<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2014:2898</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T11:38:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-02-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2014-12-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">14/01505</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2015:352" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2015:352, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2014:2898">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2014:2898</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-03-19T15:17:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-02-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2014:2898 Parket bij de Hoge Raad , 16-12-2014 / 14/01505</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2014:2898:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overschrijding van toegestane maximumsnelheid voor motorvoertuigen. Slagende bewijsklacht. Uit het gebezigde bewijsmiddel kan niet volgen dat verdachte het bewezenverklaarde feit als bestuurder heeft gepleegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2014:2898:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <informaltable>
    <tgroup cols="2">
      <colspec colname="colA" />
      <colspec colname="colB" />
      <tbody>
        <row>
          <entry>
            <para>Nr. 14/01505</para>
            <para>Zitting: 16 december 2014</para>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para>
              <emphasis role="underline">Mr. Aben</emphasis>
            </para>
            <para>Conclusie inzake:</para>
            <para>
              <emphasis role="underline">
                [verdachte]
              </emphasis>
            </para>
          </entry>
        </row>
      </tbody>
    </tgroup>
  </informaltable>
  <parablock>
    <para>1. De enkelvoudige kamer van het gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 17 februari 2014 de verdachte ter zake van <emphasis role="italic">“overtreding van het bepaalde bij artikel 20, aanhef en onder a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990”</emphasis> veroordeeld tot een geldboete van € 730,00, subsidiair veertien dagen hechtenis en hem een OBM opgelegd voor de duur van acht maanden. Voorts heeft het hof de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf gelast, te weten een OBM voor de duur van vier maanden. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>2. Namens de verdachte heeft mr. P.J. Silvis, advocaat te Schiedam, beroep in cassatie ingesteld en heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>3. Het <emphasis role="underline">middel</emphasis> klaagt dat de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed nu uit het gebezigde bewijsmiddel niet kan volgen dat de verdachte het in het bewezenverklaring bedoelde motorvoertuig heeft bestuurd. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>4. Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>“een bij de ontdekking van het hierna omschreven strafbaar feit onbekend gebleven bestuurder van een motorvoertuig (personenauto), gekentekend [AA-00-BB], op of omstreeks 15 november 2010 te Rotterdam, binnen de bebouwde kom, op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Brielselaan, heeft gereden met een snelheid van ongeveer 106 kilometer per uur, in elk geval de aldaar voor motorvoertuigen toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden, terwijl verdachte toen eigenaar of houder, als bedoeld in artikel 1, derde lid van de Wegenverkeerswet 1994, van dat motorvoertuig was;</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>subsidiair:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>dat hij op of omstreeks 15 november 2010 te Rotterdam, binnen de bebouwde kom, als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Brielselaan, heeft gereden met een snelheid van ongeveer 106 kilometer per uur, in elk geval de aldaar voor  motorvoertuigen toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden.”</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>5. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>“hij op 15 november 2010 te Rotterdam, binnen de bebouwde kom, als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Brielselaan, heeft gereden met een snelheid van ongeveer 106 kilometer per uur, de aldaar voor motorvoertuigen toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden.”</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>6. Deze bewezenverklaring steunt op het volgende bewijsmiddel: </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>“Het proces-verbaal van overtreding van de regiopolitie Rotterdam-Rijnmond, nr. 15.11.2010.2043.017233, d.d. 7 maart 2011, inhoudende het relaas van de verbalisant.”</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>7. Een blik achter de papieren muur leert dat dit bewijsmiddel inhoudt:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>“PROCES-VERBAAL</para>
    <para>Overtreding</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Ik, verbalisant,</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verbalisant]
      </emphasis>, buitengewoon opsp. ambtenaar, BOA aktenummer: [001], Exo Uitvoerende Eenheid 3, Exo Project Verkeershandhaving, Politie Rotterdam-Rijnmond, verklaar het volgende,</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Feit</title>
    <para>Ik, [verbalisant], zag/constateerde, dat een persoon een feit pleegde dat is gecodeerd als feitnummer VA060 en dat als volgt is omschreven in de tekstenbundel van de Commissie Feiten en Tarieven van het Ministerie van Justitie:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (gedragsregel) van 55 tot 60 km/h </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Artikel </title>
    <para>20 sub a RW 1990 (cat 1/2), 20 sub bene RW 1990 (cat 3), 22 lid 1 sub d en e RW 1990 (cat 3), 22 lid 1 sub c RW 1990 (cat 4)</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overtredingsgegevens</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum			: 15-11-2010</para>
      <para>Omstreeks		: 20:43 uur</para>
      <para>Plaats			: Rotterdam</para>
      <para>Gemeente		: Rotterdam</para>
      <para>Locatie			: Brielselaan</para>
      <para>  Binnen een als zodanig aangeduide bebouwde kom</para>
      <para>Soort weg		: Een weg, zijnde een voor het openbaar verkeer</para>
      <para>  openstaande weg</para>
      <para>Richting van 		: Maashaven Oostzijde</para>
      <para>Richting naar 		: Maastunnelplein</para>
      <para>Voertuig 		: Personenauto</para>
      <para>Merk/type 		: RENAULT</para>
      <para>Kenteken		: [AA-00-BB] Land: Nederland</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze overtreding werd fotografisch vastgelegd. </para>
      <para>Filmnummer: 5827_10</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting geteste, geijkte en op de voorgeschreven wijze gebruikte radarsnelheidsmeter.</para>
      <para>Gemeten (afgelezen) snelheid : 110 km per uur.</para>
      <para>Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 106 km per uur.</para>
      <para>Toegeslane snelheid : 50 km per uur.</para>
      <para>Overschrijding met : 56 km per uur.</para>
      <para>De werkelijke snelheid is het resultaat van een, overeenkomstig de geldende Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers van het college van Procureurs-Generaal, uitgevoerde correctie op de met het meetmiddel gemeten (afgelezen) snelheid.</para>
      <para>De bestuurder werd ter plaatse niet staande gehouden.</para>
      <para>Er werd volstaan met bekeuren op kenteken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitzonderingsbepalingen waren niet van toepassing.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Personalia verdachte</title>
    <para>Volgens de opgave van de Rijksdienst voor het Wegverkeer dan wel uit een ingesteld nader onderzoek bleek het motorvoertuig toe te behoren aan:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naam 			: [verdachte]</para>
      <para>Geboren 		: [geboortedatum]-1974</para>
      <para>Adres 			: [a-straat 1]</para>
      <para>Postcode plaats 	: [woonplaats]</para>
      <para>Land 			: Nederland</para>
      <para>Datum RDW-bevraging : 22-11-2010</para>
      <para>Deel II 			: 15-JUL-2010</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan door mij, </para>
      <para>
        [verbalisant], op ambtsbelofte, </para>
      <para>is opgemaakt, dit proces-verbaal, dat ik sloot en tekende te Rotterdam, op 07-03-2011.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>8. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 17 februari 2014 houdt, voor zover van belang, in:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>“De raadsman van de verdachte wordt onmiddellijk na het voordragen van de zaak in de gelegenheid gesteld de bezwaren van de verdachte tegen het vonnis op te geven. De raadsman geeft op dat de verdachte van oordeel is ten onrechte te zijn veroordeeld.</para>
      <para>(…)</para>
      <para>Desgevraagd deelt de raadsman mede dat zijn cliënt ontkent op 15 november 2010 de bestuurder te zijn geweest. Voorts kan zijn cliënt niet aangeven wie wel de bestuurder is geweest. Hij snapt dat hij als kentekenhouder verantwoordelijk is, maar hij begrijpt niet dat hij daardoor een jaar zijn rijbewijs kwijt raakt. Door zijn cliënt is niet nader uitgezocht wie wel de bestuurder is geweest op 15 november 2010.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>9. De aantekening mondeling arrest bevat als bewijsoverweging van het hof slechts dat het hof zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan grondt op de feiten en omstandigheden die in het (hiervoor onder 6 weergegeven, DA) bewijsmiddel zijn vervat. Uit dat bewijsmiddel kan echter niet volgen dat de verdachte het bewezenverklaarde feit als bestuurder heeft gepleegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>10. Het middel is dan ook terecht voorgesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>11. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van het bestreden arrest aanleiding behoort te geven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De procureur-generaal</para>
      <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>                                                   AG</para>
    </parablock>
  </section>
</conclusie>
</open-rechtspraak>