<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2013:102</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T03:15:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2013-05-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12/03908</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2013:145" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:145, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2013:102">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2013:102</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-07-22T14:19:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2013:102 Parket bij de Hoge Raad , 14-05-2013 / 12/03908</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2013:102:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>HR: 81.1 RO.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2013:102:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <conclusie.info>
    <informaltable>
      <tgroup>
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Nr. 12/03908</para>
              <para>Zitting: 14 mei 2013</para>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="underline">Mr. Vellinga</emphasis>
              </para>
              <para>Conclusie inzake:</para>
              <para>
                <emphasis role="underline">
                  [verdachte]
                </emphasis>
              </para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Verdachte is door het Gerechtshof te Arnhem wegens 1. “poging tot moord” en 2. “opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen” veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 1.901,45. Voor dat bedrag is tevens een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.<?linebreak?><?linebreak?></para>
      <para>2. Namens verdachte hebben mr. S.F.W. van ’t Hullenaar en mr. C.H.W. Janssen, beiden advocaat te Arnhem, vier middelen van cassatie voorgesteld.<?linebreak?><?linebreak?></para>
      <para>3. Het <emphasis role="underline">eerste middel</emphasis> klaagt dat het Hof het door de verdediging in hoger beroep gevoerde verweer, kort gezegd inhoudende dat de processen-verbaal van de verhoren van 5 juni 2011 en 29 juni 2011 onbruikbaar zijn voor de bewijsvoering, niet behoorlijk met reden heeft omkleed.<?linebreak?><?linebreak?></para>
      <para>4. Het middel heeft het oog op de volgende overwegingen van het Hof:</para>
      <para>“<emphasis role="bold">Bewijsverweer</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft aangevoerd dat de processen-verbaal die zijn opgemaakt naar aanleiding van de verhoren van verdachte op 5 juni 2011 en 29 juni 2011 naar zijn oordeel niet bruikbaar zijn voor het bewijs omdat het schriftelijke proces-verbaal telkens op cruciale punten niet overeenstemt met de werkelijke gebezigde bewoordingen van verdachte en dat er tevens sprake is geweest van ongeoorloofde sturing door de verhorende verbalisanten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt hieromtrent als volgt.</para>
      <para>De processen-verbaal van 5 juni 2011 en 29 juni 2011 van verhoren van verdachte zijn op geluidsdragers vastgelegd en het hof heeft geconstateerd dat de schriftelijke uitwerking daarvan niet woordelijk is weergegeven.</para>
      <para>Weliswaar hebben de verbalisanten meerdere keren gevraagd over dezelfde situatie en hebben zij zo nu en dan samengevat wat voorheen verklaard was maar, gelet op de in tijd en plaats vaak chaotische verklaring van verdachte acht het hof niet aannemelijk geworden dat er sprake was van ongeoorloofde druk. Op geen enkele wijze lijkt de verklaring van verdachte als gevolg van vragen van verbalisanten te zijn beïnvloed.</para>
      <para>De verklaringen van verdachte acht het hof dan ook betrouwbaar en accuraat en worden op diverse punten feitelijk ondersteund door ander bewijsmiddelen. </para>
      <para>Het hof is dan ook van oordeel dat niet is gebleken dat ongeoorloofde sturing door de verbalisanten heeft plaatsgevonden.</para>
      <para>Het hof is van oordeel dat bedoelde processen-verbaal van 5 juni 2011 en van 29 juni 2011 niet dienen te worden uitgesloten van het bewijs. </para>
      <para>Het hof verwerpt het verweer.” <?linebreak?><?linebreak?></para>
      <para>5. In de toelichting op het middel worden drie klachten geformuleerd tegen deze overwegingen van het Hof. De eerste klacht heeft betrekking op het verhoor van verdachte van 29 juni 2011. Dit verhoor heeft het Hof niet voor het bewijs gebruikt. Daarom kan deze klacht buiten bespreking blijven.<?linebreak?><?linebreak?></para>
      <para>6. De tweede klacht houdt in dat het Hof niet heeft gereageerd op het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging dat de weergave in het proces-verbaal van het verhoor van verdachte op 5 juni 2011 op cruciale onderdelen afwijkt van hetgeen te horen is op het auditief geregistreerde verhoor op 5 juni 2011 en daarom niet bruikbaar is voor het bewijs.<?linebreak?><?linebreak?></para>
      <para>7. Te dier zake heeft verdachtes een raadsman bij pleidooi in hoger beroep aangevoerd:</para>
      <para>“1.2.1</para>
      <para>Het bestreden vonnis houdt voorts onder meer nog in:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij 'boos' en 'kwaad' was toen hij naar het huis van [betrokkene 1] ging. Op 5 juni 2011 heeft hij  verklaard: "ik was zo boos dat ik hoe dan ook naar binnen wilde. Op 29 juni 2011 heeft verdachte verklaar[d] dat hij "zo kwaad (is) geworden, ik moet daar hulp voor hebben, ik ben mezelf niet dan". Ook heeft hij verklaard dat hij een "tijdbom" was, "het gaat bruisen in mijn hoofd, ik weet dan niet meer wat ik doe, dat is me al vaker gebeurd.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2.2</para>
      <para>De processen-verbaal die opgemaakt zijn naar aanleiding van de verhoren op 5 juni 2011 en 29 juni 2011 zijn naar het oordeel van de verdediging niet bruikbaar voor de bewijsvoering. Ik licht dit toe. Het beluisteren van de auditieve opname van het verhoor van 5 juni 2011 leert -los van een enorme te bespeuren haast bij de verbalisanten- dat er in werkelijkheid onder meer het volgende is gezegd (O: opmerking verbalisanten en V: antwoord verdachte):</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">14.53</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zijn we zijn een nacht wezen stappen (...) De volgende dag kwam hij in eens aan de deur, toen heeft zij 'm...</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: Wacht even want het is al niet bij te houden</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: ik ga t proberen (koffie?)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: ja mag hoor, we zijn er ook niet altijd bij, dus je zult moeten proberen het zelf te doen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: er zijn mensen die kunnen het met een hand....</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: jaaaaa, het gaat lukken </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(… niet relevant:, koffie/melk etc??)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: je zegt: we waren die nacht wezen stappen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: ja</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: en bij terugkomst?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">16.28</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Bij terugkomst ben ik bij haar blijven slapen. De volgende dag kwam hij aan de deur, ik moest mij eigen toen boven vertoeven omdat hij nogal vrij jaloers is maar zij al bezig was met de scheiding, tokkie dan, (... onverstaanbaar, dank je), hij is op een gegeven moment... uhh,...zij heeft de deur open gemaakt, hij is naar boven gestormd eigenlijk, hij zag mij eigenlijk op de rand van het bed zitten, want ik was eigenlijk net wakker, hij is naar beneden gestieveld, hij heeft daar een mes gepakt, en hij heeft mij onder bedreiging heeft hij mij de deur uitwerkt</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: wacht even ... hij heeft mij etc</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: maar dit is allemaal al bekend he?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: waar is het bekend dan?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: het is allemaal al bekend</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: je hebt hier aangifte van gedaan?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V; Ja ik heb hier aangifte van gedaan</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: Zal ik daar naar verwijzen, vind je dat goed?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: ja dat is prima</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: misschien kan ik die beter zal ik die bijvoegen, dat is handiger</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: oke, dan laten we dit even voor wat het is anders wijken we te ver af... we hadden het</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: je zei ik belde hem, weet je waar je ruzie over kreeg... (...)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">21.09</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: [betrokkene 1] woont in Arnhem, Arnhem-Zuid</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: Adres weetje dat?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: [a-straat 1]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: Hoe rij je daar naar toe?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Met de auto</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: Ja maar hoe, wat voor route? Hoe rij je dan</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Heb je enig idee hoe je gereden bent.. je bent met de auto gereden</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Of heb je geen idee?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Ik heb geen idee</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: Wat voor toestand was je? Hoe kan het dat je het niet weet, eg maar? Hoe komt dat?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Door de oxazepam, een heel stuk ben ik kwijt,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat is hetzelfde dan dat ik daar lag op de grond lag, hij heeft me ook een paar keer neergeslagen, weet je, en ja Ik weet ook niet hoe ik in het ziekenhuis beland ben en dat ik in de ziekenauto heb gezeten, dat ben ik allemaal kwijt (...)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">20.48</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">met mijn stomme kop heb ik de auto gepakt en ben naar Arnhem gegaan ja,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(...)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">22.27</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O:Maar goed, jij gaat naar de woning van [betrokkene 1] toen,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: Waarom?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: omdat ik het vermoeden had dat hij daar was. En dat vermoeden klopt ook wel, want ze waren allemaal boven, ik zal alleen maar schimmen, en beneden was alles donker, en boven brandde er licht, en ik zag schimmen er deed niemand los, en ik weet hoe hij een beetje in mekaar zit is, hij kan, hij is, vrij dwingeland uhhh dwingemannentje, zij was verschrikkelijk bang voor hem, anders ga je ook niet van iemand scheiden, weet je, zij heeft ook genoeg met hem meegemaakt, haar dochter moeten ook niet weten dat hij nog daar komt, anders is het gelijk afgelopen, dat weet ik wel</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: maar goed, je zegt ik kwam daar, en dan , waar zet je je auto neer?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(...)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">24.50</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">En toen stievelde hij in een keer naar beneden, dus hij was er dus wel,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: En toen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Toen ben ik eigenlijk naar hem toegegaan</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: Hoe?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Door de ruit heen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: door de [kapotte] ruit heen </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(..)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O; Daar ben je doorheen gestapt?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(...)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">25.19</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V; toen kwam hij op mij.....</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: Waarom wou je zo graag naar binnen toe?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V : He?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: Waarom wou je zo graag naar binnen toe? Had je het idee er is wat aan de hand?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: ja.ja.ja, ja</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat idee had ik echt, omdat zij zoveel mee heeft gemaakt met hem, eigenlijk ook zo bang is voor hem, omdat hij, 't is echt een dwingelandje is, het is echt 'n </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: maar dat is toch haar pakkie an? Het is haar leven....ja,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: ja, dat klopt dat klopt maar als je om iemand geeft, neem je iemand toch in bescherming, anders had ik die keer daar voor ook geen 112 gebeld, en dat is maar goed geweest, want dat had ook verkeerd af kunnen lopen, weet je, en dat was nou precies eigenlijk hetzelfde, dat gevoel, weetje, was nu precies hetzelfde: er klopt iets niet, er klopt iets niet </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dus ik ben gewoon naar binnen gegaan en toen kwam hij de [trap] af stievelen, Ik had eigenlijk het mes in de hand, maar ik had het aan de kartels vast, weet je wel, eigenlijk heel stom, eigenlijk ook geen bewegen gedaan van steken of ik weet het allemaal, hij heeft zwarte band karate, dus, hij is uhhh bijna 100 kilo, over de 100 kilo, dus wat wil je überhaupt maken? Dus voordat ik het wist lag ik op de grond en daar is het eigenlijk bij gebleven en hij heeft eigenlijk alleen op mij zitten slaan en dat is er eigenlijk gebeurd.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: oke</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V; en de volgende dag heb ik te horen gekregen dat ik dit had </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(...)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(gaat over doorgesneden pezen... weet ie ook niet precies hoeveel er precies door zijn....)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">27.37</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">het was ook niet de bedoeling om te steken, maar omdat ik toen ook met een mes door hem bedreigd was, had ik nou ook een mes bij me, maar het was niet de bedoeling om te steken (door elkaar) O: maar je zegt dat het niet de bedoeling was om te steken, maar als jij van Zevenaar met een met naar de woning in Arnhem gaat en als je met het mes in je handen houdt als je naar binnen gaat, dan kan ik voorstellen dat er anders over gedachte wordt (onverstaanbaar)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: jajaja maar omdat ik weet dat als je daar naar binnengaat en je hebt geen mes bij je, hij een mes pakt, omdat hij de vorige keer ook gedaan heeft dus daarom doe je dat dan, weet je, maar niet met de gedachte ik ga daarnaar toe en he? Nee absoluut niet, nee absoluut niet, nee .. Het is gewoon verkeerd afgelopen. Ja, en het is gewoon mijn eigen fout geweest, dat weet ik zelf ook wel, ja.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(...)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">29.37</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: wat ik wel bijzonder vind op zich (door verbalisant wordt voorgehouden wat hij allemaal niet weet etc. Hij zegt steeds, ook zonder, zo lijkt het, te luisteren: ja, dat klopt, ja, dat klopt, ja, ja ) </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: en op het cruciale punt, V: ja, nee, O: weetje het niet meer </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: nee</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">30.20</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: nee dat klopt, hij heeft mij een paar keer neergeslagen, ik weet het voor de rest niet </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: nee, maar voordat hij jou neersloeg gebeurt er wat anders , da's wel vreemd, want je weet wel dat jij geslagen bent, maar snap je wat ik bedoel? (door elkaar)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: nee dat weet ik ook echt helemaal niet</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: maar weet je het niet, of wil je het niet weten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: nee, dat is mij al een paar keer gebeurd, dat ik op een gegeven moment gewoon helemaal niet weet wat ik doe, (..)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: dat is wel ernstig natuurlijk V: nee, dat klopt, heb ik met mijn vader ook gehad, al twee keer, dat ze me zo boos maken</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: (er door heen) Je zegt nu: dat ze me zo boos maken, Dus je was wel heel boos </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: ja natuurlijk, ja</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: maar waarom wasje boos?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Überhaupt wat heeft hij daar te zoeken, hij heeft een straatverbod, daar was al voor gezorgd?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: maar hoe weet jij dat? Heeft zij dat jou?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: ik ben meerder keren bij haar geweest? Ik bedoel he</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: Dus dat heb je van haar?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Ja</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: dus je was boos om het feit dat hij daar was?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: ook, ja ja</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: ja wat nog meer dan? Wantje zegt ook</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: ja, wat hij überhaupt daar te zoeken heeft, ik bedoel</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Zij zegt continu hij moet niet binnen komen, hij mag niet binnen komen, maar hij is steeds binnen, dat vind ik vreemd</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(over dochters die er niet achter moeten komen...dan wil niet 1 kind wat met haar te maken hebben)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zoveel heeft hij in feite al geflikt. En ik probeer het ook een klein beetje in bescherming te nemen.. en dat is dan verkeerd afgelopen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: Dus als ik je goed begrijp was je boos, en als je boos bent, want dat is je eerder over komen, dan gebeurd je iets V: jaja ja dat gebeurt mij vrij vaak O: dan gebeurt er iets wat je later niet meer kunt herinneren, V: nee, nee nee</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: Kun je uitleggen wat voor gevoel je dan hebt als je de ruit in slaat, want dat weet je nog wel, dus op dat moment ben je dan al boos, dus hoe voel je je dan?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Op een gegeven moment wil je gewoon naar binnen toe en dan doe er in feite je alles om naar binnen te gaan. Een simpel iets te pakken en door de ruit heen te rooien Maar dat ik hem geraakt hebt staat mij helemaal niet bij , Anders had ik het ook toegegeven. Daar ga ik dan niet om heen draaien.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </conclusie.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>2.3</title>
    <para>Het voorgaande betekent dat het schriftelijke proces-verbaal op cruciale punten niet overeenstemt met de werkelijke gebezigde bewoordingen en dat er sprake is geweest van ongeoorloofde sturing. Ten eerste wordt mijn cliënt op het moment dat hij probeert uit te leggen waarom hij reden had om bang te zijn voor aangever en waarom hij een mes mee had genomen, afgekapt onder de toezegging dat zijn aangifte over die eerdere kwestie zal worden bijgevoegd, zulks in strijd met de werkelijkheid (zie hiervoor vanaf 16.28): de aangifte is immers niet bijgevoegd. Verder heeft mijn cliënt uitdrukkelijk verklaard dat 'het niet zijn bedoeling was om te steken' (zie hiervoor 27.37). Deze opmerking is uit het proces-verbaal weggelaten, terwijl het in het licht van de verdenking een wezenlijk ontkennend element in zijn verklaring is. Ten slotte merk ik op dat er door mijn cliënt niet is verklaard (zoals in het proces-verbaal staat vermeld) 'dat hij zo boos was dat hij hoe dan ook naar binnen wilde en dat hij daarom de ruit verbroken had'. Wel is door hem verklaard –nadat hem door de verbalisanten wordt verweten dat het nogal vreemd is dat hij niet weet wat er voordat hij wordt neergeslagen iets anders is gebeurd (hetgeen puur speculatief en sturend is) waarna mijn cliënt naar een verklaring zoekt en [teruggrijpt] naar een ander incident waarbij hij door boosheid niet meer wist wat hij zou hebben gedaan. Daar weet de verbalisante wel raad mee: zij maakt daarvan 'dus je was heel boos', waarmee cliënt op het pad wordt gestuurd dat hij ook nu, in casu, door boosheid het een en ander niet meer zou weten. En dat is een kwalijke zaak en het kan in ieder geval niet gelden als zijn eigen verklaring. En bovendien: als cliënt in werkelijkheid al boos zou zijn geweest, dan kan na het beluisteren van de opname niet worden geconcludeerd dat die boosheid zag op het hoe dan ook naar binnen willen gaan. Die (gestuurde) boosheid is het antwoord op de vraag waarom hij niet meer weet wat er gebeurde. Relevant is dan in ogenschouw te nemen dat uit de opname blijkt dat dat moment is ingetreden nadat hij is geslagen door aangever. Dus als wij al per se iets moeten met de ontstane boosheid zoals in verhoor naar boven gehaald/gekomen, dan ziet dat op dat moment. Waarom is dit nu allemaal zo belangrijk? Ten eerste dient een verbalisant gewoon op te schrijven wat er in werkelijkheid gezegd wordt en ten tweede moet er niet op deze wijze gestuurd worden. De gevolgen kunnen immers immens zijn: zie het vonnis van de rechtbank. 'Het hoe dan ook naar binnen willen door boosheid', neemt een belangrijke plaats in in de bewijsvoering.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>2.4</title>
    <parablock>
      <para>Waar moet dit alles nu toe leiden? Het proces-verbaal van 5 juni 2012 is niet bruikbaar voor het bewijs, in het bijzonder niet daar waar het de hiervoor uitgeschreven citaten betreft. Wat wel bruikbaar is, is de opname. En die opname geeft het volgende weer (kort gezegd):</para>
      <para>* cliënt was bezorgd;</para>
      <para>* nam een mes mee omdat hij eerder door de aangever bedreigd was met een mes;</para>
      <para>* cliënt heeft uitdrukkelijk verklaard dat het niet zijn bedoeling was om te steken;</para>
      <para>* cliënt heeft niet uit eigen waarneming en ondervinding verklaard dat hij gevoed door boosheid naar binnenging en door die boosheid hoe dan ook naar binnen wilde;</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>2.5</title>
    <para>Zoals bekend, is het verhoor van 29 juni 2011 niet meer te beluisteren en niet meer te controleren. Gelet op hetgeen hiervoor is weergegeven over het verhoor van 5 juni 2011 moet er rekening mee worden gehouden dat ook de schriftelijke weergave van het verhoor van 29 juni 2011 niet correspondeert met hetgeen er in werkelijkheid is gezegd en/of dat er bij het verhoor van 29 juni 2011 op essentiële onderdelen is voortgeborduurd op de inhoud van het schriftelijke [proces-verbaal] van 5 juni 2011 en/of ongeoorloofde sturing heeft plaatsgevonden. Dat betekent dat het proces-verbaal van verhoor van 29 juni 2011 niet bruikbaar is voor het bewijs omdat het in strijd met de geldende aanwijzing niet is opgenomen en daarmee onrechtmatig verkregen bewijs is dan wel omdat het niet betrouwbaar genoeg is.”</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.</nr>
      <para>In de overwegingen waarmee het Hof het verweer heeft verworpen ligt besloten dat hetgeen verdachtes raadsman heeft aangevoerd over de verschillen tussen de geluidsregistratie van het verhoor en de schriftelijke weergave daarvan in het proces-verbaal een betrouwbare zakelijke weergave bevat van hetgeen de verdachte heeft verklaard. Daarbij neem ik in aanmerking dat het Hof blijkens zijn overwegingen op de hoogte was van de inhoud van de DVD met de van de geluidsregistratie van het verhoor<footnote-ref linkend="_98bf77d2-1851-48c3-bfd5-88ed543bc7e7" /> alvorens over de betrouwbaarheid van de zakelijke weergave van het verhoor in het proces-verbaal te oordelen.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.</nr>
      <para>Hetgeen verdachtes raadsman heeft aangevoerd is niet van dien aard dat dit een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt oplevert waarvan het Hof de afwijking uitdrukkelijk had moeten motiveren. Voor zover verdachtes verklaring van 5 juni 2011 voor het bewijs is gebruikt valt immers niet in te zien dat de weergave van die verklaring bij proces-verbaal op cruciale punten verschilt van de weergave van de geluidsregistratie van het verhoor zoals deze bij pleidooi is gegeven.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.</nr>
      <para>Ten derde wordt in de toelichting op het middel geklaagd dat de overwegingen van het Hof dat de verklaring van verdachte op geen enkele wijze lijkt te zijn beïnvloed door de vragen van de verbalisanten onbegrijpelijk is. Ter toelichting wordt opgemerkt dat onbegrijpelijk is hoe de vaak chaotische verklaring van verdachte het bestaan van ongeoorloofde druk onaannemelijk kan maken. Aldus wordt echter miskend dat niet aannemelijk moet worden gemaakt dat er geen sprake is van ongeoorloofde druk maar dat de vraag is of aannemelijk is dat er sprake is geweest van ongeoorloofde druk. Dat en waarom dat laatste niet het geval is heeft het Hof, mede in aanmerking genomen dat het Hof op de hoogte was van de inhoud van de DVD met de geluidsregistratie van het verhoor<footnote-ref linkend="_d230af6c-ea1d-41e7-be73-a7e7aa4ead36" />, toereikend gemotiveerd.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.</nr>
      <para>Het middel faalt.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>12.</nr>
      <para>Het <emphasis role="underline">tweede middel</emphasis> houdt in dat het Hof heeft verzuimd te reageren op het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat bij verdachte opzet op levensberoving ontbrak althans dat het Hof de afwijking daarvan ontoereikend heeft gemotiveerd.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>13.</nr>
      <parablock>
        <para>Het Hof heeft met betrekking tot het bewijs overwogen:</para>
        <para>“<emphasis role="bold">Overweging betrekking tot het bewijs </emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof overweegt daarbij in het bijzonder dat verdachte heeft gepoogd aangever opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven. Het hof leidt - met de rechtbank – het genoemde opzet met name af uit de feiten en of omstandigheden, dat verdachte eerst aangever heeft bedreigd met de dood, zowel rechtstreeks als via [betrokkene 1], zi.jn (ex)vriendin, en dat hij vervolgens een mes heeft gepakt om mee te nemen naar aangever. Vervolgens is verdachte naar aangever toegegaan, heeft daar aangekomen, een ruit vermeld en is met dat mes in de hand via de vernielde ruit naar binnen gegaan, waarna hij met dat mes de in de bewezenverklaring genoemde verwondingen bij aangever heeft veroorzaakt. Naar zijn uiterlijke verschijningsvorm levert dit complex van - opeenvolgende - feiten opzet op levensberoving. Voorts heeft verdachte gedurende zijn handelingen, waaronder het zich met een mes begeven naar de woning en het zich door middel van het bruutweg ingooien van een raam het verschaffen van de toegang tot die woning tijd gehad zich te beraden op het te nemen of genomen besluit, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap heeft kunnen geven. </para>
        <para>Dat aangever volgens de verdediging een grote mate van eigen schuld kan worden verweten is, daargelaten dat dit het opzet bij verdachte niet zonder meer zou wegnemen, niet aannemelijk gemaakt en is het hof ook anderszins niet gebleken.”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>14.</nr>
      <para>In de toelichting op het middel wordt in de eerste plaats geklaagd dat niet vaststaat dat verdachte aangever heeft bedreigd met de dood. Dusdoende gaat het middel voorbij aan de inhoud van bewijsmiddel 4 waarin wel gesproken wordt van bedreiging met de dood van het slachtoffer.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>15.</nr>
      <para>In de tweede plaats wordt geklaagd dat het Hof niet heeft gereageerd op het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat verdachte op 2 juni 2011 voorafgaand aan het bezoek aan de woning van [betrokkene 1] doodsbedreigingen jegens het slachtoffer heeft geuit die niet in verband kunnen worden gebracht met of indicatief zouden zijn voor de voorgenomen dodingshandelingen.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>16.</nr>
      <para>Met deze klacht gaat het middel er aan voorbij dat het Hof wel heeft gereageerd op dit verweer. Het Hof heeft immers de verklaring van het slachtoffer en de tegenover de politie afgelegde verklaring van [betrokkene 1] voor het bewijs gebruikt, daarmee te kennen gevende dat het het standpunt van verdachtes raadsman, dat moest worden uitgegaan van de verklaring van [betrokkene 1] tegenover de rechter-commissaris, niet deelde. Overigens behoefde het Hof zijn standpunt niet te motiveren omdat hetgeen verdachtes raadsman heeft aangevoerd in hoofdzaak betrekking heeft op de overwegingen van de Rechtbank en voor het overige geen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt behelst in de zin van art. 359 lid 2 Sv.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>17.</nr>
      <para>Ten slotte wordt geklaagd dat het Hof het bewijs van de voorbedachte raad niet toereikend heeft gemotiveerd. Die opvatting deel ik niet. Zoals het Hof heeft vastgesteld heeft verdachte het slachtoffer eerst – en wel in maart en april 2011 en nadien op 2 juni 2011 (bewijsmiddelen 1 en 4) - bedreigd met de dood zowel rechtstreeks als via diens vriendin, heeft hij vervolgens een broodmes gepakt om mee te nemen naar het slachtoffer, is hij naar het slachtoffer toegegaan en heeft daar aangekomen een ruit vernield, is daar naar binnen gegaan en heeft vervolgens het slachtoffer een aantal messteken toegebracht waardoor deze gewond is geraakt aan zijn hoofd, aan zijn arm en aan zijn borst. Uit deze gang van zaken blijkt niet alleen dat verdachte, zoals het Hof heeft vastgesteld, de gelegenheid heeft gehad om na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap kunnen geven, maar daaruit kan ook worden afgeleid dat hij dat ook daadwerkelijk gedaan nu hij immers na het slachtoffer met de dood te hebben bedreigd met een mes, een potentieel moordwapen, naar diens woning is gegaan, zich met geweld toegang tot die woning heeft verschaft en vervolgens het slachtoffer meermalen met het mes heeft gestoken en kennelijk zo vastberaden was dat hij pas ophield toen het slachtoffer hem tegen de grond had gewerkt. Voorts heeft het Hof, zoals in zijn overwegingen besloten ligt, geoordeeld dat in deze gang van zaken geen aanwijzing voor enige contra-indicatie voor voorbedachte raad, zoals besluitvorming en uitvoering in plotselinge hevige drift, een korte spanne tijds tussen besluit en uitvoering<footnote-ref linkend="_e71ce500-49d3-4185-b70e-d67925b90536" />, handelen in een plotselinge hevige gemoedsopwelling, besloten ligt.<footnote-ref linkend="_4c35deb2-d1c0-4328-9ef6-6a0ea68de92a" /> Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en behoeft bij gebreke van een ter zake gevoerd verweer geen nadere motivering.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>18.</nr>
      <para>Het middel faalt.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>19.</nr>
      <para>Het <emphasis role="underline">derde middel</emphasis> klaagt over ontoereikende motivering van verwerping van het voorwaardelijk verzoek om aanhouding.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>20.</nr>
      <parablock>
        <para>Het middel heeft het oog op de navolgende overwegingen van het Hof:</para>
        <para>“<emphasis role="bold">Voorwaardelijk verzoek om aanhouding</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft een voorwaardelijk verzoek om aanhouding gedaan teneinde alsnog in het bezit gesteld te worden van de door hem opgevraagde en nog niet ontvangen in het verleden opgemaakte mutaties inzake meldingen door [betrokkene 1] en en/of [verdachte] over [betrokkene 2] en/of door [betrokkene 1] en/of [verdachte] gedane aangiften vanwege bedreiging door [betrokkene 2]. Indien [betrokkene 2] vervolgd is voor laatstgenoemd incident, wenst de</para>
        <para>raadsman in het bezit gesteld wil worden van een kopie van de dagvaarding en het vonnis in die strafzaak De raadsman heeft aangegeven dat hij met deze stukken aannemelijk wil maken dat verdachte eerder is bedreigd door aangever en dat hij naar de woning van [betrokkene 1] ging uit bezorgdheid en niet met het vooropgezette doel om [betrokkene 2] te doden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof overweegt hieromtrent het volgende.</para>
        <para>De door de raadsman aangevoerde feiten over meldingen, aangiften inzake [betrokkene 2] en de strafvervolging tegen [betrokkene 2] worden niet betwist, waardoor de grond van het verzoek komt te vervallen.</para>
        <para>Het hof wijst het verzoek tot aanhouding met vorenbedoeld doel derhalve af.”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>21.</nr>
      <para>De overwegingen van het Hof dienen aldus te worden verstaan dat het Hof de door de raadsman aangevoerde feiten voor juist houdt en derhalve de noodzaak om het verzoek van de raadsman te honoreren vervalt.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>22.</nr>
      <para>Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>23.</nr>
      <para>Het middel faalt.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>24.</nr>
      <para>Het <emphasis role="underline">vierde middel</emphasis> houdt in dat het Hof heeft verzuimd te reageren op het betoog van verdachtes raadsman dat een volledig onderzoek van de vordering van de benadeelde partij een onevenredige belasting vormt van het strafgeding.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>25.</nr>
      <para>Het middel miskent dat het Hof niet hoeft te motiveren waarom naar zijn oordeel de behandeling van de vordering van de benadeelde partij geen onevenredige belasting vormt van het strafgeding, ook niet als ter zake verweer is gevoerd.<footnote-ref linkend="_d388b638-f63b-48a2-a167-63a59e360ae6" /><?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>26.</nr>
      <para>Het middel faalt.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>27.</nr>
      <para>De middelen kunnen worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>28.</nr>
      <para>Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De Procureur-Generaal</para>
        <para>   bij de Hoge Raad der Nederland</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>					AG</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_98bf77d2-1851-48c3-bfd5-88ed543bc7e7" label="1">
    <para>  Zie ook proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 8 juni 2012, p. 4.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d230af6c-ea1d-41e7-be73-a7e7aa4ead36" label="2">
    <para> Proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 8 juni 2012, p. 4. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e71ce500-49d3-4185-b70e-d67925b90536" label="3">
    <para> Vgl. HR 28 februari 2012, LJN BR2342, NJ 2012, 518, rov. 2.7.3.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4c35deb2-d1c0-4328-9ef6-6a0ea68de92a" label="4">
    <para> Vgl. HR 15 januari 2013, LJN BY5679.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d388b638-f63b-48a2-a167-63a59e360ae6" label="5">
    <para> Vgl. HR 17 juni 1997, nr. 103.926.</para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>