<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2013:BZ3924</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T14:22:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ3924</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2013-03-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11/02513</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2013:BZ3924" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:BZ3924</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 2013/416 met annotatie van M.J. Borgers</rdf:li>
          <rdf:li>NbSr 2013/178 met annotatie van mr. T.J. Kelder</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2013:BZ3924">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2013:BZ3924</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T12:56:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-03-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2013:BZ3924 Parket bij de Hoge Raad , 19-03-2013 / 11/02513</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2013:BZ3924:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>1. Schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om cassatie in te stellen. 2. Art. 51 Sv. Ad 1. HR herhaalt HR LJN BJ7810. Voorts herhaalt de HR de mogelijkheid om het verzuim te dekken in het geval het gaat om het instellen van hoger beroep uit HR LJN BV6999. Deze reparatiemogelijkheid bestaat niet in cassatie omdat in cassatie geen terechtzitting plaatsvindt waarop de zaak inhoudelijk wordt behandeld en de verdachte wordt gehoord. De HR wijst op art. 452.2 Sv en art. VI.2 van het Procesreglement. In een en ander vindt de HR aanleiding te oordelen dat uit de omstandigheid dat, zoals i.c. is gebeurd, namens verdachte een cassatieschriftuur is ingediend door een advocaat die heeft verklaard daartoe door de verdachte bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd, moet worden afgeleid dat aan een onvolkomen volmacht bij het instellen van cassatieberoep de wens van verdachte ten grondslag heeft gelegen om (op rechtsgeldige wijze) beroep in cassatie te doen instellen, zodat die onvolkomen volmacht niet behoeft te leiden tot n-o in het cassatieberoep. Ad 2. Niet-naleving van art. 51 Sv staat aan een geldige behandeling van de zaak buiten afwezigheid van verdachte en zijn raadsman in de weg.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2013:BZ3924:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Nr. 11/02513</para>
      <para>Mr. Vegter</para>
      <para>Zitting: 18 december 2012</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Conclusie inzake:</para>
    <para />
    <para>[Verdachte]</para>
    <para />
    <para>1. Bij arrest van 6 april 2011 heeft het Hof te Amsterdam verdachte bij verstek niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen het vonnis van de Kantonrechter te Haarlem van 9 december 2008 waarbij hij eveneens bij verstek wegens 'als bezitter van een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen sluiten en in stand houden' was veroordeeld tot hechtenis voor de duur van 2 weken en is verdachte tevens de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen ontzegd voor de duur van 6 maanden.</para>
    <para />
    <para>2. Tegen het arrest heeft de verdachte beroep in cassatie doen instellen. Namens verdachte heeft mr. D.I. van Wel, advocaat te Hellevoetsluis, een schriftuur houdende een middel van cassatie ingediend.</para>
    <para />
    <para>3. Het middel behelst de klacht dat het bepaalde in art. 51 Sv niet is nageleefd.</para>
    <para />
    <para>4. Uit het zich bij de gedingstukken bevindende dubbel van de dagvaarding in hoger beroep blijkt uit een daarop gemaakte handgeschreven aantekening dat op 15 maart 2011 een afschrift van de dagvaarding in hoger beroep is verstrekt aan de raadsman. Bij de gedingstukken bevindt zich een 15 maart 2011 gedateerde brief afkomstig van de griffier van de Sector Strafrecht van het Hof te Amsterdam gericht aan mr. A.A. Bloemberg, advocaat te Haarlem waarin hem onder meer de dag en het tijdstip worden medegedeeld waarop de inhoudelijke behandeling van de zaak tegen de verdachte zal plaatsvinden. Blijkens een daarop geplaatst stempel is de brief op 22 maart 2011 weer op de griffie van het Hof te Amsterdam ingekomen. Hieruit kan worden opgemaakt dat de brief door de geadresseerde is teruggestuurd. Een verklaring hiervoor is dat de brief was gericht aan de advocaat die hoger beroep heeft ingesteld terwijl - zoals hieronder zal blijken - moet worden aangenomen dat zich in hoger beroep een andere raadsvrouwe had gesteld. De stukken bevatten, met andere woorden, aanknopingspunten voor een vermoeden dat het afschrift van de dagvaarding niet is toegezonden aan de raadsvrouwe die zich in hoger beroep heeft gesteld (vgl. HR 30 september 2008, LJN BD4859 r.o. 3.2.1. en 3.2.2.; HR 8 september 1998, NJ 1998/905 r.o. 5.2.).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>5. Aan de cassatieschriftuur is een kopie van een brief gehecht van 17 november 2010 van mr. D.I. van Wel, advocaat te Hellevoetsluis, aan de strafgriffie van het Hof. Deze brief houdt onder meer in:</para>
      <para>"Parketnummer 15/960312-08</para>
      <para>[...]</para>
      <para>Hierbij stel ik mij in de strafzaak met bovengenoemd parketnummer als raadsvrouwe van [verdachte] te [woonplaats].'</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Eveneens is aan de cassatieschriftuur een verzendrapport gehecht waaruit is af te leiden dat de hiervoor genoemde brief, die in het rapport is afgedrukt, op 17 november 2010 om 17:10 uur is verzonden naar het nummer 020 5413354, welk faxnummer het nummer is van de strafgriffie van het Hof.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>7. Bij de cassatieschriftuur is niet overgelegd een brief van de griffier van het Hof waarin de ontvangst van de hiervoor onder 5 genoemde brief is bevestigd. Een dergelijke ontvangstbevestiging bevindt zich evenmin bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken van het geding. Het moet daarom ervoor worden gehouden dat die brief van de advocaat niet aanwezig was in het dossier dat het Hof ter beschikking stond bij de behandeling van de onderhavige strafzaak in hoger beroep. De inhoud van het genoemde verzendrapport, dat het juiste parketnummer van de zaak in eerste aanleg bevat, biedt voldoende grond voor het ernstig vermoeden dat die brief wel ter griffie van het Hof is ontvangen doch aldaar vervolgens in het ongerede is geraakt.</para>
      <para>In cassatie moet daarom ervan worden uitgegaan dat zich wel een raadsvrouwe had gesteld - te weten mr. Van Wel en niet mr. Bloemberg - en dat het voorschrift van art. 51, tweede volzin, niet is nageleefd. Dit in het belang van de verdachte gegeven voorschrift is van zo grote betekenis, dat, al wordt dat niet uitdrukkelijk in de wet bepaald, de niet-nakoming ervan moet worden geacht aan een geldige behandeling van de zaak ter terechtzitting buiten tegenwoordigheid van de verdachte en diens raadsvrouwe in de weg te staan (HR 8 maart 2011, LJN BO6743 r.o. 2.5; HR 16 juni 2009, LJN BI1375 r.o. 2.5).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. Het middel is terecht voorgesteld.</para>
    <para />
    <para>9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugverwijzing van de zaak naar het Hof te Amsterdam opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Procureur-Generaal</para>
      <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>AG</para>
  </conclusie>
</open-rechtspraak>