<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2013:995</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T18:06:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-10-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2013-10-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/03627</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2013:1628" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:1628, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2013/570</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2013:995">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2013:995</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-12-05T13:26:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2013:995 Parket bij de Hoge Raad , 11-10-2013 / 13/03627</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2013:995:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Afwijzing verzoek tot toelating schuldsaneringsregeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2013:995:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <informaltable>
    <tgroup cols="2">
      <colspec colname="colA" />
      <colspec colname="colB" />
      <tbody>
        <row>
          <entry>
            <para>13/03627</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>Mr. L. Timmerman</para>
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para>Zitting 11 oktober 2013</para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para>Conclusie inzake:</para>
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para>1. [verzoeker 1],</para>
            <para>2. [verzoekster 2],</para>
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para>verzoeksters tot cassatie,</para>
            <para>(hierna: [verzoeker] c.s.)</para>
          </entry>
        </row>
      </tbody>
    </tgroup>
  </informaltable>
  <para />
  <para />
  <para>1. De rechtbank Midden-Nederland (locatie Utrecht) heeft bij vonnis van 8 mei 2013 het door [verzoeker] c.s. op 20 maart 2013 ingediende verzoekschrift tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen, omdat [verzoeker] c.s. onvoldoende hadden aangetoond dat zij te goeder trouw zijn geweest ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van fiscale schulden ten bedrage van € 242.209,82. Dit vonnis werd bekrachtigd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (locatie Arnhem) in zijn arrest van 15 juli 2013. Daarin overwoog het hof kort gezegd dat [verzoeker] c.s. geen inzicht hebben verschaft in de ontstaansdata van hun schulden (rov. 3.5), geen (volledig) inzicht hebben gegeven in hun fiscale schuld om het hof in staat te stellen hun goede trouw te beoordelen (rov. 3.6) en voorts niet, althans onvoldoende, aannemelijk hebben gemaakt dat zij te goeder trouw zijn geweest ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van hun schuld aan SNS Bank van € 366.659,74 (rov. 3.7). </para>
  <para />
  <para>2 In het door [verzoeker] c.s. op 23 juli 2013 – derhalve tijdig – ingediende cassatieverzoekschrift wordt in <emphasis role="underline">middel 1</emphasis> betoogd dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden, althans het grievenstelsel heeft miskend, door niet slechts een oordeel te geven over de beslissing van de rechtbank ten aanzien van de fiscale schulden, maar zich ook te buigen over de ontstaansdata van andere schulden en de vraag of zij te goeder trouw waren ten aanzien van de schuld aan SNS Bank. In schuldsaneringszaken heeft het hof deze vrijheid<footnote-ref linkend="_1cacd363-486f-447d-a745-cd1b19076a3c" />. De inhoudelijke, hiervóór samengevatte, oordelen van het hof houden stand in weerwil van de klachten die het middel daartegen aanvoert<footnote-ref linkend="_f9175f50-9150-426f-a9ad-a70c7e0391cb" />. Hetzelfde geldt voor van <emphasis role="underline">middel 2</emphasis>, dat het bestaan van een fiscale schuld betwist, aangezien het oordeel van het hof op dat punt in hoge mate feitelijk en overigens niet onbegrijpelijk is<footnote-ref linkend="_ffb07a4c-1526-4842-b082-2954e577748f" />. Bij aanvullend verzoekschrift van 27 augustus 2013 zijn nog een reeks klachten aangevoerd tegen vermeende feitelijke onjuistheden in het proces-verbaal van de zitting in hoger beroep van 8 juli 2013. Ook dit is geen grond voor cassatie. </para>
  <para />
  <para>3 De in cassatie geponeerde klachten kunnen klaarblijkelijk niet tot cassatie leiden. Ik concludeer daarom tot toepassing van art. 80a lid 1 RO.</para>
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>								De Procureur-Generaal bij de</para>
    <para>								Hoge Raad der Nederlanden</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>								A-G</para>
  </parablock>
  <footnote id="_1cacd363-486f-447d-a745-cd1b19076a3c" label="1">
    <para> GS Faillissementswet (H.H. Lammers), artikel 292 Fw, aant. 11.1; Wessels Insolventierecht IX, 3e druk, 2012, par. 9076a. Dezelfde vrijheid geldt ten aanzien van regels van bewijsrecht in schuldsaneringsprocedures  (zie par. 11 van de conclusie van AG Huydecoper vóór HR 6 februari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG7408) en bij de beoordeling van vergelijkbare open normen in faillissementsprocedures (o.m. HR 11 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD3705, rov. 3.5). Zulks strookt bovendien met de aard en het doel van de schuldsaneringsprocedure. Gesteld noch gebleken is dat zich een uitzonderingsgeval voordoet zoals aan de orde was in HR 11 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK0857.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f9175f50-9150-426f-a9ad-a70c7e0391cb" label="2">
    <para> Zie onder meer de conclusies vóór HR 18 juni 2010, ECLI:HR:2010:BM1844 (81 RO) en HR 27 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0640, alsmede GS Faillissementswet (H.H. Lammers), artikel 285 Fw, aant. 16.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ffb07a4c-1526-4842-b082-2954e577748f" label="3">
    <para> Het hof zet in rov. 3.6 uiteen waarom [verzoeker] c.s. nog steeds schadeplichtig zijn ten aanzien van de fiscale schuld en op welke bij het faxbericht van 3 juli 2013 gevoegde stukken dat oordeel is gebaseerd. Dat [verzoeker] c.s. aan deze stukken een andere uitleg en gevolgtrekking verbinden, maakt die motivering nog niet onbegrijpelijk.</para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>