<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2019:130</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-10T00:00:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2019-02-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">17/04615</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2019:541" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2019:541, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2019:130">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2019:130</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-09T10:25:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2019:130 Parket bij de Hoge Raad , 19-02-2019 / 17/04615</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2019:130:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Conclusie AG. Hennepteelt. Slagende klacht inzake uos. Het door de verdediging gevoerde betrouwbaarheidsverweer kan bezwaarlijk anders worden gezien dan als een uos. Het hof is hiervan afgeweken maar heeft – in strijd met artikel 359 lid 2, tweede volzin, Sv – niet in het bijzonder de redenen opgegeven die daartoe hebben geleid. AG gaat tevens in op de vraag of de verdachte een in rechte te respecteren belang heeft bij zijn klacht. Conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest. Samenhang met 17/18/01265 en 18/01277 (niet gepubliceerde peek).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2019:130:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <informaltable>
    <tgroup cols="2">
      <colspec colname="colA" />
      <colspec colname="colB" />
      <tbody>
        <row>
          <entry>
            <para>Nr. 17/04615</para>
            <para>Zitting: 19 februari 2019</para>
            <para>(bij vervroeging)</para>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para>
              <emphasis role="underline">Mr. D.J.C. Aben</emphasis>
            </para>
            <para>Conclusie inzake:</para>
            <para>
              <emphasis role="underline">
                [verdachte] </emphasis>
            </para>
          </entry>
        </row>
      </tbody>
    </tgroup>
  </informaltable>
  <para />
  <para>1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft de verdachte bij arrest van 11 september 2017 wegens 1. "<emphasis role="italic">opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod</emphasis>", 2. “<emphasis role="italic">diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking</emphasis>”, 3. “<emphasis role="italic">medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod</emphasis>" en 4. “<emphasis role="italic">diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking</emphasis>” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met aftrek als bedoeld in artikel 27 en artikel 27a Sr.</para>
  <para />
  <para>2. Er bestaat samenhang met de zaken 18/01265 en 18/01277. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.</para>
  <para />
  <para>3. Namens de verdachte is tijdig beroep in cassatie ingesteld. Mr. J.C. Reisinger, advocaat te Utrecht, heeft één middel van cassatie voorgesteld.</para>
  <para />
  <para>4. Het middel klaagt over de ontoereikende verwerping van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt in de zin van artikel 359 lid 2 Sv, te weten een beroep op de onbetrouwbaarheid van de voor het bewijs van feit 3 en 4 gebezigde verklaringen van de getuige [betrokkene 1] .</para>
  <para />
  <para>5. Ten laste van de verdachte is (onder meer) bewezenverklaard dat:</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">“3. hij in de periode van 13 juli 2011 tot en met 15 februari 2012 te Vleuten, gemeente Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk heeft geteeld (in een woning aan de [a-straat 1] ), een hoeveelheid hennepplanten, zijnde hennep een middel als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">4. hij in de periode van 13 juli 2011 tot en met 15 februari 2012 te Vleuten, gemeente Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan Stedin, waarbij verdachte en zijn mededader het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking.”</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <para>6. De bewezenverklaring van feit 3 en 4 steunt, voor zover voor de bespreking van het middel relevant, op de volgende bewijsmiddelen:</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">“(…)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold italic">7. Het proces-verbaal van verhoor, nummer PL091A 2012036312-5 (pagina’s 109 t/m 113), in de wettelijke vorm opgemaakt op 16 februari 2012 door [verbalisant 1] , brigadier van politie, inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [verdachte] :</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">V: Vraag </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Antwoord </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">O: Opmerking</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">O: In het huis van [betrokkene 1] is een hennepplantage aangetroffen.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">V: Heb jij de sleutels van de woning van [betrokkene 1] ?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ja, die heb ik gekregen van [betrokkene 1] .</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold italic">10. Het proces-verbaal van verhoor, nummer PL091A 2012035043-29 (pagina’s 114 t/m 118), in de wettelijke vorm opgemaakt op 14 februari 2012 door [verbalisant 1] , brigadier van politie, inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [betrokkene 1] :</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">V: Vraag verbalisanten </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Antwoord verdachte</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">V: Waar woon je of sta je ingeschreven?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ik sta ingeschreven op het adres [a-straat 1] te Vleuten. Ik woon daar alleen.</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold italic">11. Het proces-verbaal van verhoor, nummer PL0910 2012036312-4 (pagina’s 119 t/m 123), in de wettelijke vorm opgemaakt op 16 februari 2012 door [verbalisant 2] , hoofdagent van politie, en [verbalisant 1] , brigadier van politie, inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [betrokkene 1] :</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">V=vraag verbalisanten </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A=antwoord verdachte </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">O=opmerking verbalisanten</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">O: We hebben een hennepkwekerij in jouw woning aangetroffen.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">V: Wat wil je daar over verklaren.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ik weet wel dat het er staat, maar het is in opdracht van.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">V: Dat wat er staat?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Hennepplantage, het zijn wietplanten, ik dacht ongeveer 450. Ze staan op de eerste verdieping, in meerdere kamers.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">V: In opdracht van wie is dat dan?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Van een vriend van mij, ik kan beter niet vertellen van wie, want ja, straks lig ik tussen zes plankjes.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">V: Vanaf wanneer huur je de woning op de [a-straat 1] ?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Vanaf maart 2011, maar ik huur het voor die vrienden van mij, want die zijn in totaal met elf mensen.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">V: Maar wie zijn die vrienden dan?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ja, hij heeft een straf open staan en wil niet dat hij het land uit gezet wordt ofzo.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">V: Heb je het dan over [verdachte] ?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ja.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">V: Je hebt die hennep dus staan in opdracht van [verdachte] ?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ja.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">O: Er is te zien dat de hennep al vanaf juni gestart is, klopt dat?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ja, vanaf juni, de eerste oogst was in augustus en toen in november ongeveer en nu net twee weken geleden.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">V: Wie heeft de plantage in juni opgebouwd?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Dat waren twee mensen. Ik weet dat [verdachte] er veel geld mee verdiende en dat dat geld naar Italië ging.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">V: Maar waarom heb jij een kwekerij in je huis waar je niks aan verdient en waar [verdachte] er met het geld vandoor gaat?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ik heb de woning op de [a-straat 1] in eerste instantie gehuurd voor [verdachte] , omdat hij met heel veel mensen in een woning woonde. Maar [verdachte] huurde toen ook een woning op de [a-straat 2] , dus toen kwam er hennep in mijn woning.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">V: Heb jij geholpen met de opbouw van de hennepplantage?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: ja.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">V: Heb jij materialen gekocht voor de hennepplantage?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ja, een gedeelte.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">V: Betaalde je dat zelf?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ja, ik betaalde alles. Ik kreeg dan contant geld terug.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">V: Heb jij geholpen bij de oogst?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ja, samen met hele volksstammen uit Albanië.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">V: Hoe kwamen die mensen bij jouw woning dan?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ze reden met [verdachte] mee.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">V : Wat had [betrokkene 2] er mee te maken?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ze heeft twee keer mee geknipt.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">V: Weet jij hoeveel het opgebracht heeft?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ik weet dat er bij de eerste oogst iets van 11 kilo uit is gekomen en de tweede maar 3 kilo. Dat was dus te weinig en toen kwam die derde kamer erbij. De laatste oogst was 13 kilo.</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold italic">12. Het proces-verbaal van verhoor, nummer PL0910 2012036312-6 (pagina’s 138 t/m 141), in de wettelijke vorm opgemaakt op 16 februari 2012 door [verbalisant 2] , hoofdagent van politie, en [verbalisant 1] , brigadier van politie, inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [betrokkene 2] :</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">V: vraag </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: antwoord </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">O: opmerking</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">V: Ken jij een jongen die [betrokkene 1] heet?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ja, ik ken hem wel, maar niet zo goed.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">V: [betrokkene 1] zegt dat jij in zijn huis wel eens hennep geknipt hebt, klopt dat? </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ja, dat is waar.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">V: Wanneer was dat?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Dat weet ik niet meer, iets van een maand geleden.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">V: Van wie waren die hennepplanten?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Voor zover ik weet woont alleen [betrokkene 1] daar. Ik ben daar met [verdachte] geweest.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">V: Heeft [verdachte] ook mee geknipt?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ja</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">V: Dus alleen [betrokkene 1] en [verdachte] waren in de woning toen je daar ging knippen?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ja, dat klopt.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">V: Heb jij betaald gekregen voor het knippen van de wietplanten?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ja, [verdachte] hielp mij ook aan werk, dus ik vond dat ik hem ook moest helpen.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">V: Van wie waren die plantjes nou, van [betrokkene 1] of van [verdachte] ?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Dat weet ik niet, maar naar mijn idee zijn ze van hun allebei.”</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <para>7. Blijkens de aan het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep d.d. 28 augustus 2017 gehechte pleitnota heeft de raadsman van de verdachte aldaar (onder meer) het volgende aangevoerd:</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">“(…)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">2.Telen is kweken, aldus de Van Dale. Teelt is dat wat voortgebracht is; de kweek. Ik leid hieruit af dat telen het gehele kweekproces omvat. In die zin komt het dan ook een zelfstandige betekenis toe naast het "bewerken" dat cliënt ook ten laste is gelegd. Bewerken kan kortstondig van aard zijn, "even" planten bemesten, water geven, knippen etc... Telen impliceert méér dan dat: het gaat om het van de grond af aan opbouwen van een gewas, in dit geval: de hennep.</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">3. Cliënt ontkent ten stelligste zijn betrokkenheid bij dat telen (c.q. uitbaten) van de kwekerij die in 2011 is aangetroffen in het pand aan de [a-straat 1] . Bij herbestudering van het dossier blijft de verdediging diezelfde mening toegedaan. Anders dan in eerste aanleg zal ik nu niet betogen dat geen sprake kan zijn van voldoende wettig bewijs; de strenge koers die de Hoge Raad daaromtrent vaart is mij bekend. Als enkel onderdeel van de tenlastelegging hoeft "telen" niet "dubbel gedekt" te worden door bewijsmiddelen. De verklaring van medeverdachte [betrokkene 1] zou dus genoeg kunnen zijn voor wettig bewijs.</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">4. Maar voor overtuigend bewijs, is wat de verdediging betreft echt geen plaats omdat de verklaring van medeverdachte, én getuige, [betrokkene 1] gewoon onbetrouwbaar is gebleken. Immers:</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">a. Vooropgesteld moet worden dat hij getuige en tevens medeverdachte is, reden waarom hij sowieso al een eigen belang heeft (zoals het afschuiven van de schuld);</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">Nota bene, daar lijkt ook alle reden toe aangezien de woning op [a-straat 1] de woning van [betrokkene 1] betreft.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">Nota bene 2, voornoemde reden tot grote terughoudendheid bij het gebruik van verklaringen van medeverdachten is ook voor het Europese Hof reden om extra oplettend om te gaan met de verklaring van medeverdachte(n) (EHRM 4 december 2014, nr. 16412/06 (Aleksandr Valeryevich Kazakov vs. Rusland) en extra zorg/ bewijs te verlangen als de zaak staat of valt met dergelijk (getuigen)bewijs.</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">b. Het verhaal zelf, dat [betrokkene 1] de politie vertelt, is vervolgens ook nog eens zeer vreemd en o priori ongeloofwaardig. Zo zou hij de huur en opbouwkosten voor de kwekerij voorschieten (als hij het al terugbetaald heeft gekregen, want daarover is de getuige ook niet altijd even duidelijk), maar zelf zou hij niks verdienen met de kwekerij?! Zelf moet hij rondkomen van zijn inkomsten als vrachtwagenchauffeur, maar heeft in dat jaar (2011) nog wel genoeg contant geld (€ 5.500) om een nieuwe auto te kopen?</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">c. Als verklaring geeft [betrokkene 1] dat cliënt "er een paar zou hebben omgelegd". Daar blijkt nergens iets van uit het dossier. Integendeel, [betrokkene 1] noemt hem eerder een vriend. Maar zeker gelet op het gemak waarmee de getuige in alle latere verhoren cliënt de schuld geeft, lijkt die angst wel mee te vallen. De getuige kan er - desgevraagd bij de RC - ook niets zinnigs over melden. In de ogen van cliënt betrekt hij wel heel erg makkelijk de slachtofferpositie en doet dit geen recht aan het eigen aandeel van [betrokkene 1] . In elk geval is er minstgenomen reden om te twijfelen aan zijn geloofwaardigheid en betrouwbaarheid, hetgeen al reden zou moeten zijn om de verklaring terzijde te leggen.</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">Maar ook inhoudelijk kunnen de verklaringen van [betrokkene 1] niet kloppen.</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">d. Zo zegt hij in een verhoor bij de politie dat hij het pand aan de [a-straat 1] gehuurd heeft voor [verdachte] , terwijl hij eerder in datzelfde verhoor nog zegt te hebben gehuurd voor (elf!) vrienden (p 120);</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">e. In zijn eerste verhoor bij de politie stelt hij verder dat hij niet eerder geknipt heeft (p 116), terwijl hij in zijn tweede verhoor zegt wél te hebben geholpen bij het eerdere oogsten (p 121) en bij zijn aanhouding ontkende hij zelf in eerste instantie!;</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">f. Bij de RC weet hij niet eens meer van de plaats waar hij is aangehouden en legt hij een grote mate van vergeetachtigheid en weigerachtigheid aan de dag als hem kritische vragen worden gesteld, uiteindelijk zwijgt hij zelfs helemaal en beroept hij zich op zijn verschoningsrecht bij vragen van de verdediging. Dat mag uiteraard, maar spreekt niet voor zijn geloofwaardigheid;</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">g. Zo weet hij bijvoorbeeld niet meer of hij meer gedaan heeft dan (bouw)spullen kopen en helpen bij de opbouw, terwijl hij bij de politie nog uitgebreid heeft verklaard over het knippen (p 116) en het oogsten en de opbrengsten (p 120 ev)</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">h. Verder spreekt hij zich bij de RC tegen doordat hij zegt dat er opeens een kwekerij was "toen ik terug kwam" (van een internationale vracht), terwijl hij bij de politie aangaf meegeholpen te hebben bij het bouwen (p 120)</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">i. Die kwekerij zou hem ook verrast hebben, terwijl hij bij de politie nog uitgebreid verklaard over de kennelijke reputatie van cliënt (p 120) en moet hij zich bij de RC in bochten wringen om uiteindelijk de politie de schuld te geven van een verkeerde uitleg aan zijn woorden;</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">j. Ter terechtzitting in eerste aanleg wordt het nog mooier, dat heeft hij - klaarblijkelijk - herinneringen hervonden want dan zegt hij dat hij cliënt zelfs elke dag heeft gezien in het pand aan de [a-straat 1] . Kennelijk kwam [betrokkene 1] daar ook elke dag? Terwijl hij bij de RC nog vertelde dat hij "het grootste deel" in het buitenland was, soms voor meerdere weken! Vgl. p 116 bij de politie: soms drie keer per week in het pand, soms een hele tijd niet;</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">k. Wat betreft de opbrengsten van de kwekerij bij de politie eerst dat hij geen idee heeft over de opbrengst van de oogst, waarna hij doodleuk ingaat op het aantal kilo's en aantal keer dat geoogst is en welke kweekruimtes daarbij gebruikt werden - hij weet dus duidelijk van de hoed en de rand (vgl. kweekschema's in woning).</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">5. Hieruit volgt: [betrokkene 1] probeert zijn eigen straatje schoon te vegen met een volstrekt ongeloofwaardige en inconsistente verklaring waarin hij cliënt wijst als zijn opdrachtgever, zodat hij onder hem komt te staan in hiërarchie en zich de slachtofferrol kan toemeten. Een aanwijzing is ook de bereidheid waarmee hij de politie wat extra wil plezieren door te zeggen dat hij nog wel wat extra informatie over 'harddrugspanden' heeft (p 122); iets wat de politie kennelijk gelaten aanhoort en dat zegt al genoeg!</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">6. De objectieve aanwijzingen zeggen bovendien ook genoeg:</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">a. De woning is van [betrokkene 1]</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">b. Uit (forensisch of tactisch) politieonderzoek volgt geen bewijs dat cliënt verantwoordelijk is te houden voor de aanleg van de kwekerij in [a-straat 1] , terwijl daar wél onderzoek naar is gedaan (oa DNA)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">c. Onderzoek van Stedin levert daaromtrent niets belastend op ten aanzien van cliënt</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">d. Getuige [betrokkene 2] : weet niet anders dan dat ze daar met cliënt was om te helpen bij kwekerij en dat past in scenario dat beiden een eigen kwekerij hebben waarbij ze elkaar over en weer helpen</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">e. Want tenslotte nog verklaring cliënt: "fout is fout", maar enkel kwekerij in [a-straat 1] is niet van mij</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">f. Nota bene, het enkele bezit van de sleutel van pand aan [a-straat 1] bewijst ook niet (redengevend) het "telen", maar hooguit het "aanwezig hebben" door de feitelijke beschikkingsmacht</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">7. De "werkelijkheid van cliënt" in deze zaak is veel simpeler en minder spannend (en dus doorgaans de juiste, aldus de leer van "Ockhams scheermes"): het waren - vrij letterlijk - partners in crime, met een gelijkwaardige positie. Een andere duidelijke aanwijzing is het registratieformulier op naam van cliënt bij de getuige thuis: daarbij werd cliënt door de getuige geholpen zoals cliënt omgekeerd de getuige wel hielp. Ze zijn vervolgens tegen de lamp gelopen en dan moet je je eigen verantwoordelijkheid nemen: ieder voor zijn eigen aandeel en dat is voor cliënt niet de (eind)verantwoordelijkheid voor (het aanleggen van) de kwekerij in het pand aan [a-straat 1] .</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">8. Conclusie: ik verzoek uw hof om cliënt partieel vrij te spreken van feit 3 door "telen" weg te strepen, alsook de "1632 planten" en cliënt in het geheel vrij te spreken voor feit 4.</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">9. Met betrekking tot feit 4 merk ik nog op dat aanwijzingen voor een substantiële bijdrage, materieel dan wel intellectueel, voor het wegnemen van stroom in pand [a-straat 1] in het geheel ontbreken. Dit geldt te meer nu de verklaring van [betrokkene 1] dat cliënt daar elke dag kwam, welke de rechtbank ten grondslag legt aan de bewezenverklaring van feit 4, niet kan kloppen in het licht van zijn eerdere verklaringen. Vgl. wijze waarop rechtbank is omgegaan met het "elektriciteitsfeit" in de zaak van medeverdachte.</emphasis>”</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>8. In het bestreden arrest heeft het hof, voor zover hier relevant, het volgende overwogen:</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">“Overweging met betrekking tot het bewijs</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.”</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <para>9. Van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt is sprake indien het standpunt duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van de feitenrechter naar voren is gebracht. Indien de strafrechter afwijkt van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd bewijsverweer, is deze ingevolge artikel 359 lid 2, tweede volzin, Sv gehouden de beslissing tot afwijking te motiveren.<footnote-ref linkend="_53f4ea34-eb0b-42e5-95da-d00f61aa147b" /></para>
  <para />
  <para>10. Het hiervoor onder 7 weergegeven betrouwbaarheidsverweer kan m.i. bezwaarlijk anders worden gezien dan als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. Het hof is hiervan afgeweken door de verklaringen van [betrokkene 1] tot het bewijs te bezigen, maar heeft – in strijd met artikel 359 lid 2, tweede volzin, Sv – niet in het bijzonder de redenen opgegeven die daartoe hebben geleid.<footnote-ref linkend="_6d714b9a-0df1-4e78-ad9c-290d5aa381d8" /> Daarover klaagt het middel terecht. </para>
  <para />
  <para>11. Ik heb mij echter afgevraagd of het voorgaande tot cassatie dient te leiden. Bij de beantwoording van die vraag dient m.i. een onderscheid te worden gemaakt tussen de bewezenverklaring van het onder 3 tenlastegelegde en de bewezenverklaring van het onder 4 tenlastegelegde. </para>
  <para />
  <para>12. Het ter terechtzitting in hoger beroep gevoerde verweer strekte allereerst tot partiële vrijspraak van het onder 3 tenlastegelegde. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat er geen sprake is van ‘telen’ nu de verdachte niet de opdrachtgever en (eind)verantwoordelijke is voor (het aanleggen van) de hennepkwekerij in het pand aan de [a-straat 1] . Volgens de verdediging is de verklaring van [betrokkene 1] (met name) op dit punt onbetrouwbaar. </para>
  <para />
  <para>13. Het verweer gaat echter uit van een onjuiste rechtsopvatting. In het arrest d.d. 11 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1292, oordeelde de Hoge Raad dat de opvatting dat slechts sprake is van ‘telen’ als bedoeld in artikel 3 onder B Opiumwet indien het gehele productieproces vanaf het laten groeien van de hennepplanten of stekken tot en met de verkoop en aflevering van het eindproduct is voltooid, onjuist is. </para>
  <para />
  <para>14. Uit de overige bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de verdachte een sleutel had van het pand waarin de hennepkwekerij is aangetroffen. Tevens blijkt uit de getuigenverklaring van [betrokkene 2] dat zij samen met de verdachte in het pand is geweest en samen met hem hennepplanten heeft geknipt. Hieruit kan worden opgemaakt dat de verdachte tezamen met een ander een materiële bijdrage heeft geleverd aan het productieproces door (in ieder geval) hennepplanten te knippen. De omstandigheid dat de verdachte niet tevens kan worden aangemerkt als eigenaar van of opdrachtgever voor (het aanleggen van) de hennepkwekerij, staat aan de bewezenverklaring van het onder 3 tenlastegelegde niet in de weg. <footnote-ref linkend="_0453ea1d-a1d4-410b-ba00-3bb669aabd3c" /> Voor zover de klacht betrekking heeft op het onder 3 tenlastegelegde, heeft de verdachte m.i. dan ook geen in rechte te respecteren belang bij het slagen van zijn klacht. </para>
  <para />
  <para>15. Het ter terechtzitting in hoger beroep gevoerde verweer strekte echter ook tot vrijspraak van het onder 4 tenlastegelegde. Gelet op de inhoud van de overige bewijsmiddelen, heeft het hof kennelijk (uitsluitend) uit de verklaringen van [betrokkene 1] afgeleid dat de verdachte degene is geweest die samen met een ander de elektriciteit heeft weggenomen. Het hof had dan ook nader moeten motiveren waarom het de verklaringen van [betrokkene 1] , ondanks het door de verdediging gevoerde verweer, voor het bewijs heeft gebezigd. Voor zover de klacht betrekking heeft op het onder 4 tenlastegelegde heeft de verdachte wel een in rechte te respecteren belang bij zijn klacht en slaagt het middel.</para>
  <para />
  <para>16. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.</para>
  <para />
  <para>17. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. </para>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>De procureur-generaal</para>
    <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>AG</para>
  </parablock>
  <para />
  <footnote id="_53f4ea34-eb0b-42e5-95da-d00f61aa147b" label="1">
    <para> Zie HR 11 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9130, <emphasis role="italic">NJ</emphasis> 2006/593 m.nt. Buruma.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6d714b9a-0df1-4e78-ad9c-290d5aa381d8" label="2">
    <para> Zie: HR 28 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0265; HR 9 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ2184, HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN0517.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0453ea1d-a1d4-410b-ba00-3bb669aabd3c" label="3">
    <para>In de conclusie van mijn voormalige ambtgenoot Jörg d.d. 17 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX1758, voorafgaande aan HR 19 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX1758, achtte Jörg niet-onbegrijpelijk het oordeel van het hof dat sprake was van het medeplegen van het telen van hennep. In die zaak verzorgde de verdachte de planten tijdens de kweek en bracht de planten daarna weg. De HR deed de zaak af met 81 RO. Zie ook: HR 12 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:893. In die zaak had de verdachte met een ander de taak op zich genomen om de in de hennepkwekerij aanwezige hennepplanten water te geven tegen een vergoeding van € 500,- per week. De Hoge Raad oordeelde dat het daarop gebaseerde oordeel dat de verdachte aldus een bijdrage van voldoende gewicht aan het telen van hennepplanten had geleverd en derhalve nauw en bewust had samengewerkt met anderen zodat hij zich schuldig had gemaakt aan het bewezenverklaarde medeplegen van het telen van hennepplanten, niet getuigde van een onjuiste rechtsopvatting en toereikend was gemotiveerd. Voorts oordeelde de Hoge Raad dat voor zover het middel berust op de opvatting dat voor de bewezenverklaring van medeplegen is vereist dat het gewicht van de bijdrage van verdachte gelijkwaardig is aan dat van zijn mededader(s), het geen steun vindt in het recht.</para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>