<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2018:491</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-23T09:10:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2018-03-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/04704</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2018:752" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2018:752</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2018:491">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2018:491</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-23T07:48:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2018:491 Parket bij de Hoge Raad , 27-03-2018 / 16/04704</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2018:491:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 416.2 Sv (dubbel verstek) na veroordeling t.z.v. rijden na vordering tot overgifte rijbewijs, overtreding art. 9.7 WVW 1994. Aan cassatieschriftuur gehechte stelbrief van raadsman gericht aan ander Hof niet bij stukken, art. 51 (oud) Sv, thans art. 48 Sv. Doorzendplicht wanneer raadsman stelbrief naar verkeerde instantie heeft gestuurd? Middel berust op opvatting dat een door een rechtsgeleerd raadsman (abusievelijk) aan strafgriffie van ander gerecht (Hof Arnhem-Leeuwarden te Arnhem) dan gerecht waar de zaak van verdachte in h.b. dient (Hof Den Haag), verzonden stelbrief a.b.i. art. 39 (oud) Sv, door ontvangende strafgriffie moet worden doorgezonden naar strafgriffie van het juiste gerecht, zodat ervan dient te worden uitgegaan dat mr. A zich met zijn brief gericht aan sector strafrecht van Hof Arnhem-Leeuwarden te Arnhem, op juiste wijze als raadsman heeft gesteld. Die opvatting vindt echter geen steun in het recht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2018:491:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <informaltable>
    <tgroup cols="2">
      <colspec colname="colA" />
      <colspec colname="colB" />
      <tbody>
        <row>
          <entry>
            <para>Nr. 16/04704</para>
            <para>Zitting: 27 maart 2018 (bij vervroeging) </para>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para>
              <emphasis role="underline">Mr. P.C. Vegter</emphasis>
            </para>
            <para>Conclusie inzake:</para>
            <para>
              <emphasis role="underline">
                [verdachte] </emphasis>
            </para>
          </entry>
        </row>
      </tbody>
    </tgroup>
  </informaltable>
  <para />
  <orderedlist numeration="arabic">
    <listitem>
      <para>De verdachte is bij arrest van 10 juni 2016 door het hof Den Haag niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. H. Raza, advocaat te Rotterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld.</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>Het <emphasis role="underline">middel</emphasis> klaagt over schending van - naar ik begrijp - art. 51 <emphasis role="underline">oud</emphasis> Sv omdat de raadsman niet onverwijld een afschrift van de processtukken is toegezonden.<footnote-ref linkend="_40c2759d-e760-4f7e-88dc-ad2eba733a80" /></para>
    </listitem>
  </orderedlist>
  <para>4. Aan de cassatieschriftuur is een afschrift gehecht van een faxbericht met bijbehorend transactierapport van 6 januari 2016 van mr. K. Durdu, advocaat te Rotterdam, aan de strafgriffie van het hof Arnhem-Leeuwarden. Dit bericht houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:</para>
  <parablock>
    <para>"Betreft: [verdachte] / OM - hoger beroep</para>
    <para>Onze ref.: NO/16.01/010</para>
    <para>Uw ref.: 96/112042-15</para>
    <para>Geachte heer, mevrouw,</para>
    <para>Hierbij wens ik mij te stellen als raadsman van [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats].</para>
    <para>Ik moge u hierdoor vriendelijk verzoeken de processtukken zo spoedig mogelijk aan mij te doen toekomen.</para>
    <para>Vertrouwende u hiermede naar behoren te hebben geïnformeerd en in afwachting van uw spoedige berichten.”</para>
  </parablock>
  <para>5. Uit het transactierapport kan worden afgeleid dat het bericht op “06/jan/2016” om “14:28” is verstuurd naar het faxnummer “00883610089”, zijnde het faxnummer van de strafgriffie van het hof Arnhem-Leeuwarden. Dit biedt voldoende grond voor het ernstig vermoeden dat de stelbrief ter griffie van het hof Arnhem-Leeuwarden is ontvangen.<footnote-ref linkend="_0ea8c4d9-7ca5-4f31-9abb-99365a7fb8bd" /></para>
  <para>6. Gelet op het toen geldende artikel 39 Sv<footnote-ref linkend="_d0492ea9-1bb7-43ee-8757-ff9cda5a3574" /> diende de raadsman zijn stelbrief aan de griffier van het behandelend gerecht te richten. Nu de zaak aanhangig was bij het hof Den Haag heeft de raadsman zijn stelbrief naar het verkeerde hof gestuurd. Volgens de steller van het middel heeft dit echter niet tot gevolg dat hij zich niet heeft gesteld. Voor gerechtshoven zou namelijk een doorzendplicht gelden wanneer een stelbrief naar het verkeerde hof is toegestuurd. </para>
  <para>7. Bij het op de juiste wijze instellen van een rechtsmiddel wordt de verdachte geholpen, maar de raadsman niet.<footnote-ref linkend="_c327a1b2-5655-4047-a9ed-286e38b4a1fa" /> Vanwege zijn rol als professionele rechtsbijstandverlener mag immers worden verwacht dat een advocaat voor het instellen van een rechtsmiddel de juiste administratieve weg weet te bewandelen.<footnote-ref linkend="_727153ef-0898-4b14-ae92-f7f0cb5648d5" /> Niet valt in te zien waarom dit voor het versturen van een stelbrief anders zou zijn.</para>
  <para>8. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende overweging. </para>
  <para>9. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.</para>
  <para>10. Deze conclusie strekt tot verwerping van het ingestelde cassatieberoep. </para>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>De Procureur-Generaal</para>
    <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>AG</para>
  </parablock>
  <para />
  <footnote id="_40c2759d-e760-4f7e-88dc-ad2eba733a80" label="1">
    <para> Met ingang van 1 maart 2017 is de regel van het toezenden van processtukken aan de raadsman te vinden in art. 48 Sv (Wet van 20 februari 2017, Stb. 2017/66). In de schriftuur wordt de klacht gestoeld op die bepaling en dat is niet juist, maar ook niet fataal omdat de inhoud van de regel van art. 51 oud Sv is behouden in het gewijzigde art. 48 Sv. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_0ea8c4d9-7ca5-4f31-9abb-99365a7fb8bd" label="2">
    <para> HR 19 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ3924, <emphasis role="italic">NJ </emphasis>2013/416 m.nt. Borgers (r.o. 3.2.2).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d0492ea9-1bb7-43ee-8757-ff9cda5a3574" label="3">
    <para> Met ingang van 1 maart 2017 (Wet van 20 februari 2017, Stb. 2017/66) is art. 38 Sv van toepassing. Zie daaromtrent HR 5 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2250.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c327a1b2-5655-4047-a9ed-286e38b4a1fa" label="4">
    <para> Zie HR 8 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:856. Hoewel een doorzendplicht geldt wanneer de verdachte aan het verkeerde (justitiële) adres een brief verstuurt waaruit blijkt dat hij een rechtsmiddel wil aanwenden, heeft de Hoge Raad niet een doorzendplicht willen aannemen indien de raadsman een dergelijke brief naar het verkeerde adres verstuurt. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_727153ef-0898-4b14-ae92-f7f0cb5648d5" label="5">
    <para> Zie in dit kader ook de conclusie van mijn ambtgenoot Harteveld bij HR 14 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1178 (ECLI:NL:PHR:2016:480).</para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>