<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2012:BS7974</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T05:35:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BS7974</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2012-01-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/04031 B en 10/04032 B</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2012:BS7974" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2012:BS7974</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2012/271</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2012/489</rdf:li>
          <rdf:li>JOW 2012/43</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2012:BS7974">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2012:BS7974</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:47:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-01-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2012:BS7974 Parket bij de Hoge Raad , 31-01-2012 / 10/04031 B en 10/04032 B</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2012:BS7974:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beklag, beslag. De Hoge Raad beslist in 1 beschikking op het cassatieberoep tegen 2 beschikkingen van de Rechtbank op 1 klaagschrift ex art. 552a Sv, ingediend door klager en klaagster, strekkende tot opheffing van het beslag op en teruggave aan klaagster van een auto, kentekenbewijs en autosleutels. De Hoge Raad verwerpt in beide zaken het beroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2012:BS7974:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Nr. 10/04031 B</para>
      <para>Mr. Vellinga</para>
      <para>Zitting: 30 augustus 2011</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Conclusie inzake:</para>
    <para />
    <para>[Klager]</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. De Rechtbank te Haarlem heeft bij beschikking van 22 juli 2010 het door klager ingediende beklag, strekkende tot teruggave aan klager van:</para>
      <para>- een sleutel behorende bij een Volkswagen Passat, kenteken [AA-00-BB];</para>
      <para>- een kentekenbewijs met nummer [001];</para>
      <para>- een kentekenbewijs met nummer [002] (deel 1B);</para>
      <para>- een kentekenbewijs met nummer [003] (deel II);</para>
      <para>- een volkswagen Passat, kenteken [AA-00-BB];</para>
      <para>- een keuringsbewijs met nummer [004]</para>
      <para>ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Tegen deze beschikking is door klager op 4 augustus 2010 beroep in cassatie ingesteld.</para>
    <para />
    <para>3. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 10/04031B en 10/04032 B. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.</para>
    <para />
    <para>4. Namens klager heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld. </para>
    <para />
    <para>5. Het middel klaagt over de maatstaf die de Rechtbank aan haar oordeel ten grondslag heeft gelegd en de wijze waarop de Rechtbank deze heeft gehanteerd.</para>
    <para />
    <para>6. Het gaat in de onderhavige zaak om een klacht tegen de inbeslagneming onder klager van een personenauto, die volgens klager en zijn partner aan laatstgenoemde toebehoort.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>7. De Rechtbank heeft het klaagschrift op de volgende gronden ongegrond verklaard:</para>
      <para>"De personenauto, autopapieren en sleutel zijn op 20 januari 2010 rechtmatig onder klager in beslag genomen. Het enkele feit dat de auto op naam van [klaagster] staat, is onvoldoende om aan te tonen dat de auto en bijbehoren buiten enige redelijke twijfel uitsluitend aan klaagster toebehoren. Dit geldt temeer nu klager en [klaagster] een relatie hebben, klager gebruik maakte van de auto en ook een financiële bijdrage heeft geleverd aan de auto. Vooralsnog gaat de rechtbank ervan uit dat de auto vatbaar is voor verbeurdverklaring en dat het niet uiterst onaannemelijk is dat de strafrechter, later oordelend, over zal gaan tot verbeurdverklaring van de auto en toebehoren."</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. In de toelichting op het middel wordt onder meer geklaagd dat uit de bestreden beschikking ten onrechte niet blijkt of het beslag is gelegd op de voet van art. 94 Sv of op de voet van art. 94a Sv. </para>
    <para />
    <para>9. Door te oordelen dat de auto vatbaar is voor verbeurdverklaring en dat het niet uiterst onaannemelijk is dat de strafrechter, later oordelend, over zal gaan tot verbeurdverklaring van de auto en toebehoren wekt de Rechtbank de indruk uit te gaan van beslag op de voet van art. 94 Sv. Ik wijs op de gehanteerde maatstaf die overeenkomt met die, in HR 28 september 2010, LJN BL2823, NJ 2010, 654, rov. 2.9 voorgeschreven voor beslag op de voet van art. 94 Sv.</para>
    <para />
    <para>10. Het middel klaagt terecht dat de Rechtbank tot uitdrukking had moeten brengen welke de aard is van het gelegde beslag. Thans doet zich het geval voor dat de Rechtbank in de onderhavige beschikking van een andere grondslag lijkt uit te gaan dan in de beschikking in de samenhangende zaak ten aanzien van hetzelfde beslag en kan voorts niet goed worden nagegaan of de Rechtbank de juiste maatstaf heeft toegepast.</para>
    <para />
    <para>11. Het middel slaagt.</para>
    <para />
    <para>12. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.</para>
    <para />
    <para>13. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar het gerechtshof te Amsterdam teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden berecht en afgedaan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Procureur-Generaal</para>
      <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>AG</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Nr. 10/04032 B</para>
      <para>Mr. Vellinga</para>
      <para>Zitting: 30 augustus 2011</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Conclusie inzake:</para>
    <para />
    <para>[klaagster]</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. De Rechtbank te Haarlem heeft bij beschikking van 22 juli 2010 het door klaagster ingediende beklag, strekkende tot teruggave aan klaagster van:</para>
      <para>- een sleutel behorende bij een Volkswagen Passat, kenteken [AA-00-BB];</para>
      <para>- een kentekenbewijs met nummer [001];</para>
      <para>- een kentekenbewijs met nummer [002] (deel 1B);</para>
      <para>- een kentekenbewijs met nummer [003] (deel II);</para>
      <para>- een volkswagen Passat, kenteken [AA-00-BB];</para>
      <para>- een keuringsbewijs met nummer [004]</para>
      <para>ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Tegen deze beschikking is door klaagster op 4 augustus 2010 beroep in cassatie ingesteld.</para>
    <para />
    <para>3. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 10/04031 B en 10/04032 B. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.</para>
    <para />
    <para>4. Namens klager heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld. </para>
    <para />
    <para>5. Het middel klaagt over de maatstaf die de Rechtbank aan haar oordeel ten grondslag heeft gelegd en de wijze waarop de Rechtbank deze heeft gehanteerd.</para>
    <para />
    <para>6. Het gaat in de onderhavige zaak om een klacht tegen de inbeslagneming onder klaagsters partner van een personenauto, die volgens klaagster aan haar toebehoort.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>7. De Rechtbank heeft het klaagschrift op de volgende gronden ongegrond verklaard:</para>
      <para>"De personenauto, autopapieren en sleutel zijn op 20 januari 2010 rechtmatig onder [klager] in beslag genomen. Het enkele feit dat de auto op naam van klaagster staat is onvoldoende om aan te tonen dat de auto en bijbehoren buiten enige redelijke twijfel uitsluitend aan klaagster toebehoren. Dit geldt temeer nu [klager] en klaagster een relatie hebben, [klager] gebruik maakte van de auto en ook een financiële bijdrage heeft geleverd aan de auto."</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. In de toelichting op het middel wordt onder meer geklaagd dat uit de bestreden beschikking ten onrechte niet blijkt of het beslag is gelegd op de voet van art. 94 Sv of op de voet van art. 94a Sv. </para>
    <para />
    <para>9. Door te overwegen dat buiten redelijke twijfel moet zijn dat de auto uitsluitend aan klaagster toebehoort wekt de Rechtbank de indruk uit te gaan van beslag op de voet van art. 94a Sv. Ik wijs op de gehanteerde maatstaf die overeenkomt met die, in HR 28 september 2010, LJN BL2823, NJ 2010, 654, rov. 2.15 voorgeschreven voor beslag op de voet van art. 94a Sv.</para>
    <para />
    <para>10. Het middel klaagt terecht dat de Rechtbank tot uitdrukking had moeten brengen welke de aard is van het gelegde beslag. Thans doet zich het geval voor dat de Rechtbank in de onderhavige beschikking van een andere grondslag lijkt uit te gaan dan in de beschikking in de samenhangende zaak ten aanzien van hetzelfde beslag en kan voorts niet goed worden nagegaan of de Rechtbank de juiste maatstaf heeft toegepast.</para>
    <para />
    <para>11. Het middel slaagt.</para>
    <para />
    <para>12. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.</para>
    <para />
    <para>13. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar het gerechtshof te Amsterdam teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden berecht en afgedaan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Procureur-Generaal</para>
      <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>AG</para>
  </conclusie>
</open-rechtspraak>