<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2017:497</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-06-28T11:57:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-06-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2017-05-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/02592</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2017:1120" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2017:1120, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2017:497">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2017:497</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-06-20T10:17:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-06-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2017:497 Parket bij de Hoge Raad , 09-05-2017 / 16/02592</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2017:497:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervolg op ECLI:NL:HR:2017:595 (verwerping klacht m.b.t. aanwezigheidsrecht) n.a.v. aanvullende CAG. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn h.b., omdat het te laat is ingesteld. Mededeling uitspraak e.a. in persoon uitgereikt aan verdachte? HR: art. 81.1 RO.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2017:497:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <informaltable>
    <tgroup cols="2">
      <colspec colname="colA" />
      <colspec colname="colB" />
      <tbody>
        <row>
          <entry>
            <para>Nr. 16/02592</para>
            <para>Zitting: 9 mei 2017</para>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para>
              <emphasis role="underline">Mr. G. Knigge</emphasis>
            </para>
            <para>Aanvullende conclusie inzake:</para>
            <para>
              <emphasis role="underline">
                [verdachte] </emphasis>
            </para>
          </entry>
        </row>
      </tbody>
    </tgroup>
  </informaltable>
  <parablock>
    <para>1. In deze zaak concludeerde ik eerder tot vernietiging van de bestreden uitspraak in verband met het <emphasis role="underline">derde</emphasis>, namens de verdachte voorgestelde, middel<footnote-ref linkend="_1862ee3d-a0e6-4e2d-9eac-9f6dafc25e2f" />, waarbij ik meende twee andere cassatiemiddelen onbesproken te kunnen laten. In het arrest van 4 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:595, heeft Uw Raad echter beslist dat het derde middel tevergeefs is voorgesteld. De zaak is vervolgens naar de rolzitting verwezen teneinde mij in de gelegenheid te stellen mij alsnog bij aanvullende conclusie uit te laten over de twee andere voorgestelde middelen. Van die gelegenheid maak ik bij deze aanvullende conclusie gebruik.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het eerste middel </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het middel klaagt over ’s hofs oordeel dat de verdachte te laat hoger beroep heeft ingesteld omdat hij op 20 augustus 2015 bekend was met het vonnis van de politierechter, aangezien hem op die datum de mededeling uitspraak in persoon is uitgereikt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In de toelichting op het middel wordt gesteld dat het verstekvonnis nimmer aan de verdachte in persoon is betekend en dat de verdachte pas bekendheid met het vonnis had op 4 september 2015. Toen is direct hoger beroep ingesteld. Ter staving van die stelling wordt daartoe aangevoerd dat op de mededeling uitspraak (hierna: MU) onder de kop “uitgereikt aan naam:” (pag. 3 van de MU) niets is ingevuld, zodat niet kan blijken van ontvangstneming van de mededeling door de verdachte. Voorts is op de MU slechts het paspoortnummer van de verdachte vermeld, maar daarbij ontbreekt een handtekening van de verdachte. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep omdat het te laat is ingesteld en heeft daartoe het volgende overwogen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“De verdachte was op donderdag 20 augustus 2015 bekend met het vonnis waarvan beroep, omdat hem op die datum de mededeling uitspraak van het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 24 oktober 2013, gewezen onder parketnummer 09-766087-13, in persoon is uitgereikt.</para>
        <para>De verdachte had binnen veertien dagen daarna, uiterlijk op donderdag 3 september 2014, in hoger beroep moeten komen. De verdachte heeft echter op 4 september 2015 hoger beroep ingesteld, dus na het verstrijken van de termijn, zodat hij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">Beslissing</emphasis>
        </para>
        <para>Het hof: </para>
        <para>Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij de stukken van het geding bevindt zich bedoelde mededeling uitspraak betreffende het verstekvonnis. Die mededeling is volgens de daarvan deel uitmakende akte van uitreiking (zie p. 3-4) uitgereikt op het politiebureau aan de verdachte in persoon op 20 augustus 2015 te 16.10 uur door verbalisant [verbalisant], eenheid Den Haag. In die akte is (onderaan p. 3) onder ‘Uitgereikt aan’ achter ‘naam’ inderdaad, zoals de steller van het middel aanvoert, niets ingevuld, maar daar staat tegenover dat (bovenaan p. 4) achter ‘voornaam’ zowel de voornamen als de achternaam van de verdachte zijn vermeld. Vervolgens zijn op p. 4 ook de overige persoonsgegevens<footnote-ref linkend="_90b1d3d3-7cfd-44bd-86f2-ccfbd0bab325" /> van de verdachte vermeld alsmede het paspoortnummer waarmee de verdachte zich volgens de akte heeft gelegitimeerd.<footnote-ref linkend="_898f8e18-539c-48f1-9d6c-fc22194526a8" /> Het stuk is tenslotte door de verbalisant gedateerd en voorzien van een ondertekening. Voor zover het middel klaagt dat uit de MU niet kan blijken dat de akte daadwerkelijk aan de verdachte is uitgereikt, miskent het dat de uitleg van de stukken van het geding is voorbehouden aan de feitenrechter en in cassatie slechts op zijn begrijpelijkheid kan worden getoetst. Het oordeel van het hof dat het verstekvonnis aan de verdachte in persoon is betekend acht ik, gelet op de inhoud van de akte van uitreiking, alleszins begrijpelijk. Het middel faalt daarom bij gebrek aan feitelijke grondslag. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Het middel is tevergeefs voorgesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het tweede middel </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het middel maakt niet duidelijk, ook niet wanneer het in samenhang met de toelichting daarop wordt gelezen, tegen welke beslissing van het hof het zich keert. Het middel maakt enkel melding van een faxbericht dat  verstuurd zou zijn door de verdediging aan het hof kort na de terechtzitting in hoger beroep, waaruit naar voren zou komen dat de verdediging van de griffie heeft vernomen dat er geen zitting in de zaak tegen de verdachte plaatsvond.<footnote-ref linkend="_eef7512a-6217-49f5-83db-5f846bf930ed" /> Voor een dergelijke – als ‘verweer’ aangeduide – stelling van feitelijke aard is in cassatie geen plaats ingeruimd. Derhalve kan het als ‘middel’ gepresenteerde betoog niet worden aangemerkt als een middel van cassatie in de zin der wet.</para>
      <para>4. De middelen falen en kunnen worden afgedaan met de in art. 81 lid 1 RO bedoelde motivering.</para>
      <para>5. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.</para>
      <para>6. Deze aanvullende conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De Procureur-Generaal</para>
        <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>AG</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_1862ee3d-a0e6-4e2d-9eac-9f6dafc25e2f" label="1">
    <para> In het derde middel werd geklaagd over de beslissing van het hof tot het verlenen van verstek tegen de niet-verschenen verdachte, terwijl de verdachte niet vrijwillig afstand had gedaan van zijn recht om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_90b1d3d3-7cfd-44bd-86f2-ccfbd0bab325" label="2">
    <para> De geboortedatum, geboorteplaats en het adres van de verdachte.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_898f8e18-539c-48f1-9d6c-fc22194526a8" label="3">
    <para> Mogelijk is bij de steller van het middel wat verwarring ontstaan met betrekking tot de nummering van de pagina’s. De tekst van de akte (waarboven op pagina 3 van 4 vet gedrukt ‘Pagina 4’ staat vermeld) loopt door op pagina 4 van 4, terwijl de MU zo aan elkaar is geniet dat het stuk begint met pagina 4 van 4.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_eef7512a-6217-49f5-83db-5f846bf930ed" label="4">
    <para> Ik merk op dat het bedoelde faxbericht niet aan de cassatieschriftuur is gehecht. </para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>