<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2015:2704</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-03-08T15:17:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-03-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2015-12-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">14/04551</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2016:251" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#contrair">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2016:251, Contrair</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2015:2704">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2015:2704</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-03-08T08:47:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-03-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2015:2704 Parket bij de Hoge Raad , 22-12-2015 / 14/04551</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2015:2704:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het Hof heeft kennelijk bij vergissing in het dictum m.b.t. de vordering van de b.p. en de schadevergoedingsmaatregel een bedrag vermeld dat tien euro hoger is dan door de b.p. is gevorderd. Een kennelijke misslag als de onderhavige leent zich bij uitstek voor herstel door het Hof zelf. Het gaat immers om een onmiddellijk kenbare fout die zich voor eenvoudig herstel leent door de rechter(s) die op de zaak heeft/hebben gezeten overeenkomstig hetgeen de HR heeft beslist in ECLI:NL:HR:2010:BJ7243 en ECLI:NL:HR:2012:BW1478. Deze wijze van herstel verdient de voorkeur, omdat daardoor ondubbelzinnig – en op kortere termijn – duidelijkheid komt te bestaan omtrent de voor tenuitvoerlegging vatbare beslissing. Gelet hierop is de HR in het onderhavige geval van oordeel dat verdachte onvoldoende belang heeft bij zijn cassatieberoep. De HR verklaart het beroep in cassatie o.g.v. art. 80a RO n-o. Conclusie AG: anders.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2015:2704:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Nr. 14/04551</para>
  <para>									<emphasis role="underline">Mr. Machielse</emphasis></para>
  <para>Zitting 22 december 2015</para>
  <para />
  <para>							Conclusie inzake:</para>
  <bridgehead role="underline">
    [verdachte]
  </bridgehead>
  <para />
  <para />
  <para>1. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft verdachte op de 6 juni 2014 voor: mishandeling veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken. Voorts heeft het hof de vordering van de benadeelde partij voor een bedrag van € 1637,80 toegewezen en voor dat bedrag een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, welke betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 13 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.</para>
  <para />
  <para>2. Mr. M.H. F. van den Heuvel, advocaat te Helmond, heeft cassatie ingesteld. Mr. Th.J. Kelder heeft een schriftuur ingezonden, houdende twee middelen van cassatie.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.1. Het eerste middel klaagt dat het hof aan de benadeelde partij een hoger bedrag heeft toegewezen dan door de politierechter was bepaald en dat ook de schadevergoedingsmaatregel ten onrechte op dit hoge bedrag is vastgesteld.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.2. De politierechter heeft de vordering van de benadeelde partij in haar geheel toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente, tot een bedrag van € 1627,80, dus € 10 minder dan het hof heeft gedaan. Dit verschil is te herleiden tot een verschil in het bedrag dat politierechter respectievelijk hof hebben aangenomen voor materiële schade. Het hof heeft als uitgangspunt € 1262,80 genomen, de rechtbank € 1252,80. Het voegingsformulier dat zich in het dossier bevindt houdt inderdaad in dat de benadeelde partijvordering heeft ingediend van € 1627,80.</para>
    <para>Het eerste middel is gegrond.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>4.1. Het tweede middel klaagt dat de redelijke termijn in cassatie is overschreden omdat tussen het instellen van het cassatieberoep en de ontvangst van het dossier ter griffie van de Hoge Raad meer dan acht maanden zijn verstreken.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>4.2. Het cassatieberoep is ingesteld op 13 juni 2014 en het dossier is eerst ter griffie van de Hoge Raad ontvangen op 10 april 2015. De door de Hoge Raad op acht maanden gestelde inzendtermijn is aldus met bijna twee maanden overschreden. De Hoge Raad doet voorts uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Gelet op de in hoger beroep opgelegde straf en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden zal de Hoge Raad met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden kunnen volstaan.<footnote-ref linkend="_e94f3560-f456-494c-81aa-f61878501400" /></para>
  </parablock>
  <para />
  <para>5. Beide middelen zijn gegrond. De Hoge Raad zal zelf de vergissing van het hof kunnen herstellen en alsnog de vordering van de benadeelde partij kunnen toewijzen tot een bedrag van € 1627,80 en de schadevergoedingsmaatregel op hetzelfde bedrag kunnen bepalen. Het tweede middel zal de Hoge Raad kunnen afdoen door te constateren dat de redelijke termijn is overschreden.</para>
  <para>Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging aanleiding behoort te geven.</para>
  <para />
  <para>6. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>							De Procureur-Generaal</para>
    <para>						bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
  </parablock>
  <footnote id="_e94f3560-f456-494c-81aa-f61878501400" label="1">
    <para> HR 17 juni 2008, NJ 2008, 358 m.nt. Mevis; HR 13 november 2012, nr. 10/04594 (niet gepubliceerd); HR 28 juni 2012, nr. 10/02673 (niet gepubliceerd); HR 9 oktober 2012, nr. 11/04734 (niet gepubliceerd); HR 1 oktober 2013, nr. 11/03346 (niet gepubliceerd).</para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>