<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2020:339</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-08T15:24:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2020-04-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19/01083</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2020:1184" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2020:1184</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2020:339">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2020:339</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-08T15:21:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2020:339 Parket bij de Hoge Raad , 07-04-2020 / 19/01083</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2020:339:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Conclusie AG. Opzettelijke overtreding art. 3.C Opiumwet, meermalen gepleegd, door opzettelijk aanwezig hebben van 2092,24 gram hennep en 4,85 gram hasjiesj. Had de bewezenverklaring v.z.v. betrekking hebbend op de hasj ex art. 11.6 Opiumwet als (inmiddels verjaarde) overtreding gekwalificeerd moeten worden? Conclusie strekt tot verwerping.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2020:339:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>PROCUREUR-GENERAAL</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BIJ DE</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</title>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer	</emphasis>19/01083 </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zitting</emphasis>		7 april 2020 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>CONCLUSIE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>D.J.C. Aben </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte] , </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,</para>
      <para>hierna: de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het gerechtshof Amsterdam heeft de verdachte bij arrest van 29 augustus 2018 wegens het onder 1 bewezenverklaarde “<emphasis role="italic">opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd</emphasis>” en het onder 2 bewezenverklaarde “<emphasis role="italic">handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie</emphasis>”, veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van tachtig uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door veertig dagen hechtenis, met aftrek. Daarnaast heeft het hof de teruggave gelast van de in beslag genomen, maar nog niet teruggegeven voorwerpen, als genoemd in het arrest.</para>
    <para />
    <para>2. Er bestaat samenhang met de zaak 19/01148. Ook in die zaak zal ik vandaag concluderen. </para>
    <para />
    <para>3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mr. Th.J. Kelder, advocaat te 's-Gravenhage, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.</para>
    <para />
    <para>4. Het gaat in deze zaak om het volgende. Op 19 juni 2014 stond de verdachte achter de balie van een coffeeshop toen het Horeca Interventie Team daar binnenkwam. Bij een eerdere controle door dat team was een familielid van de eigenaar van de coffeeshop met de voorraad naar buiten gelopen. Het leek er volgens de verbalisanten op dat de verdachte ditmaal ook naar buiten wilde lopen. Daarop zijn zij overgegaan tot onderzoek aan de kleding van de verdachte, waarbij verschillende hoeveelheden softdrugs bij hem zijn aangetroffen. Diezelfde dag hebben doorzoekingen van zijn auto en woning plaatsgevonden, waarbij twee tonnen weed en een balletjespistool werden aangetroffen. </para>
    <para />
    <para>5. Het <emphasis role="underline">eerste middel</emphasis> klaagt naar de kern genomen over de kwalificatie van het tweede (cumulatieve) deel van het onder 1 bewezenverklaarde. Wat betreft het voorhanden hebben van de 4,35 gram hasjiesj had de bewezenverklaring op grond van artikel 11 lid 6 Opiumwet moet worden gekwalificeerd als overtreding. Dit delict was ingevolge artikel 70 lid 1 onder 1° Sr reeds verjaard toen het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg een aanvang nam. Bovendien heeft het hof in strijd met artikel 62 één straf opgelegd. </para>
    <para />
    <para>6. Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat: </para>
    <parablock>
      <para />
      <para> “<emphasis role="italic">1:</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op 19 juni 2014 te Amsterdam en/of [plaats] , opzettelijk aanwezig heeft gehad 2092,24 gram van een materiaal bevattende hennep,</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">en</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op 19 juni 2014 te Amsterdam, opzettelijk aanwezig heeft gehad 4,85 gram van hasjiesj</emphasis>” </para>
    </parablock>
    <para>Aan die bewezenverklaring heeft het hof de volgende bewijsmiddelen ten grondslag gelegd:</para>
    <parablock>
      <para />
      <para> “<emphasis role="bold italic">1. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 16 augustus 2017</emphasis><emphasis role="italic">.</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik kan mij nog wel voor de geest halen wat er zich op 19 juni 2014 heeft afgespeeld.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De hennep die in mijn auto is aangetroffen, heb ik gekocht.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het balletjespistool is in mijn toilettafél gevonden. Ik heb 5 of 6 jaar geleden twee van deze exemplaren gekocht.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold italic">2. Een proces-verbaal van verhoor met nummer PL1302-2014151369-33 van 21 juni 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] [doorgenummerde pagina’s 101-108].</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van de verdachte:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: In de woning, [a-straat 1] zijn twee tonnen aangetroffen met weed, is het van u.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Ja, alles is van mij.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold italic">2. Een proces-verbaal van aanhouding met nummer PL1302-2014151369-2 van 20 juni 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 3] [doorgenummerde pagina’s 01-02].</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisanten (of één van hen):</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 19 juni 2014, hielden wij te Amsterdam, als verdachte aan:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Achternaam: [verdachte] </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voornamen: [verdachte] </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Geboren: [geboortedatum] 1963 </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Geboorteplaats: [geboorteplaats] </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Adres: [a-straat 1] , [plaats]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bij de fouillering werden meerdere zakjes met cannabis gelijkende producten aangetroffen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">11 zakjes met weed en 3 zakjes met hasj.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold italic">3. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1302-2014151369-5 van 20 juni 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 4] en [verbalisant 5] [doorgenummerde pagina’s 04-05].</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisanten (of één van hen):</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 19 juni 2014 bevonden wij ons, verbalisanten, [verbalisant 5] en [verbalisant 4] , op het politiebureau. Daar bevonden zich de goederen afkomstig van de fouillering van [verdachte] . Tussen deze goederen bevond zich een autosleutel. Na controle op het woonadres van [verdachte] in de politiesystemen zagen wij, dat er op het adres ook [betrokkene 1] stond ingeschreven. Op haar naam stond in het politiesysteem een personenauto met kenteken [kenteken] . Hierna, zijn wij, met de autosleutel naar de plaats gereden waar verdachte was aangehouden, op [b-straat 1] te Amsterdam in “ [A] ”. Daar zagen wij bovengenoemd voertuig geparkeerd staan in een parkeervak schuin voor de ingang van de coffeeshop. Met de autosleutel hebben wij de auto geopend en in de kofferbank troffen wij een tas van het merk Ortlieb Waterproof met dichte rits. Na het openmaken van de rits zagen wij, dat de tas gevuld was met plastic doorzichtige zakken met daarin kleinere sealzakje met vermoedelijk cannabis daarin van de hennepplant. Wij roken een sterke geur die wij ambtshalve herkennen als de geur van cannabis. Ook troffen wij in de kofferbak een boodschappentas van Albert Heijn aan. Wij zagen dat de tas gevuld was met doorzichtige lege plastic sealbags. Wij roken in deze lege sealbags een sterke geur die wij ambtshalve herkennen als de geur van cannabis.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het hof leest sealzakjes in de zinsnede ‘dat de tas gevuld was met plastic doorzichtige zakken met daarin kleinere sealzakje met vermoedelijk cannabis’</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold italic">4. Een geschrift, zijnde een Kennisgeving van inbeslagneming (artikel 94) met nummer PL1302-2014151369-11 van 20 juni 2014, opgesteld door rapporteur [verbalisant 4] [doorgenummerde pagina’s 44-46].</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inbeslagneming</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Plaats: [c-straat] , Amsterdam </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Datum: 19 juni 2014</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Goednummer: PL1302-2014151369-4780033</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inhoud: Inhoud tas bestaat uit zakken met zakjes met vermoedelijk cannabis </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bijzonderheden: Zwarte waterproof ortlieb tas</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Goednummer: PL1302-2014151369-4780064 </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Object: Zak</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inhoud: Albert Heijn tas met daarin lege zakken van ongeveer 40 bij 40 centimeter met daarin de ambtshalve bekende geur van cannabis</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold italic">5. Een geschrift, zijnde een Kennisgeving van inbeslagneming (artikel 94) met nummer PL1302-2014151369-15 van 20 juni 2014, opgesteld door rapporteur [verbalisant 2] [doorgenummerde pagina’s 49-50].</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inbeslagneming</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Plaats: [b-straat 1] , [postcode] Amsterdam </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Datum: 20 juni 2014</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslagene: [verdachte] Goednummer: PL1302-2014151369-4780058</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bijzonderheden: Aangetroffen tijdens de fouillering van de verdachte in diens zak.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Object: Verdovende mid (Hashish)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Naar het hof begrijpt is ten aanzien van de datum van inbeslagneming sprake van een kennelijke verschrijving, nu blijkens het onder 2 vermelde bewijsmiddel (proces-verbaal van bevindingen) de verdachte op 19 juni 2014 is aangehouden en gefouilleerd.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold italic">6. Een geschrift, zijnde een Kennisgeving van inbeslagneming (artikel 94 Sv) met nummer PL1302-2014151369-25 van 20 juni 2014, opgesteld door rapporteur [verbalisant 6] [doorgenummerde pagina 21].</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inbeslagneming</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Plaats: [a-straat 1] , [plaats] </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Datum: 19 juni 2014</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Goednummer: PL1302-2014151369-4780081 </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Object: Verdovende mid (Hennep)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bijzonderheden: Een witte ton met rode deksel vol met hennep</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold italic">7. Een geschrift, zijnde een Kennisgeving van inbeslagneming (artikel 94 Sv) met nummer PL1302-2014151369-26 van 20 juni 2014, opgesteld door rapporteur [verbalisant 6] [doorgenummerde pagina’s 53-54].</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inbeslagneming</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Plaats: [a-straat 1] , [plaats] </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Datum: 19 juni 2014</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Goednummer: PL1302-2014151369-4780082 </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Object: Verdovende mid (Hennep)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bijzonderheden: Een (1) witte ton met rode deksel vol met hennep</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold italic">8. Een geschrift, zijnde een rapport in de zaak contra de verdachte [verdachte] van 28 augustus 2014, BVH nummer 2014151369, opgesteld door [verbalisant 7] [doorgenummerde pagina 342]. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">4780033</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">4 dichtgeknoopte plastic zakken waarin 326 plastic zakjes met 444 g gedroogde plantendelen is hennep </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">4780058 subitems A en B</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A 11 plastic zakjes met 18,0 g gedroogde plantendelen is hennep </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">B 3 plastic zakjes met 4,85 g bruine substantie is hasjiesj</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">4780064 subitems A en B</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A 1 plastic zakje met 3,24 g gedroogde plantendelen is hennep </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">4780081 subitems A tot en met C</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">B diverse plastic zakken met 117 g gedroogde plantendelen is hennep </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">4780082</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3 plastic zakken met 1,51 kg gedroogde plantendelen is hennep</emphasis>” </para>
    </parablock>
    <para>De Opiumwet (Ow) luidde ten tijde van de bewezenverklaarde gedragingen, voor zover relevant:</para>
    <parablock>
      <para />
      <para> “<emphasis role="bold italic">Artikel 3</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het is verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C. aanwezig te hebben;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Artikel 11</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">1. Hij die handelt in strijd met een in artikel 3 gegeven verbod, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2. Hij die opzettelijk handelt in strijd met een in artikel 3 onder B, C of D, gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">6. Het tweede lid is niet van toepassing, indien het feit betrekking heeft op een hoeveelheid van hennep of hasjiesj van ten hoogste 30 gram.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Artikel 13</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">1. De in artikel 10, eerste lid, en artikel 11, eerste lid, strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2. De in de artikelen 10, tweede tot en met zesde lid, 10a, eerste lid, 11, tweede tot en met vijfde lid, 11a en 11b strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>” </para>
    </parablock>
    <para>Lijst II bij de Opiumwet luidde, voor zover relevant: </para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="bold italic">“International Non-proprietary Name (INN)</emphasis>
              </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="bold italic">andere benamingen</emphasis>
              </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="bold italic">nadere omschrijving</emphasis>
              </para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para>
      <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
    </para>
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="italic">-</emphasis>
              </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="italic">hasjiesj</emphasis>
              </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="italic">een gebruikelijk vast mengsel van de afgescheiden hars verkregen van planten van het geslacht Cannabis (hennep), met plantaardige elementen van deze planten</emphasis>
              </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="italic">-</emphasis>
              </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="italic">hennep</emphasis>
              </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="italic">elk deel van de plant van het geslacht Cannabis (hennep), waaraan de hars niet is onttrokken, met uitzondering van de zaden” </emphasis>
              </para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para>10. Artikel 11 lid 6 Ow bepaalt of de in het tweede lid van artikel 11 Ow bedoelde handelingen een misdrijf dan wel een overtreding opleveren; voor zover deze handelingen betrekking hebben op een hoeveelheid hennep van niet meer dan 30 gram zijn zij, ook in geval van opzet, niet ingevolge artikel 11 lid 2 Ow als misdrijf strafbaar, maar worden zij bestreken door het eerste lid van dit artikel.<footnote-ref linkend="_a527230a-637a-4da4-ab01-9ff38a2c10fb" /></para>
    <para />
    <para>11. De klacht veronderstelt een uitleg van artikel 11 lid 6 Ow die mij niet geheel logisch voorkomt. Iemand die bijvoorbeeld in het bezit is van zestig gram hennepproducten (“<emphasis role="italic">hennep of hasjiesj</emphasis>”, aldus artikel 11 lid 6 Ow) begaat één misdrijf, en niet twee overtredingen. Dan maakt het niet uit of de ene helft hennep is en de andere helft hasjiesj.<footnote-ref linkend="_d7cbde4e-35b9-43b0-b950-d1017022fcf6" /></para>
    <para />
    <para>12. De in cassatie naar voren gebrachte stelling dat de bewezenverklaring van het voorhanden hebben van de hasjiesj ten onrechte niet is aangemerkt als overtreding, stuit op het voorgaande af. In ’s hofs oordeel ligt immers besloten dat de twee onderdelen van het onder 1 (cumulatief) bewezenverklaarde hetzelfde feitencomplex beslaan, terwijl in feitelijke aanleg niet is aangevoerd dat dit hier anders ligt. </para>
    <para />
    <para>13. Het middel faalt in zoverre. Nu de overige deelklachten voortbouwen op het (onjuiste) uitgangspunt dat het voorhanden hebben van de hasjiesj een overtreding betreft, behoeven ze geen nadere bespreking. </para>
    <para />
    <para>14. Het middel faalt in al zijn onderdelen. </para>
    <para />
    <para>15. Het <emphasis role="underline">tweede middel</emphasis> klaagt dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden.</para>
    <para />
    <para>16. Blijkens de akte rechtsmiddel is namens de verdachte op 29 augustus 2018 beroep in cassatie ingesteld. De stukken van het geding zijn op 1 november 2019 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen. Dit betekent dat de inzendtermijn van acht maanden met ruim zes maanden is overschreden. Een voortvarende behandeling kan die overschrijding van de inzendtermijn niet meer compenseren. Het middel is dan ook terecht voorgesteld. Wegens de aard en hoogte van door het hof opgelegde straf behoeft het voorgaande niet tot strafvermindering te leiden, nu het hof een taakstraf heeft opgelegd van minder dan honderd uren.<footnote-ref linkend="_7a8ddfe7-6253-48e3-b15d-d4ffd894a49b" /> Volstaan kan worden met de constatering dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM is geschonden. </para>
    <para />
    <para>17. Het eerste middel faalt. Het tweede middel slaagt, maar kan niet tot cassatie leiden.  </para>
    <para />
    <para>18. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.</para>
    <para />
    <para>19. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad zal constateren dat de redelijke termijn is overschreden en het beroep voor het overige zal verwerpen. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De procureur-generaal</para>
      <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>AG</title>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_a527230a-637a-4da4-ab01-9ff38a2c10fb" label="1">
    <para> HR 7 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2812, rov. 2.5, onder verwijzing naar HR 31 mei 1994, ECLI:NL:HR:1994:AD2114, <emphasis role="italic">NJ</emphasis> 1994, 674. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d7cbde4e-35b9-43b0-b950-d1017022fcf6" label="2">
    <para> Vgl. <emphasis role="italic">Kamerstukken II</emphasis> 1974/75, 13407, nrs. 1-3, p. 17. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_7a8ddfe7-6253-48e3-b15d-d4ffd894a49b" label="3">
    <para> HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:20018:BD2578, <emphasis role="italic">NJ </emphasis>2008, 358, rov. 3.6.2 onder C. </para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>