<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2024:1175</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-14T00:01:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2024-10-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/02122</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2025:910" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:910</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2024110808</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2024-2350</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2024/2792 met annotatie van Heidi Bröker</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:1175">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:1175</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-04T12:40:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2024:1175 Parket bij de Hoge Raad , 25-10-2024 / 23/02122</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2024:1175:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bijlage: ECLI:NL:PHR:2024:1179</para>
      <para />
      <para>Art. 47 Wfsv. Art. 3.20 en 3.21 Regeling Wfsv. Toepassing premiekorting bij opvolgende kwalificerende dienstbetrekking indien bij eerdere kwalificerende dienstbetrekking de premiekorting niet is toegepast.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2024:1175:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <conclusie.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>PROCUREUR-GENERAAL</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BIJ DE</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer	</emphasis>23/02122 </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum</emphasis>	25 oktober 2024</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Belastingkamer	</emphasis>B</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Onderwerp/tijdvak	</emphasis>Loonheffingen 1 januari 2016 tot en met 31 december 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nr. Gerechtshof	21/01824</para>
      <para>Nr. Rechtbank	20/5138</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>CONCLUSIE</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>M.R.T. Pauwels</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de staatssecretaris van Financiën (Staatssecretaris)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">tegen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [X] B.V. (belanghebbende)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </conclusie.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Inleiding</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Deze zaak gaat over de toepassing van de voormalige <emphasis role="bold">premiekorting</emphasis> oudere werknemer in het geval van opvolgende kwalificerende dienstbetrekkingen van een werknemer bij dezelfde werkgever. Bij deze conclusie hoort een <emphasis role="bold">gemeenschappelijke bijlage</emphasis> (de Bijlage).</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het Hof</emphasis> heeft geoordeeld, in de kern, dat (i) art. 47 Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) op zichzelf geen beperkingen stelt aan het aantal keer dat voor dezelfde werknemer premiekorting kan worden toegepast, en dat (ii) de regels in art. 3.20 en 3.21 Regeling Wfsv geen toepassing vinden in een geval als dit waarin de werkgever bij de eerdere kwalificerende dienstbetrekking geen premiekorting heeft toegepast.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De Staatssecretaris</emphasis> heeft beroep in cassatie ingesteld en daarbij <emphasis role="bold">een middel</emphasis> voorgesteld. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>De Bijlage behandelt de kwestie waarop het middel betrekking heeft. Uit de Bijlage volgt dat het middel – ook als het ruim wordt opgevat – faalt.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het cassatieberoep</emphasis> van de Staatssecretaris is naar mijn mening <emphasis role="bold">ongegrond</emphasis>.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten en het geding in feitelijke instanties</title>
    <bridgehead role="underline">Vooraf</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Normaliter neem ik aan het begin van een conclusie (onder meer) een zakelijke weergave van de feiten, het bestreden oordeel van de feitenrechter, het procesverloop in cassatie en de inhoud van het cassatieberoep op. De opbouw van de conclusie is in dit geval anders. De uitspraak van het Hof bevat (veel) feitelijke gegevens over de betrokken werknemers, maar die gegevens zijn voor de beoordeling van het geschil in cassatie niet direct relevant, gelet op de kwestie die het middel aan de orde stelt. Verder bevat de Bijlage al informatie over de zaak, waaronder over het oordeel van de feitenrechters en de inhoud van het middel. Ik doe het in dit geval daarom anders en korter.</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het verloop van het geding tot cassatie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het object van het geschil betreft – voor zover in cassatie van belang – een naheffingsaanslag loonheffingen die de Inspecteur aan belanghebbende heeft opgelegd. Het geschil heeft betrekking op de correctie van de toegepaste premiekorting. In deze zaak gaat het enkel om de toepassing van art. 47 Wfsv met betrekking tot één werknemer. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>Daarbij speelt de in de Bijlage (punt 1.4) bedoelde overkoepelende vraag. De Rechtbank<footnote-ref linkend="_a4eb14e5-d7aa-499d-8bed-316ff3408e76" /> heeft die vraag in het voordeel van belanghebbende beantwoord; de overwegingen daartoe zijn vermeld in Bijlage, punt 4.2. Het Hof<footnote-ref linkend="_d3b246d5-aab2-4dbe-93a7-12b8dd943954" /> heeft het hoger beroep van de Inspecteur ongegrond verklaard. De belangrijkste overwegingen daartoe zijn vermeld in Bijlage, punt 4.1.</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het geding in cassatie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <parablock>
        <para>De Staatssecretaris heeft tijdig en ook overigens op regelmatige wijze beroep in cassatie ingesteld. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. De Staatssecretaris heeft gemeld geen conclusie van repliek in te dienen.</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het middel</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Het middel heeft betrekking op het oordeel van het Hof over de overkoepelende vraag.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het middel</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Ik begrijp het middel zo dat het alleen opkomt tegen de uitleg door het Hof van art. 47 Wfsv (Bijlage, punt 5.38-5.41). Het middel faalt, omdat ’s Hofs uitleg juist is; zie Bijlage, punt 1.5 en 5.9-5.37.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Ook als het middel ruimer moet worden begrepen, namelijk dat het ook opkomt tegen ’s Hofs uitleg van art. 3.20 en 3.21 Regeling Wfsv, kan het niet tot cassatie leiden. Die uitleg is namelijk juist voor zover zij inhoudt dat die bepalingen geen toepassing vinden indien bij een eerdere kwalificerende dienstbetrekking de premiekorting niet daadwerkelijk door de werkgever is toegepast.<footnote-ref linkend="_63a57638-37e0-4806-94ef-9c96ea6f4e79" /> Zie Bijlage, punt 1.6 en 5.44-5.71.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Conclusie</title>
    <para>Ik geef de Hoge Raad in overweging het beroep in cassatie van de Staatssecretaris ongegrond te verklaren.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Procureur-Generaal bij de </para>
      <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Advocaat-Generaal</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_a4eb14e5-d7aa-499d-8bed-316ff3408e76" label="1">
    <para> 	Rechtbank Gelderland 22 november 2021 ECLI:NL:RBGEL:2021:6207. De uitspraak is becommentarieerd in NTFR 2022/220 door G. Benning.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d3b246d5-aab2-4dbe-93a7-12b8dd943954" label="2">
    <para> 	Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18 april 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:3355.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_63a57638-37e0-4806-94ef-9c96ea6f4e79" label="3">
    <para> 	Het is niet helemaal duidelijk of het Hof ook relevant acht dat de werkgever bij de eerdere dienstbetrekking niet wist dat de werknemer voorafgaand aan die dienstbetrekking een uitkering genoot.</para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>