<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2016:1276</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-12-21T08:01:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-12-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2016-10-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/04435</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2016:2908" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2016:2908, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2016:1276">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2016:1276</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-12-20T08:40:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-12-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2016:1276 Parket bij de Hoge Raad , 11-10-2016 / 15/04435</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2016:1276:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 285a Sr. Beïnvloeden van een getuige door het geven van juridische voorlichting of juridisch advies? HR herhaalt ECLI:NL:HR:2010:BM4212, ECLI:NL:HR:2005:AT7093 en ECLI:NL:HR:2008:BC7910. Het middel miskent dat het geven van juridische voorlichting of juridisch advies nimmer ertoe kan of mag strekken dat iemand in zijn verklaringsvrijheid wordt beknot. Het Hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat van juridische voorlichting of juridisch advies a.b.i. het middel i.c. geen sprake was. Samenhang met 15/04458</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2016:1276:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <informaltable>
    <tgroup cols="2">
      <colspec colname="colA" />
      <colspec colname="colB" />
      <tbody>
        <row>
          <entry>
            <para>Nr. 15/04435</para>
            <para>Zitting: 11 oktober 2016</para>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para>
              <emphasis role="underline">Mr. D.J.C. Aben</emphasis>
            </para>
            <para>Conclusie inzake:</para>
            <para>
              <emphasis role="underline">
                [verdachte] </emphasis>
            </para>
          </entry>
        </row>
      </tbody>
    </tgroup>
  </informaltable>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para>1. De verdachte is bij arrest van 21 september 2015 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens 1, 2 en 3 telkens “<emphasis role="italic">mensenhandel, meermalen gepleegd</emphasis>” en 4. “<emphasis role="italic">opzettelijk mondeling zich jegens een persoon uiten, kennelijk om diens vrijheid om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat die verklaring zal worden afgelegd</emphasis>” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren en zes maanden met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr.</para>
  <para />
  <para>2. De onderhavige zaak hangt samen met de zaak met nr. 15/04458, waarin ik vandaag eveneens concludeer.</para>
  <para />
  <para>3. Het beroep is ingesteld namens de verdachte. Blijkens de daarvan opgemaakte akte is het beroep in cassatie niet gericht tegen “<emphasis role="italic">de gegeven vrijspraken onder parketnummer 21-007250-14</emphasis>”. Nu het hierbij niet gaat om een beperking van het cassatieberoep tot beslissingen over (cumulatieve, alternatieve en/of primaire) onderdelen van de tenlastelegging waarin een zelfstandig strafrechtelijk verwijt is omschreven, moet aan deze beperking worden voorbijgegaan.<footnote-ref linkend="_0fd0aa68-f4ca-42f3-9006-a470ed956959" /></para>
  <para />
  <para>4. Namens de verdachte heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, twee middelen van cassatie voorgesteld.</para>
  <para />
  <para>5. Het <emphasis role="underline">eerste middel</emphasis> behelst de klacht dat het onder 1 en 2 bewezenverklaarde, voor zover inhoudende dat de verdachte misbruik heeft gemaakt van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik heeft gemaakt van een kwetsbare positie, niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Het middel klaagt ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde ten tweede dat niet uit de bewijsmiddelen kan volgen dat de verdachte [betrokkene 1] heeft laten doorwerken terwijl zij een blaasontsteking en een bloeding had.</para>
  <para />
  <para>6. Ten laste van de verdachte is onder 1 en 2 bewezen verklaard dat:</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>“<emphasis role="italic">1.</emphasis></para>
    <para>
      <emphasis role="italic">hij op één of meer tijdstippen in de periode van 17 juni 2010 tot en met 03 april 2014 te Utrecht en/of elders in Nederland telkens,</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- een ander, te weten [betrokkene 1], door feitelijkheden en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft vervoerd, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van [betrokkene 1] en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">(sub 1)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- [betrokkene 1] door feitelijkheden en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">(sub 4)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van [betrokkene 1] en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">(sub 6)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- [betrokkene 1] door feitelijkheden en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [betrokkene 1], seksuele handeling(en) met of voor (een) derde(n),</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">(sub 9)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">immers heeft/is verdachte telkens</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- met [betrokkene 1] een liefdesrelatie aangegaan en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- [betrokkene 1] naar haar werkplek(ken) laten brengen of van haar werkplek(ken) laten ophalen en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- [betrokkene 1] als prostituee laten werken en/of toegezien op (een minimum aan) (de) inkomsten van [betrokkene 1] als prostituee en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- [betrokkene 1] door heeft laten werken terwijl ze een blaasontsteking en bloedingen had en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- [betrokkene 1] in de gaten gehouden of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact gecontroleerd en/of gedirigeerd en aldus de keuze-/bewegingsvrijheid van [betrokkene 1] als prostituee ingeperkt en/of</emphasis>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">- misbruik gemaakt van de toestand/positie waarin voornoemde [betrokkene 1] verkeerde, aangezien [betrokkene 1] de Nederlandse taal niet machtig was en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- [betrokkene 1] als prostituee laten werken en (het) door [betrokkene 1] met/in de prostitutie verdiende geld geheel of gedeeltelijk door [betrokkene 1] aan hem, verdachte, doen afdragen.</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">2.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">hij op één of meer tijdstippen in de periode van 30 maart 2012 tot en met 03 april 2014 te Utrecht en/of (elders) in Nederland (telkens),</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- een ander, te weten [betrokkene 2], door feitelijkheden en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft vervoerd en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van [betrokkene 2] en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">(sub 1)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- [betrokkene 2] door feitelijkheden en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">(sub 4)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van [betrokkene 2] en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">(sub 6)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- [betrokkene 2] door feitelijkheden en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht heeft bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [betrokkene 2], seksuele handelingen met of voor (een) derde(n),</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">(sub 9)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">immers heeft/is verdachte telkens</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- met [betrokkene 2] een seksuele relatie is aangegaan en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- [betrokkene 2] naar haar werkplekken gebracht en/of laten brengen of van haar werkplekken opgehaald en/of laten ophalen en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- [betrokkene 2] als prostituee laten werken en/of toegezien of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) en (de) inkomsten van [betrokkene 2] als prostituee en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- [betrokkene 2] in de gaten gehouden of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact gecontroleerd en/of gedirigeerd en (aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van [betrokkene 2] als prostituee ingeperkt en/of</emphasis>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">- [betrokkene 2] als prostituee laten werken en (het) door [betrokkene 2] met/in de prostitutie verdiende geld geheel of gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en/of door [betrokkene 2] aan hem, verdachte, doen afstaan en/of doen afdragen.”</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Deze bewezenverklaringen steunen op de bewijsmiddelen die zijn opgenomen in de aanvulling op het arrest als bedoeld in art. 365a Sv.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>7. Het hof heeft onder het kopje “<emphasis role="italic">Overweging met betrekking tot het bewijs</emphasis>” geen afzonderlijke overwegingen gewijd aan het bewijs van de in het middel bedoelde bestanddelen van art. 273f Sr.<footnote-ref linkend="_cb75c024-7bbf-4a22-b0d1-8ee5131c4eec" /> Wel heeft het hof in het kader van de strafoplegging overwogen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel gepleegd jegens twee Bulgaarse vrouwen, onder wie zijn echtgenote, en een Roemeense vrouw.<footnote-ref linkend="_56e3537a-9be6-4844-82b1-434b9c7cf201" /> Nadat het hof is ingegaan op de situatie waarin het slachtoffer van het onder 3 bewezen verklaarde verkeerde, heeft het onder meer het volgende overwogen:</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>“<emphasis role="italic">Ten aanzien van de twee andere vrouwen kan worden vastgesteld dat verdachte misbruik heeft gemaakt van de kwetsbare positie waarin zij verkeerden. Verdachte had voortdurend bemoeienis met hun prostitutie-werkzaamheden. Zo heeft hij één van zijn slachtoffers zelfs laten werken terwijl zij een blaasontsteking had en bloed plaste. De onevenwichtige relatie tussen verdachte en zijn slachtoffers maakte hen bovendien zeer kwetsbaar. Verdachte werkte zelf niet en had geen inkomsten, maar leefde van het geld dat de slachtoffers verdienden. De positie van beide vrouwen was geenszins vergelijkbaar met die van een mondige Nederlandse prostituee en zij werden door verdachte in feite belemmerd in hun keuze om in vrijheid te bepalen of zij het werk wilden voortzetten of er mee wilden ophouden, al is niet gebleken van dwang.”</emphasis></para>
  </parablock>
  <para />
  <para>8. Ik vang aan met een bespreking van de tweede klacht, namelijk de stelling dat niet uit de bewijsmiddelen kan volgen dat de verdachte [betrokkene 1] heeft laten doorwerken terwijl zij een blaasontsteking en een bloeding had. Hiertoe zijn de volgende bewijsmiddelen van belang:</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>“<emphasis role="bold italic">27. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek d.d. 01-04-14 20:36:05, tussen NNman4590A (het hof begrijpt: de gebruiker van een telefoonnummer eindigend op 4590 (verdachte)) en de gebruiker van telefoonnummer [001] ([betrokkene 1]) inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 812):</emphasis></para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Vandaag zal ik niet neuken!</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: Waarom?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: omdat ik een blaasontsteking heb opgelopen en ik bloed...</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: Wie heeft dit tegen jou gezegd?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: De arts zei dit tegen me en ik heb bloed in de urine toen ik urine gaf voor onderzoek. En ik kreeg antibioticum...</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: Aa... wat een pech hebben wij! Wij zien wel... Jij bloed maar...</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold italic">28. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek d.d. 01-04-14 23:18:17, tussen NNman4590A (het hof begrijpt: de gebruiker van een telefoonnummer eindigend op 4590 (verdachte)) en de gebruiker van telefoonnummer [001] ([betrokkene 1]) inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 818):</emphasis>
    </para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">A: Ik heb spijt dat ik gekomen ben...</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: Waarom?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Omdat ik kan niet werken. Halyo, als ik plas moet ik huilen Ik bloed, heb ik jou verteld...</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: Hoe is dit ontstaan?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Door verkoudheid en viezigheid... Dat is een bacterie die mijn vlees eet... </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">van binnen...</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: Jij hebt blaasontsteking opgelopen.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ja. Ik moet wel huilen als ik plas.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ja. Het doet heel erg pijn... Laat maar zwijgen over neuken...</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: Dat...</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Als ik zit doet het pijn. Goed dat ik NUROFEN heb geslikt zodat ik kan staan. Het doet pijn.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: Hebben zij jou antibioticum gegeven?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ik kreeg wel antibioticum maar die begint effect te hebben pas op de derde dag</emphasis>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">H: Mooi dan. Doei!</emphasis>
    </para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold italic">32. Een proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle d.d. 11 november 2014, inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:</emphasis>
    </para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">Ik ben getrouwd met [betrokkene 1]. (...) Ik kan mij het telefoongesprek dat wij voerden toen zij blaasontsteking had nog goed herinneren. (...) Ik heb haar klachten niet serieus genomen. (...)</emphasis>”</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>9. Ik begrijp de klacht aldus dat uit de mededeling van [betrokkene 1] “<emphasis role="italic">vandaag zal ik niet neuken</emphasis>” kan worden afgeleid dat [betrokkene 1] tijdens haar blaasontsteking en bloedingen niet als prostituee heeft gewerkt. </para>
  <para />
  <para>10. De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen houden in dat [betrokkene 1] die mededeling op 1 april 2014 om 20:36 uur heeft gedaan, dat de verdachte daarop reageerde met de woorden “<emphasis role="italic">jij bloedt maar</emphasis>”, dat [betrokkene 1] die avond om 23:18 uur zegt dat zij spijt heeft dat zij is gekomen en dat het goed is dat zij Nurofen heeft geslikt zodat zij kan staan en dat de verdachte zegt: “<emphasis role="italic">Mooi dan. Doei!</emphasis>” De tot het bewijs gebezigde verklaring van de verdachte houdt voorts in dat hij de klachten van [betrokkene 1] niet serieus heeft genomen. Het kennelijke oordeel van het hof dat uit deze bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de verdachte mw. [betrokkene 1] heeft laten doorwerken terwijl zij een blaasontsteking en bloedingen had, is dan ook geenszins onbegrijpelijk. </para>
  <para>Daarbij merk ik ten overvloede nog op dat in de door de steller van het middel bedoelde mededeling van [betrokkene 1] dat zij niet zal <emphasis role="italic">neuken</emphasis> in elk geval niet besloten ligt dat zij geen <emphasis role="italic">andere</emphasis> prostitutiewerkzaamheden heeft verricht. Deze klacht faalt.</para>
  <para />
  <para>11. Thans kom ik toe aan de eerste klacht van het middel, dat de in de tenlastelegging en bewezenverklaring voorkomende bestanddelen ‘misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht’ en ‘misbruik van een kwetsbare positie’ te berde brengt. Deze termen zijn in de tenlastelegging (en in de bewezenverklaring) kennelijk gebezigd in de betekenis die daaraan toekomt in art. 273f Sr. Teneinde beter zicht te krijgen op de betekenis van deze bestanddelen, zal ik hieronder enkele beschouwingen wijden aan de wetsgeschiedenis.</para>
  <para />
  <para>12. Art. 273a (oud) Sr is op 1 januari 2005 in de plaats gekomen van art. 250a (oud) Sr, dat op zijn beurt art. 250ter (oud) Sr verving. Met ingang van 31 augustus 2006 is art. 273a (oud) Sr vernummerd tot art. 273f Sr. De totstandkomingsgeschiedenis van en de rechtspraak met betrekking tot art. 250a (oud) Sr en art. 250ter (oud) Sr hebben daarom niet hun belang verloren.<footnote-ref linkend="_01e676a9-2899-4b0d-a318-48a955b703cb" /></para>
  <para />
  <para>13. In dit verband verdient opmerking dat art. 250ter (oud) Sr en art. 250a (oud) Sr het bestanddeel ‘misbruik van uit feitelijke <emphasis role="italic">verhoudingen</emphasis> voortvloeiend overwicht’ kenden. Art. 273a (oud) Sr en art. 273f Sr spreken daarentegen van ‘misbruik van uit feitelijke <emphasis role="italic">omstandigheden</emphasis> voortvloeiend overwicht’. Uit de parlementaire geschiedenis van deze bepalingen blijkt niet dat de wetgever met dit verschil in terminologie een wijziging in de betekenis en de reikwijdte van deze bestanddelen heeft beoogd. De parlementaire stukken bieden eerder aanwijzingen voor het tegendeel. Zo heeft de toenmalige minister van Justitie Korthals Altes met betrekking tot art. 250ter (oud) Sr reeds beide begrippen door elkaar gebruikt,<footnote-ref linkend="_54e7553d-a03f-4fa8-9d87-42dcb35b9699" /> terwijl de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot implementatie van Richtlijn 2011/36/EU<footnote-ref linkend="_fda54204-6a58-483e-bd0e-ef75241320ba" /> – met voorbijgaan aan de genoemde wijziging in terminologie – vermeldt dat art. 273f Sr ‘misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht’ erkent als middel waarmee de keuzevrijheid van het slachtoffer wordt geschonden.<footnote-ref linkend="_e5656cc3-f691-4c53-bce6-6ec37f881b20" /></para>
  <para />
  <para>14. De memorie van toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot art. 250ter (oud) Sr houdt in dat misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht wordt verondersteld indien de prostituee in een situatie verkeert of komt te verkeren die niet kan worden gelijkgesteld met de omstandigheden waarin een mondige prostituee in Nederland pleegt te verkeren. Maatstaf is aldus of de betrokkene verkeert in een situatie waarin een onafhankelijke zelfstandige opstelling mogelijk is, vergelijkbaar met de opstelling van een mondige Nederlandse prostituee. Met ‘mondig’ wordt in dit verband gedoeld op een zekere rijpheid die de betrokkene in staat stelt de gevolgen van zijn of haar handelen te overzien en zelfstandig beslissingen te nemen.<footnote-ref linkend="_5836d145-8688-45c2-8421-85273782ed60" /></para>
  <para />
  <para>15. Er wordt hierbij een objectivering van de term ‘misbruik’ beoogd, waarmee bescherming wordt geboden aan personen die in de seksindustrie in een uitbuitingssituatie werkzaam zijn. De memorie van toelichting houdt in dat de hier bedoelde uitbuitingssituatie zich nogal eens zal voordoen ten aanzien van onder anderen personen die uit het buitenland komen.<footnote-ref linkend="_4f26cded-c21d-4350-b313-fe6a5bb82755" /></para>
  <para />
  <para>16. De wetgever heeft hierbij in het bijzonder gedacht aan personen die afkomstig zijn uit ontwikkelings- of derdewereldlanden. Naar de opvatting van de toenmalige minister Korthals Altes was, juist wanneer het gaat om vrouwen uit het buitenland, vooral als zij afkomstig zijn uit ontwikkelingslanden met een veel lager welvaartspeil, al gauw sprake van misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht.<footnote-ref linkend="_602b4f08-f725-4911-95a3-f4130aacc4f3" /> In de memorie van antwoord is opgemerkt dat een nauwe relatie bestaat tussen de uitbuitingssituatie van buitenlandse vrouwen en hun afkomst uit in het bijzonder derdewereldlanden. Omdat zij in een economisch afhankelijke en kwetsbare positie verkeren, lopen zij een verhoogd risico om door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht slachtoffer te worden van mensenhandel.<footnote-ref linkend="_6c252e81-c50d-4526-b332-ceef99befbca" /></para>
  <para />
  <para>17. Hoewel de wetgever dus in het bijzonder het oog heeft gehad op personen die afkomstig zijn uit ontwikkelings- of derdewereldlanden, meen ik dat ook bij prostituees die afkomstig zijn uit voormalige Oostbloklanden, zoals Roemenië en Bulgarije, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht al snel in beeld komt. Ook dit zijn landen met een significant lager welvaartspeil dan Nederland,<footnote-ref linkend="_9a3af309-d282-476c-becc-d9dc1647adf4" /> zij het dat de economische situatie in die landen minder nijpend is dan in ontwikkelingslanden. Opmerking verdient in dit verband dat gemeten over de periode 2011-2015 de Roemeense en Bulgaarse nationaliteiten, na de Nederlandse, de meest voorkomende nationaliteiten zijn van de door het Coördinatiecentrum Mensenhandel geregistreerde mogelijke slachtoffers van seksuele uitbuiting in Nederland.<footnote-ref linkend="_be77495d-847c-4b3a-bd5d-2d9a641b6290" /></para>
  <para />
  <para>18. De bestanddelen ‘misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht’ en ‘misbruik van een kwetsbare positie’ overlappen elkaar grotendeels. De minister heeft erop gewezen dat uit de wetsgeschiedenis en de jurisprudentie volgt dat aan beide bestanddelen een ruime betekenis wordt gegeven en dat zij ruime bescherming beogen te bieden aan slachtoffers.<footnote-ref linkend="_c42ff4db-20c7-4be8-91bf-44bd1f36ad24" /></para>
  <para />
  <para>19. Art. 273f, zesde lid, Sr luidt met ingang van 15 november 2013 aldus, dat onder ‘kwetsbare positie’ mede wordt begrepen een situatie waarin een persoon geen andere werkelijke of aanvaardbare keuze heeft dan het misbruik te ondergaan. Deze omschrijving van het begrip ‘kwetsbare positie’ is ontleend aan art. 2, tweede lid, van Richtlijn 2011/36/EU. Om te voorkomen dat de definitie van de Richtlijn een beperkende werking zou hebben, is in art. 273f, zesde lid, Sr gekozen voor de bewoordingen ‘mede begrepen’. De minister heeft terecht opgemerkt dat de omschrijving uit de Richtlijn de ondergrens vormt en het de lidstaten vrij staat om slachtoffers van mensenhandel een ruimere strafrechtelijke bescherming te bieden.<footnote-ref linkend="_6dfe17b8-764b-4bcf-b03e-9dbdf2bf120c" /></para>
  <para />
  <para>20. Ten slotte verwijs ik op dit punt naar – samenvattende – rechtspraak. De wetgever heeft bij ‘misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht’ naar het oordeel van de Hoge Raad het oog gehad op het brengen van een ander in een afhankelijke situatie waarin deze in diens keuzevrijheid wordt beperkt.<footnote-ref linkend="_54bedcba-cbab-4c25-bf91-f8c260a74b5a" /> De belemmering van de mogelijkheid een bewuste keuze te maken vanwege (bijvoorbeeld) misbruik van overwicht, is voldoende voor het bewijs van het misdrijf mensenhandel, aldus mijn ambtgenoot Machielse.<footnote-ref linkend="_d966414a-1d93-45cd-af7e-75e4c07425dc" /></para>
  <para />
  <para>21. Terug naar de onderhavige zaak. De klacht dat het misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en het misbruik van een kwetsbare positie niet uit de bewijsmiddelen kunnen worden afgeleid, moet worden beoordeeld tegen de achtergrond van het voorgaande. In dit verband is van belang dat het hof heeft vastgesteld dat [betrokkene 1] afkomstig is uit Bulgarije en de Nederlandse taal niet machtig is (bewijsmiddelen 1 en 2). De als bewijsmiddel 33 gebezigde verklaring van [betrokkene 2] houdt onder meer in: “<emphasis role="italic">Ik heb in Roemenië de Algemene school gedaan, erna niks meer. (…) In Roemenië met een normale baan kan je niet rondkomen</emphasis>.”</para>
  <para />
  <para>22. De steller van het middel betoogt (niettemin) dat uit de bewijsmiddelen volgt dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] mondige vrouwen waren die in staat waren zelf te kiezen of zij al dan niet prostitutiewerkzaamheden zouden verrichten. Daartoe wordt een beroep gedaan op een aantal in de bewijsmiddelen opgenomen uitlatingen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2]. Ik merk hierbij op dat het beroep op het als bewijsmiddel 43 gebezigde sms-bericht faalt, reeds omdat de steller van het middel ten onrechte ervan uitgaat dat dit bericht door [betrokkene 2] is verzonden.<footnote-ref linkend="_7d5a1f25-d024-4c92-bed7-61f24430aa30" /></para>
  <para />
  <para>23. Hiervoor heb ik uiteengezet dat het hof uit de bewijsmiddelen heeft kunnen afleiden dat de verdachte [betrokkene 1] heeft laten doorwerken terwijl zij een blaasontsteking en bloedingen had. De in de toelichting op het middel betrokken stelling dat [betrokkene 1] als mondige vrouw de zelfbeschikking over haar eigen lichaam uitoefende, mist dan ook feitelijke grondslag.</para>
  <para />
  <para>24. Het als bewijsmiddel 46 gebezigde tapgesprek d.d. 22 maart 2014 houdt in dat de verdachte tegen [betrokkene 2] zegt dat zij voor de auto’s moet gaan staan om die te dwingen te stoppen, zij niet moet slapen, zij haar ogen goed open moet houden, zij moet zorgen dat zij werk krijgt en zij hem moet bellen als zij gewerkt heeft. Bewijsmiddel 71 houdt in dat [betrokkene 2] vanaf 10 maart 2014 tot en met 25 maart 2014, op één dag na, iedere avond van omstreeks 19:00 uur tot omstreeks 01:00 uur heeft gewerkt op de tippelzone aan de Europalaan in Utrecht, hetgeen onder andere blijkt uit het feit dat [betrokkene 2] dan wel [betrokkene 1] doorgeeft hoeveel klanten [betrokkene 2] heeft gehad en hoe druk het is, alsmede dat uit historische mastgegevens van de Europalaan in Utrecht blijkt dat sinds 3 september 2013 bijna iedere dag één of meerdere keren per avond/nacht contact is geweest tussen de telefoontoestellen in gebruik bij [betrokkene 2] en de verdachte. Het hof heeft voorts uit de bewijsmiddelen (zie in het bijzonder bewijsmiddelen 40, 41 en 70) niet onbegrijpelijk afgeleid dat de verdachte kon beschikken over het door [betrokkene 2] verdiende geld.</para>
  <para />
  <para>25. Gelet op het voorafgaande heeft het hof uit de gebezigde bewijsmiddelen kunnen afleiden dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] niet verkeerden in een situatie waarin een onafhankelijke zelfstandige opstelling mogelijk is, vergelijkbaar met de opstelling van een mondige Nederlandse prostituee. In dit verband heeft het hof kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat uit de door de steller van het middel aangehaalde uitlatingen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2], in het licht van de overige inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, niet volgt dat zij mondige vrouwen waren die in staat waren zelf te kiezen of zij al dan niet prostitutiewerkzaamheden zouden verrichten. Het oordeel van het hof dat zij door de verdachte werden belemmerd in hun keuze om in vrijheid te bepalen of zij het werk wilden voortzetten of ermee wilden ophouden, is voorts niet onbegrijpelijk. Het hof heeft het misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en het misbruik van een kwetsbare positie dan ook uit de gebezigde bewijsmiddelen kunnen afleiden.</para>
  <para />
  <para>26. Ik merk hierbij nog op dat de steller van het middel tevergeefs aanvoert dat het gaat om meerderjarige vrouwen die reeds in de prostitutie werkzaam waren. Ten aanzien van meerderjarigen geldt dat vrijwilligheid ontbreekt indien de prostituee niet of slechts in verminderde mate de mogelijkheid heeft een bewuste keuze te maken met betrekking tot het al dan niet voortzetten van zijn of haar relatie met de exploitant, hetgeen niet anders is indien de relatie aanvankelijk op vrijwillige basis werd aangegaan.<footnote-ref linkend="_f2aa3be1-83c5-4775-8835-44a8386efbbe" /> Het hof heeft niet onbegrijpelijk geoordeeld dat daarvan in dezen sprake is geweest. De omstandigheid dat een slachtoffer van mensenhandel reeds eerder in de prostitutie werkzaam was, behoeft bovendien geen aanwijzing te zijn voor vrijwilligheid en het ontbreken van een uitbuitingssituatie.<footnote-ref linkend="_b3deaf2c-4cfc-4acf-b414-b938f122f39c" /></para>
  <para />
  <para>27. Het middel faalt.</para>
  <para />
  <para>28. Het <emphasis role="underline">tweede middel</emphasis> keert zich tegen het onder 4 bewezen verklaarde. Het middel bevat in de eerste plaats de klacht dat de bewezenverklaring, voor zover inhoudende “<emphasis role="italic">terwijl hij verbleef op het politiebureau te Den Haag en in beperkingen zat</emphasis>”, niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Het middel klaagt in de tweede plaats dat het bewezen verklaarde, voor zover inhoudende dat de verdachte tegen [betrokkene 1] heeft gezegd dat zij zich moet beroepen op haar zwijgrecht, geen strafbaar feit behelst en het hof de verdachte in zoverre ten onrechte strafbaar heeft geacht.</para>
  <para />
  <para>29. Ten laste van de verdachte is onder 4 bewezen verklaard dat:</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>“<emphasis role="italic">hij op 8 april 2014 te Den Haag zich opzettelijk mondeling jegens [betrokkene 1] heeft geuit, kennelijk om haar vrijheid om naar waarheid (…) of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij, verdachte, wist of ernstige reden had te vermoeden dat die verklaring zou worden afgelegd, immers heeft hij, verdachte, terwijl hij verbleef op het politiebureau te Den Haag en in beperkingen zat, opzettelijk telefonisch tegen [betrokkene 1] gezegd dat zij zich moet beroepen op haar zwijgrecht en dat ze alle kaarten van de telefoon moet weggooien en dat ze niet moet bevestigen dat het zijn, verdachtes, telefoonnummer is.”</emphasis></para>
  </parablock>
  <para />
  <para>30. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>“<emphasis role="bold italic">114. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek d.d. 08-04-14 20:26:40, tussen de gebruiker van een telefoonnummer [001] ([betrokkene 1] (het hof begrijpt: [betrokkene 1]) en de gebruiker van telefoonnummer [002] (het hof begrijpt: verdachte [verdachte]), inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 932):</emphasis></para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">Onderwerp: 261 [verdachte] belt vanuit hvb te Den Haag naar [betrokkene 1]</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic"> (A) wgd [verdachte] (H)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ja ik hoor jou..</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: Jullie moeten helemaal niet praten.. helemaal niks zeggen.. je moet niks zeggen..! Hoor je mij?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ja ik heb het gehoord..!</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: Helemaal niks.. helemaal niks...Zij zullen jullie hoe dan ook ophalen en proberen te laten praten maar helemaal niks zeggen.. helemaal niks zeggen/praten..!</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ik begrijp het..!</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: Maar helemaal niks he...Wanneer zij komen moet je dus helemaal niet praten..</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: In orde..!</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: Je moet ook helemaal nergens ondertekenen/je handtekening plaatsen..! Begrijp je het?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ik begrijp het..!</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">(...)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: En verder.. dinges... dat dinges... Ehh...Wanneer er daar over gesproken wordt, over dat gene dat is helemaal niet van mij... jullie moeten daarover helemaal geen antwoord op geven. Jullie moeten helemaal nergens antwoord opgeven. zij zullen jullie oproepen/op laten halen...! Begrijpen jullie het? Als zij willen over mijn dingessen.. ehh.. hoor je mij?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ja ik hoor jou..!</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: Je moet zeggen dat je het niet weet..! Dat je het niet weet.. dat je het niet weet..! Welke mijn nummer is en zo, zeg gewoon dat je het niet weet.. Dinges..</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: ..(huilt)..!</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: Jullie weten het gewoon niet, luister naar mij, jullie beiden weten het gewoon niet..!</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ik begrijp het..!</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: Jullie moeten gewoon helemaal niks zeggen... Je moet gewoon helemaal geen woord opnoemen/zeggen... Je moet gewoon zeggen dat je niet wil praten. Zij zullen jullie op laten halen. Als jullie het op deze wijze gaan doen dan zal ik vrijkomen..!</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ik begrijp het..!</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: Het is nodig dat jullie dinges doen, hoor je mij?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ja..!</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">(....)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: Dat gene is niet van mij... Dat is niet van mij... Je moet gewoon zeggen: Dit zijn wij niet… niks meer en minder... Zowel jij als zij..! Gewoon dit zo zeggen en niks meer..! Zij kunnen niks doen, klaar..! wanneer er een woord gezegd wordt, dus dat gene van mij zou zijn, dat dinges dan is het klaar.. Dan zal ik zeker binnen vast blijven zitten..!</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">Begrijpen jullie het?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ik begrijp het..</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: Niks.. zij kunnen jullie niks maken .. Begrijp je het?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ik begrijp het..! (...)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: (…) jullie moeten zeggen: Wij willen niet praten. Jullie moeten helemaal niet praten en ook niet nergens onderteken...! Wat zij ook willen zeggen dan nog, moeten jullie beslist niet praten of iets zeggen..! In orde?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: In orde! (…)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: Ha...jullie moeten jullie geen zorgen maken maar nogmaals Wanneer jullie niks zeggen, kunnen zij ook niks maken..! Jullie moeten helemaal nergens antwoord op geven.. Zij zullen veel vragen.. zij zullen heel veel gaan vragen op verschillende wijze blijven proberen, maar nogmaals jullie moeten nergens antwoord op geven...niks meer of minder..!</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: In orde..</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: Ook jij ehh... helemaal niks zeggen, ook niet over Grilll</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Goed.. (...)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: Einde oefening! Jullie dingessen ... niets... Als men niet vertelt, als men niet ondertekent... kunnen zij me niets doen... Ook als zij me voor de rechtzaak halen/voor de rechter slepen...</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Goed... (zucht).</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: En die dinges.., gooien jullie ze weg! Gooi jij die dinges weg en zij moet ze weggooien! En dan zeg jij “Deze dingen zijn niet van ons”... Jij zegt dat en zij ook. “Dit is niet zijn nummer” zeg Jij. Hoor jij me! [betrokkene 1]?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ja.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: Zij hebben alleen dit... de telefoongesprekken…dat hebben zij alleen... Niets anders... jullie praten te veel via de telefoons... stomme dingen... Zie jij van stomme dingen wat voor pech op ons hoofd kwam... Hoor jij me? (...) jullie moeten op niets antwoord geven... Begrijp jij me?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ja.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">(...) H: Jullie worden veel verhoord… maar als jullie dit doen.., ben ik hier uit! Ik heb niets misdaan. En zo. Zij zullen dit en dat, aan jullie laten luisteren... Luister jij?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: Zij zullen dit en dat laten horen. “Dat zijn wij niet” Einde! “Dat ben ik niet... Dat zijn wij niet!“ Nee... jij zal geen antwoord geven op niets... Niet “Dat ben ik niet... Dat zijn wij niet! “ “Ik zal zwijgen...Ik zal zwijgen... Hij is mijn man…”Zij is jouw vriendin… en is onze vriendin... Ik zal nu ophangen (...) Iets anders ...jullie moeten niet bevestigen dat dit mijn telefoonnummer is. dat is niet mijn telefoonnummer... is dat duidelijk?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ja.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: Dat moet niet bevestig zijn, [betrokkene 1]! Zij zullen dit en dat afspelen...</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Jouw advocaat, daar zal ik mijn nieuwe nummer aan geven... een nieuwe voor 10 euro...Ik begrijp het..</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: Zij mogen afluisteren! Gooi deze kaarten! Waarom gooien jullie niet die kaarten... Gooi deze kaart ook jij! (…)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: (...) Doe vervangen alles.., en neem dinges... gooi deze dingen... (...)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: (...) jij hebt het recht te zwijgen... Dat is wat zij als eerste tegen jou zeggen... Dus dat zwijgrecht heb je en dat is het. Als jij iets zegt dan gaan zij daarop ingaan... van zo een ding... [betrokkene 1] (NG)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">(...)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: Gooien jullie de dingen weg en vervang de luiers van het kind...</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">(...)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: (...) En denk aan de dingen die ik jou heb gezegd... Jij hebt het recht om te zwijgen...</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Goed.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: Vervang de dingen. Als jullie dit doen ben ik buiten... Jullie praten over niets. Einde! Luister jij, [betrokkene 1]?</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">A: Ja.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">H: Jullie praten überhaupt niet. Ik zal niet meer kunnen opbellen.</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold italic">115. Een proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle d.d. 11 november 2014, inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">U houdt mij het tapgesprek d.d. 08 april 2014 te 20:26:40 uur voor. Dit was een gesprek met mijn echtgenote. Ik heb dit gesprek gevoerd. (...) Ik heb gezegd dat ze niets moest zeggen. Ik heb dit meerdere malen herhaald.</emphasis>”</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>31. Het hof heeft voorts, voor zover voor de beoordeling van het middel relevant, het volgende overwogen:</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>“<emphasis role="italic">Het hof stelt vast dat de uitingen van verdachte kennelijk bedoeld waren om de vrijheid van [betrokkene 1] om naar waarheid of geweten een verklaring af te leggen, te beïnvloeden. Weliswaar zou een deel van die uitingen - los beschouwd - nog kunnen worden geduid als voorlichting aan [betrokkene 1] over haar positie, maar uit hetgeen verdachte heeft gezegd over de telefoonkaarten en de telefoonnummers blijkt wel degelijk de bedoeling van beïnvloeding.</emphasis>”</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>32. De eerste klacht van het middel is op zichzelf terecht voorgesteld. De bewezenverklaring, voor zover inhoudende “<emphasis role="italic">terwijl hij verbleef op het politiebureau te Den Haag en in beperkingen zat</emphasis>”, kan niet uit de gebezigde bewijsmiddelen volgen. Bewijsmiddel 114 houdt in dit verband in dat [verdachte] “<emphasis role="italic">vanuit hvb te Den Haag</emphasis>” belt naar [betrokkene 1], waarmee kennelijk is bedoeld dat de verdachte het desbetreffende telefoongesprek vanuit het huis van bewaring in Den Haag heeft gevoerd. Dit gebrek in de motivering van de bewezenverklaring behoeft evenwel bij gebrek aan belang niet tot cassatie te leiden. Ook indien de hiervoor weergegeven zinsnede uit de bewezenverklaring wordt geschrapt, kan niet worden volgehouden dat daarmee aan de aard en ernst van het bewezen verklaarde wezenlijk afbreuk wordt gedaan, terwijl niet is aangevoerd dat en waarom de verdachte niettemin een rechtens te respecteren belang heeft bij de vernietiging van het arrest en een nieuwe behandeling.<footnote-ref linkend="_d59f0c68-e5ac-43bf-9d0b-495d5c870450" /> Hierbij neem ik in aanmerking dat uit de strafmotivering in het bestreden arrest niet blijkt dat het hof de precieze plek waar de detentie werd ondergaan (op een politiebureau dan wel in een huis van bewaring) of het al dan niet van kracht zijn van beperkingen, bij de straftoemeting heeft betrokken. De strafmotivering houdt in dit verband immers slechts in dat de verdachte tijdens zijn voorlopige hechtenis kans heeft gezien om contact op te nemen met zijn vrouw.</para>
  <para />
  <para>33. De tweede klacht houdt in dat een mededeling die ertoe strekt dat gebruik zal worden gemaakt van het zwijgrecht niet kan worden aangemerkt als een wederrechtelijke, strafbare beïnvloeding van een getuige. De toelichting op het middel houdt in dit verband in dat het de verdachte vrij stond om zijn echtgenote juridisch advies te geven. Volgens de steller van het middel blijkt uit de totstandkomingsgeschiedenis van art. 285a Sr niet dat de wetgever het geven van juridische voorlichting onder ‘beïnvloeden’ in de zin van deze bepaling heeft willen begrijpen. Het ging de wetgever om het strafbaar stellen van intimidatie, aldus de steller van het middel.</para>
  <para />
  <para>34. Voorop kan worden gesteld dat art. 285a, eerste lid, Sr in het bijzonder ertoe strekt de vrijheid van personen te beschermen om onbelemmerd ten overstaan van een rechter of een ambtenaar een verklaring te kunnen afleggen.<footnote-ref linkend="_7baef6c7-d5b8-410b-9015-11ea2734fcfb" /></para>
  <para />
  <para>35. De klacht faalt reeds, omdat zij ten onrechte tot uitgangspunt neemt dat in dezen slechts sprake is van het geven van juridische voorlichting of (vrijblijvend) juridisch advies. Het hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk uit bewijsmiddel 114 afgeleid dat de verdachte bij herhaling op uiterst dwingende en gebiedende toon zijn echtgenote ertoe heeft aangezet geen verklaring af te leggen. De door de steller van het middel getrokken vergelijkingen met een verhorende politieambtenaar die een verdachte de cautie geeft en een advocaat die zijn cliënt adviseert zich op diens zwijgrecht te beroepen, gaan dan ook mank.</para>
  <para />
  <para>36. Het middel steunt bovendien kennelijk op de opvatting dat voor een veroordeling ter zake van het in art. 285a, eerste lid, Sr voorziene misdrijf is vereist dat komt vast te staan dat van de zijde van de verdachte sprake is geweest van enige vorm van intimidatie jegens de in die bepaling bedoelde persoon. Voor die opvatting is in de tekst van de bepaling geen steun te vinden, terwijl strekking noch geschiedenis van die bepaling nopen tot een uitleg als in het middel wordt voorgestaan.<footnote-ref linkend="_9fffbe47-6948-4894-8311-a2df8b926f2f" /></para>
  <para />
  <para>37. Het middel faalt.</para>
  <para />
  <para>38. De middelen falen en kunnen worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende motivering. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.</para>
  <para />
  <para>39. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</para>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>De procureur-generaal</para>
    <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>AG</para>
  </parablock>
  <para />
  <footnote id="_0fd0aa68-f4ca-42f3-9006-a470ed956959" label="1">
    <para> Vgl. HR 17 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:857, <emphasis role="italic">NJ</emphasis> 2016/314, rov. 1, onder verwijzing naar HR 31 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA1610.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cb75c024-7bbf-4a22-b0d1-8ee5131c4eec" label="2">
    <para> Het arrest bevat in dit verband uitsluitend de overwegingen (1) dat de raadsvrouw heeft aangevoerd dat de feitelijkheden – die wellicht bewezen kunnen worden op grond van de tapgesprekken – geen bewijs leveren voor de bestanddelen van de verschillende sub-leden van art. 273f Sr, en (2) dat de namens de verdachte gevoerde verweren strekkende tot vrijspraak van het ten laste gelegde worden weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_56e3537a-9be6-4844-82b1-434b9c7cf201" label="3">
    <para> Onderaan pagina 9 van het bestreden arrest duidt het hof het slachtoffer van het onder 3 bewezen verklaarde abusievelijk aan als een Roemeense vrouw. Bewijsmiddel 100 houdt in dat zij de Bulgaarse nationaliteit heeft.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_01e676a9-2899-4b0d-a318-48a955b703cb" label="4">
    <para> HR 27 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI7099, <emphasis role="italic">NJ</emphasis> 2010/598, m.nt. Buruma, rov. 2.4.1.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_54e7553d-a03f-4fa8-9d87-42dcb35b9699" label="5">
    <para>
      <emphasis role="italic">Handelingen II </emphasis>1986/87, p. 3494</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fda54204-6a58-483e-bd0e-ef75241320ba" label="6">
    <para> Voluit: Richtlijn 2011/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan, en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/629/JBZ van de Raad (PbEU L 101).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e5656cc3-f691-4c53-bce6-6ec37f881b20" label="7">
    <para>
      <emphasis role="italic">Kamerstukken II</emphasis> 2011/12, 33 309, nr. 3, p. 16.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5836d145-8688-45c2-8421-85273782ed60" label="8">
    <para>
      <emphasis role="italic">Kamerstukken II</emphasis> 1988/89, 21 027, nr. 3, p. 3-4 en 8.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4f26cded-c21d-4350-b313-fe6a5bb82755" label="9">
    <para>
      <emphasis role="italic">Kamerstukken II</emphasis> 1988/89, 21 027, nr. 3, p. 4.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_602b4f08-f725-4911-95a3-f4130aacc4f3" label="10">
    <para>
      <emphasis role="italic">Handelingen II</emphasis> 1987/88, u.c.v. nr. 32, p. 20. Zie ook <emphasis role="italic">Handelingen II</emphasis> 1986/87, p. 3494.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6c252e81-c50d-4526-b332-ceef99befbca" label="11">
    <para>
      <emphasis role="italic">Kamerstukken I</emphasis> 1992/93, 21 027, nr. 54, p. 6 en 8. Zie ook <emphasis role="italic">Kamerstukken II</emphasis> 1990/91, 21 027, nr. 5, p. 2-3.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9a3af309-d282-476c-becc-d9dc1647adf4" label="12">
    <para> Volgens een bericht van het CBS, dat zich baseert op voor koopkracht gecorrigeerde cijfers van het Europese statistiekbureau Eurostat, behoorde Nederland in 2014 tot de meest welvarende landen in de EU. De omvang van de Nederlandse economie (het bbp) per hoofd van de bevolking bedroeg 131 procent van het EU-gemiddelde, terwijl Roemenië en Bulgarije onderaan de ranglijst staan met respectievelijk 55 en 47 procent van het bbp per hoofd in de EU. Zie <emphasis role="underline">https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2015/50/nederland-zakt-naar-derde-plek-eu-ranglijst-bbp-per-hoofd</emphasis>.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_be77495d-847c-4b3a-bd5d-2d9a641b6290" label="13">
    <para> Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, <emphasis role="italic">Monitor Mensenhandel. Cijfers mogelijke slachtoffers 2011-2015</emphasis>, Den Haag: Nationaal Rapporteur 2016, p. 28 (tabel 4.1). Zie p. 7-8 voor een uitleg van het begrip ‘mogelijke slachtoffers’.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c42ff4db-20c7-4be8-91bf-44bd1f36ad24" label="14">
    <para>
      <emphasis role="italic">Kamerstukken II</emphasis> 2011/12, 33 309, nr. 3, p. 16, waarin nog wordt gesproken van misbruik van uit feitelijke <emphasis role="italic">verhoudingen</emphasis> voortvloeiend overwicht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6dfe17b8-764b-4bcf-b03e-9dbdf2bf120c" label="15">
    <para>
      <emphasis role="italic">Kamerstukken II</emphasis> 2011/12, 33 309, nr. 3, p. 16.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_54bedcba-cbab-4c25-bf91-f8c260a74b5a" label="16">
    <para> HR 18 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:ZD1788, <emphasis role="italic">NJ</emphasis> 2000/443, rov. 3.3.1.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d966414a-1d93-45cd-af7e-75e4c07425dc" label="17">
    <para> Vgl. de conclusie van mijn ambtgenoot Machielse (ECLI:NL:PHR:2012:BU4004, onderdeel 3.9) voorafgaand aan HR 17 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU4004, <emphasis role="italic">NJ</emphasis> 2012/68.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7d5a1f25-d024-4c92-bed7-61f24430aa30" label="18">
    <para> Zie de in bewijsmiddel 43 vermelde telefoonnummers van de “<emphasis role="italic">beller</emphasis>” (mede blijkens bewijsmiddel 8 in gebruik bij de verdachte) en de “<emphasis role="italic">gebelde</emphasis>” (in gebruik bij [betrokkene 2]).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f2aa3be1-83c5-4775-8835-44a8386efbbe" label="19">
    <para>
      <emphasis role="italic">Kamerstukken II</emphasis> 1990/91, 21 027, nr. 5, p. 7.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b3deaf2c-4cfc-4acf-b414-b938f122f39c" label="20">
    <para> Vgl. HR 27 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI7099, <emphasis role="italic">NJ</emphasis> 2010/598, m.nt. Buruma, rov. 2.5.2, onder verwijzing naar HR 6 juli 1999, ECLI:NL:HR:1999:AB9475, <emphasis role="italic">NJ</emphasis> 1999/701.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d59f0c68-e5ac-43bf-9d0b-495d5c870450" label="21">
    <para> Vgl. HR 27 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:133, rov. 2.6.2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7baef6c7-d5b8-410b-9015-11ea2734fcfb" label="22">
    <para> HR 30 augustus 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7093, <emphasis role="italic">NJ</emphasis> 2005/544, rov.3.5; HR 20 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5961, <emphasis role="italic">NJ</emphasis> 2008/302, rov. 3.6.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9fffbe47-6948-4894-8311-a2df8b926f2f" label="23">
    <para> HR 14 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM4212, <emphasis role="italic">NJ</emphasis> 2010/499, rov. 3.6.</para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>