<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2019:765</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-02T10:15:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2019-07-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/01413</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2019:1362" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2019:1362</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2019:765">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2019:765</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-01T10:58:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2019:765 Parket bij de Hoge Raad , 09-07-2019 / 18/01413</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2019:765:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Conclusie AG. Opzetheling. Middel behelst de klacht dat uit de bewijsvoering niet kan worden afgeleid dat de verdachte ten tijde van de verwerving van de auto wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. De AG stelt zich op het standpunt dat het middel slaagt en adviseert de Hoge Raad het bestreden arrest te vernietigen en de zaak terug te wijzen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2019:765:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>PROCUREUR-GENERAAL</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BIJ DE</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</title>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer	</emphasis>18/01413</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zitting </emphasis>9 juli 2019 (bij vervroeging)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>CONCLUSIE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>D.J.C. Aben</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte] ,</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,</para>
      <para>hierna: de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. De verdachte is bij arrest van 7 november 2017 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens “<emphasis role="italic">opzetheling</emphasis>”, veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van honderd uren, subsidiair vijftig dagen hechtenis. </para>
    <para />
    <para>2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. F.J.E. Hogewind, advocaat te Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld.</para>
    <para />
    <para>3. Het <emphasis role="underline">middel</emphasis> behelst de klacht dat uit de bewijsvoering niet kan worden afgeleid dat de verdachte ten tijde van de verwerving van de in de tenlastelegging genoemde Range Rover wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. </para>
    <para />
    <para>4. Ten laste van de verdachte heeft het hof bewezenverklaard dat: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“hij in de periode 6 december 2013 tot en met 7 januari 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een auto, zijnde een Range Rover Evoque met kenteken [kenteken] , heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van de auto wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. De bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Voor zover in de hierna opgenomen bewijsmiddelen wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit onderdelen van het in de wettelijke vorm opgemaakt stamproces-verbaal, nummer 26140156Z, opgemaakt door [verbalisant 1] , hoofdagent van Korps Landelijke Politiediensten, en gesloten op 5 november 2014, met de daarbij behorende bijlagen.</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">1. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van 16 december 2013 opgemaakt door [verbalisant 1] , hoofdagent van Korps Landelijke Politiediensten, voor zover inhoudende de verklaring van </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">aangeefster [aangeefster] namens de Rabobank [a-straat 1] te Utrecht (pagina 19)</emphasis>
        <emphasis role="italic">, zakelijk weergegeven:</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Als adviseur fraude van de afdeling Crisismanagement &amp; Fraudebestrijding van het Directoraat Toezicht van Rabobank Nederland ben ik uit hoofde van mijn functie bevoegd tot het doen van aangifte van strafbare feiten gepleegd tegen de Rabobank Groep.</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik wens aangifte te doen van oplichting, fraude, heling en/of opzetheling en witwassen. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vanaf de Rabobankbankrekening van [benadeelde] [rekeningnummer 1] is op 6 december 2013 om 16:12 u een bedrag overgemaakt van 37.950,- euro naar [A] , Rabobankrekeningnummer [rekeningnummer 2] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voor deze overboeking heeft [benadeelde] geen toestemming gegeven.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Middels het frauduleus overgeboekte bedrag is een Range rover Evoque met kenteken [kenteken] gekocht.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De auto is gekocht bij [A] te [plaats] .</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van 12 december 2013 opgemaakt door [verbalisant 2] , BOA domein generieke opsporing van Regiopolitie Midden en West Brabant, voor zover inhoudende de verklaring van </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">aangever [benadeelde] (pagina’s 35-36)</emphasis>
        <emphasis role="italic">, zakelijk weergegeven.</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik doe aangifte van oplichting. Doordat mij een mail werd gestuurd, die afkomstig leek van de Rabobank en waarin mij werd gevraagd op een link te klikken en zo mijn persoonlijke gegevens achter te laten, is er een bedrag van 37.950 euro van mijn rekening [rekeningnummer 1] afgeschreven. Als ik zou hebben geweten, dat een valse naam/valse hoedanigheid was aangenomen dan zou ik niet tot afgifte van mijn persoonlijke gegevens zijn overgegaan en had ik nooit op de mail gereageerd en niet op de link hebben geklikt.</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 9 december 2013 omstreeks 12:00 uur werd ik gebeld en kreeg ik een [betrokkene 1] van de Rabobank Tilburg en omstreken aan de telefoon. Deze [betrokkene 1] vertelde mij dat mijn rekening op naam van [benadeelde] was geblokkeerd. Er was een bedrag van 37.950 euro afgeschreven en dit geld was gebruikt voor de aankoop van een auto.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [betrokkene 1] vertelde mij dat de Rabobank op 7 december 2013 is gebeld door een autodealer, [A] te [plaats] , dat deze dealer een auto, een Range Rover Evoque, voorzien van kenteken [kenteken] had verkocht aan een mevrouw in Bloemendaal . Deze auto is op vrijdag 6 december 2013 bij [A] opgehaald.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bij het nakijken op de Rabobank rekening bleek dat het bedrag van 37.950 euro niet was afgeschreven op naam van de mevrouw waar hij de auto aan had verkocht maar van [benadeelde] te [plaats] . [A] heeft daarop direct contact gezocht met de Rabobank en deze hebben de rekening van [benadeelde] geblokkeerd</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal relatieschema van 27 februari 2014 opgemaakt door [verbalisant 1] , hoofdagent van Korps Landelijke Politiediensten, voor zover inhoudende </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">als relaas van verbalisant (pagina 70)</emphasis>
        <emphasis role="italic">, zakelijk weergegeven:</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 6 december 2013 werd het voertuig met kenteken [kenteken] middels phishing aangeschaft bij [A] te [plaats] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Uit het bevragingssysteem van de Rijksdienst voor wegverkeer blijkt dat het voertuig (hierna Range Rover) op 6 december 2013 op naam werd gezet van [betrokkene 2] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 9 december 2013 is de tenaamstelling van de Range Rover overgeschreven naar [betrokkene 3] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 10 december 2013 is de tenaamstelling van de Range Rover overgeschreven naar [verdachte] . </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">4. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering te weten een vertaling van een verhoor door de politie te Stockholm op 19 september 2014 van de daar gedetineerde </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">
          [betrokkene 3]
        </emphasis>
        <emphasis role="italic">, voor zover inhoudende </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">(pagina 214)</emphasis>
        <emphasis role="italic"> - zakelijk weergegeven -:</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [betrokkene 3] verklaarde dat hij geen idee heeft van wie de Range Rover met kenteken [kenteken] is en hij zegt dat hij gebruikt is door iemand die die auto op zijn naam heeft gezet. [betrokkene 3] zegt dat hem gevraagd werd of iemand de auto op zijn naam mocht zetten en daarna de auto van zijn naam halen. [betrokkene 3] zegt dat hij die auto nooit gekocht heeft. [betrokkene 3] zegt dat hij niet voor de Range Rover betaald heeft en geen Range Rover heeft verkocht.</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">5. De verklaring van </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">verdachte ter zitting van het hof</emphasis>
        <emphasis role="italic">, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven-:</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het klopt dat de Range Rover met het kenteken [kenteken] op 10 december 2013 op mijn naam was gezet. Ik had die auto tweedehands aangeschaft.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik heb de auto voor € 31.000,-- gekocht van ene [betrokkene 3] . Ik kende hem niet. Ik ben met hem in contact gekomen via het internet.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De Range Rover is contant betaald. Dat heb ik gedaan op 10 december 2013. Bij [de b-straat] te Amsterdam vond de overdracht plaats.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Het hof heeft de bewezenverklaring als volgt gemotiveerd:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“De inhoud van voormelde bewijsmiddelen leveren op de redengevende feiten en omstandigheden waarop na te melden bewezenverklaring steunt, dat verdachte het hem tenlastegelegde heeft begaan.</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het hof neemt daarbij in overweging dat uit de stukken blijkt dat verdachte een relatief korte tijd nadat via een phishingfraudeconstructie een Range Rover bij een garagebedrijf was verworven, die auto op zijn naam heeft laten zetten. Betrokkenheid van verdachte bij de phishingfraude is niet komen vast te staan. Dit is ook niet tenlastegelegd.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gelet echter op het feit dat de - redelijk dure - auto onder verdachte omstandigheden werd gekocht en afgeleverd, te weten zonder de gebruikelijke papieren zoals een factuur, kwitantie en garantiebewijs of enig ander bewijs van aankoop, op een ongebruikelijke plaats, terwijl de verdachte alleen een naam van de verkoper kende, zonder enig onderzoek naar de persoon van de verkoper of de historie en technische staat van de auto, is verdachte naar het oordeel van het hof tekort geschoten in zijn onderzoeksverplichting. Het enkel stellen van de vraag waarom de auto werd verkocht acht het hof onvoldoende om vast te stellen dat verdachte wel aan die onderzoeksplicht heeft voldaan. Degene die “op papier” de verkoper van de auto was heeft verklaard dat hij is gebruikt als “katvanger”.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Door zo te handelen heeft verdachte op zijn minst de aanmerkelijke kans aanvaard dat de auto van misdrijf afkomstig was.</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het verweer van de raadsman betreffende de betrouwbaarheid van de verklaring die [betrokkene 3] heeft afgelegd wordt verworpen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van die verklaring, afgelegd met bijstand van een tolk, te twijfelen.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. In de toelichting op het middel wordt onder meer geklaagd dat het hof het oordeel dat de verdachte op zijn minst de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de auto van misdrijf afkomstig is heeft doen steunen op omstandigheden die niet uit de bewijsmiddelen blijken. Evenmin is aangeduid aan welk wettig bewijsmiddel het hof die omstandigheden heeft ontleend. </para>
    <para />
    <para>8. Indien het gaat om feiten of omstandigheden die door de rechter redengevend worden geacht voor de bewezenverklaring, dient de rechter die zich beroept op bepaalde niet in de bewijsmiddelen vermelde gegevens, met voldoende mate van nauwkeurigheid in zijn bewijsoverweging</para>
    <parablock>
      <para>(i) die feiten of omstandigheden aan te duiden, en</para>
      <para>(ii) het wettige bewijsmiddel aan te geven waaraan die feiten of omstandigheden zijn ontleend.<footnote-ref linkend="_b77f6bea-0e48-4c87-96ad-d3bb4a200676" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para>9. Het hof heeft blijkens zijn onder randnummer 6 weergegeven bewijsoverweging voor het bewijs van het opzet van de verdachte mede redengevend geacht dat hij de auto onder verdachte omstandigheden heeft gekocht, te weten zonder de gebruikelijke papieren zoals een factuur, kwitantie, garantiebewijs of enig ander bewijs van aankoop, terwijl de verdachte bovendien geen enkel onderzoek had verricht naar de persoon van de verkoper of de historie en technische staat van de auto. Genoemde omstandigheden zijn echter niet uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen af te leiden terwijl het hof in zijn overweging evenmin met voldoende mate van nauwkeurigheid heeft aangegeven aan welk wettig bewijsmiddel die feiten en omstandigheden zijn ontleend. De klacht is terecht voorgesteld. </para>
    <para />
    <para>10. Het middel slaagt. </para>
    <para />
    <para>11. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.</para>
    <para />
    <para>12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De procureur-generaal</para>
      <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>AG</title>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_b77f6bea-0e48-4c87-96ad-d3bb4a200676" label="1">
    <para> HR 24 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7985, <emphasis role="italic">NJ </emphasis>2004/165 m.nt. J.M. Reijntjes. Zie recentelijk nog: HR 18 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:846.</para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>