<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2013:BY9011</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T20:41:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BY9011</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2013-01-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12/02638</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHARN:2011:BT8482" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusieVoorCassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Arrest gerechtshof: ECLI:NL:GHARN:2011:BT8482</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2013:BY9011" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:BY9011</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2013/246</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2013:BY9011">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2013:BY9011</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T11:25:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2013:BY9011 Parket bij de Hoge Raad , 29-01-2013 / 12/02638</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2013:BY9011:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>HR: n-o, geen middelen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2013:BY9011:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Nr. 12/02638</para>
      <para>Mr. Machielse</para>
      <para>Zitting 27 november 2012</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Conclusie inzake:</para>
    <para />
    <para>[Verdachte](1)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Het gerechtshof te Arnhem heeft verdachte op 18 oktober 2011 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien jaren wegens de eendaadse samenloop van:</para>
      <para>telkens</para>
      <para>medeplegen van doodslag, gevolgd, vergezeld of voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en aan de andere deelnemers aan dat feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren,</para>
      <para>en</para>
      <para>diefstal, voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit de dood ten gevolge heeft, gepleegd door twee of meer verenigde personen,</para>
      <para>en</para>
      <para>medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor een ander te duchten is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Namens verdachte is beroep in cassatie ingesteld.</para>
    <para />
    <para>3. Bij de aan de Hoge Raad op de voet van art. 434, eerste lid, Sv toegezonden stukken bevindt zich een door de griffier van het gerechtshof te Arnhem ondertekende "akte cassatie", onder meer inhoudende:</para>
    <para />
    <para>"pkn: 21-001804-10</para>
    <para />
    <para>Heden, 1 november 2011, verscheen ter griffie van het gerechthof te Arnhem:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Betrokkene 1],</para>
      <para>administratief ambtenaar bij dit gerechtshof,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>blijkens de aan deze akte gehechte bijzondere volmacht schriftelijk gemachtigde van</para>
    <para />
    <para>- tot het aanwenden van onderstaand rechtsmiddel door</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Verdachte]</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] [geboortedatum] 1987,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd;</para>
    <para />
    <para>- beroep in cassatie in te stellen tegen het arrest d.d. 18 oktober 2011, alsmede tegen alle ter terechtzitting genomen beslissingen, onder parketnummer 21-001804-10 door dit hof gewezen in de zaak tegen [verdachte] voornoemd."</para>
    <para />
    <para>4. De in de akte bedoelde "volmacht" houdt onder meer in:</para>
    <para />
    <para>"Amsterdam, 1 november 2011</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake: [verdachte] / OM (hb)</para>
      <para>parketnr. : 21/001804-10</para>
      <para>betreft: instellen cassatie</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Geachte heer/mevrouw,</para>
    <para />
    <para>In bovengenoemde zaak ben ik door cliënt gemachtigd om cassatie in te stellen tegen het arrest d.d. 18 oktober jl. gewezen door het Gerechthof te Arnhem.</para>
    <para />
    <para>De termijn voor het instellen van cassatie verloopt vandaag.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gegevens cliënt:</para>
      <para>Naam: [verdachte]</para>
      <para>Voornamen: [verdachte]</para>
      <para>geboren: [geboortedatum]1987</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Graag ontvang ik een afschrift van de akte rechtsmiddel per fax op 020 [...].</para>
    <para />
    <para>Bij voorbaat dank voor de door u te nemen moeite.</para>
    <para />
    <para>Met vriendelijke groet,</para>
    <para />
    <para>[...]".</para>
    <para />
    <para>5. Een schriftelijke volmacht in de zin van art. 450, eerste lid onder b, Sv, verleend door een advocaat aan een griffiemedewerker tot het voor een verdachte instellen van beroep in cassatie, dient in te houden de verklaring van de advocaat dat hij door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van cassatieberoep en dat hij een griffiemedewerker een schriftelijke bijzondere volmacht verleent deze handeling voor hem te verrichten.(2) Nu het hierboven geciteerde faxbericht niet inhoudt dat zo een volmacht aan een griffiemedewerker wordt verleend of zelfs maar wordt verzocht namens verdachte beroep in cassatie in te stellen waarin eventueel een volmacht zou kunnen worden gelezen, dient verdachte niet-ontvankelijk te worden verklaard in het cassatieberoep.</para>
    <para />
    <para>6. Ook indien de Hoge Raad hierover anders mocht oordelen, kan verdachte niet worden ontvangen in het cassatieberoep. De aanzegging op de voet van het eerste lid van artikel 435 Sv is op 21 juni 2012 aan verdachte in persoon betekend. De in het tweede lid van artikel 437 Sv genoemde termijn van twee maanden voor indiening van de cassatieschriftuur eindigde derhalve op 20 augustus 2012. Binnen deze termijn is geen schriftuur van verdachte ter administratie van de Hoge Raad ontvangen.</para>
    <para />
    <para>7. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van verdachte in zijn beroep.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Procureur-Generaal</para>
      <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1 Er bestaat samenhang tussen onderhavige zaak en de zaak met nummer 12/01221 ([medeverdachte]). In beide zaken zal ik vandaag concluderen.</para>
      <para>2 HR 22 december 2009, LJN: BJ7810, NJ 2010, 102 m.nt. Borgers; HR 20 maart 2012, LJN: BV6999, NJ 2012, 426 m.nt. Bleichrodt</para>
    </parablock>
  </conclusie>
</open-rechtspraak>