<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2013:CA3710</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T09:04:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">CA3710</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2013-05-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/02045</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2013:CA3710" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:CA3710, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2013/412</rdf:li>
          <rdf:li>JBPr 2013/54 met annotatie van mr. R.L. Bakels</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2013:CA3710">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2013:CA3710</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-07-16T12:58:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2013:CA3710 Parket bij de Hoge Raad , 31-05-2013 / 13/02045</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2013:CA3710:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Cassatie. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift dat niet is ingediend en niet is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Geen herstel van dit gebrek door later verzoekschrift dat andere klachten bevat.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2013:CA3710:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
  <parablock>
    <para>Zaaknummer: 13/02045 (WSNP)</para>
    <para>mr. Wuisman</para>
    <para>Rolzitting: 31 mei 2013</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>CONCLUSIE inzake:</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      [verzoeker],</para>
    <para>verzoeker tot cassatie,</para>
    <para>advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>1. Voorgeschiedenis</para>
  <para />
  <para>1.1 De wettelijke schuldsaneringsregeling, waartoe verzoeker tot cassatie bij vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 21 februari 2012 was toegelaten, is op voordracht van de rechter-commissaris door de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, bij vonnis van 12 februari 2013 beëindigd wegens het in strijd met de doelstelling van de schuldsaneringsregeling willens en wetens, dus toerekenbaar, schenden van wettelijke voorschriften, het laten ontstaan van een nieuwe bovenmatige schuld en het niet naar behoren informeren van de bewindvoerder. Een en ander is door verzoeker tot cassatie niet weersproken. Deze is nl., hoewel naar behoren opgeroepen, niet ter terechtzitting verschenen.</para>
  <para />
  <para>1.2 Verzoeker tot cassatie is tegen dit vonnis in hoger beroep gekomen bij het hof Arnhem-Leeuwarden. In het beroepschrift wordt volstaan met een ontkenning van de door de rechtbank aangenomen tekortkomingen van verzoeker tot cassatie zonder enige onder-bouwing. Hoewel naar behoren opgeroepen, verschijnt verzoeker tot cassatie ook niet ter terechtzitting van het hof in persoon; wel is een vervanger van zijn advocaat aanwezig. Deze erkent dat in het beroepschrift beroepsgronden ontbreken. Als verklaring daarvoor wordt gegeven dat er geen gelegenheid is geweest om met verzoeker tot cassatie te spreken vóór het indienen van de stukken.</para>
  <para />
  <para>1.4 Bij arrest van 11 april 2013 verklaart het hof verzoeker tot cassatie niet-ontvankelijk in het hoger beroep, omdat in het beroepschrift geen beroepsgronden zijn opgenomen en ook niet een voorbehoud is gemaakt voor aanvulling van de beroepsgronden.</para>
  <para />
  <para>1.5 Tegen dit arrest is verzoeker in cassatie gekomen.</para>
  <para />
  <para>2. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep</para>
  <para />
  <para>2.1 In deze zaak is cassatieberoep ingesteld middels een op 18 april 2013 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen verzoekschrift. Dit verzoekschrift voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv., omdat het ingediend noch ondertekend is door een advocaat bij de Hoge Raad. Uit HR 10 juli 2009, LJN BI0773((1)) volgt dat dit gebrek in cassatie kon worden hersteld door het oorspronkelijke verzoekschrift binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad opnieuw in te dienen maar nu ondertekend een advocaat bij de Hoge Raad. Wordt zo gehandeld dan zal als de dag waarop de zaak is aangebracht gelden de dag waarop het oorspronkelijke verzoekschrift is ingediend.</para>
  <para />
  <para>2.2 De op 1 mei 2013 ingediende cassatieschriftuur is weliswaar ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, maar bevat geheel andere klachten dan het op 18 april 2013 ingediende verzoekschrift. Dit betekent dat verzoeker tot cassatie niet-ontvankelijk is in zijn cassatieberoep: het eerste verzoekschrift tot cassatie is niet ondertekend door een bevoegde advocaat, welke fout niet correct is hersteld, terwijl het tweede verzoekschrift tot cassatie te laat is ingediend.</para>
  <para />
  <para>3. Conclusie</para>
  <para />
  <para>De conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Procureur-Generaal bij de</para>
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>1 HR 10 juli 2009, LJN BI0773, NJ 2010, 212 m. nt. H.J. Snijders.</para>
</conclusie>
</open-rechtspraak>