<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2014:637</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T07:51:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2014-05-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12/02249</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2014:1576" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2014:1576, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2014:637">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2014:637</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-01T14:31:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2014:637 Parket bij de Hoge Raad , 13-05-2014 / 12/02249</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2014:637:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Stempelvonnis, art. 395a Sv. Verdachte is door de kantonrechter bij verstek veroordeeld. Dit vonnis is slechts aangetekend op de wijze a.b.i. art. 395a.1 Sv (het zgn. stempelvonnis). Verdachte heeft h.b. ingesteld tegen dit vonnis. Het Hof heeft het vonnis waarvan beroep bevestigd. Bij de beoordeling van een cassatieberoep tegen een arrest van een Hof is uitsluitend aan de orde de vraag of dat arrest voldoet aan de wettelijke vereisten van o.m. artt. 350, 358 en 359 Sv. Voor het voldoen aan die vereisten kan het Hof gebruik maken van de mogelijkheid om het vonnis van de rechter in e.a. te bevestigen, zo nodig met aanvulling of verbetering van gronden ex art. 423.1 Sv. Nu het Hof het stempelvonnis van de Kantonrechter - dat niet voldoet aan de motiveringseisen van de artt. 350, 358 en 359 Sv - zonder enige aanvulling heeft bevestigd, voldoet ook het arrest van het Hof niet aan die motiveringseisen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2014:637:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Nr. 12/02249</para>
  <para>Mr. Spronken</para>
  <para>Zitting: 13 mei 2014</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Conclusie inzake:</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      [verdachte]
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <orderedlist numeration="arabic">
    <listitem>
      <para>De enkelvoudige kamer van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij mondeling arrest van 12 december 2011 bevestigd het mondeling vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Maastricht van 27 mei 2011, waarbij verdachte wegens “overtreding van het bepaalde in artikel 30 lid 4 Wet aansprakelijkheidsverkering motorrijtuigen” is veroordeeld tot hechtenis voor de duur van tien dagen en hem tevens de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen is ontzegd voor een termijn van zes maanden.</para>
      <para />
    </listitem>
    <listitem>
      <para>Mr. H.M.W. Daamen, advocaat te Maastricht, heeft namens verdachte één middel van cassatie voorgesteld.</para>
      <para />
    </listitem>
    <listitem>
      <para>Het <emphasis role="underline">middel</emphasis> klaagt dat het bestreden arrest aan nietigheid lijdt, omdat het hof ten onrechte het mondeling vonnis van de kantonrechter heeft bevestigd terwijl dit vonnis in strijd met art. 395, tweede lid, Sv niet is aangetekend in het proces-verbaal van de terechtzitting.</para>
      <para />
    </listitem>
    <listitem>
      <para>Het op de procedure bij de kantonrechter betrekking hebbende art. 395, tweede lid, Sv luidde tot 1 januari 2013, voor zover relevant, als volgt:</para>
    </listitem>
  </orderedlist>
  <para>“Het vonnis wordt in het proces-verbaal van de terechtzitting aangetekend op de wijze door de Minister van Justitie te bepalen (…)</para>
  <para>c. indien een gewoon rechtsmiddel tegen het vonnis is aangewend, tenzij het aanwenden van het rechtsmiddel meer dan drie maanden na de uitspraak is geschied of sprake is van een vonnis als bedoeld in artikel 410a, eerste lid”.</para>
  <para />
  <para>5. Art. 2 van de Regeling aantekening mondeling vonnis door politierechter, kinderrechter, economische politierechter, de kantonrechter en de enkelvoudige kamer voor behandeling van strafzaken in hoger beroep<footnote-ref linkend="_409c5192-2e42-4dbf-a851-6c979227ecae" /> luidt onder meer als volgt:</para>
  <para>“De aantekening van het mondeling vonnis als bedoeld in artikel 395, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering dient de navolgende gegevens te bevatten:</para>
  <para>a. inhoud van de telastlegging (verwezen kan worden naar de dagvaarding of, in oproepingszaken, naar de oproeping of nadere opgave, met vermelding van eventuele aanvulling ter terechtzitting);</para>
  <para>in geval van bewezenverklaring:</para>
  <para>a. alle gebezigde bewijsmiddelen en andere gronden voor de bewezenverklaring (voor de inhoud van de bewijsmiddelen kan worden verwezen naar het proces-verbaal van de terechtzitting en andere processtukken. Indien niet de gehele inhoud voor het bewijs is gebezigd, dan aangeven welk deel wel is gebruikt. Vermelding van de redengevende feiten en omstandigheden voor de beslissing dat het (de) feit(en) door de verdachte(n) is (zijn) begaan, is in voor hoger beroep vatbare zaken gewenst);</para>
  <para>b. de bewezenverklaring (verwijzing naar onder a, met aanduiding van de eventuele beperking of uitlegging is toegelaten);</para>
  <para>c. de kwalificatie van het (de) strafbare feit(en) dat (die) het bewezenverklaarde oplevert;</para>
  <para>d. de wettelijke voorschriften die zijn toegepast;</para>
  <para>e. beslissing omtrent de strafbaarheid van de verdachte en het feit, eventueel met de gronden daarvoor;</para>
  <para>f. ontslag van rechtsvervolging met de gronden daarvoor;</para>
  <para>g. opgelegde straf of maatregel. Opgave van bijzondere redenen die de straf hebben bepaald of tot de maatregelen [hebben] geleid, is in voor hoger beroep vatbare zaken gewenst. Verder in de voorkomende gevallen opgave van de strafmotiveringseisen, genoemd in art. 359, vierde, zesde, zevende en achtste lid, Sv;</para>
  <para>h. bijkomende beslissingen, met eventueel de gronden daarvoor”.</para>
  <para />
  <para>6. Uit de in het dossier aanwezige aantekening van het mondeling vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Maastricht van 27 mei 2011 blijkt dat verdachte in eerste aanleg bij verstek wegens - kort gezegd - onverzekerd rijden op 4 oktober 2010 is veroordeeld tot de hierboven onder 1. vermelde straf. De op dit vonnis betrekking hebbende mededeling uitspraak is op 15 juni 2011 aan verdachte in persoon uitgereikt. Verdachte heeft vervolgens op 23 juni 2011 hoger beroep ingesteld.</para>
  <para />
  <para>7. Uit de gedingstukken volgt dus dat verdachte binnen drie maanden na de uitspraak hoger beroep heeft ingesteld en dat geen sprake is van een verlofzaak als bedoeld in art. 410 Sv omdat verdachte door de kantonrechter is veroordeeld tot een hechtenisstraf en een ontzegging van de rijbevoegdheid. Art. 395, tweede lid onder c, Sv schrijft in zo een geval voor dat het vonnis moet worden aangetekend in het proces-verbaal van de terechtzitting. Een proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg heb ik in het dossier echter niet aangetroffen. Ook een verzoek van de griffie van de Hoge Raad aan de griffie van het gerechtshof om het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 mei 2011 alsnog in te sturen, heeft niets opgeleverd. Daarom moet worden aangenomen dat van de genoemde terechtzitting geen proces-verbaal is opgemaakt en de in art. 395, tweede lid, Sv bedoelde aantekening van het mondelinge vonnis niet heeft plaatsgevonden.<footnote-ref linkend="_55167471-728d-4bd7-97e3-5424cdd58d99" /></para>
  <para />
  <para>8. Nu de thans in het dossier aanwezige aantekening mondeling vonnis niet voldoet aan de voorschriften van art. 2 van genoemde Regeling en dus niet blijkt op basis van welke gronden en overwegingen de kantonrechter tot zijn oordelen omtrent de vragen van art. 348 en 350 Sv is gekomen, had het hof het vonnis niet mogen bevestigen. Het middel klaagt hierover terecht.<footnote-ref linkend="_0c74931a-b789-419c-84ca-3a24bc60bb88" /></para>
  <para />
  <para>9. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.</para>
  <para />
  <para>10. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch om de zaak opnieuw te berechten.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Procureur-Generaal</para>
    <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>AG</para>
  </parablock>
  <para />
  <footnote id="_409c5192-2e42-4dbf-a851-6c979227ecae" label="1">
    <para> Regeling van 2 oktober 1996, Stcrt. 1996, 197.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_55167471-728d-4bd7-97e3-5424cdd58d99" label="2">
    <para> Dit werd bevestigd bij telefonische navraag bij de griffie van de voormalige rechtbank Maastricht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0c74931a-b789-419c-84ca-3a24bc60bb88" label="3">
    <para> Vgl. HR 25 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO2956.</para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>