<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2017:628</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-12T00:03:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2017-06-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/01090</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2017:1307" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2017:1307, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2017:628">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2017:628</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-11T12:18:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2017:628 Parket bij de Hoge Raad , 13-06-2017 / 16/01090</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2017:628:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Antilliaanse zaak. Dood door schuld in het verkeer in Curaçao, art. 2:284.1 SrC. Bewijsklachten t.a.v. ’s Hofs oordeel dat verdachte aanmerkelijk onoplettend heeft gereden waardoor botsing met voetgangster is ontstaan. HR: art. 81.1 RO. CAG: Hof heeft bij kennelijke vergissing in bewezenverklaring weggestreept dat verdachte met een hogere snelheid dan de aldaar toegestane snelheid van 60 km/u heeft gereden. Geen cassatie, nu bewezenverklaring met herstel van deze misslag kan worden gelezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2017:628:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <informaltable>
    <tgroup cols="2">
      <colspec colname="colA" />
      <colspec colname="colB" />
      <tbody>
        <row>
          <entry>
            <para>Nr. 16/01090 A</para>
            <para>Zitting: 13 juni 2017 (bij vervroeging)</para>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para>
              <emphasis role="underline">Mr. D.J.C. Aben</emphasis>
            </para>
            <para>Conclusie inzake:</para>
            <para>
              <emphasis role="underline">
                [verdachte] </emphasis>
            </para>
          </entry>
        </row>
      </tbody>
    </tgroup>
  </informaltable>
  <para />
  <para>1. De verdachte is bij vonnis van 4 februari 2016 door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, wegens “<emphasis role="italic">aan het verkeer deelnemen en zich daarbij zodanig gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval plaatsvindt waardoor een ander wordt gedood</emphasis>”, veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Voorts heeft het Hof de verdachte veroordeeld tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twaalf maanden.</para>
  <para />
  <para>2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mr. S.F.W. van ‘t Hullenaar, advocaat te Arnhem, heeft één middel van cassatie voorgesteld.</para>
  <para />
  <para>3. Het <emphasis role="underline">middel</emphasis> klaagt dat de bewezenverklaring voor zover inhoudend dat de verdachte aanmerkelijk onoplettend heeft gereden waardoor een botsing is ontstaan, niet naar de eis der wet is gemotiveerd.</para>
  <para />
  <para>4. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">“hij op 27 december 2012, te Curaçao, als verkeersdeelnemer, te weten als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de Kaya Ma Pieternella (in de richting van de wijk Boca Sami), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door toen aldaar als bestuurder van genoemd motorrijtuig aanmerkelijk onoplettend te rijden,</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">welk rijgedrag hieruit heeft bestaan dat hij, verdachte,</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">terwijl zich voetgangers) langs de weg bevonden en</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">terwijl de duisternis was ingetreden;</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- tijdens het rijden verdachtes aandacht is verslapt, en zijn motorrijtuig niet voortdurend onder controle heeft gehad en</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- heeft gereden met een snelheid van ongeveer 80 km per uur, en</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- slingerend heeft gereden en</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- terecht is gekomen in de berm, zonder dat er daartoe enige te rechtvaardigen aanleiding was,</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">waardoor een botsing is ontstaan tussen het door hem verdachte bestuurde motorrijtuig en een in de berm, gelegen aan die weg, lopende, voetgangster, te weten [slachtoffer] geboren [geboorteplaats] ,</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">door welke botsing die voetgangster, genaamd [slachtoffer] geboren [geboorteplaats] zwaar lichamelijk letsel bekwam, te weten een rechter pols fractuur en een fractuur aan haar rechter bovenbeen en een scheurwond ter hoogte van haar schaambeen en een bekkenfractuur en een ribfractuur en een gescheurde luchtpijp en interne bloedingen, waardoor die [slachtoffer] , geboren [geboorteplaats] , vervolgens op die 27 december 2012 is komen te overlijden.”</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <para>5. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen: </para>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">“1. Een proces-verbaal van verhoor van de verdachte [verdachte] , in de wettelijke vorm opgemaakt en op 27 december 2012 gesloten en ondertekend door [verbalisant 1] , brigadier bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">Omstreeks 5:00 uur, op 27 december 2012, ben ik als bestuurder van een personenauto, rijdende over de Kaya Ma Pieternella in de richting van de wijk Boca Sami, betrokken geweest bij een botsing waarbij een voetgangster om het leven is gekomen. Ik reed met een snelheid van ongeveer 80 à 90 kilometer per uur. Ik denk dat ik mij alleen op de rijbaan bevond. Ik hoorde een klap en bleef doorrijden.</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">2. Een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] , in de wettelijke vorm opgemaakt en op 7 maart 2015 gesloten en ondertekend door [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , beiden inspecteur bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">Met betrekking tot de aanrijding die op 27 december 2012 plaatsvond kan ik als volgt verklaren. Mijn vrouw en ik beginnen tussen kwart voor vijf en kwart over vijf ’s morgens te lopen. Naar gelang wij liepen zag ik (het Hof begrijpt: ter hoogte van de Kaya Ma Pieternella) een personenauto met hoge snelheid slingerend aan komen rijden. Ik zag twee lichtbundels aan de voorzijde van deze auto. Mijn vrouw liep op een afstand van ongeveer één meter vanaf de rijbaan op de berm. Ik hoorde een hard dof geluid, dat kwam uit de richting van waar mijn vrouw aan het lopen was. Hierna zag ik mijn vrouw bewusteloos op de grond liggen.</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">3. Een proces-verbaal inzake verkeersongeval, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 20 maart 2015 gesloten en ondertekend door [verbalisant 1] , brigadier bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">Op 27 december 2012 vond omstreeks 5:10 uur een verkeersongeval plaats ter hoogte van de Kaya Ma Pieternella te Curaçao, tussen de door de verdachte bestuurde personen auto en een voetgangster genaamd [slachtoffer] geboren [geboorteplaats] . De plaats van de botsing is op ongeveer 1.8 meter gerekend vanaf de rijbaankant tot op de onverharde berm.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">Situatie ter plaatse van het ongeval:</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">Lichtgesteldheid: nacht/donker;</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">Maximum (het Hof begrijpt: ter plaatse geldende) snelheid: 60 kilometer per uur.</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">4. Een geschrift, te weten geneeskundige verklaring van de geneeskundige M. Faut van 27 december 2012, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">Op 27 december 2012 heb ik geneeskundige hulp verleend aan [slachtoffer] geboren [geboorteplaats] . De patiënt is bewusteloos naar het Sint Elisabeth Hospitaal gebracht. Zij had een open pols breuk, een open bovenbeen breuk, een grote scheurwond ter hoogte van haar schaambeen. Ook had zij een bekkenfractuur, ribfracturen en een scheur van de luchtpijp. Hiernaast had zij zowel uitwendig als inwendig bloedverlies. De patiënt is overleden.</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">5. Een proces-verbaal van lijkherkenning, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 15 januari 2013 gesloten en ondertekend door [verbalisant 1] , brigadier bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">Op 27 december 2012 omstreeks 5:10 uur vond een aanrijding met dodelijke afloop plaats op de Kaya Ma Pieternella ter hoogte van het perceel nummer 22. Ten gevolge van de bij dit ongeval bekomen verwondingen is op 27 december 2012, om omstreeks 7:15 uur, overleden [slachtoffer] geboren [geboorteplaats] , geboren op [geboortedatum] 1958.</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">6. De verklaring van de getuige, [verbalisant 2] , inspecteur bij het Korps Politie Curaçao, ter terechtzitting van het Hof van 7 januari 2016 afgelegd, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">Direct na de botsing (het Hof begrijpt: de botsing tussen de auto van de verdachte en het slachtoffer [slachtoffer] op 27 december 2012) heb ik geconstateerd dat het bandenspoor van de auto die het slachtoffer heeft geraakt een knik vertoont, die is veroorzaakt door de impact van de botsing. Metingen hebben uitgewezen dat die knik op ongeveer 1,8 meter van de verharde weg lag.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">Op aanwijzen van [getuige] bevond de vrouw zich op het moment van de botsing op een afstand van ongeveer 2 meter van de verharde weg af.</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">Bewijsoverweging: het is een feit van algemene bekendheid dat de Kaya (kaya is het Papiamentse woord voor ‘straat’) Pieternella de verbindingsweg is tussen de woonwijken Sint Michiel en Boca Sami (ook wel: Boca Sint Michiel). Uit de foto’s 1 t/m 3 (uit de zich in het dossier bevindende fotomap betreffende foto’s van de aanrijding met dodelijke afloop op de Kaya Ma Pieternella ter hoogte perceel nummer 22, op Curaçao, van het Korps Politie Curaçao, opgemaakt door [verbalisant 1]</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_377fc88f-2dae-4e2a-903a-a94a78940532" />
      <emphasis role="italic">) trekt het Hof de conclusie dat deze straat zich ter hoogte van de botsing tussen de auto van de verdachte en het slachtoffer in een woonwijk bevond.”</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <para>6. Het Hof heeft voorts overwogen:</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">“</emphasis>
      <emphasis role="underline italic">Bewijsoverwegingen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">De verdediging heeft - kort gezegd - gesteld dat het aanvullend proces-verbaal van 1 april 2015, de verklaringen van verbalisant [verbalisant 2] en de verklaringen van de getuige [getuige] niet betrouwbaar en feitelijk onjuist zijn.</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">Dit verweer wordt verworpen. Het Hof acht het op ambtseed opgemaakt aanvullend proces-verbaal van 1 april 2015, de ter toelichting hiervan ter terechtzitting van 14 januari 2016 onder ede afgelegde verklaring van verbalisant [verbalisant 2] en de verklaringen van getuige [getuige] betrouwbaar. De technische bevindingen in het aanvullend proces-verbaal en de verklaringen van de getuige [getuige] stemmen op essentiële onderdelen met elkaar overeen, wat hun overtuigingskracht versterkt. Dit geldt in het bijzonder voor de plaats waar de auto van verdachte het slachtoffer heeft geraakt. Direct na de botsing is geconstateerd dat het bandenspoor van de auto die het slachtoffer heeft geraakt een knik vertoont, die is veroorzaakt door de impact van de botsing. Metingen hebben uitgewezen dat deze knik op ongeveer 1,8 meter van de verharde weg lag. De getuige [getuige] heeft tijdens de reconstructie aangewezen waar zijn vrouw zich bevond op het moment van de botsing en de afstand van die plaats tot de verharde weg is aan de hand van foto’s van de reconstructie door de verbalisant [verbalisant 2] ter zitting geschat op twee meter. Het Hof acht op grond hiervan aannemelijk dat de verdachte met zijn auto van de weg af is geraakt en op een afstand van ongeveer 1,8 meter van de verharde weg het slachtoffer heeft geraakt. Op grond van de verklaring van [getuige] is eveneens aannemelijk dat de auto van de verdachte voordat deze in de berm raakte al slingerend over de weg bewoog. Nu het dossier geen aanwijzingen bevat voor enig alternatief scenario en de verdachte ook geen (geloofwaardige) verklaring heeft gegeven voor dit rijgedrag, acht het Hof op grond van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat de aandacht van verdachte meer dan een enkel kort moment is verslapt als gevolg waarvan hij is gaan slingeren en van de weg af is geraakt. Nu verder vast staat dat de weg waarop de verdachte reed door een woonwijk leidt, wat meebrengt dat een automobilist - ook in de vroege ochtend - bedacht moet zijn op voetgangers, en dat tevens bewezen is dat hij 80 kilometer per uur reed, waar de maximaal toegestane snelheid 60 kilometer per uur was, is een en ander voldoende om de gevolgtrekking te dragen dat verdachte aanmerkelijk onoplettend is geweest en dat het ongeval aan zijn schuld als bedoeld in 2:284 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht is te wijten.</emphasis>”</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>7. Vooropgesteld moet worden dat het is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt om, binnen de door de wet getrokken grenzen, van het beschikbare materiaal datgene tot het bewijs te bezigen wat hem uit een oogpunt van betrouwbaarheid daartoe dienstig voorkomt en terzijde te stellen wat hij voor het bewijs van  geen waarde acht. Deze beslissing inzake die selectie en waardering, die - behoudens bijzondere gevallen - geen motivering behoeft, kan in cassatie niet met vrucht worden bestreden.<footnote-ref linkend="_b36107f8-4de4-4905-be1f-6393bc9d1999" /></para>
  <para />
  <para>8. Het oordeel van het Hof dat de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gereden waardoor een botsing met het slachtoffer is ontstaan is, gelet op de gebezigde bewijsmiddelen en de bewijsmotivering, en in het licht van de vrije selectie en waardering van het bewijsmateriaal door de rechter die over de feiten oordeelt, toereikend gemotiveerd en niet onbegrijpelijk. Anders dan de steller van het middel meent, heeft het Hof uit de gebezigde bewijsmiddelen kunnen afleiden dat de verdachte ten tijde van de botsing 80 kilometer per uur reed terwijl aldaar maximaal 60 kilometer per uur was toegestaan, dat de verdachte op ongeveer 1,8 meter vanaf de rijbaan in botsing is gekomen met het slachtoffer, en dat de verdachte direct daaraan voorafgaand over de weg slingerde. Die bewijsmiddelen houden immers onder meer in als verklaring van de verdachte dat hij 80 à 90 kilometer per uur reed, en als verklaring van de getuige [getuige] dat hij direct voorafgaand aan de botsing de auto slingerend aan zag komen rijden.  Voorts gold volgens het tot bewijs gebezigde proces-verbaal inzake verkeerongeval ter plaatse een maximumsnelheid van 60 kilometer per uur en heeft  de botsing op 1,8 meter van de rijbaan plaatsgevonden. De tot bewijs gebezigde verklaring van de inspecteur bij de politie ten slotte houdt in dat het bandenspoor van de auto die het slachtoffer heeft geraakt, op 1,8 meter van de rijbaan een knik vertoont die is veroorzaakt door de impact van de botsing en dat op aanwijzen van getuige [getuige] het slachtoffer zich op het moment van de botsing op ongeveer twee meter afstand van de verharde weg bevond. Voor zover wordt gesteld dat uit de onder 1 tot bewijs gebezigde verklaring van de verdachte zou volgen dat hij al rijdend op de rijbaan in botsing kwam met het slachtoffer (hetgeen in tegenspraak is met de bewezenverklaring), geldt dat die verklaring niet tot die uitleg dwingt. Die verklaring houdt weliswaar in dat de verdachte meende dat hij zich alleen op de rijbaan bevond, maar houdt niet in waar hij zich bevond op het moment dat hij in botsing kwam met het slachtoffer. Voorts zie ik niet dat de verklaring van de getuige [getuige] dat het slachtoffer op één meter afstand van de rijbaan in de berm liep, in strijd is met de overige tot bewijs gebezigde verklaringen en de bevinding dat de botsing op ongeveer 1,8 meter van de rijbaan heeft plaatsgevonden. De getuige verklaart immers enkel dat het slachtoffer voor de botsing op één meter afstand van de rijbaan in de berm liep, maar zijn verklaring houdt niet in dat hij heeft gezien waar het slachtoffer zich bevond ten tijde van de botsing. Gelet daarop, en op de omstandigheid dat een afstand van één meter met een rijdend voertuig eenvoudig is te overbruggen, is naar mijn mening in zoverre geen sprake van tegenstrijdigheden in de gebezigde bewijsmiddelen. </para>
  <para />
  <para>9. Voor zover wordt geklaagd dat ’s Hofs bewijsoverweging dat de verdachte met 80 kilometer per uur heeft gereden waar de maximaal toegestane snelheid 60 kilometer per uur bedroeg, niet strookt met het wegstrepen in de tenlastelegging van de onderdelen “<emphasis role="italic">aanzienlijk hoge</emphasis>” snelheid en “<emphasis role="italic">althans (veel) hoger dan de aldaar toegestane snelheid van 60 km per uur, althans met een (veel) hogere snelheid dan (voor het veilig verkeer ter plaatse) was toegestaan</emphasis>”, merk ik het volgende op. Die bewijsoverweging houdt niet in dat sprake was van een “<emphasis role="italic">aanzienlijk</emphasis>” of “<emphasis role="italic">veel</emphasis>” hogere snelheid dan was toegestaan. In zoverre is daarom door het wegstrepen van die woorden in de tenlastelegging van een tegenstrijdigheid geen sprake. Voorts geldt dat het Hof kennelijk, gelet op die bewijsoverweging en de gebezigde bewijsmiddelen, bij vergissing heeft weggestreept het onderdeel dat de verdachte met een hogere snelheid dan de aldaar toegestane snelheid van 60 kilometer per uur heeft gereden. Tot cassatie behoeft dat echter niet te leiden nu de bewezenverklaring met herstel van deze misslag kan worden gelezen op de grond dat daarmee de aard en ernst van het bewezenverklaarde feit als geheel niet worden aangetast. Met die verbeterde lezing komt aan de klacht de feitelijke grondslag te ontvallen en is deze tevergeefs voorgesteld. </para>
  <para />
  <para>10. Ten aanzien van de klacht dat het Hof de eigen waarneming van zich in het dossier bevindende foto’s ten grondslag heeft gelegd aan zijn oordeel dat de botsing in een woonwijk heeft plaatsgevonden, terwijl het Hof die waarneming niet ter terechtzitting ter sprake heeft gebracht, dient allereerst het volgende te worden vooropgesteld.</para>
  <para />
  <para>11. Wil de eigen waarneming van de rechter als wettig bewijsmiddel kunnen meewerken tot het bewijs, dan zal deze, naar art. 383 Wetboek van Strafvordering van Curaçao (dat gelijkluidend is aan art. 340 Sv) voorschrijft, bij het onderzoek ter terechtzitting moeten zijn gedaan, zodat ook zowel de vertegenwoordiger van het openbaar ministerie als de verdachte en de raadsman die waarneming hebben kunnen doen en de gelegenheid hebben gehad zich daaromtrent bij de behandeling van de zaak uit te laten.  Het is in zijn algemeenheid niet vereist dat de rechter zijn eigen, bij gelegenheid van het onderzoek ter terechtzitting gedane waarneming aldaar ter sprake brengt. Niettemin is de rechter gehouden dat wel te doen, indien de procespartijen door het gebruik van die waarneming voor het bewijs zouden worden verrast omdat zij daarmee geen rekening behoefden te houden. Of daarvan sprake is, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, zoals het procesverloop, de aard van de waarneming en het verband van die waarneming met het voorhanden bewijsmateriaal.<footnote-ref linkend="_236e1b88-e112-4832-93f7-3cc8b290a980" /></para>
  <para />
  <para>12. Het Hof heeft, blijkens zijn bewijsoverweging in de bewijsmiddelenbijlage, uit een drietal zich in het dossier bevindende foto’s afgeleid dat het ongeval in een woonwijk heeft plaatsgevonden. De bedoelde foto’s laten zien dat op die locatie aan beide zijden van de straat woningen staan. Uit een, weliswaar niet voor het bewijs gebruikt en niet door het Hof in zijn  bewijsmotivering genoemde, plattegrond van de omgeving van de desbetreffende straat blijkt ook dat er diverse woningen rondom die straat zijn gelegen. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 14 januari 2016 heeft de voorzitter voorts aldaar met instemming van de partijen de inhoud van het dossier, waaronder dus genoemde foto’s en plattegrond, als voorgehouden beschouwd. Gelet op een en ander heeft de verdediging ook zelf kunnen waarnemen dat de straat werd omgeven door woningen en zich dus in een woonwijk bevond, en is de verdediging in de gelegenheid geweest om zich bij de behandeling van de zaak onder meer uit te laten over de plaatselijke omstandigheden. Aldus is in de kern genomen voldaan aan de eis die de Hoge Raad aan het gebruik voor het bewijs van de eigen waarneming van de rechter stelt. Ook in zoverre faalt het middel. </para>
  <para />
  <para>13. Het middel faalt in al zijn onderdelen.</para>
  <para />
  <para>14. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.</para>
  <para />
  <para>15. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>De procureur-generaal</para>
    <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>AG</para>
  </parablock>
  <para />
  <footnote id="_377fc88f-2dae-4e2a-903a-a94a78940532" label="1">
    <para> Het Hof doelt hier kennelijk op de eerste drie van een reeks foto’s in het dossier, die (de omgeving van) de  plaats delict betreffen en waarop (nog) nauwelijks leesbaar de nummers 1, 2 en 3 zijn geschreven.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b36107f8-4de4-4905-be1f-6393bc9d1999" label="2">
    <para> Zie bijv. HR 31 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU6064 en HR 13 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2058, rov. 3.5.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_236e1b88-e112-4832-93f7-3cc8b290a980" label="3">
    <para> Vgl. HR 15 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ2831, <emphasis role="italic">NJ</emphasis> 2011/78, rov. 3.5.2-3.5.3 ten aanzien van art. 340 Sv</para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>