<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2017:91</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-03-08T08:10:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-02-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2017-01-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/00651</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2017:325" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2017:325, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2017:91">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2017:91</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-02-28T11:53:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-02-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2017:91 Parket bij de Hoge Raad , 24-01-2017 / 15/00651</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2017:91:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Serie vermogensdelicten regio Den Bosch. HR: art. 80a RO. Samenhang met 15/00382 en 15/00654.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2017:91:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para />
  <informaltable>
    <tgroup cols="2">
      <colspec colname="colA" />
      <colspec colname="colB" />
      <tbody>
        <row>
          <entry>
            <para>Nr. 15/00651</para>
            <para>Zitting: 24 januari 2017 (bij vervroeging)</para>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para>
              <emphasis role="underline">Mr. D.J.C. Aben</emphasis>
            </para>
            <para>Conclusie inzake:</para>
            <para>
              <emphasis role="underline">
                [verdachte] </emphasis>
            </para>
          </entry>
        </row>
      </tbody>
    </tgroup>
  </informaltable>
  <para />
  <para>1. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft de verdachte bij arrest van 23 januari 2015 ter zake 2. “<emphasis role="italic">diefstal door twee of meer verenigde personen</emphasis>”, 4 en 5. “<emphasis role="italic">poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak</emphasis>” en 6. “<emphasis role="italic">diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak</emphasis>” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met aftrek als bedoeld in art. 27 Sv. Voorts heeft het hof een beslissing genomen omtrent de vordering van de benadeelde partij en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander zoals nader omschreven in het arrest.</para>
  <para />
  <para>2. Er bestaat samenhang met de zaken 15/00382 en 15/00654. In deze zaken zal ik vandaag eveneens concluderen.</para>
  <para />
  <para>3. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, heeft drie middelen van cassatie voorgesteld.</para>
  <para />
  <para>4. Het <emphasis role="underline">eerste middel</emphasis> klaagt — kort gezegd — over de onder 2 bewezenverklaarde gekwalificeerde diefstal van een Volkswagen Caddy met het kenteken [AA-00-AA] alsook over de onder 4 bewezenverklaarde poging tot gekwalificeerde diefstal van een Volkswagen Caddy met het kenteken [BB-00-BB]. Het <emphasis role="underline">tweede middel</emphasis> klaagt over de onder 5 bewezenverklaarde poging tot gekwalificeerde diefstal van een Volkswagen Caddy met het kenteken [CC-00-CC]. De middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.</para>
  <para />
  <para>5. Anders dan de steller van het middel in de toelichting betoogt, heeft het hof, met toepassing van de juiste maatstaf, uit de gebezigde bewijsmiddelen zonder meer kunnen afleiden dat de verdachte, door zowel in de nacht van 28 op 29 januari 2013 als in de nacht van 21 op 22 maart 2013 als bestuurder van een auto met twee medeverdachten rond te rijden, concrete gesprekken met hen te voeren over <emphasis role="italic">waar</emphasis> en <emphasis role="italic">op welke wijze</emphasis> het beste witte en of grijze Caddy’s kunnen worden weggenomen, de medeverdachten te wijzen op het meenemen van gereedschap op de momenten dat zij de auto verlaten,<footnote-ref linkend="_b750345d-745c-473d-bd58-da91bbfdf527" /> of door hen te waarschuwen zodra er tijdens hun bezigheden een auto nadert,<footnote-ref linkend="_5c259d76-fe11-4f72-8a5f-c4b07fc0cdf8" /> bewust en nauw heeft samengewerkt met zijn medeverdachten bij het plegen van — kort gezegd — de diefstal in vereniging van de witte Volkswagen Caddy met het (originele) kenteken [AA-00-AA],<footnote-ref linkend="_a647a956-927e-45ee-ba54-84604d5f2253" /> de poging diefstal in vereniging van de grijze Volkswagen Caddy met het kenteken [BB-00-BB],<footnote-ref linkend="_1b98d6a6-1da5-4555-b88f-a319732dfece" /> alsook de poging diefstal in vereniging van de witte Volkswagen Caddy met het kenteken [CC-00-CC].<footnote-ref linkend="_683c00ff-4672-4662-a664-8f650aa61133" /><footnote-ref linkend="_9426c1d0-feed-422d-9026-a00bb515ce74" /> Afgezien van de aangiften,<footnote-ref linkend="_ae8702b0-8442-4c5e-b16d-42866c90258c" /> vindt de bewezenverklaring, anders dan de steller van het middel kennelijk wil, bovendien steun in die bewijsmiddelen waaruit blijkt dat in beide nachten geen andere melding of aangifte van diefstal van een dergelijk voertuig dan wel een poging daartoe werd gedaan.<footnote-ref linkend="_c86665e9-8a1c-4088-b2b1-8225eaaa8782" />Inzake de diefstal van de witte Caddy met het kenteken [AA-00-AA] kan die steun voorts ook worden gevonden in de omstandigheid dat een van verdachte’s medeverdachten in de periode volgend op de diefstal verschillende keren in de Caddy is waargenomen.<footnote-ref linkend="_e0d288f5-89de-403c-b725-6917eff496e6" />In beide gevallen betreft de toelichting op het middel een duidelijk geval van napleiten en miskent het de rechterlijke wegings- en waarderingsvrijheid. De eerste twee middelen kunnen klaarblijkelijk niet tot cassatie leiden.</para>
  <para />
  <para>6. Het <emphasis role="underline">derde middel</emphasis>, waarin met een beroep op art. 6, eerste lid, EVRM wordt geklaagd over de overschrijding van de redelijke (inzend)termijn in cassatie, behoeft gezien het lot van het de eerste twee middelen geen bespreking.<footnote-ref linkend="_543ce537-dfb7-4c4f-ad46-73d38fa905e6" /></para>
  <para />
  <para>7. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>De procureur-generaal</para>
    <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>AG</para>
  </parablock>
  <para />
  <footnote id="_b750345d-745c-473d-bd58-da91bbfdf527" label="1">
    <para> 	Uit het proces-verbaal met betrekking tot het uitluisteren vertrouwelijke communicatie, bewijsmiddel 6, volgt dat de verdachte in de nacht van 28 op 29 januari 2013 om 22.40 uur tegen zijn een van zijn medeverdachten zegt dat “<emphasis role="italic">hij een schroevendraaier moet meenemen</emphasis>”. Om 23.33 uur vraagt de verdachte aan zijn medeverdachten voordat zij de auto verlaten: “<emphasis role="italic">Schroevendraaier alles bij?</emphasis>”</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5c259d76-fe11-4f72-8a5f-c4b07fc0cdf8" label="2">
    <para> 	Het proces-verbaal met betrekking tot het uitluisteren vertrouwelijke communicatie, bewijsmiddel 19, houdt in dat de verdachte, wachtend in de auto terwijl de twee medeverdachten zijn uitgestapt, om 22.04 toetert wanneer er een auto nadert, waarop de medeverdachten weer instappen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a647a956-927e-45ee-ba54-84604d5f2253" label="3">
    <para> 	Het bewezenverklaarde onder 2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1b98d6a6-1da5-4555-b88f-a319732dfece" label="4">
    <para> 	Het bewezenverklaarde onder 4.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_683c00ff-4672-4662-a664-8f650aa61133" label="5">
    <para> 	Het bewezenverklaarde onder 5.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9426c1d0-feed-422d-9026-a00bb515ce74" label="6">
    <para> 	Zie de bewijsmiddelen 6 en 7 in verband met de onder 2 en 4 bewezenverklaarde feiten alsook bewijsmiddel 19 en 20 inzake het onder 5 bewezenverklaarde.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ae8702b0-8442-4c5e-b16d-42866c90258c" label="7">
    <para> 	Zie bewijsmiddel 3 (feit 2), bewijsmiddel 1 (feit 4) en bewijsmiddel 16 (feit 5).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c86665e9-8a1c-4088-b2b1-8225eaaa8782" label="8">
    <para> 	Zie bewijsmiddel 4 ter zake de onder 2 en 4 bewezenverklaarde feiten en bewijsmiddel 17 ten aanzien van het onder 5 bewezenverklaarde.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e0d288f5-89de-403c-b725-6917eff496e6" label="9">
    <para> 	Zie de bewijsmiddelen 8 tot en met 13.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_543ce537-dfb7-4c4f-ad46-73d38fa905e6" label="10">
    <para> Zie HR 7 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1005, <emphasis role="italic">NJ</emphasis> 2016/430, rov. 2.4.2.</para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>