<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2024:284</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-29T13:32:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2024-03-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/00221</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:284">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:284</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-29T13:22:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2024:284 Parket bij de Hoge Raad , 19-03-2024 / 23/00221</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2024:284:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Beklag, beslag ex art. 94 Sv op 3 banners van (voortzettingsvorm van verboden) motorclub onder ander t.z.v. verdenking van voortzetting van werkzaamheden van verboden motorclub a.b.i. art. 140.2 Sr. Ontvankelijkheid cassatieberoep i.v.m. vernietiging, art. 134.2.c jo. 117 Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR het cassatieberoep van klager niet in behandeling nemen. CAG: Door griffie HR is bij OM geïnformeerd naar status van inbeslaggenomen voorwerpen. In reactie hierop heeft OM de griffie laten weten dat voorwerpen zijn vernietigd en dat daartoe machtiging a.b.i. art. 117 Sv is verleend. Dit betekent dat klager geen belang meer heeft bij zijn cassatieberoep tegen beschikking Rb en dat hij om die reden niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn beroep. </para>
        <para>Klager n-o.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2024:284:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <conclusie.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>PROCUREUR-GENERAAL</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BIJ DE</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer	</emphasis>23/00221 B</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zitting</emphasis>	19 maart 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>CONCLUSIE</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>T.N.B.M. Spronken</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [klager],</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,</para>
      <para>hierna: de klager</para>
    </parablock>
    <para />
  </conclusie.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het cassatieberoep</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>De rechtbank Midden-Nederland, zittingslocatie Utrecht, heeft bij beschikking van 17 januari 2023 het op grond van art. 552a Sv ingediende beklag strekkende tot opheffing van het beslag en teruggave aan de klager van de onder [betrokkene 1] in beslag genomen drie banners van Singa 19 ongegrond verklaard. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, heeft één middel van cassatie voorgesteld. Het middel kan om de hierna te noemen reden buiten bespreking blijven. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De ontvankelijkheid van het cassatieberoep</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Op 4 november 2022 bevonden de klager en [betrokkene 1] zich op de motorshow “BigTwin Bikeshow” te Houten. Op een stand van Singa 19 bevonden zich drie banners die door de politie onder [betrokkene 1] in beslag zijn genomen in verband met de verdenking dat hij zich zou hebben schuldig gemaakt aan de voortzetting van de werkzaamheden van de verboden motorclub Satudarah in de zin van art. 140 lid 2 Sr. Het beslag heeft plaatsgevonden op de voet van art. 94 lid 1 Sv (In verband met de waarheidsvinding). </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Namens de klager is op 11 november 2022 een op art. 552a Sv gebaseerd klaagschrift ingediend, strekkende tot teruggave van de onder [betrokkene 1] in beslag genomen banners. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De rechtbank heeft dit beklag op 3 januari 2023 in een openbare raadkamerzitting behandeld. In raadkamer heeft de rechtbank vastgesteld dat [betrokkene 1] afstand heeft gedaan van de onder hem in beslag genomen banners, omdat naar zijn zeggen de banners aan de klager als officiële standhouder van Singa 19 toebehoren. De rechtbank heeft op 17 januari 2023 op het beklag beslist. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Door de griffie van de Hoge Raad is bij het openbaar ministerie geïnformeerd naar de status van de in beslag genomen voorwerpen. In reactie hierop heeft het openbaar ministerie de griffie laten weten dat de voorwerpen in mei 2023 zijn vernietigd en dat daartoe een machtiging als bedoeld in art. 117 Sv is verleend. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Dit betekent dat de klager geen belang meer heeft bij zijn cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank. Om die reden dient hij niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn beroep.<footnote-ref linkend="_00f81149-fc80-4f73-9cac-740ac44bd6b2" /></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Conclusie</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beroep.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De procureur-generaal</para>
        <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>AG</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_00f81149-fc80-4f73-9cac-740ac44bd6b2" label="1">
    <para> 	Ingevolge art. 134 lid 2, onder c, Sv eindigt het beslag wanneer vaststaat dat een in beslag genomen voorwerp is vernietigd op grond van een machtiging als bedoeld in art. 117 Sv en het voorwerp niet om baat is vervreemd. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad betekent dit dat dan geen beklag als bedoeld in art. 552a Sv meer kan worden gedaan. Ook over het uitblijven van een last tot teruggave van een inmiddels vernietigd voorwerp kan uit hoofde van art. 552a Sv niet meer worden geklaagd. Wel staat in dat geval de weg naar de civiele rechter open. Zie hierover uitgebreider de conclusie van AG Frielink van 4 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:377.</para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>