<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2015:2315</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-27T13:30:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2015-10-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/03112</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2015:3396" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2015:3396, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2015:2315">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2015:2315</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-26T12:59:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-11-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2015:2315 Parket bij de Hoge Raad , 16-10-2015 / 15/03112</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2015:2315:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 80a lid 1 RO. Onverschuldigde betaling of betaling ingevolge afspraak? Ongerechtvaardigde verrijking?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2015:2315:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Rolnr. 15/03112	</para>
  <para>				Mr M.H. Wissink</para>
  <para>Zitting: 16 oktober 2015	</para>
  <para />
  <para>			conclusie inzake art. 80a RO</para>
  <parablock>
    <para>in de zaak van </para>
    <para />
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [eiser], </title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>(hierna: “[eiser]”)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verweerder], </title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>(hierna: “[verweerder]”)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>1. Het tijdig ingestelde cassatieberoep richt zich tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 17 maart 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:946. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 16 oktober 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:6992, die [eiser] had veroordeeld om aan [verweerder], als door deze onverschuldigd betaald, een bedrag van € 24.918,55 terug te betalen, vermeerderd met rente en kosten.</para>
    <para />
    <para>2. De klachten van het cassatiemiddel rechtvaardigen naar mijn mening geen behandeling in cassatie omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.</para>
    <para />
    <para>3. <emphasis role="underline">Onderdeel 1</emphasis> is gericht tegen rov. 3.4-3.5, waarin het hof de door [eiser] gestelde afspraak tussen partijen niet heeft aangenomen. <emphasis role="underline">Nr. 1</emphasis> bevat geen klacht.</para>
    <parablock>
      <para>	Dat de in rov. 3.4 weergegeven uitlatingen een erkentenis opleveren, is niet onbegrijpelijk en leent zich niet voor herbeoordeling in cassatie zodat de klacht in <emphasis role="underline">nr. 2</emphasis> faalt.	De klacht in <emphasis role="underline">nr. 3</emphasis> mist feitelijke grondslag omdat het hof niet heeft geoordeeld dat een persoonlijke ontmoeting een voorwaarde was om een afspraak te kunnen maken.</para>
      <para>De (overige) klachten in <emphasis role="underline">nr. 2</emphasis> en de klachten in de <emphasis role="underline">nrs. 3 t/m 7</emphasis> (m.b.t. de ‘power of attorney’) voldoen niet aan de daaraan stellen eisen nu niet is aangegeven (onder verwijzing naar de stukken van het geding in feitelijke instanties) welke stellingen zouden zijn ingenomen rondom de in de klachten bedoelde feitelijke gebeurtenissen, die in cassatie overigens niet nader kunnen worden onderzocht.</para>
      <para>	De klacht in <emphasis role="underline">nr. 8</emphasis> mist feitelijke grondslag omdat het hof niet heeft geoordeeld dat [verweerder] handelingsonbekwaam was. Het oordeel van het hof is voorts niet onbegrijpelijk in het licht van het betoog in de <emphasis role="underline">nrs. 8-11</emphasis> m.b.t. de omstandigheden dat er 7 maanden na het einde van de huur een betaling van juist een bedrag van € 24.918,55 was, welke omstandigheden het hof heeft verdisconteerd.</para>
      <para>Het onderdeel verwijst in <emphasis role="underline">noot 3</emphasis> en <emphasis role="underline">nr. 12</emphasis> naar stellingen van [eiser] over de afspraak in MvG nr. 12 en CvA nr. 4.1. De geloofwaardigheid en consistentie van (ook) die stellingen heeft het hof in rov. 3.4 beoordeeld. Dat oordeel is feitelijk en niet onbegrijpelijk. De <emphasis role="underline">nrs. 13 en 14</emphasis> bevatten geen zelfstandige klachten.</para>
      <para>Het hof heeft de stelling van [eiser] dat er een afspraak was verworpen op grond van onder meer (i) de erkentenis van de zijde van de advocaat van [eiser] ter comparitie in eerste aanleg dat er geen afspraak was en (ii) de constatering dat het proces-verbaal van die comparitie juist is, welke constatering het hof ook baseert op de opmerking van de nieuwe advocaat van [eiser] in hoger beroep, dat zijn voorganger een standpunt van [eiser] heeft geconstrueerd zonder afstemming met [eiser]. Bij gebrek aan voldoende stellingen ter zake, wordt aan bewijslevering niet toegekomen. Het oordeel wordt niet onbegrijpelijk in het licht van de drie (gelijkluidende, niet nader geconcretiseerde) verklaringen die [eiser] in hoger beroep heeft overgelegd. De klacht in <emphasis role="underline">nr. 15</emphasis> faalt daarom.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. <emphasis role="underline">Onderdeel 2</emphasis> klaagt over de rov. 3.6-3.13. De klacht in de <emphasis role="underline">nrs. 16-18</emphasis> miskent dat het hof feiten en omstandigheden mag ontlenen aan (delen van) stukken uit andere procedures die in de onderhavige procedure zijn overgelegd en waarop een beroep is gedaan (het middel klaagt niet dat op die stukken geen beroep is gedaan). Voorts miskent <emphasis role="underline">nr. 18</emphasis> dat het oordeel van het hof niet berust op een vaststelling of [betrokkene] in de winkel heeft gestaan.</para>
    <para>
      <emphasis role="underline">Nr. 20</emphasis> klaagt vergeefs over een feitelijk en niet onbegrijpelijk oordeel in rov. 3.8, dat de in de rov. 3.7 en 3.8 bedoelde verklaringen inconsistent zijn ten aanzien van de vraag of [betrokkene] de nieuwe huurder wilde worden. De <emphasis role="underline">nrs. 19 en 21</emphasis> bevatten geen zelfstandige klachten, de <emphasis role="underline">nrs. 22-24</emphasis> bevatten voortbouwende klachten die het lot van de voorgaande klachten delen.</para>
    <para />
    <para>5. <emphasis role="underline">Onderdeel 3 (nrs. 25-27)</emphasis> bevat een voortbouwende klacht over het passeren van het bewijsaanbod, welke faalt in het verlengde van de onderdelen 1 en 2. Het middel verwijst daarbij naar de CvA onder 5 en 6. Daarin bestrijdt [eiser] het door [verweerder] bijgebrachte bewijs, hetgeen wordt gevolgd door een algemeen bewijsaanbod (“zijn gedaagde en zijn broer [betrokkene] bereid om te getuigen”). Dat bewijsaanbod kon het hof in het licht van het voorgaande verwerpen op de in rov. 3.15 aangegeven gronden.</para>
    <para />
    <para>6. Het cassatieberoep kan naar mijn mening met toepassing van artikel 80a RO niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Procureur-Generaal bij de</para>
      <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>A-G</para>
    </parablock>
  </section>
</conclusie>
</open-rechtspraak>