klacht dat de redelijke termijn, bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM, in de cassatiefase is overschreden, omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden. </para>
    <para />
    <para>17. Namens de betrokkene is op 14 april 2022 beroep in cassatie ingesteld. De stukken van het geding zijn op 21 april 2023 bij de griffie van de Hoge Raad binnengekomen, derhalve twaalf maanden en zeven dagen na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt met zich dat de inzendtermijn van acht maanden met vier maanden en zeven dagen is overschreden. Het middel klaagt daarover terecht. De overschrijding van de redelijke termijn dient te leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Slotsom</title>
    <para />
    <para>18. Het eerste middel faalt en kan worden afgedaan met de aan artikel 81 lid 1 RO te ontlenen overweging. Het tweede middel slaagt.</para>
    <para />
    <para>19. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat in cassatie de redelijke termijn, bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM, is overschreden. De overschrijding van de redelijke termijn dient te leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf.</para>
    <para />
    <para>20. Ik heb ambtshalve geen andere gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.</para>
    <para />
    <para>21. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch alleen wat betreft de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De procureur-generaal</para>
      <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>AG</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_70eb8ada-151c-4201-9bd2-046d2904e65f" label="1">
    <para> De verdachte is veroordeeld voor het witwassen voor zover het de BMW Alpina betreft; de verdachte is ontslagen van alle rechtsvervolging ten aanzien van het witwassen van contant gestorte geldbedragen, te weten in totaal € 50.307,47.</para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>