<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2012:BU7357</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-20T10:06:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BU7357</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2012-02-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/02398</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2012:BU7357" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2012:BU7357</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2012/368</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2012/116</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2012:BU7357">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2012:BU7357</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:18:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2012:BU7357 Parket bij de Hoge Raad , 24-02-2012 / 10/02398</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2012:BU7357:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 RO. Verzet tegen dwangbevel. Executiegeschil. Ontvankelijkheid hoger beroep; art. 339 Rv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2012:BU7357:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>10/02398</para>
      <para>Mr. F.F. Langemeijer</para>
      <para>2 december 2011 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Conclusie inzake:</para>
    <para />
    <para>[Eisers]</para>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <para>de ambtenaar van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier belast met de invordering</para>
    <para />
    <para>1. In dit executiegeschil wordt volstaan met een verkorte conclusie. Het Hoogheemraadschap heeft op 19 juli 2005 respectievelijk op 12 oktober 2006 dwangbevelen uitgevaardigd tegen de huidige eiser tot cassatie (hierna: de belastingplichtige) ter zake van aanslagen waterschapsbelasting in een aantal opeenvolgende jaren. Na betekening van die dwangbevelen heeft een belastingdeurwaarder ter executie beslag gelegd op goederen in de woning van de belastingplichtige. Bij vonnis van 5 maart 2008 heeft de rechtbank te Alkmaar de belastingplichtige niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet, gericht tegen het Hoogheemraadschap(1).</para>
    <para />
    <para>2. Vervolgens hebben de belastingplichtige en zijn echtgenote de ambtenaar van het Hoogheemraadschap, belast met de invordering, in verzet gedagvaard. Bij vonnis van 25 februari 2009 (LJN: BI1239) heeft de rechtbank te Alkmaar het verzet van elk der echtgenoten ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>3. De belastingplichtige en zijn echtgenote hebben bij dagvaarding van 14 juli 2009 tegen deze beslissing hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Bij arrest van 23 februari 2010, nr. 200.038.673/01, heeft het hof hen in dit hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het te laat was ingesteld.</para>
    <para />
    <para>4. De belastingplichtige en zijn echtgenote hebben tijdig(2) beroep in cassatie ingesteld tegen genoemd arrest. Het middel klaagt dat, anders dan het hof heeft geoordeeld, het hoger beroep binnen de wettelijke termijn is ingesteld. Ter toelichting is aangevoerd dat de memorie van antwoord in de appelprocedure (het kantoor van) de advocaat van de belastingplichtige en zijn echtgenote niet tijdig heeft bereikt, zodat zij daarop niet hebben kunnen reageren.</para>
    <para />
    <para>5. Art. 339 Rv bepaalt dat de termijn van hoger beroep drie maanden is, te rekenen van de dag van de uitspraak van het vonnis. Het vonnis is in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2009. Het middel bestrijdt niet de vaststelling van het hof dat de dagvaarding in hoger beroep eerst op 14 juli 2009 is uitgebracht. Het hof heeft op die grond mogen beslissen dat het hoger beroep te laat is ingesteld. De gestelde - in cassatie overigens niet vaststaande - omstandigheid dat de memorie van antwoord hun advocaat niet tijdig heeft bereikt, brengt hierin geen verandering: de controle op de beroepstermijn verricht de rechter ambtshalve.</para>
    <para />
    <para>6. De slotsom is dat het middel faalt. Toepassing van art. 81 R.O. wordt in overweging gegeven.</para>
    <para />
    <para>Conclusie</para>
    <para />
    <para>De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Procureur-Generaal bij de</para>
      <para>Hoge Raad der Nederlanden,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>a. - g.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1 Onder verwijzing naar HR 31 januari 2003, NJ 2003/213.</para>
      <para>2 23 mei 2010 viel op 1e Pinksterdag, waarna 25 mei 2010 de eerstvolgende werkdag was (art. 1 Algemene termijnenwet).</para>
    </parablock>
  </conclusie>
</open-rechtspraak>