<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2021:32</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-03-02T12:45:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2021-01-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19/00576</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2021:323" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2021:323</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2021:32">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2021:32</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-12T15:57:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2021:32 Parket bij de Hoge Raad , 12-01-2021 / 19/00576</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2021:32:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Conclusie AG. Veroordeling wegens medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter Sr) en als bestuurder deelnemen aan criminele organisatie (140 Sr). Middel 1 tot en met 3 zijn (volgens AG uiteindelijk falende) bewijsklachten over opzet op witwassen en bewijsvoering gronddelicten. Middel 4: redelijke termijn. Conclusie strekt tot gedeeltelijke vernietiging en afdoening door HR. Samenhang met 7 andere zaken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2021:32:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>PROCUREUR-GENERAAL</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BIJ DE</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</title>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer	</emphasis>19/00576 </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zitting</emphasis>		12 januari 2021 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>CONCLUSIE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>D.J.C. Aben </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte] , </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957,</para>
      <para>hierna: de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, heeft de verdachte bij arrest van 30 januari 2019 wegens 1 “<emphasis role="italic">medeplegen van van het plegen van witwassen een gewoonte maken</emphasis>” (kort gezegd: medeplegen van gewoontewitwassen) en 2 “<emphasis role="italic">als bestuurder deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven</emphasis>” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden.</para>
    <para />
    <para>2. De zaak hangt samen met de ontnemingszaak tegen de betrokkene (19/00578) alsmede met de straf- en/of ontnemingszaken tegen de medeverdachten (19/00528, 19/00529, 19/00597, 19/00603, 19/00604 en 19/00605). In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.</para>
    <para />
    <para>3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mr. E. de Witte, advocaat te Amsterdam, heeft vier middelen van cassatie voorgesteld.</para>
    <para />
    <para>4. Samengevat is de achtergrond van deze zaak – volgens de vaststellingen van het hof – de volgende. De verdachte was samen met [medeverdachte 3]<footnote-ref linkend="_fb5b4840-1c15-4220-a093-363dbfb7083d" /> feitelijk leidinggevende van de in Nederland gevestigde uitzendbureaus [A] , [B] en [C] . Formeel stonden anderen (‘katvangers’) aan het hoofd van die bedrijven. [A] , [B] en [C] stonden in contact met een elftal Duitse en Poolse uitzendbureaus die Poolse en Hongaarse werklieden uitleenden aan bouwbedrijven in (onder meer) Duitsland. [betrokkene 1] was de belangrijkste schakel tussen de Nederlandse en de Duitse/Poolse bedrijven. Telefonische oproepen naar de Duitse en Poolse uitzendbureaus werden doorgeschakeld naar Nederland waar de zaken werden afgehandeld onder leiding van de verdachte en [medeverdachte 3] , terwijl de bellers in de veronderstelling verkeerden dat zij contact hadden met één van de Duitse of Poolse bedrijven. In de praktijk werden de werkzaamheden dus niet uitgevoerd door die Duitse/Poolse bedrijven, die immers niet veel meer dan een papieren werkelijkheid vertegenwoordigden, maar door [A] , [B] en [C] . De zaak is kennelijk aan het licht gekomen nadat in Duitsland was gebleken dat de door die bedrijven uitgeleende, en in Duitsland werkzame, werknemers niet verzekerd waren. Vervolgens is gebleken dat de inkomende gelden eerst werden gestort op de rekeningen van de Duitse/Poolse bedrijven of contant door de inleners werden betaald aan de leidinggevenden van de Duitse dan wel Poolse bedrijven, en vervolgens contant werden opgenomen. Nadat onder meer loonkosten daarvan waren afgetrokken, zijn die contante bedragen door [betrokkene 1] naar Nederland vervoerd en vervolgens aan de verdachte en [medeverdachte 3] afgegeven. De belastingschuld over de door die bedrijven gegenereerde omzet en de door de verdachten ontvangen inkomsten is, evenmin als de verplichte premieafdracht, niet (volledig) voldaan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewijsvoering van het hof </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Het hof heeft ten laste van de verdachte bewezen verklaard dat:<?linebreak?></para>
    <parablock>
      <para> “1. <emphasis role="italic">hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2006 tot en met 30 mei 2011, in de gemeente Nijmegen en elders in Nederland en Kleve en/of elders in Duitsland tezamen en in vereniging met rechtspersonen en natuurlijke personen telkens een voorwerp, te weten een geldbedrag heeft verworven en voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen en/of omgezet, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- het plegen van sociale verzekeringsfraude en belastingfraude, bestaande uit het niet afdragen van sociale verzekeringspremies en/of belastingen in Nederland en/of Duitsland en</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- het in Duitsland zonder vergunning uitlenen en tewerkstellen van personen met een andere dan de Duitse nationaliteit, (hetgeen in Duitsland een misdrijf is volgens paragraaf 15 van het Gesetz zur Regelung der gewerbsmässigen Arbeitnehmerüberlassung)</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">terwijl hij van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt;</emphasis>
        <?linebreak?>2. <emphasis role="italic">hij in de periode van 1 januari 2006 tot en met 30 mei 2011 in de gemeente Nijmegen en/of elders in Nederland en Kleve en/of elders in Duitsland tezamen en in vereniging met</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- [medeverdachte 2] en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- [betrokkene 1] en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- [betrokkene 2] en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- [medeverdachte 3] en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- [A] B.V. en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- [B] B.V. en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- [C] B.V. en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- [D] B.V. en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- [E] Ltd</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- [F] GmbH en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- [G] en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- [H] GmbH en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- [I] en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- [J] GmbH en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- [K] GmbH en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- [L] GmbH en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- [M] GmbH en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- [N] Sp.z.o.o. en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- [P] Sp.z.o.o.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">heeft deelgenomen aan een organisatie, die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, te weten onder meer:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- het in Duitsland zonder vergunning uitlenen en tewerkstellen van personen met een andere dan de Duitse nationaliteit, (hetgeen in Duitsland een misdrijf is volgens paragraaf 15 van het Gesetz zur Regelung der gewerbsmässigen Arbeitnehmerüberlassung), en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- het (mede)plegen van sociale verzekeringsfraude en belastingfraude, bestaande uit het niet afdragen van sociale verzekeringspremies en/of belastingen in Nederland en/of Duitsland, en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- het (mede)plegen van (gewoonte) witwassen</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">van welke organisatie verdachte bestuurder was.</emphasis>”</para>
      <para />
    </parablock>
    <para>6. De aanvulling op het arrest als bedoeld in artikel 365a Sv, in verbinding met artikel 415 Sv, bevat 59 bewijsmiddelen. Ik volsta ermee hier een aantal daarvan uit te lichten:<?linebreak?></para>
    <parablock>
      <para> “<emphasis role="bold italic">5. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 7 december 2010 (V05-001) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - </emphasis><emphasis role="bold underline italic">als verklaring van verdachte</emphasis><emphasis role="bold italic">: </emphasis><?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voor de gehele aanvulling geldt:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V = vraag verbalisant(en)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A = antwoord gehoorde</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para> Pagina 922</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wat kunt u verklaren over uw werkzaamheden als consultant bij [C] B.V.?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Tot een aantal jaren geleden werkte ik voor mezelf, voor diverse Limiteds. De afgelopen jaren werk ik alleen voor [C] B.V. </emphasis>
        <?linebreak?>Pagina 924<?linebreak?><emphasis role="italic">A: [B] is ook een uitzendbureau. [B] B.V. was aandeelhouder van [C] . Beide bedrijven halen personeel uit Polen en Hongarije.</emphasis></para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold italic">11. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 3] d.d. 14 september 2010 (G07-001) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - </emphasis>
        <emphasis role="bold underline italic">als verklaring van getuige [betrokkene 3]</emphasis>
        <emphasis role="bold italic">:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para> Pagina 1023</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wij vragen getuige naar zijn werkzaamheden over de laatste 10 jaar.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Altijd bij dezelfde firma waar ik nu werk. Dat is [C] B.V. Toen ik begon heette het bedrijf [A] B.V. Ik werkte daar voor [medeverdachte 3] . De dagelijkse zaken liepen via [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] was de leidinggevende op kantoor. Ik moest bellen om eventuele klanten te krijgen. Ik moest bellen naar bedrijven in de bouw en in de metaal en dat doen we nog steeds. Die bedrijven waren in Nederland, België en Duitsland gevestigd. In de tijd van Duitsland (het hof leest: in de tijd van de Duitse uitzendbureaus) heb ik niet meer naar klanten gebeld maar alleen de telefoon aangenomen en deze doorverbonden naar een andere collega.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wij vragen getuige of daarbij gebruik werd gemaakt van servicebureaus voor het doorschakelen van telefoons.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Ik weet dat we op de [a-straat] heel veel lijnen hadden. Er werkten toen veel mensen. De telefoon kwam binnen op de centrale en de telefoon werd door ons aangepakt. We konden niet zien waar de telefoon vandaan kwam. We namen de telefoon aan in het Nederlands en als de tegenpartij een andere taal sprak gingen we over in die taal. Ik nam de telefoon niet onder de Nederlandse naam aan. Dit waren Duitse namen. Dit waren Duitse bouwbedrijven en die namen wisselden elk jaar wel. Het opnemen van de telefoon onder een andere naam werd door de directie medegedeeld. Met directie bedoel ik [medeverdachte 3] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wij vragen getuige aan wie hij voor die werkzaamheden verantwoording verschuldigd was of is.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Er waren altijd mensen die tussen mij en [medeverdachte 3] stonden, dus directe chefs, (het hof leest: Onder andere) [betrokkene 1] en [verdachte] . [verdachte] is nu mijn directe chef. [medeverdachte 3] is tot op heden samen met [verdachte] de grote baas. Als we iets moeten doen dan hoor ik dat van hen. [verdachte] is elke dag lijfelijk aanwezig en [medeverdachte 3] niet. Pagina 1024</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wij vragen getuige hoe hij weet dat [medeverdachte 3] de grote baas is. </emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">A: Omdat wij daar ook opdrachten van krijgen. [verdachte] en [medeverdachte 3] staan heel duidelijk op dezelfde hoogte.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wij vragen getuige hoe hij bij [C] B.V. terecht is gekomen. </emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">A: We werkten eerst voor [A] B.V. Dit is overgegaan naar [C] . Het is eigenlijk gewoon een naamswijziging. Verder maakte het niets uit. We hebben altijd met dezelfde mensen te maken gehad, alleen de naam is anders geworden.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold italic">12. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 4] d.d. 8 december 2010 (G10-001) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - </emphasis>
        <emphasis role="bold underline italic">als verklaring van getuige [betrokkene 4]</emphasis>
        <emphasis role="bold italic">:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para> Pagina 1038</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wij vragen getuige voor welke ondernemingen zij de laatste 10 jaar heeft gewerkt en wat haar functie bij die bedrijven was.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Bij [A] ben ik begonnen rond 2001 tot ongeveer in 2004. Daarna heb ik gesolliciteerd bij [B] . Vanaf medio 2004 heb ik direct te maken gehad met [medeverdachte 3] . Hij is vanaf die periode mijn baas. [medeverdachte 3] was degene die het kantoor aanstuurde.</emphasis>
      </para>
      <para> Pagina 1039</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wij vragen getuige of zij betrokken is geweest bij het regelen van de servicebureaus in Duitsland.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Van mijn collega’s heb ik over de doorschakelingen naar Nederland vernomen. Ik weet dat [betrokkene 1] betrokken was bij de servicebureaus. Dat was [betrokkene 1] die het allemaal regelde.</emphasis>
      </para>
      <para> Pagina 1040</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wij vragen getuige wie de directeur was bij [A] Management B.V. en wat zijn werkzaamheden waren.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: [betrokkene 2] was directeur bij [A] maar hij deed er helemaal niets. Mijn direct leidinggevende bij [A] was [betrokkene 1] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V : Wij vragen getuige wie nog meer werkzaamheden verrichtte voor [A] Management B.V. en wat zijn of haar werkzaamheden waren.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: [betrokkene 1] was mijn directe werkgever bij [A] . Veel later is [betrokkene 6] bij [B] gekomen en bij [B] directeur geworden. Hij heeft het bij [B] niet voor het zeggen, dat niet, want daar was [medeverdachte 3] voor. Tot een jaar terug, dus tot 2009, kwam [betrokkene 1] wekelijks op donderdag of vrijdag om geld te overhandigen aan voornamelijk [medeverdachte 3] en aan [verdachte] als [medeverdachte 3] er niet was. Negen van de tien keer werd het geld overhandigd aan [medeverdachte 3] . [betrokkene 1] kwam ook wel op het kantoor van [C] en ik neem aan dat hij daar ook geld overhandigde.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: Wij delen getuigen mede dat vanuit Duitsland via servicebureaus telefoons werden doorgeschakeld naar Nederland. Duitse inleners wisten niet beter dat ze met Duitse bedrijven te maken hadden.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wat is hierop uw reactie?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Bij [A] wist ik dat er een doorschakeling van Duitsland naar Nederland plaatsvond.</emphasis>
      </para>
      <para> Pagina 1041<?linebreak?><emphasis role="italic">A: Op papier gebeurde er niet veel meer bij [A] . Ik weet dat [medeverdachte 2] [A] heeft gekocht. Bij [B] bleef ik hetzelfde werk doen als bij [A] . Ik hield dezelfde baas, dat was [betrokkene 1] . Ik heb eigenlijk steeds hetzelfde werk gedaan. Alleen de naam is veranderd van de werkgever.</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wij vragen getuige wie haar opdracht gaf tot het aanvragen van telefoonnummers voor [A] B.V.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Dat was [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] was ik alle opzichten mijn baas tijdens mijn [A] periode en nu bij [B] . Als u mij vraagt of [betrokkene 1] het loopjongetje was van [medeverdachte 3] dan kan ik dat bevestigen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wij vragen getuige wat de functie van [verdachte] is bij [B] .</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">A: Eigenlijk hetzelfde verhaal als bij [medeverdachte 3] . [verdachte] was meer op kantoor bij [C] . Die twee personen zijn voor mij twee handen op één buik.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold italic">13. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 5] d.d. 9 december 2010 (G11-001) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - </emphasis>
        <emphasis role="bold underline italic">als verklaring van getuige [betrokkene 5]</emphasis>
        <emphasis role="bold italic">:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para> Pagina 1048</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wij vragen gehoorde naar zijn werkzaamheden over de laatste 10 jaar.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Sinds een jaar of 6 werk ik nu bij mijn huidige werkgever. Ik ben eerst op de [b-straat] in Nijmegen begonnen bij [A] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wij vragen gehoorde aan wie hij voor die werkzaamheden verantwoording verschuldigd was of is.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Aan [betrokkene 1] . Die werkte toen onder [medeverdachte 3] en [verdachte] maar dat wist ik pas later. Later wist ik dat het kantoor van [B] ook van [medeverdachte 3] en [verdachte] was.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wij vragen gehoorde hoe hij bij [C] B.V. terecht is gekomen.</emphasis>
      </para>
      <para> Pagina 1049</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Laat ik het zo zeggen, dat is dezelfde firma als [A] en ik ging gewoon over. De werkzaamheden bleven hetzelfde als bij [A] , daar veranderde niks in.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold italic">14. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 6] d.d. 10 december 2010 (G12-001) voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven - </emphasis>
        <emphasis role="bold underline italic">als verklaring van getuige [betrokkene 6]</emphasis>
        <emphasis role="bold italic">:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para> Pagina 1053</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wij vragen getuige naar zijn persoonlijke omstandigheden.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Ik ben werkzaam bij [B] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wij vragen getuige voor welke ondernemingen hij de laatste tien jaar heeft gewerkt en wat zijn functie bij die bedrijven was.</emphasis>
      </para>
      <para> Pagina 1054</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Rond 2002, ik weet het niet meer zeker, ben ik begonnen bij [B] B.V. tot op heden.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wij vragen wat de functie is en de werkzaamheden zijn van de directeur bij [B] B.V.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Ik was directeur van [B] . Ik doe de acquisitie. Ik houd me hoofdzakelijk bezig met de bemiddeling en bezoeken van bedrijven die op zoek zijn naar personeel. Ik moest verantwoording afleggen aan [verdachte] . [verdachte] was aandeelhouder bij [B] . Ik ben begonnen op de [c-straat] in Nijmegen. Daar was ik directeur. We zijn verder gegaan op de [a-straat] in Nijmegen. Daarna zijn we verhuisd naar de [d-straat] . In die tijd van de [d-straat] kwam [medeverdachte 3] in beeld. Dat zal ongeveer in 2003 of 2004 zijn geweest. Vanaf die tijd moest ik verantwoording afleggen bij [medeverdachte 3] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wij vragen getuige naar de werkzaamheden van [medeverdachte 3] binnen [B] B.V.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Hij bemoeit zich met de dagelijkse gang van zaken. Hij geeft leiding aan het kantoor en in grote lijnen stuurde hij de onderneming aan.</emphasis>
      </para>
      <para> Pagina 1056</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wij vragen getuige naar de werkzaamheden van [verdachte] binnen [B] B.V.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: [verdachte] komt weleens op bezoek bij [B] . Hij kent [medeverdachte 3] . [verdachte] komt veel voor [C] . [C] was een dochter van [B] . [C] doet hetzelfde werk als [B] . [verdachte] , maar ook wel [medeverdachte 3] stuurden samen [C] aan. Volgens mij staan zij hiërarchisch gelijk, maar dat weet ik niet zeker. (…)</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold italic">28. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 2] d.d. 8 september 2010 (V03-03) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - </emphasis>
        <emphasis role="bold underline italic">als verklaring van medeverdachte [betrokkene 2]</emphasis>
        <emphasis role="bold italic">:</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para> Pagina 827</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wat kunt u verklaren over [I] en/of [J] ?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: De naam [I] ken ik wel ja. Ik neem aan dat het detacheren van bouw en metaal personeel van Poolse komaf was. (…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold italic">29. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 2] d.d. 9 september 2010 (V03-05) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - </emphasis>
        <emphasis role="bold underline italic">als verklaring van medeverdachte [betrokkene 2]</emphasis>
        <emphasis role="bold italic">:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para> Pagina 837</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: En als wij nu concluderen dat [betrokkene 1] meneer X is?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Dat is de enige juiste conclusie.</emphasis>
      </para>
      <para> Pagina 838</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: En wat kunt u verklaren over de geldopnames voor [J] in mei 2008?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Dat geld haalde ik op en bracht ik vervolgens naar één van de locaties van [A] in Nijmegen. Ik weet niet meer precies of dat nou de [a-straat] , [b-straat] of [e-straat] was, maar het was in ieder geval één van die locaties.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Gaf u het geld steeds aan [betrokkene 1] ?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Ja</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Klopt het dat volgens u [I] en [J] één en hetzelfde bedrijf zijn?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Dat is mijn vermoeden ja.</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">V : Waar was [I] gevestigd?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Volgens mij op één van de eerder genoemde locaties in Nijmegen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wat is en moment waarop een bedrijf stopt en waarom?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Mijn vermoeden is dat men met een nieuw bedrijf begint als de inleners teveel eisen gaan stellen aan het ‘oude bedrijf. Met teveel eisen bedoel ik papierwerk. Het bedrijf laat zich dan insolvent verklaren.</emphasis>
      </para>
      <para> Pagina 839</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: U haalde dus het geld van [I] op in Duitsland en gaf dit aan [betrokkene 1] in Nijmegen. Dit geld werd volgens u gebruikt voor loonbetalingen. [I] was volgens u in Nijmegen gevestigd. Klopt dit allemaal?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Dit klopt allemaal. Maar op papier moet het altijd zo zijn dat een GbmH ook gevestigd is in Duitsland. Dit moet dus ook in het geval van [I] zijn. Ik vermoed wel dat de zaken feitelijk vanuit Nijmegen werden gedaan, onder andere omdat ik daar het geld afleverde.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold italic">39. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 7] d.d. 18 januari 2011 (G13-001) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - </emphasis>
        <emphasis role="bold underline italic">als verklaring van getuige [betrokkene 7]</emphasis>
        <emphasis role="bold italic">:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> Pagina 1063</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wij vragen gehoorde of bij de verkrijging van opdrachten vanuit Duitsland gebruik werd gemaakt van servicebureaus voor het doorschakelen van telefoons.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Ja, volgens mij wel. Ik werkte voor [A] maar stelde mij bij de Duitse opdrachtgevers voor met de naam van het Duitse bedrijf waarvoor ik moet bellen. De tussenschakeling van een Duitse bedrijfsnaam was makkelijker voor het wegzetten van personeel. Dat is makkelijker dan dit te doen met een Nederlands bedrijf. Dit is mij zo uitgelegd door [betrokkene 1] . Dat de opdrachtgevers dachten dat ze met een Duits bedrijf te maken hadden, dat was ook de bedoeling. Als voorbeeld was [G] geen bedrijf met een eigen bedrijfsgebouw. Het was een Duits bedrijf waarop personeel moest worden weggezet. [A] deed hier acquisitie voor.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold italic">50. Het in de wettelijke vorm opgemaakte overzichtsproces-verbaal d.d. 14 februari 2011 (1-OPV) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - </emphasis>
        <emphasis role="bold underline italic">als relaas van verbalisant [verbalisant]</emphasis>
        <emphasis role="bold italic">: </emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para> Pagina 28</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het vermoeden bestaat dat er noch in Duitsland, noch in Polen, voor de arbeiders sociale premies zijn afgedragen of belasting is betaald. Dit vermoeden wordt geuit door de Duitse onderzoekers doordat er valse zogenaamde E-101 verklaringen worden gebruikt door personeel van [G] en [I] . Deze verklaringen E-101 worden door de koppelbaas verstrekt aan de werknemers om als bewijs te dienen dat deze werknemers verzekerd zijn voor sociale verzekeringswetten in Polen op het moment dat de inleners hierom vragen. Hiermee wordt ten onrechte voorgewend als zou er in Polen sociale premies zijn/worden afgedragen.</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para> Pagina 32</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V-001 en V-002</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Door de Duitse collega’s is vastgesteld dat de werknemers niet verzekerd waren voor de Duitse WW, ZW maar ook niet voor de Duitse ziektekosten of WAO.</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het bovenstaande dient in samenhang te worden bezien met:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het schriftelijk bescheid, genummerd als RHV-001, inhoudende een rechtshulpverzoek van de Officier van Justitie uit Kleve d.d. 12 augustus 2009, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven:</emphasis>
        <?linebreak?>Pagina 2959 t/m 2961</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Rechtshilfeverkehr mit den Ausland in strafrechtlichen Angelegenheiten.</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ich führe ein Ermittlungsverfahren unter anderem gegen die niederländischen Staatsangehörigen [medeverdachte 2] und [betrokkene 1] . Diesem Verfahren liegt folgender Sachverhalt zugrunde:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Die beide genannten Beschuldigten betrieben gemeinsam (...) für folgende Firmen:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Firma [G]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Firma [I]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Firma [J] GmbH</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Firma [K]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Firma [H]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Firma [Q] GmbH</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Firma [L] GmbH</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aus Auswertungen von Bankunterlagen, die von den Hauptzollämtern Dresden und Lörrach vorgenommen werden, ergibt sich, dass die genannten Firmen Einnahmen in Höhe von 2.696.527,03 euro erzielten. Diese Einnahmen dürften sich durch die hier eingeleiteten Ermittlungen, insbesondere durch die Feststellung von Barzahlungen noch erheblich erhöhen. Da der alleinige Unternehmenszweck der Firmen die Arbeitnehmerüberlassung war, muss davon ausgegangen werden, das ein Grossteil der errechneten Einnahmen zur Zahlung von Löhnen verwendet wurde, ohne für diese Löhne Lohnsteuern und Sozialversicherungsbeträge einzubehalten und abzuführen.</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">56. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 4] d.d. 8 december 2010 (G10-001) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - </emphasis>
        <emphasis role="bold underline italic">als verklaring van getuige [betrokkene 4]</emphasis>
        <emphasis role="bold italic">:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">Pagina 1040</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Tot een jaar terug, dus tot 2009, kwam [betrokkene 1] wekelijks op donderdag of vrijdag om geld te overhandigen aan voornamelijk [medeverdachte 3] en aan [verdachte] als [medeverdachte 3] er niet was. Negen van de tien keren werd het geld overhandigd aan [medeverdachte 3] . [betrokkene 1] kwam ook wel op het kantoor van [C] en ik neem aan dat hij daar ook geld overhandigde.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold italic">58. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 5] door de rechter commissaris d.d. 15 mei 2013, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - </emphasis>
        <emphasis role="bold underline italic">als verklaring van getuige [betrokkene 5]</emphasis>
        <emphasis role="bold italic">:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para> Pagina 3</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Heeft u ooit bij het kantoor in Weurt gezien dat [betrokkene 1] langs kwam na 2007? </emphasis>
        <?linebreak?>Ja.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vaak?</emphasis>
      </para>
      <para> Regelmatig.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Heeft u gezien dat er geld werd gebracht door [betrokkene 1] ?</emphasis>
      </para>
      <para> Ja, dat heb ik gezien. Er werd gedeeld met [medeverdachte 3] en [verdachte] . Dat heb ik meerdere malen gezien. U vraagt mij wat ik precies zag en of ik stapels geld zag. Geen stapeltjes geld, maar [betrokkene 1] had het al gedeeld waarschijnlijk. Hij legde het gewoon neer en dan werd het in de zak gestopt en dan hadden ze zo 'n ‘smile ’ op hun gezicht. Dat gebeurde ik Weurt. Ik weet niet wat er bij [B] is gebeurd, want ik zat alleen in Weurt.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Heeft u het er wel eens met [betrokkene 3] over gehad?</emphasis>
      </para>
      <para> We maakten weleens een geintje van ‘er wordt weer afgetikt ’. Als [betrokkene 1] kwam dan werd er betaald.”</para>
      <para />
    </parablock>
    <para>7. De nadere bewijsoverweging uit het bestreden arrest neem ik hier wel in haar geheel op:<?linebreak?></para>
    <parablock>
      <para> “<emphasis role="italic">Ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde</emphasis><?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Betrokkenheid rechtspersonen [E] , [A] , [B] en [C] </emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">De in Gibraltar gevestigde [E] Ltd (hierna: [E] ) was 100% aandeelhouder van de in Nederland gevestigde vennootschappen [A] B.V. (hierna: [A] ) en [B] B.V. (hierna: [B] ). Op 14 januari 2008 is [E] overgedragen aan [medeverdachte 2] en op 12 december 2009 heeft [betrokkene 8] een volmacht tot bestuur van de vennootschap gegeven aan [verdachte] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tot 14 januari 2008 was [betrokkene 2] bestuurder van [A] en met ingang van 14 januari 2008 werd [medeverdachte 2] enig aandeelhouder en bestuurder. Van de vennootschap [B] was [betrokkene 6] formeel bestuurder. Voorts was [B] enig aandeelhouder van [C] B.V. (hierna: [C] ). Formeel was [betrokkene 6] directeur van deze onderneming.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Uit onder meer de hierna te bespreken verklaringen van [medeverdachte 2] , [betrokkene 2] , [betrokkene 3] , [betrokkene 4] , [betrokkene 5] en [betrokkene 6] volgt dat deze formele bevoegdheden niet betekenden dat zij het in de praktijk voor het zeggen hadden. [medeverdachte 3] , [verdachte] en [betrokkene 1] waren de grote bazen, waarbij met name [verdachte] [C] runde en [medeverdachte 3] [B] . [medeverdachte 2] en [betrokkene 2] fungeerden als katvangers.</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [medeverdachte 2] heeft onder meer verklaard (V01-07, p. 727 en 728) dat hij via [betrokkene 1] en [verdachte] in aanraking is gekomen met [A] en dat hij alleen met [verdachte] contact heeft gehad over de overname van de aandelen in [E] . Met betrekking tot zijn werkzaamheden voor [A] heeft [medeverdachte 2] verklaard dat hij geen weet heeft van werkzaamheden van vóór de overname van [A] en dat [A] na de overname in de kast is gelegd. Voorts heeft hij verklaard dat hij directeur is geworden van [A] omdat hij daar geld voor kreeg. Het was de bedoeling dat hij [A] een poosje in leven hield en dan weer weg zou doen.</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [betrokkene 2] heeft onder meer verklaard (V03-001, p. 820) dat hij in de koppelbaaswereld heeft gezeten als een soort katvanger. Soms moest hij tekenen voor dingen zoals voor banken en voor de huur. Dit deed hij voor [A] . Hij heeft [A] op papier gekocht, maar in werkelijkheid heeft hij het bedrijf nooit in zijn bezit gehad. Hij heeft ook de beschikking gehad over bankrekeningen op naam van [A] . Hij heeft geld opgehaald bij de bank.</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Getuige [betrokkene 3] heeft onder meer verklaard (G07-001, p. 1023 en 1024) dat hij werkzaam is bij [C] . Toen hij daar begon met werken heette het bedrijf nog [A] . Hij werkte daar voor [medeverdachte 3] , die altijd zijn baas is geweest. De dagelijkse zaken liepen via [medeverdachte 3] en [medeverdachte 3] was de leidinggevende op kantoor.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voor zijn werkzaamheden moest [betrokkene 3] bellen naar bedrijven in de bouw om klanten te werven. Die bedrijven waren in Nederland, België en Duitsland gevestigd.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">In de tijd van Duitsland (het hof leest: in de tijd van de Duitse uitzendbureaus) heeft hij niet meer naar klanten gebeld, maar alleen de telefoon aangenomen en doorverbonden naar een andere collega. Op de vraag van verbalisanten of voor het doorschakelen van de telefoons gebruik werd gemaakt van servicebureaus, heeft [betrokkene 3] onder meer verklaard dat hij weet dat zij op de [a-straat] in Nijmegen heel veel telefoonlijnen hadden. Er werkten daar toen ook veel mensen. De telefoon kwam binnen op de centrale en werd door de medewerkers van het kantoor opgenomen. De medewerkers konden niet zien waarvandaan er werd gebeld. Zij namen de telefoon op in het Nederlands en als de tegenpartij een andere taal sprak, gingen zij over op die taal.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [betrokkene 3] nam de telefoon niet op onder de naam van het Nederlandse bedrijf waarvoor hij werkzaam was, maar onder de naam van Duitse bedrijven. De namen van die bedrijven wisselden elk jaar. Dat de telefoon onder een andere naam moest worden opgenomen werd door de directie medegedeeld. Met directie bedoelt [betrokkene 3] [medeverdachte 3] . [betrokkene 3] was verantwoording schuldig aan onder anderen [medeverdachte 3] , [verdachte] en [betrokkene 1] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verder heeft getuige [betrokkene 3] verklaard dat [A] is overgegaan naar [C] , maar dat er eigenlijk alleen sprake was van een naamswijziging. [betrokkene 3] heeft altijd met dezelfde mensen te maken gehad, alleen de naam van het bedrijf was anders geworden.</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Getuige [betrokkene 4] heeft onder meer verklaard (G10-001, p. 1037-1041) dat zij medio 2001 tot ongeveer 2004 bij [A] heeft gewerkt. Daarna heeft zij gesolliciteerd bij [B] . Vanaf medio 2004 was [medeverdachte 3] haar baas bij [B] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op de vraag van verbalisanten of zij betrokken is geweest bij het regelen van de servicebureaus in Duitsland, heeft [betrokkene 4] onder meer verklaard dat zij van haar collega’s over de telefonische doorschakelingen naar Nederland heeft vernomen en dat zij weet dat [betrokkene 1] betrokken was bij de servicebureaus. [betrokkene 1] regelde het allemaal.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Daarnaast heeft [betrokkene 4] verklaard dat [betrokkene 2] directeur was bij [A] , maar dat hij daar helemaal niets deed. Haar leidinggevende bij [A] was [betrokkene 1] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorts heeft [betrokkene 4] verklaard dat [betrokkene 6] bij [B] directeur is geworden en dat niet [betrokkene 6] , maar [medeverdachte 3] het voor het zeggen had bij [B] .</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">Verder heeft [betrokkene 4] verklaard dat [betrokkene 1] tot 2009 wekelijks op donderdag of vrijdag op kantoor kwam bij [B] om geld te overhandigen aan voornamelijk [medeverdachte 3] , en aan [verdachte] als [medeverdachte 3] er niet was. Negen van de tien keer werd het geld overhandigd aan [medeverdachte 3] . [betrokkene 1] kwam ook wel op het kantoor van [C] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [betrokkene 4] wist bij [A] dat de telefoon van Duitsland naar Nederland werd doorgeschakeld. [betrokkene 4] is bij [B] hetzelfde werk blijven doen als bij [A] . Zij heeft verklaard dat eigenlijk alleen de naam van de werkgever is veranderd.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op de vraag van verbalisanten wie haar opdracht gaf tot het aanvragen van telefoonnummers voor [A] , heeft [betrokkene 4] verklaard dat dat [medeverdachte 3] was.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gevraagd naar de functie van [verdachte] bij [B] , heeft [betrokkene 4] verklaard dat voor [verdachte] hetzelfde verhaal geldt als voor [medeverdachte 3] . [verdachte] en [medeverdachte 3] zijn voor haar “twee handen op één buik”.</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Getuige [betrokkene 5] heeft onder meer verklaard (G11-001, p. 1047-1049) dat hij sinds een jaar of zes bij [C] werkt en dat hij eerst is begonnen op de [b-straat] in Nijmegen bij [A] . Voor zijn werkzaamhéden moest [betrokkene 5] verantwoording afleggen aan [betrokkene 1] . Met betrekking tot het bedrijf [C] heeft [betrokkene 5] verder verklaard dat dit hetzelfde bedrijf is als [A] . Bij [C] verrichtte hij dezelfde werkzaamheden als bij [A] , daar veranderde niets aan.</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Getuige [betrokkene 6] heeft onder meer verklaard (G12-001, p. 1053-1058) dat hij rond 2002 is begonnen met werken voor [B] . Hij was directeur bij [B] en moest verantwoording afleggen aan [verdachte] . Ongeveer in 2003 of 2004 kwam [medeverdachte 3] in beeld. Vanaf die tijd moest [betrokkene 6] verantwoording afleggen aan [medeverdachte 3] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [medeverdachte 3] bemoeide zich met de dagelijkse gang van zaken binnen [B] . Hij gaf leiding aan het kantoor en stuurde in grote lijnen de onderneming aan.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorts heeft getuige [betrokkene 6] verklaard dat [verdachte] en [medeverdachte 3] samen [C] aanstuurden. [medeverdachte 3] verrichtte bij [C] dezelfde werkzaamheden als bij [B] , namelijk leiding geven en het kantoorpersoneel aansturen. Tot slot heeft [betrokkene 6] verklaard dat hij zich geen directeur van [B] voelde.</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">Betrokkenheid overige (rechts)personen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bij elf in Duitsland en Polen gevestigde firma’s is op enigerlei wijze sprake van betrokkenheid van onder anderen de verdachten [betrokkene 2] , [betrokkene 1] en [medeverdachte 2] . Ook is een deel van deze firma’s aan elkaar te linken. Zo was van de firma [F] GmbH eerst [betrokkene 1] en later [medeverdachte 2] Geschäftsführer, heeft [betrokkene 1] voor deze firma een bankrekening geopend te Kleve bij de Sparkasse en was [medeverdachte 2] , al voordat hij Geschäftsführer werd, bevoegd voor deze rekening. [medeverdachte 2] was enig aandeelhouder en bestuurder van [D] B.V., maar de versnipperde administratie van deze firma is bij [betrokkene 1] thuis aangetroffen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De brieven van de firma [G] zijn ondertekend door [medeverdachte 2] , terwijl hij formeel niets met deze firma van doen had. Getuige [betrokkene 7] heeft onder meer verklaard dat [A] acquisitie deed voor dit bedrijf en dat hij eerst verantwoording moest afleggen aan [betrokkene 1] en later aan [medeverdachte 2] (G13-001, p. 1063).</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voor de firma’s [I] en [J] GmbH heeft [betrokkene 1] een bankrekening geopend te Kleve bij de Sparkasse. [betrokkene 2] en [medeverdachte 2] hebben in opdracht geld opgehaald van deze bankrekening. [betrokkene 2] heeft dit in opdracht van [betrokkene 1] gedaan.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [medeverdachte 2] was vanaf 21 februari 2008 bestuurder van de firma’s [H] GmbH en [N] Sp.z.o.o. Hij is ook naar Polen gegaan om de Sp.z.o.o. over te nemen en de naam te wijzigen. Tevens heeft hij in Polen bij de ING-bank een rekening op naam van deze firma geopend. Met een bankpas die hij van [betrokkene 1] heeft gekregen, heeft hij geld opgehaald bij de Sparkasse te Kleve.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op naam van [betrokkene 1] is voor [L] GmbH en [P] Sp.z.o.o. een lening afgesloten bij [E] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [betrokkene 2] heeft op 1 juni 2009 de bankrekening bij de Sparkasse te Kleve overgenomen en de administratie van deze firma is aangetroffen op het woonadres van [betrokkene 2] . Ook voor [M] GmbH heeft [betrokkene 1] een bankrekening geopend in oktober 2007. [betrokkene 1] heeft van deze firma een maandloon van € 1.638,83 ontvangen en daarnaast een managementfee van € 1.000,- per maand en een vergoeding van € 890,- per maand in verband met het Geschäftsfuhrer-contract.</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De telefoongesprekken van de firma’s [G] , [I] , [J] GmbH, [K] GmbH, [H] GmbH en [N] Sp.z.o.o. werden doorgeschakeld naar Nederland en van daaruit onder feitelijke leiding van [verdachte] en [medeverdachte 3] afgewikkeld. Deze doorschakelingen waren vanuit de vennootschappen in Nederland geregeld en de klanten van de Poolse en Duitse firma’s mochten niet weten dat zij in werkelijkheid naar Nederland belden in plaats van naar Duitsland. Dit blijkt onder meer uit de hierboven genoemde verklaring van getuige [betrokkene 3] inhoudende dat hij de telefoon niet opnam onder de naam van het Nederlandse bedrijf waarvoor hij werkzaam was, maar onder de naam van een Duits bedrijf. Voorts blijkt dit uit de verklaring van getuige [betrokkene 7] . Op de vraag van verbalisanten of bij verkrijging van opdrachten vanuit Duitsland gebruik werd gemaakt van servicebureaus voor het doorschakelen van telefoons, heeft [betrokkene 7] onder meer verklaard dat dit inderdaad het geval was. Voorts heeft [betrokkene 7] verklaard dat hij voor [A] werkte, maar dat hij zich bij de Duitse opdrachtgevers voorstelde met de naam van het Duitse bedrijf waarvoor hij moest bellen (G13-001, p. 1063).</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op grond van de bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat niet elk van de verdachten een (formele) betrokkenheid had bij alle genoemde rechtspersonen. Uit met name de verklaringen van [medeverdachte 2] , [betrokkene 2] , [betrokkene 3] , [betrokkene 4] , [betrokkene 5] , [betrokkene 6] en [betrokkene 7] volgt naar het oordeel van het hof echter dat er sprake was van een zodanige werkwijze en een zodanige vaste organisatie met verschillende rollen en taakverdelingen in nauwe samenwerking, waarbij de verschillende gebruikte rechtspersonen min of meer inwisselbaar waren en door elkaar liepen, dat sprake is van deelneming aan een criminele organisatie van de (rechts-)personen in de bewezenverklaring ondanks het soms ontbreken van een formele betrokkenheid bij de onderscheidenlijke rechtspersonen.</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Werkwijze</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het hof is op grond van de verklaringen van [medeverdachte 2] , [betrokkene 2] , [betrokkene 3] , [betrokkene 4] , [betrokkene 5] , [betrokkene 6] en [betrokkene 7] en de rechtshulpverzoeken van oordeel dat de vennootschappen [A] , [B] en [C] binnen de organisatie een faciliterende rol vervulden. Zij beschikten over kantoorruimtes, werknemers en diverse elektronica en vanuit hier werden de contracten met de opdrachtgevers gesloten. De opdrachtgevers waren echter in de veronderstelling dat zij te maken hadden met een van de hierboven genoemde Duitse of Poolse firma’s.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Met steeds wisselende Duitse of Poolse firma’s werd door verdachten personeel aangeboden aan diverse Duitse bouwbedrijven tegen zeer concurrerende prijzen. Afdrachten aan de Duitse fiscale of sociale autoriteiten inzake dat in Duitsland werkzame personeel vonden niet plaats.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Door de Duitse onderzoekers is vastgesteld dat de werknemers niet verzekerd waren.</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">Uitbetaling van de omzet vond veelal contant plaats of via een bankrekeningen Kleve, waarna de bedragen door diverse verdachten contant werden opgenomen.</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Witwassen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Door deze werkwijze hebben de firma’s [G] , [I] , [J] GmbH, [H] GmbH, [M] GmbH, [L] GmbH en [P] Sp.z.o.o. in de jaren 2006 tot en met 2009 in totaal een omzet behaald van € 5.104.716,-. Dit geldbedrag is gedurende de ten laste gelegde periode contant opgenomen door onder andere [medeverdachte 2] , [betrokkene 1] en [betrokkene 2] van de rekeningen ten name van [F] GmbH, [P] Sp.z.o.o., [J] GmbH en [Q] GmbH, alle gevestigd in Kleve, dan wel door inleners van personeel contant betaald. Deze contanten zijn - na aftrek van kosten, waaronder loon - afgegeven aan [verdachte] en [medeverdachte 3] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [betrokkene 2] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [verdachte] en [betrokkene 1] hebben de geldbedragen eerst verworven en vervolgens voorhanden gehad. Met name [betrokkene 2] en [medeverdachte 2] hebben deze gelden overgedragen aan [betrokkene 1] , die de gelden op zijn beurt weer aan [verdachte] en [medeverdachte 3] overhandigde. Door het contant opnemen is van giraal geld chartaal geld gemaakt en is sprake van de witwashandeling omzetten. Door het verwerven, voorhanden hebben, omzetten en overdragen van de totale omzet, zijn de gelden aan het zicht van in ieder geval de fiscus onttrokken, waardoor deze gelden zijn witgewassen. Nu deze witwashandelingen over een lange periode - de jaren 2006 tot en met 2009 - hebben plaatsgevonden, is het hof van oordeel dat verdachte en zijn medeverdachten van het witwassen een gewoonte hebben gemaakt, terwijl zij wisten dat de gelden afkomstig waren van misdrijven.</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Criminele organisatie</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het hof is van oordeel dat verdachte duurzaam heeft samengewerkt met [betrokkene 2] , [medeverdachte 2] , [betrokkene 1] en [medeverdachte 3] en met de hierboven genoemde rechtspersonen. Verdachte stond samen met [medeverdachte 3] en [betrokkene 1] aan het roer en gaf leiding aan de medeverdachten [betrokkene 2] en [medeverdachte 2] . Verdachte, [medeverdachte 3] en [betrokkene 1] hebben grote geldbedragen ontvangen. Vanwege deze rol hebben verdachte en de medeverdachten opzet op het plegen van deze feiten gehad. Verdachte en de medeverdachten hebben aldus een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband gevormd, gericht op het plegen van strafbare feiten.</emphasis>”</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gezamenlijke bespreking van de eerste drie middelen</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
    <para>8. Het <emphasis role="underline">eerste middel</emphasis> klaagt over het onder 1 bewezen verklaarde opzet op het medeplegen van gewoontewitwassen. </para>
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>9. Het middel bevat twee klachten. De eerste klacht houdt in dat het hof niet toereikend heeft gereageerd op het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat de verdachte geen opzet had op witwassen omdat hij niet zou hebben geweten dat het geld afkomstig was uit enig misdrijf. De tweede klacht houdt in dat die wetenschap niet is af te leiden uit de bewijsvoering. </para>
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>10. Het <emphasis role="underline">tweede middel</emphasis> bevat de klacht dat het onder 1 bewezen verklaarde onvoldoende, dan wel onbegrijpelijk is gemotiveerd nu de bewijsvoering niet inhoudt waaruit volgt dat de verdachte (als medepleger) heeft witgewassen door “<emphasis role="italic">het in Duitsland zonder vergunning uitlenen en tewerkstellen van personen met een andere dan de Duitse nationaliteit</emphasis>”. </para>
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>11. Het <emphasis role="underline">derde middel</emphasis> is geformuleerd op een zelfde wijze als het tweede middel en houdt in dat het onder 2 bewezen verklaarde – als bestuurder deelnemen aan een criminele organisatie –onvoldoende, dan wel onbegrijpelijk is gemotiveerd nu de bewijsvoering niet inhoudt waaruit volgt dat de verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die het oogmerk had tot “<emphasis role="italic">het in Duitsland zonder vergunning uitlenen en tewerkstellen van personen met een andere dan de Duitse nationaliteit</emphasis>”. De middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking. </para>
    <para />
    <para>12. Ter terechtzitting in hoger beroep van 5 december 2018 heeft de verdediging het volgende naar voren gebracht: <?linebreak?></para>
    <parablock>
      <para> “<emphasis role="italic">Verder gaat de Rechtbank in het vonnis en in het bewijsmiddelenoverzicht in het geheel niet in op de wetenschap van de vermeende criminele herkomst die cliënt dan gehad zou hebben. Dit klemt te meer nu we zojuist hebben gezien dat cliënt betrokken was bij [C] en uit het dossier niet volgt dat [C] actief was in Duitsland in de tenlastegelegde periode. [betrokkene 4] en [betrokkene 5] verklaren overigens ook niet over Duitse lijnen of Duitse activiteiten bij [B] . Als cliënt zelf geen betrokkenheid had bij onregelmatigheden in Duitsland en hij ook niet kon weten dat medeverdachten dat mogelijk wel waren, waaruit kan dan worden afgeleid dat hij wetenschap had van een vermeende criminele herkomst? Waaruit blijkt dat hij wist dat het geld afkomstig was uit sociale verzekeringsfraude en/of belastingfraude in Nederland of Duitsland, als al zou worden aangenomen dat hij in de tenlastegelegde periode een keer in afwezigheid en ten behoeve van [medeverdachte 3] of in het kader van de terugbetaling van een persoonlijke lening, geld van [betrokkene 1] in ontvangst heeft genomen? Dit volgt niet uit het dossier en wordt door de Rechtbank niet onderbouwd.</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik kom dan ook tot de conclusie dat niet kan worden aangenomen dat cliënt geld van [betrokkene 1] heeft ontvangen met een criminele herkomst, dus afkomstig van sociale verzekeringsfraude en/of belastingfraude. Daarnaast betwist de verdediging - als u al zou aannemen dat cliënt crimineel geld in ontvangst heeft genomen - dat cliënt wetenschap had van deze vermeende herkomst. Primair verzoek ik u dan ook cliënt vrij te spreken van het witwassen.</emphasis>”</para>
      <para>  </para>
    </parablock>
    <para>13. Voor een bewezenverklaring van witwassen is vereist dat de verdachte wist dat het voorwerp in kwestie onmiddellijk of middellijk afkomstig is uit enig misdrijf. Voldoende is de invulling van die wetenschap aan de hand van voorwaardelijk opzet. Het is in beginsel niet noodzakelijk dat wordt bewezen dat de verdachte wetenschap had van de specifieke aard van het gronddelict.<footnote-ref linkend="_6a2d6d09-7ed1-42b9-90df-dd3c4f38d63e" /> Dat is evenwel anders als de tenlastelegging een concreet misdrijf aanduidt waaruit het voorwerp afkomstig is.<footnote-ref linkend="_fde636da-e488-4d1b-a6eb-85633799987c" /> Dat laatste is in de voorliggende zaak tot op zekere hoogte het geval; de tenlastelegging vermeldt namelijk twee categorieën van misdrijven waaruit de voorwerpen afkomstig zijn en dus moet zijn bewezen dat de verdachte (op zijn minst voorwaardelijk) opzet had op deze categorieën van misdrijven. </para>
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>14. Het hof is in het bestreden arrest niet afzonderlijk en uitdrukkelijk ingegaan op de wetenschap van de verdachte omtrent de als gronddelicten van het witwassen aangemerkte misdrijven. Dat het hof toch tot een bewezenverklaring is gekomen van witwassen, begrijp ik evenwel ook zonder een dergelijke expliciete overweging. Uit de onder meer hierboven opgenomen bewijsmiddelen heeft het hof afgeleid dat de verdachte met [medeverdachte 3] en (in mindere mate) [betrokkene 1] leidinggevende activiteiten vervulde bij de in Nederland gevestigde bedrijven [A] , [B] en [C] .<footnote-ref linkend="_6748d595-15d7-4654-953e-d2b87671b4b6" /> Die bedrijven voerden feitelijk de activiteiten uit van een aantal inactieve in Duitsland gevestigde ‘brievenbusfirma’s’ en maakten het mogelijk dat Poolse en Hongaarse werklieden werden uitgeleend aan Duitse bedrijven in de bouwnijverheid. Dit kon worden bewerkstelligd doordat de telefonische oproepen van de inlenende bedrijven naar de Duitse ‘katvangerbedrijven’ werden doorgeschakeld naar Nederland. De verdachte was naast [medeverdachte 3] (en [betrokkene 1] ) één van de personen aan wie over deze praktijk verantwoording moest worden afgelegd.</para>
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>15. Het personeel dat werd uitgeleend aan de Duitse bouwbedrijven had (veelal) een Poolse of Hongaarse nationaliteit, aldus verklaarde ook de verdachte. Uit bewijsmiddel 50 volgt dat bij de werknemers valse E-101-verklaringen zijn aangetroffen. Zo’n “<emphasis role="italic">certificate of coverage</emphasis>” (inmiddels heet dit een A1-verklaring) is een bewijs dat de werknemer in zijn of haar eigen (EU) land is verzekerd en dat daar verplichte sociale premies worden afgedragen.<footnote-ref linkend="_f267b949-372f-469a-82a2-7b8f5f644aea" /> Uit hetzelfde bewijsmiddel volgt dat de werknemers evenmin in Duitsland verzekerd waren, en dat zodoende ook daar de verplichte sociale premies niet zijn afgedragen. Onbetwist blijft de volgende vaststelling van het hof: “<emphasis role="italic">Met steeds wisselende Duitse of Poolse firma’s werd door verdachten personeel aangeboden aan diverse Duitse bouwbedrijven tegen zeer concurrerende prijzen. Afdrachten aan de Duitse fiscale of sociale autoriteiten inzake dat in Duitsland werkzame personeel vonden niet plaats.</emphasis>” Het verdienmodel van de verdachte en zijn medeverdachten was kennelijk erop gericht winst te maken door te voorkomen dat sociale premies moesten worden afgedragen. Deze opzet kon slechts slagen door de voor inning van sociale premies verantwoordelijke instanties in het ongewisse te laten over het tewerkstellen van personeel. Aldus liggen de redenen voor afwijking van hetgeen de verdediging heeft betoogd genoegzaam besloten in de bewijsvoering. Dat het hof uit dit geheel van omstandigheden heeft afgeleid dat de verdachte bekend was met de (strafbare) gang van zaken – sterker: mede de koers bepaalde – bij het bedrijvencluster, acht ik niet onbegrijpelijk. Het hof hoefde daarop – voor zover daarover is geklaagd – ook niet nog uitgebreider te reageren dan het al heeft gedaan.</para>
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>16. Het tweede, respectievelijk het derde middel betreft de klacht dat niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid de verdachte (als medepleger) geldbedragen heeft witgewassen die afkomstig waren van “<emphasis role="italic">het in Duitsland zonder vergunning uitlenen en tewerkstellen van personen met een andere dan de Duitse nationaliteit</emphasis>”, noch dat de verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die datzelfde misdrijf tot oogmerk had. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>17. Met de steller van het middel meen ik dat dit onderdeel van de bewezenverklaring in de bewijsvoering inderdaad onvoldoende uit de verf komt. Uit de bewijsmiddelen kan immers niet worden afgeleid dat de bedrijven waaraan de verdachte leiding gaf, in Duitsland niet beschikten over een vergunning om het personeel uit te lenen. <?linebreak?></para>
      <para>18. Toch hoeft dit niet tot cassatie te leiden. Indien deze categorie van gronddelicten uit de bewezenverklaring wordt weggedacht leidt dit namelijk niet tot substantiële wijzigingen in de aard en de ernst van het verwijt dat de verdachte wordt gemaakt of tot aantasting van de aard en ernst van het bewezen verklaarde. De kern is met de hierboven beschreven context al gegeven en betreft samengevat dat het verdienmodel van de ondernemingen erin bestond de afdracht van verplichte sociale premies en belastingen te ontlopen en voor de invorderende instanties zo onzichtbaar mogelijk te blijven. Ook bij wegvallen van dit onderdeel in de bewezenverklaring zal blijven vaststaan dat de verdachte (als medepleger) heeft witgewassen door sociale verzekeringsfraude en belastingfraude en als bestuurder heeft opgetreden van een criminele organisatie die daarop het oogmerk had.<footnote-ref linkend="_70327b51-2e92-488b-8cf1-1b60d688b2c9" /><?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para>19. Het eerste tot en met het derde middel falen. </para>
    <para />
    <para>20. Het <emphasis role="underline">vierde middel</emphasis> klaagt dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden. </para>
    <para />
    <para>21. Op 4 februari 2019 is namens de verdachte beroep in cassatie ingesteld. De stukken van het geding zijn op 11 december 2019 ter griffie van de Hoge Raad ontvangen. Daarmee is de inzendtermijn van acht maanden met ruim twee maanden overschreden. Ambtshalve merk ik daarnaast op dat de Hoge Raad niet binnen twee jaar uitspraak zal doen. Dit dient te leiden tot strafvermindering.</para>
    <para />
    <para>22. De eerste drie middelen falen en kunnen worden afgedaan met een aan artikel 81 lid 1 RO ontleende overweging. Het vierde middel slaagt.</para>
    <para />
    <para>23. Ambtshalve heb ik geen (andere) gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.</para>
    <para />
    <para>24. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde straf. De Hoge Raad kan de hoogte daarvan verminderen naar de gebruikelijke maatstaf. Voor het overige dient het beroep te worden verworpen.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De procureur-generaal</para>
      <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <bridgehead>AG</bridgehead>
  <footnote id="_fb5b4840-1c15-4220-a093-363dbfb7083d" label="1">
    <para> De naam ‘ [medeverdachte 3] ’ wordt in citaten ook wel (abusievelijk) geschreven als ‘ [medeverdachte 3] ’ (met […] ).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6a2d6d09-7ed1-42b9-90df-dd3c4f38d63e" label="2">
    <para>
      <emphasis role="italic">Kamerstukken I</emphasis> 2000/01, 27 159, nr. 288a, p. 8.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fde636da-e488-4d1b-a6eb-85633799987c" label="3">
    <para> HR 19 april 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC9314, <emphasis role="italic">NJ</emphasis> 1997/547, en HR 30 november 1999, ECLI:NL:PHR:1999:ZD1641, <emphasis role="italic">NJ</emphasis> 2000/215 m.nt. De Hullu (beide in verband met opzetheling). Zie ook V. Mul in: C.P.M. Cleiren, J.H. Crijns &amp; M.J.M. Verpalen (red.), <emphasis role="italic">Tekst &amp; Commentaar Strafrecht</emphasis> Deventer: Kluwer (online, bijgewerkt tot 1 juli 2020), art. 420bis Sr, aant. 12, onder c, en F. Diepenmaat, <emphasis role="italic">De Nederlandse strafbaarstelling van witwassen: Een onderzoek naar de reikwijdte en de toepassing van artikel 420bis Sr</emphasis> (diss. Nijmegen), Deventer: Kluwer 2016, p. 165-166, en R. van der Hoeven, ‘Witwassen: leuker moeten we het niet maken’, <emphasis role="italic">Strafblad</emphasis> 2008, afl. 1, p. 27.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6748d595-15d7-4654-953e-d2b87671b4b6" label="4">
    <para> Waarbij van belang is dat tevens is vastgesteld dat de werkwijze van deze bedrijven overeenkwam. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_f267b949-372f-469a-82a2-7b8f5f644aea" label="5">
    <para> De verklaring kan alleen worden aangevraagd als de werknemer tijdelijk in een ander land van de Europese Unie, van de Europese Economische Ruimte, of in een verdragsland werkt. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_70327b51-2e92-488b-8cf1-1b60d688b2c9" label="6">
    <para> Daarbij merk ik terzijde nog op dat hierover in feitelijke aanleg niet is geklaagd. Dat begrijp ik op zich goed, want de medeverdachte [medeverdachte 2] is door de Duitse rechter veroordeeld voor een gedeelte van het feitencomplex dat zich afspeelde in Duitsland. Het Duitse vonnis (het strafbevel van 1 september 2014 dat is gehecht aan de in eerste aanleg voorgedragen pleitaantekeningen) in die zaak bevat de vaststelling van de Duitse rechter dat een dergelijke vergunning inderdaad heeft ontbroken. Zie daarover uitgebreider de samenhangende zaak 19/00603. Kortom, vernietiging en terugwijzing van de zaak op dit punt lijken mij niet zo zinvol.</para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>