<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2021:978</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-19T12:47:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2021-09-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/01299</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2021:1559" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2021:1559</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2021:978">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2021:978</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-18T13:44:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2021:978 Parket bij de Hoge Raad , 07-09-2021 / 21/01299</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2021:978:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Beklag, beslag ex art. 94 Sv op hond onder klaagster t.z.v. verdenking van dierenmishandeling door ex-partner van klaagster waarmee zij nog samenwoont. </para>
        <para>HR ambtshalve: Uit door AG ingewonnen inlichtingen bij rb blijkt dat hond waarvan klaagster teruggave verzoekt bij vonnis van rb Noord-Holland van 21 juli 2021 in strafzaak tegen ex-partner is verbeurdverklaard. Tegen dit vonnis is geen h.b. ingesteld, zodat dit onherroepelijk is. Als gerecht dat bevoegd is tot afdoening van klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv constateert dat sinds indiening daarvan de betreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing ten laste van een ander zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer, moet klaagschrift worden opgevat als een klaagschrift a.b.i. art. 552b Sv. Indien gerecht, gelet op art. 552b.2 Sv, niet bevoegd is tot behandeling van zo opgevatte klaagschrift dient het te bepalen dat griffier stukken zal zenden naar tot die behandeling wel bevoegde gerecht. (Vgl. ECLI:NL:HR:1993:ZC9284). In dit geval is vonnis met daarin verbeurdverklaring van hond pas in cassatiefase van beklagzaak onherroepelijk geworden. Ook voor die situatie heeft te gelden dat klaagschrift moet worden opgevat als klaagschrift a.b.i. art. 552b Sv. HR vernietigt beschikking en bepaalt dat de zaak voor verdere afdoening en behandeling zal worden verwezen naar bevoegde gerecht. CAG: anders t.a.v. ontvankelijkheid cassatieberoep.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2021:978:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <conclusie.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>PROCUREUR-GENERAAL</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BIJ DE</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer	</emphasis>21/01299 B </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zitting</emphasis>		7 september 2021 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>CONCLUSIE</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>P.M. Frielink </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [klaagster] , </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,</para>
      <para>hierna: de klaagster.</para>
    </parablock>
    <para />
  </conclusie.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het cassatieberoep</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij beschikking van 15 maart 2021 heeft de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, het op grond van art. 552a Sv ingediende klaagschrift van de klaagster, strekkende tot opheffing van het beslag en tot teruggave aan klaagster van een hond, ongegrond verklaard.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Het cassatieberoep is ingesteld namens de klaagster. Mr. R.J. Baumgardt, mr. P. van Dongen en mr. S. van den Akker, advocaten te Rotterdam, hebben één middel van cassatie voorgesteld.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De hond, een witte Amerikaanse Stafford, geheten [hond] , is op 2 februari 2021 onder klaagster inbeslaggenomen. Een paar dagen daarvoor had klaagster ruzie met haar ex, [betrokkene 1] . Klaagster is daarbij mishandeld. Haar hond [hond] wilde klaagster tegen haar ex beschermen en viel hem aan. De hond is daarop door haar ex geschopt. Volgens klaagster heeft haar ex haar hond al eerder mishandeld. Als zij ruzie met hem heeft, reageert haar hond daarop. De officier van justitie wil dat de hond wordt verbeurd verklaard in de tegen de ex aanhangig gemaakte strafzaak ter zake van dierenmishandeling. Zolang klaagster samenwoont met haar ex is de hond volgens de officier van justitie niet veilig. Daarom verzet hij zich tegen teruggave van de hond aan klaagster.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De raadkamer heeft in de bestreden beschikking onder meer overwogen:</para>
      <para>“Uit het verhandelde in raadkamer blijkt dat klaagster haar huis nog steeds deelt met de persoon die haar hond heeft mishandeld. Daarnaast blijkt uit de stukken in het dossier dat de mishandeling een niet op zichzelf staand incident betreft. Gelet op het voorgaande is het niet hoogst onwaarschijnlijk (…) dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen hond zal verbeurd verklaren. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het strafvorderlijk belang zich verzet tegen opheffing van het beslag.” </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De ontvankelijkheid van het cassatieberoep</title>
    <para>Een medewerker dossierbehandeling van de Hoge Raad heeft bij de strafgriffie van de Rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, geïnformeerd naar het verloop van de tegen [betrokkene 1] aangespannen strafzaak. Uit de verstrekte informatie blijkt dat de politierechter op 21 juli 2021 [betrokkene 1] heeft veroordeeld voor overtreding van art. 2.1 lid 1 van de Wet dieren. De politierechter heeft in het vonnis onder meer de verbeurdverklaring van de hond gelast. Tegen de uitspraak van de politierechter is geen hoger beroep ingesteld. De uitspraak is hierdoor onherroepelijk geworden. Daarmee is het beslag beëindigd en kan klaagster niet in het cassatieberoep worden ontvangen. (vgl. HR 27 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT8757).</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Slotsom</title>
    <para>Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van klaagster in haar beroep. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De procureur-generaal</para>
      <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>plv-AG</para>
    </parablock>
  </section>
</conclusie>
</open-rechtspraak>