<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2014:351</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-16T04:10:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-05-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2014-04-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">14/01667</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2014:1389" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2014:1389, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2014:351">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2014:351</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-06-12T15:21:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-06-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2014:351 Parket bij de Hoge Raad , 25-04-2014 / 14/01667</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2014:351:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Beëindiging schuldsanering zonder schone lei. Feitelijke grondslag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2014:351:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <informaltable>
    <tgroup cols="2">
      <colspec colname="colA" />
      <colspec colname="colB" />
      <tbody>
        <row>
          <entry>
            <para>14/01667</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>Mr. L. Timmerman </para>
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para>Zitting 25 april 2014</para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para>Conclusie inzake:</para>
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para>
              [verzoekster],</para>
            <para>verzoekster tot cassatie,</para>
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para>(hierna [verzoekster]).</para>
            <para />
            <para />
            <para />
          </entry>
        </row>
      </tbody>
    </tgroup>
  </informaltable>
  <para />
  <para>1. In deze schuldsaneringszaak heeft de rechtbank Noord-Holland bij vonnis van 28 januari 2014 de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoekster] beëindigd zonder toekenning van de zogenoemde schone lei. In hoger beroep is deze beslissing bekrachtigd door het gerechtshof Amsterdam bij arrest van 25 maart 2014. </para>
  <para />
  <para>2 Daartoe overwoog het hof kort gezegd dat [verzoekster] gedurende de schuldsaneringsregeling is tekortgeschoten in de nakoming van diverse uit die regeling voortvloeiende verplichtingen (rov. 2.12), waaronder de verplichtingen om tijdig en zowel gevraagd als ongevraagd de bewindvoerder van informatie te voorzien (rov. 2.13), ten minste viermaal per maand te solliciteren naar betaald werk in aanvulling op de door haar reeds verrichte werkzaamheden (rov. 2.14) en geen nieuwe (aanzienlijke) schulden (rov. 2.15) of een boedelachterstand te laten ontstaan (rov. 2.16). Volgens het hof zijn deze tekortkomingen [verzoekster] bovendien toe te rekenen, omdat zij zelf de verantwoordelijkheid draagt voor het welslagen van de schuldsaneringsregeling en om zo nodig de hulp van derden in te roepen, het niet aannemelijk is dat de psychische problemen daaraan in de weg stonden en zij de bewindvoerder tijdig van haar problemen op de hoogte had moeten brengen; onvoldoende aannemelijk is dat [verzoekster] haar problemen afdoende onder controle heeft gekregen, zodat er, ook bij een eventuele verlenging van de duur van de schuldsaneringsregeling, niet voldoende vertrouwen bestaat dat nakoming van de verplichtingen gewaarborgd is (rov. 2.17).</para>
  <para />
  <para>3 [verzoekster] heeft tegen dit arrest beroep in cassatie ingesteld. Het op 29 maart 2014 en derhalve tijdig ingekomen verzoekschrift omvat <emphasis role="underline">één onderdeel</emphasis> dat in essentie twee klachten aanvoert: (i) het hof zou in rov. 2.17 ten onrechte niet (expliciet) hebben beoordeeld of de tekortkomingen een duidelijke aanwijzing vormen dat bij verzoeker de van haar te vergen medewerking aan een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregeling ontbreekt, althans niet of onvoldoende hebben gemotiveerd waarom voldoende vertrouwen in nakoming van de verplichtingen de tekortkomingen ontbreekt, en (ii) [verzoekster] zou wel degelijk (deels) aan haar verplichtingen hebben voldaan. </para>
  <para />
  <para>4 De klachten kunnen klaarblijkelijk niet tot cassatie leiden. Klacht (i) ontbeert feitelijke grondslag aangezien het hof in rov. 2.17 op toereikende en voldoende begrijpelijke wijze is ingegaan op de verwijtbaarheid van de geconstateerde tekortkomingen en daarmee eveneens heeft onderzocht of de tekortkomingen in het licht van de omstandigheden van het geval een duidelijke aanwijzing vormen dat bij [verzoekster] de van haar te vergen medewerking aan een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregeling ontbreekt. Met klacht (ii) miskent de steller van het middel dat in cassatie niet met succes kan worden geklaagd over de juistheid van de door het hof vastgestelde feiten. </para>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Conclusie</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring op grond van art. 80a lid 1 RO.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>								De Procureur-Generaal bij de</para>
    <para>								Hoge Raad der Nederlanden</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>								A-G</para>
  </parablock>
</conclusie>
</open-rechtspraak>