<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2011:BQ4270</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T18:43:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BQ4270</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2011-07-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/00634</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2011:BQ4270" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2011:BQ4270</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2011/1017</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2011/1550</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2011:BQ4270">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2011:BQ4270</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:10:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-07-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2011:BQ4270 Parket bij de Hoge Raad , 12-07-2011 / 10/00634</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2011:BQ4270:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het Hof heeft miskend dat de verwijzingsopdacht van de HR meebracht dat het Hof de zaak ten aanzien van de onder 2 subsidiair en onder 3 subsidiair tenlastegelegde feiten opnieuw ten gronde diende te behandelen met het oog de op de voet van de art. 348 en 350 te nemen beslissingen, waaronder begrepen de beslissing omtrent de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging. Het Hof heeft dus ten onrechte de verweren strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie onbesproken gelaten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2011:BQ4270:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Nr. 10/00634</para>
      <para>Mr. Hofstee</para>
      <para>Zitting: 19 april 2011</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Conclusie inzake:</para>
    <para />
    <para>[Verzoeker = verdachte]</para>
    <para />
    <para>1. Verzoeker is bij arrest van 27 juli 2009 door het Gerechtshof te Leeuwarden wegens "overtreding van artikel 37 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren", veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 500,-, subsidiair tien dagen vervangende hechtenis. Voorts heeft het Hof de teruggave aan verzoeker van 16 paarden en/of pony's en twee honden gelast. </para>
    <para />
    <para>2. Namens verzoeker heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, één middel van cassatie voorgesteld.</para>
    <para />
    <para>3. Bij arrest van 23 maart 2007 had het Hof te Leeuwarden verzoeker vrijgesproken voor de onder 1, onder 2 primair en subsidiair en onder 3 primair en subsidiair tenlastegelegde feiten. Tegen dit arrest stelde de Advocaat-Generaal bij het Hof op 4 april 2007 cassatie in. Het cassatieberoep richtte zich enkel tegen de gegeven vrijspraak van de onder 2 subsidiair en onder 3 subsidiair tenlastegelegde feiten. </para>
    <para />
    <para>4. De Hoge Raad oordeelde dat het middel terecht was voorgesteld, omdat het Hof de grondslag van de tenlastelegging had verlaten en verzoeker van iets anders had vrijgesproken dan is tenlastegelegd. De beslissing van de Hoge Raad in zijn arrest van 17 februari 2009 luidt als volgt: </para>
    <para />
    <para>"4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad: </para>
      <para>vernietigt de bestreden uitspraak voor zover aan zijn oordeel onderworpen;</para>
      <para>wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Leeuwarden, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan." </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Op de terechtzitting van het Hof van 13 juli 2009 heeft de raadsvrouw het woord tot verdediging gevoerd overeenkomstig haar daarbij overgelegde pleitnota met bijlage. Blijkens deze pleitnota is toen namens verzoeker aangevoerd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging. Het Hof heeft dit verweer in het thans bestreden arrest als volgt verworpen: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>"Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie</para>
      <para>De raadsvrouw heeft bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van verdachte ter zake van het onder 2 en 3 subsidiair ten laste gelegde, zoals aangegeven in haar pleitnota op pagina 2 en voldoende onder 1, 2, 3 en 4. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Bij arrest van 23 maart 2007 heeft het hof reeds geoordeeld dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vervolging van verdachte. Tegen dit oordeel is geen cassatiemiddel ingesteld en de Hoge Raad heeft het voornoemde arrest van dit hof slechts vernietigd voor zover dit betreft de vrijspraken van het onder 2 subsidiair en 3 subsidiair ten laste gelegde. Het oordeel van het hof over de ontvankelijkheid is derhalve onherroepelijk geworden. Derhalve zal het hof de gevoerde ontvankelijkheidsverweren niet verder bespreken." </para>
    <para />
    <para>6. Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte niet heeft gerespondeerd op het verweer waarin de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wordt bepleit. Door te overwegen dat het oordeel van het Hof over de ontvankelijkheid onherroepelijk is geworden, heeft het Hof (bovendien) blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. </para>
    <para />
    <para>7. De steller van het middel heeft een punt. Voor zover aan zijn oordeel was onderworpen heeft de Hoge Raad het arrest van het Hof van 23 maart 2007 vernietigd en de zaak teruggewezen naar het Hof ten einde de zaak in zoverre - met betrekking tot feit 2 subsidiair en feit 3 subsidiair - op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen. Dit houdt in dat het Hof het onderzoek in hoger beroep in zijn geheel - als gezegd ten aanzien van de onder 2 subsidiair en 3 subsidiair tenlastegelegde feiten - opnieuw had moeten aanvangen en voltooien. Aldus had het Hof ter zake de aan zijn oordeel onderworpen feiten opnieuw de bestreden ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie moeten beoordelen. Gelet hierop getuigt het oordeel van het Hof dat de ontvankelijkheid onherroepelijk is geworden van een onjuiste rechtsopvatting.(1) </para>
    <para />
    <para>8. Verder merk ik op dat de overweging van het Hof dat geen cassatiemiddel is ingediend tegen het eerdere oordeel van het Hof dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is, niet begrijpelijk is voor zover het de strafvorderlijke positie van verzoeker aangaat. Daarbij neem ik in aanmerking dat inzake het arrest van het Hof van 23 maart 2007 i) het beroep in cassatie was ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof en ii) van een verdachte redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat hij beroep in cassatie instelt tegen een vrijspraak. </para>
    <para />
    <para>9. Het middel slaagt. </para>
    <para />
    <para>10. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. </para>
    <para />
    <para>11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot zodanige op art. 440 Sv gegronde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Procureur-Generaal</para>
      <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>AG</para>
    <para />
    <para>1 Zie Melai/Groenhuijsen e.a., Het Wetboek van Strafvordering, aant. 10 op art. 440 Sv (bewerkt door M.K.T. Tjiong, bij t/m 1 april 2004) en HR 26 mei 1987, LJN AC9867, NJ 1988, 261, rov. 5.5. m.nt. Corstens.</para>
  </conclusie>
</open-rechtspraak>