<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2024:1136</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-26T00:01:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2024-09-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/02988</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2024:1536" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2024:1536</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:1136">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:1136</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-24T14:58:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2024:1136 Parket bij de Hoge Raad , 06-09-2024 / 24/02988</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2024:1136:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Caribische zaak. Personen- en familierecht. Procesrecht. Art. 1 lid 1 Rijkswet rechtsmacht Hoge Raad. Art. 426 lid 4 Rv. Art. 401a lid 2 Rv. Tussenbeschikking. Niet-ontvankelijkheid in cassatie.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2024:1136:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <conclusie.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>PROCUREUR-GENERAAL</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BIJ DE</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer	</emphasis>24/02988</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zitting</emphasis>	6 september 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>CONCLUSIE </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>S.D. Lindenbergh</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [de man]
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [de vrouw]
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna verkort aangeduid als de <emphasis role="underline">man</emphasis> of <emphasis role="underline">verzoeker</emphasis>, en de <emphasis role="underline">vrouw</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </conclusie.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Ontvankelijkheid van het cassatieberoep</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>De man heeft (tijdig)<footnote-ref linkend="_6fb96641-2426-4102-a846-d169eaff08bb" /> cassatieberoep ingesteld van een beschikking van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: <emphasis role="underline">het hof</emphasis>) van 15 mei 2024.<footnote-ref linkend="_b70bbbf8-2916-44a1-a843-9a86462f19d3" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>In die beschikking heeft het hof de tussenbeschikking van 5 december 2022 van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (hierna: <emphasis role="underline">het Gerecht</emphasis>), waarin de vrouw ontvankelijk werd verklaard in haar echtscheidingsverzoek en iedere verdere beslissing werd aangehouden, bevestigd en de zaak terugverwezen ter verdere behandeling en beslissing. Het hof had op verzoek van de man bij beschikking van 9 mei 2023 vergunning verleend voor tussentijds hoger beroep tegen de tussenbeschikking van 5 december 2022 van het Gerecht.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Art. 426 lid 4 in verbinding met art. 401a Rv bepaalt wanneer van beschikkingen van een hof cassatie kan worden ingesteld: tenzij de rechter anders heeft bepaald, kan van een tussenbeschikking slechts tegelijk met dat van een eindbeschikking cassatieberoep worden ingesteld. Ingevolge art. 1 lid 1 Rijkswet rechtsmacht Hoge Raad voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten en voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba (‘Rijkswet’), neemt de Hoge Raad ten aanzien van burgerlijke zaken in Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in overeenkomstige gevallen als bij burgerlijke zaken in het Europese deel van het koninkrijk kennis van een beroep in cassatie, ingesteld hetzij door partijen, hetzij “in het belang der wet” door de procureur-generaal bij de Hoge Raad. Volgens de toelichting bij de Rijkswet is daarmee ook uitdrukkelijk bedoeld om het verlofstelsel voor tussentijds cassatieberoep uit art. 401a en 426 lid 4 Rv op Caribische burgerlijke zaken toe te passen, nu dat (blijkens diezelfde toelichting) in het oude art. 3 Cassatieregeling niet het geval was en dat artikel juist daarom werd geschrapt.<footnote-ref linkend="_e5ebf433-a132-4b63-a5e8-1e621c939313" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>De thans in cassatie bestreden beschikking van het hof van 15 mei 2024 is een tussenuitspraak, omdat het dictum van die beschikking niet een beslissing inhoudt die ten opzichte van (een van) de betrokken partijen is aan te merken als een beslissing waarmee aan het geding omtrent enig deel van het door de vrouw verzochte een einde wordt gemaakt.<footnote-ref linkend="_a734a435-1176-4669-8ac0-e341c468e86b" /> Als in de hoofdzaak een incident wordt opgeworpen en de rechter doet daarop uitspraak, is dit ook te beschouwen als een tussenuitspraak.<footnote-ref linkend="_d5cb8295-64e9-4b45-96e9-d28f70493c60" /> Van een tussenvonnis is bijvoorbeeld sprake in een geval waarin een rechter in incident een beroep op zijn onbevoegdheid verwerpt. Ten aanzien van het arrest dat dat vonnis in stand laat is dan sprake van een tussenarrest.<footnote-ref linkend="_405b5772-13be-4f8e-b197-dfaeae394170" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Uit de beschikking van het hof blijkt niet dat het hof cassatieberoep van zijn beschikking heeft opengesteld in de zin van art. 401a lid 2 Rv. (Voor ontvankelijkheid van het cassatieberoep is niet voldoende is dat het hof, zoals hiervoor onder 1.2 is vermeld, destijds had vergund om hoger beroep in te stellen van de beschikking van het Gerecht.<footnote-ref linkend="_8d5c0764-497c-4c1a-9e43-a1081ae32560" />) In het dossier heb ik ook verder niets aangetroffen wat op een dergelijk verlof duidt.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>De man is daarom niet ontvankelijk in zijn cassatieberoep.<footnote-ref linkend="_595b0349-4a45-4c88-9d3a-e72f30de913e" /></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Conclusie</title>
    <para>De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkheid van verzoeker in zijn cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Procureur-Generaal bij de</para>
      <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>A-G</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_6fb96641-2426-4102-a846-d169eaff08bb" label="1">
    <para> 	De procesinleiding is op 31 juli 2024 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b70bbbf8-2916-44a1-a843-9a86462f19d3" label="2">
    <para> 	Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 15 mei 2024, ECLI:NL:OGHACMB:2024:51.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e5ebf433-a132-4b63-a5e8-1e621c939313" label="3">
    <para>
      <emphasis role="italic">Kamerstukken II, </emphasis>2009/10, 32186, nr. 7, p. 6.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a734a435-1176-4669-8ac0-e341c468e86b" label="4">
    <para> 	O.a. HR 19 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:57, <emphasis role="italic">NJ </emphasis>2024/42, r.o. 3.1.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d5cb8295-64e9-4b45-96e9-d28f70493c60" label="5">
    <para> 	Bijv. A-G Van Peursem, conclusie bij voornoemd arrest (ECLI:NL:PHR:2023:1030), onder 3.6-3.7 en Asser Procesrecht/Bakels, Hammerstein &amp; Wesseling-van Gent 4 2022/34 met verdere verwijzingen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_405b5772-13be-4f8e-b197-dfaeae394170" label="6">
    <para> 	HR 4 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR6188, <emphasis role="italic">NJ </emphasis>2005/142.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8d5c0764-497c-4c1a-9e43-a1081ae32560" label="7">
    <para>	Dat leid ik althans af uit HR 9 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ2306, <emphasis role="italic">NJ</emphasis> 2011/408, r.o. 3.2: “Ingevolge art. 426 lid 4 in verbinding met art. 401a lid 2 Rv. kan beroep in cassatie van een tussenbeschikking slechts tegelijk met dat van de eindbeschikking worden ingesteld, tenzij – voor zover in dit geding van belang – de rechter anders heeft bepaald. Omdat het hof niet anders heeft bepaald, en de door de rechtbank gegeven toestemming tot tussentijds appel niet tevens toestemming tot tussentijds cassatieberoep inhoudt (HR 21 oktober 2005, LJN AU3723, NJ 2006/133), moet de vrouw niet-ontvankelijk worden verklaard in het door haar ingestelde beroep.” Ik zie geen reden om dit anders te zien wanneer het verlof tot het instellen van (enkel) het hoger beroep is verleend door het hof.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_595b0349-4a45-4c88-9d3a-e72f30de913e" label="8">
    <para> 	HR 21 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3723, <emphasis role="italic">NJ</emphasis> 2006/133 en de daaraan voorafgaande conclusie van A-G Wesseling-van Gent onder 2.4.</para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>