<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2015:1491</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T13:01:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-08-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2015-06-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">14/00665</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2015:2634" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2015:2634, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2015:1491">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2015:1491</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-09-15T14:10:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-09-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2015:1491 Parket bij de Hoge Raad , 09-06-2015 / 14/00665</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2015:1491:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Profijtontneming. Kennelijke misslag Hof bij berekening w.v.v. waardoor bedrag te hoog is vastgesteld. HR verbetert de schatting van het totale bedrag en de daaruit voor de betrokkene voortvloeiende betalingsverplichting. HR merkt nog op dat een kennelijke misslag als i.c. zich bij uitstek voor herstel door het Hof zelf leent, nu het immers om een onmiddellijk kenbare fout gaat die zich voor eenvoudig herstel leent door de rechter(s) die op de zaak heeft/hebben gezeten overeenkomstig hetgeen de HR heeft beslist in zijn arresten ECLI:NL:HR:2010:BJ7243, NJ 2012/48 en ECLI:NL:HR:2012:BW1478, NJ 2012/490). Deze wijze van herstel verdient de voorkeur, omdat daardoor ondubbelzinnig - en op kortere termijn - duidelijkheid komt te bestaan omtrent de voor tenuitvoerlegging vatbare beslissing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2015:1491:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <informaltable>
    <tgroup cols="2">
      <colspec colname="colA" />
      <colspec colname="colB" />
      <tbody>
        <row>
          <entry>
            <para>Nr. 14/00665 P</para>
            <para>Zitting: 9 juni 2015</para>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para>
              <emphasis role="underline">Mr. Hofstee</emphasis>
            </para>
            <para>Conclusie inzake:</para>
            <para>
              <emphasis role="underline">
                [betrokkene]
              </emphasis>
              <footnote-ref linkend="_86a90aa7-0d95-41d4-b46a-1d4dfb9ae11c" />
            </para>
          </entry>
        </row>
      </tbody>
    </tgroup>
  </informaltable>
  <para />
  <parablock>
    <para>1. Het Gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 22 januari 2014 het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 901.995,29 en, na aftrek van € 15.000,00 wegens overschrijding van de redelijke termijn, aan de betrokkene ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van afgerond € 886.900,00.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>2. Namens de betrokkene heeft mr. F.P. Slewe, advocaat te Amsterdam, een middel van cassatie voorgesteld.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>3. Het middel klaagt dat het Hof het wederrechtelijk verkregen voordeel, en daarmee de opgelegde betalingsverplichting, door een optelfout heeft vastgesteld op een te hoog bedrag.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>4. De bestreden uitspraak houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, in<footnote-ref linkend="_05569ed2-b32b-48d2-b096-3bd9cafb578e" />:</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>“</para>
  </parablock>
  <informaltable>
    <tgroup cols="3">
      <colspec colname="colA" />
      <colspec colname="colB" />
      <colspec colname="colC" />
      <tbody>
        <row>
          <entry>
            <para>
              <emphasis role="bold">Andere uitgaven</emphasis>
            </para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para>Auto's</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>f430.230,61</para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para>Meubelen</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>f 80.555.89</para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para>Elektrische apparaten</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>f 15.220,01</para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para>Vakanties</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>f 53.109,00</para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para>Kosten m.b.t. panden</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>f  8.271,74</para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para>Telefoonkosten</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>f 18.107,69</para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para>Verzekeringen</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>f 45.917,22</para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para>Sieraden</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>f236.320,00</para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para>Luxemburg</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>f560.000,00</para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para>Overig</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>f 47.319,53</para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para>
              <emphasis role="italic">Totaal</emphasis>
            </para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para>
              <emphasis role="bold">f 1.658.021,78</emphasis>
            </para>
          </entry>
        </row>
      </tbody>
    </tgroup>
  </informaltable>
  <para>										”</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>5. Het middel klaagt terecht dat het totaal van de onder het kopje “Andere uitgaven” genoemde bedragen niet f 1.658.021,78 bedraagt, maar f 1.495.051,69. De Hoge Raad kan zelf het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat en de betalingsverplichting verminderen met het verschil tussen beide bedragen, te weten een bedrag van € 73.952,60 (f 162.970,09 : 2,20371). Dat betekent dat het bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden vastgesteld op € 828.042,69 en de betalingsverplichting op € 828.042,69 - € 15.000<footnote-ref linkend="_d25ae5b2-d6de-40e6-8fa8-601880438545" /> = € 813.000 (afgerond).</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel en van de opgelegde betalingsverplichting, en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Procureur-Generaal</para>
    <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>					AG</para>
  </parablock>
  <footnote id="_86a90aa7-0d95-41d4-b46a-1d4dfb9ae11c" label="1">
    <para> Deze zaak hangt samen met de zaak met griffienummer 14/00666P waarin ik vandaag eveneens zal concluderen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_05569ed2-b32b-48d2-b096-3bd9cafb578e" label="2">
    <para> Ik heb - aan de hand van het sfo-rapport - de beslissing in eerste aanleg en de overwegingen van het Hof in de bestreden uitspraak gecontroleerd of het totaalbedrag niet toch zou kunnen kloppen door een eventueel foutieve vermelding van een bedrag ergens anders. Dat bleek echter niet het geval.</para>
    <para />
  </footnote>
  <footnote id="_d25ae5b2-d6de-40e6-8fa8-601880438545" label="3">
    <para> Het bedrag dat door het Hof in mindering is gebracht vanwege de overschrijding van de redelijke termijn.</para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>