<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2015:2501</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-01-19T12:50:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-01-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2015-10-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/00685</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2016:78" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2016:78, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2015:2501">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2015:2501</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-01-19T10:40:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-01-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2015:2501 Parket bij de Hoge Raad , 13-10-2015 / 15/00685</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2015:2501:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>OM-cassatie. Beklag, beslag, art. 552a Sv. Met toepassing van de juiste maatstaf bij de beoordeling van een op de voet van art. 94a Sv gelegd beslag heeft de Rb beoordeeld of zich hier het geval voordoet dat niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan klaagster een gb of een verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van w.v.v. zal opleggen. De Rb heeft dat hoogst onwaarschijnlijk geacht. Aan dit oordeel heeft de Rb i.h.b. ten grondslag gelegd dat het OM in de strafzaak tegen klaagster bij, niet-onherroepelijk, arrest van het Hof Den Haag n-o is verklaard in de strafvervolging. De Rb had bij haar oordeel evenwel niet mogen vooruitlopen op de mogelijke uitkomst van de strafzaak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2015:2501:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Nr. 15/00685 B</para>
  <para>								<emphasis role="underline">Mr. Harteveld</emphasis></para>
  <para>Zitting 13 oktober 2015 </para>
  <para />
  <para>				  		Conclusie inzake:</para>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">
      [klaagster]
    </emphasis>
    <footnote-ref linkend="_8f7bee1f-bd73-4a69-87c1-fa7352a40fba" />
  </para>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para>1. De Rechtbank Den Haag heeft bij beschikking van 11 november 2014 het door klaagster ingediende klaagschrift gegrond verklaard en de teruggave gelast van, dan wel het beslag opgeheven inzake de inbeslaggenomen onroerende goederen, zaken en/of vorderingen van klaagster.</para>
  <para />
  <para>2. De plaatsvervangend officier van justitie bij de Rechtbank heeft een middel van cassatie voorgesteld. </para>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.1. Het <emphasis role="underline">middel</emphasis> keert zich tegen het oordeel van de Rechtbank dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat in de straf- dan wel ontnemingszaak aan klaagster een geldboete respectievelijk een voordeelsontneming zal worden opgelegd.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.2. Op grond van art. 94a Sv zijn in de met deze beklagzaak samenhangende strafzaak onroerende goederen, zaken en vorderingen in beslag genomen. Het ingediende klaagschrift strekt tot teruggave aan klaagster van hetgeen onder haar in beslag is genomen. De Rechtbank heeft het klaagschrift gegrond verklaard en geoordeeld dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat in de straf- dan wel ontnemingszaak aan klaagster een geldboete respectievelijk een voordeelsontneming zal worden opgelegd. De Rechtbank heeft aan haar oordeel ten grondslag gelegd dat het Gerechtshof Den Haag in de met deze beschikking samenhangende strafzaak bij arrest van 2 juli 2014 het openbaar ministerie niet-ontvankelijk heeft verklaard in de vervolging van klaagster en dat de Rechtbank Den Haag bij vonnis van 8 oktober 2014 het openbaar ministerie niet-ontvankelijk heeft verklaard in de tegen klaagster gerichte ontnemingsvordering. De Rechtbank heeft daarnaast in aanmerking genomen dat het openbaar ministerie cassatie heeft ingesteld tegen voormeld arrest van 2 juli 2014<footnote-ref linkend="_b084cfe9-f711-48b5-8dd4-826fd1fcec4e" /> en dat de ontnemingsprocedure met de beslissing van de Rechtbank van 8 oktober 2014 nog niet is beëindigd. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.3. Door de steller van het middel wordt aangevoerd dat de Rechtbank met haar oordeel vooruit is gelopen op de mogelijke uitkomst van de strafzaak. Die klacht is terecht voorgesteld.<footnote-ref linkend="_30231882-2824-4faf-ad02-938f208636b9" /> De strafzaak is immers nog niet onherroepelijk. Daarbij merk ik op dat, mocht de Hoge Raad mij volgen in de strafzaak tegen klaagster en het door het openbaar ministerie ingestelde cassatieberoep gegrond achten, een nieuwe behandeling van de strafzaak zal volgen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.4. Het middel slaagt.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>4. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot verwijzen of terugwijzen als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.</para>
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>						De Procureur-Generaal</para>
    <para>                                                             bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>									AG</para>
  </parablock>
  <para />
  <footnote id="_8f7bee1f-bd73-4a69-87c1-fa7352a40fba" label="1">
    <para> Deze zaak hangt samen met de zaken met de nummers 14/03514, 14/03517, 14/03519, 14/03664, 15/00682 B en 15/00684 B. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b084cfe9-f711-48b5-8dd4-826fd1fcec4e" label="2">
    <para> Dit is de zaak met nummer 14/03517 waarin ik vandaag eveneens concludeer.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_30231882-2824-4faf-ad02-938f208636b9" label="3">
    <para> Vgl. HR 27 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:139.</para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>