<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2021:563</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-14T12:45:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2021-06-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/03278</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2021:1248" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2021:1248</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2021:563">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2021:563</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-16T19:12:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2021:563 Parket bij de Hoge Raad , 15-06-2021 / 15/03278</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2021:563:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Conclusie A-G. Beklag ex art. 552a Sv over beslag ex art. 94 Sv. A-G concludeert ambtshalve tot cassatie nu p-v behandeling in raadkamer bij de rechtbank in het ongerede is geraakt. Samenhang met 15/03277.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2021:563:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <conclusie.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>PROCUREUR-GENERAAL</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BIJ DE</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer	</emphasis>15/03278 B </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zitting</emphasis>		15 juni 2021 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>CONCLUSIE</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>T.N.B.M. Spronken </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [klager] , </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,</para>
      <para>hierna: de klager.</para>
    </parablock>
    <para />
  </conclusie.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het cassatieberoep</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank Den Haag heeft bij beschikking van 7 juli 2015 het klaagschrift van de klager, strekkende tot teruggave van een auto die onder hem in beslag is genomen, ongegrond verklaard.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Er bestaat samenhang met de zaak 15/03277. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager. Mr. M.D. Rijnsburger, advocaat te Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld dat zich richt tegen de motivering van het oordeel van de rechtbank.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Ambtshalve beoordeling van de beschikking</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Uit de beschikking van de rechtbank blijkt dat het klaagschrift op 23 juni 2015 in raadkamer is behandeld. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich slechts de bestreden beschikking, de akte cassatie en naar aanleiding van herhaalde verzoeken van de zijde van de Hoge Raad, een brief van de rechtbank waaruit moet worden opgemaakt dat de (overige) processtukken in het ongerede zijn geraakt. Daardoor is (ook) niet meer vast te stellen òf er wel een proces-verbaal van de behandeling in raadkamer is opgemaakt. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Over het ontbreken bij de stukken van het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer wordt in cassatie niet geklaagd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Volgens art. 25 lid 1 Sv, moet van het onderzoek door de raadkamer door de griffier een proces-verbaal worden opgemaakt met daarin de zakelijke inhoud van de afgelegde verklaringen en hetgeen verder bij dat onderzoek is voorgevallen. Deze bepaling bevat tevens voorschriften over de inrichting, vaststelling en ondertekening van dat proces-verbaal en de voeging ervan bij de processtukken. Het  is vaste rechtspraak dat het ontbreken van een dergelijk proces-verbaal betrekking heeft op een zo wezenlijke vorm van de raadkamerprocedure dat het nietigheid van het onderzoek en van de naar aanleiding daarvan gegeven beschikking meebrengt, waartoe de Hoge Raad ook ambtshalve kan besluiten.<footnote-ref linkend="_b751b18d-f008-4eb3-a924-edfb3e211cec" />Dit klemt te meer, nu in het onderhavige geval het ontbreken van het proces-verbaal tot gevolg heeft dat het in cassatie voorgestelde middel niet naar behoren kan worden onderzocht. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Conclusie</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Den Haag opdat het klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De Procureur-Generaal</para>
        <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>AG</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_b751b18d-f008-4eb3-a924-edfb3e211cec" label="1">
    <para> 	 HR 24 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:73. Dat ambtshalve beoordeling van dit verzuim ook mogelijk is maak ik op uit HR 15 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5545.</para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>