<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2022:380</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-20T10:10:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2022-03-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19/04662</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2022:562" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2022:562</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2022:380">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2022:380</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-20T10:10:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2022:380 Parket bij de Hoge Raad , 08-03-2022 / 19/04662</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2022:380:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Conclusie AG. Ontneming. Gegronde klacht over dubbeltelling. Conclusie strekt tot vermindering van de vaststelling van de omvang van het wvv. Samenhang met 19/04453.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2022:380:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>PROCUREUR-GENERAAL</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BIJ DE</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</title>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer	</emphasis>19/04662 P </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zitting</emphasis>		8 maart 2022 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>CONCLUSIE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>D.J.C. Aben </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [betrokkene ] , </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,</para>
      <para>hierna: de betrokkene.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest van 27 september 2019 het door de betrokkene<footnote-ref linkend="_614e34c3-6f23-4f5c-bc8e-9a17e9a4dcdc" /> wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 616.400,00 en aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van dat bedrag aan de staat.</para>
    <para />
    <para>2. Er bestaat samenhang met de zaak 19/04453.<footnote-ref linkend="_1af1ebc3-c162-44f2-af07-7ed984603dad" /> In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen. </para>
    <para />
    <para>3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. Mr. F.P. Slewe, advocaat te Haarlemmermeer, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.</para>
    <para />
    <para>4. Het <emphasis role="underline">eerste middel</emphasis> komt op tegen de vaststelling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het richt zich tegen de begrijpelijkheid van de vaststelling van de hoogte van het voordeelsbedrag, in het bijzonder voor zover het betreft de ‘de afgedragen inkomsten [betrokkene 1] ’ ten bedrage van € 379.400,00.</para>
    <para />
    <para>5. Bij arrest van 27 september 2019 is de betrokkene in de onderliggende strafzaak onherroepelijk veroordeeld ter zake van mensenhandel, meermalen gepleegd. De veroordeling ziet op feiten gepleegd in de periode van 1 januari 2010 tot en met 2 juni 2015 ten aanzien van twee slachtoffers, [betrokkene 2] en [betrokkene 1] . </para>
    <para />
    <para>6. In de onderhavige ontnemingszaak heeft het hof geoordeeld dat de betrokkene uit het bewezen verklaarde handelen financieel voordeel heeft genoten tot een totaalbedrag van € 616.400,00, bestaande uit € 237.000,00 aan afgedragen inkomsten van [betrokkene 2] en € 379.400,00 aan afgedragen inkomsten van [betrokkene 1] .</para>
    <para />
    <para>7. Het betreden arrest houdt dienaangaande – en voor zover voor de beoordeling van het middel relevant – het volgende in:</para>
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">"Oordeel hof </emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">Uit het strafdossier en bij de behandeling van de vordering ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat veroordeelde uit het bewezenverklaarde handelen financieel voordeel heeft genoten.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">Aan de inhoud van wettige bewijsmiddelen ontleent het hof de schatting van dat voordeel op een bedrag van € 616.400,00.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">Het hof komt als volgt tot deze schatting en heeft daarbij kennisgenomen van de volgende stukken:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">- Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee, Onderzoek ‘ [naam] ’, proces-verbaalnummer 1601281610.AMB, afgesloten d.d. 28 januari 2016 (aantal doorgenummerde bladzijden: 7074);</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- De ontnemingsrapportage (deel 1 en 2), Onderzoek ‘ [naam] ’, rapportnummer 1607251400.FIN, afgesloten d.d. 3 oktober 2016 (aantal doorgenummerde bladzijden: 448);</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Het verzoek tot schadevergoeding met bijlagen van [betrokkene 2] d.d. 11 november 2016;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Het arrest van dit hof d.d. 27 september 2019 (parketnummer 21-007032-16).</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [betrokkene 2]
        </emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [betrokkene 1]
        </emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic"> heeft haar inkomsten uit prostitutiewerkzaamheden aan veroordeelde afgestaan. Het hof acht aannemelijk geworden dat zij – zoals volgt uit de ontnemingsrapportage – gedurende 542 dagen als prostituee heeft gewerkt en haar inkomsten uit prostitutiewerkzaamheden heeft afgestaan.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">Het hof acht voldoende aannemelijk geworden dat dat [betrokkene 1] minimaal € 700,00 per dag moest verdienen, hetgeen zij aan veroordeelde moest afdragen. Het hof komt aldus tot een bedrag van € 700,00 per dag wat [betrokkene 1] heeft afgestaan aan veroordeelde.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">Het totale wederrechtelijk verkregen voordeel bedraagt aldus 542 x € 700,00 = € 379.400,00.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">Totaal</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">Het totale wederrechtelijk verkregen voordeel kan nu als volgt worden berekend:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">Afgedragen inkomsten [betrokkene 2]		€ 237.000,00</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Afgedragen inkomsten [betrokkene 1]		</emphasis>
        <emphasis role="underline italic">€ 379.400,00</emphasis>
        <emphasis role="italic"> +</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel:	€ 616.400,00.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">De verlichting tot betaling aan de Staat</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">Op grond daarvan zal het hof de verplichting tot betaling aan de Staat stellen op voornoemd bedrag.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. Uit de aanvulling met bewijsmiddelen volgt dat het hof voor de berekening van het aantal dagen dat [betrokkene 1] zou hebben gewerkt, gebruik heeft gemaakt van een tweetal overzichten met vlucht-, respectievelijk reisgegevens. Daarbij is het hof ervan uitgegaan dat [betrokkene 1] enkel en alleen voor haar prostitutiewerkzaamheden vanuit Hongarije op en neer naar Nederland is gereisd. De berekening is te vinden in het zesde bewijsmiddel.<footnote-ref linkend="_9b93aa64-103f-4ef2-aa71-60b247850c48" /> Dit bewijsmiddel houdt – voor zover hier van belang – het volgende in:</para>
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">“</emphasis>
        <emphasis role="bold italic">6. Het niet ondertekende en derhalve als ander geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid onder 5, tot het bewijs gebezigde ontnemingsrapportage (deel 1) van de Koninklijke Marechaussee, onderzoek ‘ [naam] ’, rapportnummer 1607251400.FIN, d.d. 3 oktober 2016 (pagina’s 1 tot en met 22 van het ontnemingsdossier), voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">als relaas van rapporteur [betrokkene 3] :</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">6.1 Berekening</emphasis>
        </para>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="italic">In deze rapportage zal het wederrechtelijk verkregen voordeel per slachtoffer berekend en weergegeven worden. Het wederrechtelijk verkregen voordeel bestaat in deze uit de elementen Directe vermogensvermeerdering -/- Kosten. (...)</emphasis>
        </para>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="italic">Directe vermogensvermeerdering:</emphasis>
        </para>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="italic">Om te komen tot de hoogte van de directe vermogensvermeerdering is door mij onder andere gebruik gemaakt van de door Eindhoven Airport, afdeling Viggo Handling, verstrekte vluchtgegevens van de slachtoffers. Aangezien de slachtoffers enkel en alleen naar Nederland zijn gekomen om o.a. in Den Haag in de prostitutie te gaan werken, zijn de werkperiodes die door mij zijn berekend gebaseerd op een inkomende vlucht vanuit Boedapest gevolgd door uitgaande vlucht naar Boedapest. Doordat de tijdsbestekken tussen de twee vluchten niet langer zijn dan ongeveer twee maanden is het gerechtvaardigd om te stellen dat het hier de heen- en terugvluchten betreffen van het een en dezelfde werkbezoek.</emphasis>
        </para>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="italic">Kosten:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [betrokkene 1]
          </emphasis>
        </para>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="italic">Directe vermogensvermeerdering (1)</emphasis>
        </para>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="italic">Dagopbrengst (P):</emphasis>
        </para>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="italic">Uit zaakdossier van [betrokkene 1] en proces-verbaal van bevindingen voorzien van documentcode AMB-109 kan geconcludeerd worden dat [betrokkene 1] in opdracht van [betrokkene ] , geboren op [geboortedatum] 1963 per dag minimaal € 700,00 (P) moest verdienen, hetgeen zij dagelijks aan hem moest afdragen.</emphasis>
        </para>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="italic">Dagopbrengst € 700,00 (P)</emphasis>
        </para>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="italic">Aantal werkdagen (H):</emphasis>
        </para>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="italic">De hoogte van het aantal werkdagen is berekend middels:</emphasis>
        </para>
        <para />
        <para>
          <inlinemediaobject>
            <imageobject>
              <imagedata align="center" scale="100" fileref="d8b85c28-1b97-4444-874b-52913b162518" depth="129" width="281" format="image/png" />
            </imageobject>
          </inlinemediaobject>
        </para>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="italic">Aantal reisdagen: het aantal reisdagen is gezien de duur van een enkele vlucht op 2 dagen gesteld.</emphasis>
        </para>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="italic">Aantal dagen vrij: het aantal dagen vrij is gesteld op 1 dag in de 14 dagen. Ondanks dat zij zelf in haar verklaring spreekt over het feit dat zij 7 dagen in de week werkte, is het aannemelijker dat zij toch vrije dagen heeft genoten. Derhalve uitgegaan van de verklaring van [betrokkene 2]. (....)</emphasis>
        </para>
        <para />
        <para>
          <inlinemediaobject>
            <imageobject>
              <imagedata align="center" scale="100" fileref="d104d5a9-f3a5-48e4-baac-6036ec6fbd07" depth="378" width="588" format="image/png" />
            </imageobject>
          </inlinemediaobject>
        </para>
        <para />
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <inlinemediaobject>
            <imageobject>
              <imagedata align="center" scale="100" fileref="552dbb99-c7e4-44b1-bdb2-42aaccf1dcec" depth="150" width="579" format="image/png" />
            </imageobject>
          </inlinemediaobject>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="italic">Directe vermogensvermeerdering (2)</emphasis>
        </para>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="italic">Uit onderzoek naar de door Eindhoven Airport, afdeling Viggo Handling, verstrekte gegevens, zijnde vluchtgegevens slachtoffers, is onder andere gebleken dat [betrokkene 1] op de navolgende vluchten, zijnde inkomende of uitgaande vlucht, geboekt stond. Doordat de opvolgende of voorafgaande vlucht niet bekend is, omdat er kennelijk gebruik is gemaakt van een ander soort vervoersmiddel, is er voor de berekening gebruik gemaakt van een gemiddeld aantal dagen aan verblijf.</emphasis>
        </para>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="italic">Voor het berekenen van het gemiddeld aantal dagen van verblijf in Nederland door [betrokkene 1] is door mij gebruik gemaakt van de periodes waarvan de inkomende en daarbij horende uitgaande vlucht wel bekend is. Hiervan is bekend dat [betrokkene 1] gedurende 10 werkperiodes 310 werkdagen in Nederland heeft gehad, hetgeen inhoudt dat dit gemiddeld 31 dagen per periode is. In het voordeel van de verdachte(n) zal voor de vluchten, waarbij de opvolgende of voorafgaande vlucht niet bekend zijn, met een werkperiode van 31 dagen gerekend worden.</emphasis>
        </para>
        <para />
        <para>
          <inlinemediaobject>
            <imageobject>
              <imagedata align="center" scale="100" fileref="dbe52d65-3243-4b4d-9d73-492b8729f4ac" depth="184" width="599" format="image/png" />
            </imageobject>
          </inlinemediaobject>
        </para>
        <para />
        <para> Dagopbrengst € 700,00 (P)</para>
        <para />
        <para />
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <inlinemediaobject>
            <imageobject>
              <imagedata align="center" scale="100" fileref="75a0fd16-2542-41c0-b08d-910ce1614468" depth="150" width="598" format="image/png" />
            </imageobject>
          </inlinemediaobject>
        </para>
        <para />
        <para>
          <inlinemediaobject>
            <imageobject>
              <imagedata align="center" scale="100" fileref="bb89330e-5105-4956-8975-1458e3f8da45" depth="176" width="589" format="image/png" />
            </imageobject>
          </inlinemediaobject>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)”</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>9. In de toelichting op het middel wordt aangevoerd dat deze berekening van het hof niet klopt. Als de twee overzichten met vlucht-/reisgegevens met elkaar worden vergeleken, dan zit daarin volgens de steller van het middel een dubbeltelling.</para>
      <para />
      <para>10. De klacht is terecht voorgesteld. Wanneer ik de vluchtgegevens uit de twee overzichten in bewijsmiddel 6 vergelijk, komt daaruit inderdaad naar voren dat het hof kennelijk één werkperiode van [betrokkene 1] tweemaal heeft meegeteld in de berekening van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Aan de ene kant neemt het hof namelijk de periode van 18 januari 2015 tot 23 februari 2015 in aanmerking als 39 dagen (inclusief reisdagen), waarvan 35 werkdagen.<footnote-ref linkend="_e2be2874-2b0e-4937-9a3a-5b2a0c193a58" /> Aan de andere kant rekent het hof de periode voorafgaand aan de uitgaande vlucht van 25 februari 2015 naar Boedapest ook nog eens als 31 dagen, waarvan 29 werkdagen.<footnote-ref linkend="_52e9cb28-3b3d-44cd-aaaf-6533758a9e73" /> Deze periodes overlappen elkaar (grotendeels), waardoor er inderdaad sprake is van een dubbeltelling in het vastgestelde aantal werkdagen.<footnote-ref linkend="_ffb73a0e-4faa-4f2d-a330-9283ed30ba97" /> Dat is niet zonder meer begrijpelijk en een nadere motivering ontbreekt. Tegen deze achtergrond is het door het hof vastgestelde ontnemingsbedrag voor zover het betreft de ‘de afgedragen inkomsten van [betrokkene 1] ’ ten bedrage van € 379.400,00 ontoereikend gemotiveerd.</para>
      <para />
      <para>11. Het eerste middel slaagt.</para>
      <para />
      <para>12. Het <emphasis role="underline">tweede middel</emphasis> klaagt dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden.</para>
      <para />
      <para>13. Op 10 oktober 2019 is namens de verdachte beroep in cassatie ingesteld. De stukken van het geding zijn op 12 maart 2021 ter griffie van de Hoge Raad ontvangen. Daarmee is de inzendtermijn van acht maanden met meer dan negen maanden overschreden. Het middel klaagt daarover terecht. Ambtshalve merk ik op dat de Hoge Raad uitspraak zal doen nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. De overschrijding van de redelijke termijn dient te leiden tot vermindering van de opgelegde betalingsverplichting.<footnote-ref linkend="_16cc175b-582e-4319-b5b9-7574a3356612" /></para>
      <para />
      <para>14. Behoudens de hiervoor geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn, heb ik overigens ambtshalve geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.</para>
      <para />
      <para>15. Zoals opgemerkt kan de bestreden uitspraak op grond van het eerste middel niet in stand blijven. Ik geef de Hoge Raad (echter) in overweging om na (gedeeltelijke) vernietiging de zaak niet terug te wijzen, maar om het ontnemingsbedrag zelf (opnieuw) vast te stellen, waarbij het wederrechtelijke voordeel verkregen uit de inkomsten van [betrokkene 1] voor wat betreft de dubbel getelde periode, te weten de opbrengst van 29 werkdagen, niet wordt meegerekend,<footnote-ref linkend="_2b802eec-1c09-4ac0-9736-852a28ab565c" /> terwijl bovendien rekening wordt gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.<footnote-ref linkend="_774d5f1d-5e40-48ae-9cbd-5d2c6e19c17e" /></para>
      <para />
      <para>16. Deze conclusie strekt tot:</para>
      <parablock>
        <para>- vernietiging van de bestreden uitspraak, </para>
        <para>- vermindering van de vaststelling van de omvang van het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel met een bedrag van € 20.300,00, en</para>
        <para>- vermindering van het vastgestelde ontnemingsbedrag naar de gebruikelijke maatstaf in verband met de overschrijding van de redelijke termijn.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De procureur-generaal</para>
        <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <bridgehead>AG</bridgehead>
  <footnote id="_614e34c3-6f23-4f5c-bc8e-9a17e9a4dcdc" label="1">
    <para> Het betreft hier de ontnemingszaak met parketnummer 21-005918-18 tegen <emphasis role="italic">de vader, [betrokkene ] senior, geboren [geboortedatum] 1963</emphasis>, behorende bij de strafzaak tegen [betrokkene ] senior met parketnummer 21-007032-16. In die onderliggende strafzaak met parketnummer 21-007032-16 is geen cassatieberoep ingesteld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1af1ebc3-c162-44f2-af07-7ed984603dad" label="2">
    <para> De zaak met zaaknummer 19/04453 betreft de strafzaak tegen <emphasis role="italic">de zoon van de betrokkene, [betrokkene 4] junior, geboortedatum [geboortedatum] 1978</emphasis>.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9b93aa64-103f-4ef2-aa71-60b247850c48" label="3">
    <para> Zie p. 3-6 van de aanvulling met bewijsmiddelen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e2be2874-2b0e-4937-9a3a-5b2a0c193a58" label="4">
    <para> Zie het eerste vluchtschema in bewijsmiddel 6 onder <emphasis role="italic">“Directe vermogensvermeerdering (1)”</emphasis>, p. 5 van de aanvulling met bewijsmiddelen. </para>
    <para>Overigens heeft het hof zich naar mijn inzicht misrekend. De periode van 18 januari 2015 (reisdag Budapest-Eindhoven) tot en met 23 februari 2015 (reisdag Rotterdam-Budapest) bedraagt geen “<emphasis role="italic">39</emphasis>”, maar 37 dagen inclusief de twee reisdagen. Na aftrek van de twee reisdagen en van de twee vrije dagen resteren dus 33 werkdagen, en geen “<emphasis role="italic">35</emphasis>”. In cassatie wordt hierover echter van de zijde van de betrokkene niets opgemerkt. Vgl. HR 11 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2287, rov. 2.6.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_52e9cb28-3b3d-44cd-aaaf-6533758a9e73" label="5">
    <para> Zie het tweede vluchtschema in bewijsmiddel 6 onder <emphasis role="italic">“Directe vermogensvermeerdering (2)”</emphasis>, p. 6 van de aanvulling met bewijsmiddelen. Aangezien de vlucht van 25 februari 2015 evenals die van 23 februari 2015 een vlucht van Rotterdam naar Budapest betreft, vermoed ik hier een datumfout. De vlucht van 23 februari en die van 25 februari zouden in werkelijkheid ‘wel eens’ dezelfde vlucht kunnen betreffen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ffb73a0e-4faa-4f2d-a330-9283ed30ba97" label="6">
    <para> De vraag hoeveel werkdagen elkaar overlappen is niet eens zo heel gemakkelijk te beantwoorden, omdat het hier gaat om ‘<emphasis role="italic">werk</emphasis>dagen’ en niet om ‘dagen’. Was bijvoorbeeld 24 februari 2015 voor het slachtoffer nu een vrije dag of niet? Meer benaderingen zijn mogelijk, maar het verschil in uitkomst is marginaal. Ik houd het om die reden (in het voordeel van de betrokkene) op een dubbeltelling van 29 werkdagen. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_16cc175b-582e-4319-b5b9-7574a3356612" label="7">
    <para> Nu in de onderliggende strafzaak met parketnummer 21-007032-16 geen cassatieberoep is ingesteld kan geen compensatie worden toegepast in de hoofdzaak en kan in de onderhavige ontnemingszaak niet worden volstaan met de enkele constatering dat de redelijke termijn is overschreden.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2b802eec-1c09-4ac0-9736-852a28ab565c" label="8">
    <para> Voor wat betreft het aantal van 29 (werkdagen) zie voetnoot 6. Het gaat dus om een vermindering van de vaststelling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel met een bedrag (in euro’s) van 29 x 700 = 20.300.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_774d5f1d-5e40-48ae-9cbd-5d2c6e19c17e" label="9">
    <para> Vgl. HR 9 september 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF0090, <emphasis role="italic">NJ</emphasis> 2008/497, alsmede de bijbehorende conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BF0090, randnummers 25 en 26.</para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>