<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2013:BZ4853</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-09-15T14:26:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ4853</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2013-03-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/05246</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2013:BZ4853" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:BZ4853</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2013:BZ4853">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2013:BZ4853</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T12:58:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-03-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2013:BZ4853 Parket bij de Hoge Raad , 19-03-2013 / 10/05246</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2013:BZ4853:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>HR: 81.1 RO. Strafvermindering i.v.m. overschrijding redelijke termijn.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2013:BZ4853:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>10/05246(1) </para>
      <para>Mr. Aben</para>
      <para>Zitting 22 januari 2013 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Conclusie inzake:</para>
    <para />
    <para>[Verdachte]</para>
    <para />
    <para>1. Het gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft bij arrest van 30 november 2010 de verdachte ter zake van "poging tot doodslag", veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren. </para>
    <para />
    <para>2. Namens de verdachte heeft mr. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, cassatie ingesteld. Mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, heeft een schriftuur ingezonden houdende twee middelen van cassatie.</para>
    <para />
    <para>3.1. Het eerste middel klaagt dat het bestreden arrest aan een innerlijke tegenstrijdigheid lijdt, nu het hof de verdachte heeft vrijgesproken van een poging tot moord van [slachtoffer], omdat het 'voorbedachten raad' niet bewezen acht, maar wel de verdachte heeft veroordeeld ter zake van het 'voorgenomen' misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, terwijl dit voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</para>
    <para />
    <para>3.2. Het woord 'voorgenomen' in de tenlastelegging en bewezenverklaring is klaarblijkelijk gebezigd in de betekenis die aan het woord "voornemen" in de zin van art. 45, eerste lid, Sr toekomt. Het middel, dat klaagt dat de overweging van het hof ten aanzien van het niet bewezen achten van voorbedachten raad, te weten dat "niet is gebleken dat van een vooropgezet plan om aangever [slachtoffer] van het leven te beroven" aan de bewezenverklaring van 'voornemen' in de zin van art. 45, eerste lid, Sr in de weg staat, miskent dat voldoende is dat komt vast te staan dat de verdachte opzet (op zijn minst in voorwaardelijke vorm) had op het niet voltooide misdrijf, welke opzet zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard.</para>
    <para />
    <para>4.1. Het tweede middel klaagt over schending van art. 6, eerste lid, EVRM in cassatie, doordat de termijn voor het inzenden van de stukken naar de Hoge Raad is overschreden. </para>
    <para />
    <para>4.2. Namens de verdachte is op 1 december 2010 beroep in cassatie ingesteld. De processtukken zijn op 12 maart 2012 ter griffie van de Hoge Raad ontvangen. Dit betekent dat de termijn waarbinnen de stukken naar de Hoge Raad moeten worden ingezonden is overschreden. Het middel klaagt terecht. </para>
    <para />
    <para>4.3. Ambtshalve merk ik op dat ook de termijn waarbinnen de Hoge Raad uitspraak zal doen inmiddels is overschreden. Uw Raad kan de aan de verdachte opgelegde straf verminderen, naargelang de mate van overschrijding dit rechtvaardigt.</para>
    <para />
    <para>5. Het eerste middel faalt en kan met de aan art. 81 RO ontleende motivering worden afgedaan.</para>
    <para />
    <para>6. Overige gronden die tot ambtshalve vernietiging van de bestreden uitspraak zouden behoren te leiden, heb ik niet aangetroffen.</para>
    <para />
    <para>7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak doch uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procureur-generaal</para>
      <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1 Deze zaak hangt samen met de strafzaak tegen [medeverdachte] met griffienummer S 10/05404 waarin ik heden eveneens concludeer.</para>
  </conclusie>
</open-rechtspraak>