<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2019:614</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-18T00:00:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2019-06-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/01222</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2019:1347" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2019:1347</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2019:614">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2019:614</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-17T09:21:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2019:614 Parket bij de Hoge Raad , 18-06-2019 / 18/01222</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2019:614:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Conclusie AG. Motiveringsklacht. Het bewezenverklaarde opzettelijk telen van hennep en diefstal van elektriciteit kan niet zonder meer uit de bewijsmiddelen worden afgeleid, mede vanwege het feit dat het hof aanneemt dat er aanwijzingen zijn voor de betrokkenheid van anderen dan de verdachte. Conclusie strekt tot vernietiging.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2019:614:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        <emphasis role="bold">PROCUREUR-GENERAAL</emphasis>
      </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">BIJ DE</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Nummer	</emphasis>18/01222</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Zitting </emphasis>18 juni 2019 (bij vervroeging)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">CONCLUSIE</emphasis> </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>D.J.C. Aben</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>In de zaak</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [verdachte] ,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,</para>
    <para>hierna: de verdachte.</para>
  </parablock>
  <para>1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft de verdachte bij arrest van 6 maart 2018 wegens 1 primair “<emphasis role="italic">opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod</emphasis>” en 2 primair <emphasis role="italic">“diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak”</emphasis>, veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand, met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen vervangende hechtenis. Tevens heeft het hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander zoals vermeld in het bestreden arrest.</para>
  <para>2. Er bestaat samenhang met de zaak 18/01218. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.</para>
  <para>3. Namens de verdachte is tijdig beroep in cassatie ingesteld. Mr. V.P.J. Tuma, advocaat te Amersfoort, heeft één middel van cassatie voorgesteld.</para>
  <para>4. Het <emphasis role="underline">middel</emphasis> behelst de klacht dat de bewezenverklaring van het onder 1 primair en onder 2 primair tenlastegelegde niet uit de bewijsmiddelen kan volgen.</para>
  <para>5. Ten laste van de verdachte heeft het hof bewezen verklaard dat:</para>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">“</emphasis>
      <emphasis role="underline italic">Feit 1 primair</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">zij in de periode van 8 juni 2015 tot 18 augustus 2015 te Enschede, opzettelijk heeft geteeld in een pand aan de [a-straat 1] een hoeveelheid van 378 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline italic">Feit 2 primair</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">zij in de periode van 8 juni 2015 tot en met 18 augustus 2015 te Enschede, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan Enexis , waarbij verdachte die weg te nemen elektriciteit onder haar bereik heeft gebracht door middel van braak.”</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para>6. De bewezenverklaring van het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde steunt op de volgende bewijsmiddelen:</para>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">“1. Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] , hoofdagent van politie, opgemaakt proces-verbaal, genummerd PL0600-201540297-1, gedateerd 27 juni 2016, dossierpagina 1-5, voor zover inhoudende als </emphasis>
      <emphasis role="bold italic">relaas en/of bevindingen van voornoemde verbalisant,</emphasis>
      <emphasis role="italic"> zakelijk weergegeven:</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">Op 18 augustus 2015 stelde ik een onderzoek in op het adres [a-straat 1] te Enschede. Het bleek dat op genoemd adres een hennepkwekerij aanwezig was, waarvan de planten kennelijk waren geoogst.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">In kweekruimte 1 stonden 126 vierkante kunststof kweekpotten. Elke kweekpot was gevuld met potaarde en zat een restant in van een hennepplant.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">In kweekruimte 2 stonden 126 vierkante kunststof kweekpotten. Elke kweekpot was gevuld met potaarde en zat een restant in van een hennepplant.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">In kweekruimte 3 stonden 126 vierkante kunststof kweekpotten. Elke kweekpot was gevuld met potaarde en zat een restant in van een hennepplant.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">Ik constateerde op grond van mijn kennis en ervaring opgedaan bij eerdere ontmantelingen van hennepkwekerijen dat het hennepplanten waren.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">De stroomvoorziening van de hennepkwekerij is onderzocht door de fraude-inspecteur bij de netwerkbeheerder Enexis . Hierbij werd geconstateerd dat de stroomvoorziening ten behoeve van de kwekerij illegaal werd afgenomen.</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">
        [betrokkene 1] is eigenaar van de woning [a-straat 1] .</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">
        [verdachte] was volgens het door [betrokkene 1] aangeleverde huurcontract huurder van de woning [a-straat 1] te Enschede.</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. De aangifte van Enexis B.V.</emphasis>, opgemaakt door [betrokkene 2] , medewerker Beheersen Netverlies Enexis B.V., gedateerd 24 augustus 2015, dossierpagina 16- 18, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op verzoek van politieambtenaar [verbalisant 2] is op 18 augustus 2015 door de fraude-inspecteur van Enexis B.V. een onderzoek ingesteld naar de meetinrichting in perceel [a-straat 1] te Enschede</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De fraude-inspecteur constateerde op 18 augustus 2015 verboden handelingen aan de elektriciteitsinstallatie en trof het volgende aan: illegale aftakking gemaakt op de aansluitkabel binnen. Door de manipulatie werd afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepplantage niet correct via de elektriciteitsmeter geregistreerd.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De fraudespecialist en de eerder genoemde politieambtenaar hebben aan de hand van indicatoren vastgesteld dat er sprake is geweest van 1 volledige kweek van 63 dagen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">3. Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] , hoofdagent van politie, opgemaakt proces-verbaal, genummerd PL0600-2015402927-1, gedateerd 27 juni 2016, dossierpagina 55-61, voor zover inhoudende </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">als relaas en/of bevindingen van voornoemde verbalisant</emphasis>
        <emphasis role="italic">, zakelijk weergegeven:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ontnemingsperiode: van 8 juni 2015 tot 18 augustus 2015. Deze periode beslaat 10 weken. Op 18 augustus 2015 werd door mij een reeds geoogste hennepkwekerij aangetroffen aan de [a-straat 1] . Omdat niet precies valt vast te stellen wanner de hennepplanten geoogst zijn, heb ik de einddatum van de ontnemingsperiode vastgesteld op 18 augustus 2016.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gemiddelde kweekcyclus is volgens rapport BOOM </emphasis>(het hof begrijpt: het rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerijen onder kunstlicht’ van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie van 1 november 2010<emphasis role="italic">) 10 weken Het is aannemelijk dat sprake is geweest van één eerdere oogst.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">4. Het als bijlage bij het in de wettelijke vorm dóór [verbalisant 3] , hoofdagent van politie, opgemaakt hoofdproces-verbaal, genummerd PL0600- 2015402927, gedateerd 27 oktober 2016, gevoegde </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">huurcontract</emphasis>
        <emphasis role="italic">, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verhuurder: [betrokkene 1]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Huurder: [verdachte] </emphasis>(het hof begrijpt: [verdachte] )<emphasis role="italic">  , [b-straat 1] te Enschede</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Adres gehuurde: [a-straat 1] te Enschede</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De ingangsduur van de overeenkomst is 01-04-2015.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De einddatum van de overeenkomst is 01-04-2016.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aldus voor bepaalde tijd overeengekomen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Enschede, 30-3-2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">5. Het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] , hoofdagent van politie, opgemaakt proces-verbaal, genummerd PL0600-2015402927-14, gedateerd 27 oktober 2015, dossierpagina 51-52, voor zover inhoudende als </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">verklaring van verdachte</emphasis>
        <emphasis role="italic">, zakelijk weergegeven:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik ben [verdachte] en ik woon aan de [b-straat 1] te Enschede. Ik heb het huurcontract getekend van de [a-straat 1] .</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title />
    <para>
      <emphasis role="bold">6. De kennisgeving van inbesslagneming</emphasis>, gedateerd PL0600-2015402927-2, gedateerd 18 augustus 2015, dossierpagina 34-38, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Inbeslagneming</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">7. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 4] , forensisch onderzoeker en buitengewoon opsporingsambtenaar van politie, genummerd PL0600-2015402927-11, gedateerd 30 september 2015, voor zover inhoudende als </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">relaas en/of bevindingen van voornoemde verbalisant</emphasis>
        <emphasis role="italic">, zakelijk weergegeven:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 30 september 2015 werd door mij een forensisch onderzoek naar biologische sporen verricht aan sporendragers in verband met het aantreffen van het vervaardigen softdrugs op 17 </emphasis>(het hof begrijpt: 18)<emphasis role="italic"> augustus 2015 aan de [a-straat 1] te Enschede.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Sporendragers</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik zag dat sporendrager met SIN AAGW0702NL een rietje betrof. Ik heb deze sporendrager bemonsterd op de mogelijke aanwezigheid van speeksel.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Biologische sporen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">8. Het </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">rapport ‘DNA-onderzoek aan een referentiemonster van een veroordeelde’</emphasis>
        <emphasis role="italic"> van het Nederlands Forensisch Instituut van 17 juli 2017, opgemaakt door ing. A.P.M. van Dijk, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aan het referentiemonster wangslijmvlies RABM8595NL van de veroordeelde [verdachte] is DNA-onderzoek verricht. Van het DNA in dit referentiemonster is een DNA-profiel verkregen. Het DNA-profiel RABM8595NL van de veroordeelde [verdachte] is op 13 juli 2017 opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken en wordt sindsdien vergeleken met de daarin aanwezige DNA-profielen. Bij deze vergelijking is één match gevonden. Deze matchende DNA-profielen zijn geregistreerd onder DNA-profielcluster 40423.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bovenstaande betekent dat DNA in het sporenmateriaal met het identiteitszegel AAIW3340NU01, uit DNA-profielcluster 40423, afkomstig kan zijn van de veroordeelde [verdachte] .</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">DNA-profielcluster 40423</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. In het bestreden arrest heeft het hof bovendien onder het kopje ‘Overweging met betrekking tot het bewijs’ het volgende overwogen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Het hof is van oordeel dat het door de raadsman van verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van het aangetroffen DNA-materiaal van verdachte overweegt het hof nog het volgende. De omstandigheid dat dit DNA-materiaal op een verplaatsbaar object - te weten een rietje - is aangetroffen, doet in dit verband niet af aan de bewijskracht ervan, gelet op de plaats van het aantreffen van het rietje, te weten in één van de kweekruimtes, en het ontbreken van een plausibele verklaring van verdachte hieromtrent. Dat, zoals de raadsman niet onderbouwd heeft gesuggereerd, het rietje zou kunnen zijn achtergebleven tijdens de bezichtiging van het pand terwijl verdachte daarna nooit meer in het pand is geweest, acht het hof niet aannemelijk, alleen al vanwege de plaats waar dat rietje is aangetroffen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hoewel er aanwijzingen zijn dat er één of meer anderen betrokken is of zijn geweest bij de aangetroffen hennepkwekerij, heeft het hof geen duidelijkheid verkregen in welke mate dat het geval is geweest en waaruit de betrokkenheid van die ander of anderen dan zou hebben bestaan, zodat het hof niet bewezen acht dat verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde tezamen en in vereniging met één of meer anderen heeft gepleegd.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. In de toelichting betoogt de steller van het middel dat de enkele omstandigheid dat in de kweekruimte een rietje is aangetroffen met daarop DNA-materiaal van de verdachte, onvoldoende is om tot de bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten te komen. Volgens de steller van het middel is er geen ander ondersteunend bewijsmiddel waaruit kan worden afgeleid dat de verdachte betrokken is geweest bij het telen van hennep en de diefstal van elektriciteit. </para>
    <para />
    <para>9. Uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat in het pand aan de [a-straat 1] te Enschede op 18 augustus 2015 een hennepkwekerij is aangetroffen (bewijsmiddel 1), ten behoeve waarvan de elektriciteit illegaal werd afgenomen (bewijsmiddel 2). De verdachte huurde dit pand vanaf 1 april 2015 (bewijsmiddel 1, 4 en 5). Bovendien is in de kweekruimte een rietje aangetroffen met daarop celmateriaal waarvan mag worden aangenomen dat het van de verdachte afkomstig is (bewijsmiddel 6, 7 en 8). Verder heeft het hof vastgesteld dat er weliswaar aanwijzingen zijn dat één of meer anderen betrokken is of zijn geweest bij de aangetroffen hennepkwekerij, echter het hof heeft geen duidelijkheid verkregen in welke mate dat het geval is geweest en waaruit de betrokkenheid van die ander of anderen zou hebben bestaan. Het hof heeft de verdachte daarom vrijgesproken van het tenlastegelegde medeplegen. </para>
    <para />
    <para>10. Indien de feitelijke vaststellingen van het hof erop duiden dat ook anderen dan de verdachte bij het feit betrokken zijn geweest, vereist het oordeel van het hof dat de verdachte die feiten niettemin zelf pleegde doorgaans onderbouwing.<footnote-ref linkend="_02fe70ba-6110-4729-95f7-bcb377420b8b" /> Uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen kan niet worden afgeleid dat de verdachte zelf opzettelijk hennep heeft geteeld en elektriciteit heeft gestolen. De enkele omstandigheid dat de verdachte het pand waarin de hennepkwekerij is aangetroffen huurde, biedt onvoldoende aanknopingspunt voor de aanname dat de verdachte zelf betrokken is geweest bij het telen van de hennep en de diefstal van elektriciteit. Het laat de mogelijkheid open dat de verdachte enkel gelegenheid heeft gegeven aan een ander of anderen om in de door haar gehuurde woning hennep te telen. Ook de omstandigheid dat in de kweekruimte DNA-materiaal van de verdachte is aangetroffen op een rietje is onvoldoende om te kunnen concluderen dat het de verdachte zelf is geweest die de hennep heeft geteeld en de elektriciteit heeft gestolen. Daaruit kan immers slechts worden afgeleid dat de verdachte (op enig moment) in de hennepkwekerij aanwezig is geweest maar niet dat de verdachte ook daadwerkelijk telingshandelingen heeft verricht.<footnote-ref linkend="_6e65b044-6623-4571-9ef3-8ac6b558f8b1" /> Aldus is de bewezenverklaring van het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde niet naar de eis der wet met redenen omkleed.</para>
    <para />
    <para>11. Het middel slaagt. </para>
    <para />
    <para>12. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.</para>
    <para />
    <para>13. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden opdat de zaak op het bestaande beroep opnieuw zal worden berecht en afgedaan. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De procureur-generaal</para>
      <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>AG</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_02fe70ba-6110-4729-95f7-bcb377420b8b" label="1">
    <para> Vgl. de (tot verwerping strekkende) conclusie van mijn ambtgenoot Hofstee d.d. 29 augustus 2017 voorafgaand aan HR 3 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2534 (art. 81 RO). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_6e65b044-6623-4571-9ef3-8ac6b558f8b1" label="2">
    <para> Dat lag bijvoorbeeld anders in de zaak waarin ik concludeerde op 21 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:528, en waarin de Hoge Raad nog uitspraak zal moeten doen. In die zaak waren de vingersporen van de verdachte in de kweekruimte op een weegschaal en een vuilniszak aangetroffen. Het oordeel van het hof dat de aangetroffen vingersporen in directe relatie stonden tot de exploitatie van de hennepkwekerij achtte ik niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat deze dactyloscopische sporen waren aangetroffen op goederen die in verband konden worden gebracht met het kweken van hennep en waren aangetroffen in een ruimte waarin zich ook (en uitsluitend) allerlei andere goederen bevonden die kennelijk bestemd waren voor het gebruik ten behoeve van de hennepkwekerij. Tevens kon uit de gebezigde bewijsmiddelen worden afgeleid dat getuigen de verdachte regelmatig bij de woning hebben gezien, voor het laatst nog enkele weken voordat de hennepkwekerij werd ontdekt.</para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>