<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2017:1332</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-03T19:34:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2017-12-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">17/00271</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2018:819" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2018:819</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JIN 2018/132 met annotatie van A.M. Dumoulin-Siemens</rdf:li>
          <rdf:li>JOR 2018/203 met annotatie van mr. C. Spierings</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2017:1332">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2017:1332</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-05T12:54:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2017:1332 Parket bij de Hoge Raad , 01-12-2017 / 17/00271</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2017:1332:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Conclusie in rolincident. Ambtshalve inlichtingen over al dan niet opgemaakt zijn van proces-verbaal pleitzitting in hoger beroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2017:1332:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Zaaknr:	 17/00271</para>
  <para> mr. E.M. Wesseling-van Gent</para>
  <para>Zitting:	 01 december 2017</para>
  <para />
  <para>	Conclusie in het rolincident 		inzake:</para>
  <para />
  <para>1. [eiseres 1]</para>
  <para>2. [eiser 2]</para>
  <para />
  <para>tegen</para>
  <para />
  <para>
    [verweerder]
  </para>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>1.1	In deze verstekzaak, die ten gronde betrekking heeft op de vraag of een vennootschap onder firma door opzegging is geëindigd, wordt in de cassatiedagvaarding onder 2.4 vermeld dat:</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>	(i) het gerechtshof Amsterdam in de onderhavige zaak uitspraak heeft gedaan zonder dat op voorhand het proces-verbaal voorhanden was;</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>(ii) de steller van het middel het proces-verbaal op 9 december 2016 heeft opgevraagd met het volgende verzoek:</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>“Voor het door ons uit te brengen cassatieadvies in bovengenoemde zaak dienen wij te beschikken over het proces-verbaal van de zitting van 7 juni 2016 met zaaknummer 200.169.703/01.”</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>(iii) het gerechtshof daarop op 12 december 2016 het volgende heeft geantwoord:</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>“Geachte heer, mevrouw,</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Partijen hebben geen recht op afgifte van een proces-verbaal van de pleitzitting. Een proces-verbaal wordt alleen opgemaakt als een partij daarbij een bijzonder belang heeft. In dit geval is dat bijzondere belang onvoldoende duidelijk gemaakt.”</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>(iv) de steller van het middel na ontvangst van deze brief contact heeft opgenomen met de betrokken medewerker van het hof en dat daaruit bleek “dat dit beleid is”;</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>(v) deze gebleken gang van zaken leidt tot de navolgende klachten onder 2.4.1-2.4.3;</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>1.2 	In paragraaf 2.4.4 van de cassatiedagvaarding wordt het voorbehoud gemaakt om de middelen nader aan te vullen indien en voor zover het proces-verbaal alsnog beschikbaar wordt.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>1.3	In de cassatiedagvaarding (onder 2.4.3) is de volgende passage opgenomen:</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>“Bovendien (…) dient dit p-v, anders dan het exemplaar dat bij brief van 14 oktober 2016, een adequate weergave van de door partijen ingenomen standpunten en weren te geven.”</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>1.4	Uit deze passage, die overigens een niet geheel lopende zin bevat, zou kunnen worden afgeleid dat er wel een proces-verbaal zou zijn opgemaakt, die bij brief van 14 oktober 2016 zou zijn toegestuurd<footnote-ref linkend="_a37d7b5a-4678-460e-8f5c-3531964299d0" />.</para>
    <para>	Ik heb daarom ambtshalve inlichtingen laten inwinnen bij de griffie van het hof over het (al dan niet) opgemaakt zijn van een proces-verbaal van de zitting van 7 juni 2016 en over genoemde brief van 14 oktober 2016. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>1.5	Als antwoord op dit verzoek is door de griffie van het hof bij e-mail van 24 november 2017 aan de griffie van de Hoge Raad het aan deze conclusie gehechte proces-verbaal toegezonden en is telefonisch aan de griffie van de Hoge Raad meegedeeld dat dit ook naar (de advocaten van) partijen is gestuurd.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>1.6	Alvorens ten gronde te concluderen, dienen eisers tot cassatie m.i. in de gelegenheid te worden gesteld binnen een door de rolraadsheer te bepalen termijn op het mij toegezonden proces-verbaal te reageren.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <bridgehead role="bold">2.	Conclusie</bridgehead>
  <para />
  <parablock>
    <para>De conclusie in dit incident strekt ertoe dat de Hoge Raad de zaak naar de rol verwijst voor het hiervoor onder 1.6 omschreven doel.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>De Procureur-Generaal bij de</para>
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>A-G</para>
  </parablock>
  <footnote id="_a37d7b5a-4678-460e-8f5c-3531964299d0" label="1">
    <para> Beide stukken ontbreken in het procesdossier van eisers tot cassatie.</para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>