<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2010:BK6590</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T16:38:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BK6590</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2010-02-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09/02738</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2010:BK6590" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2010:BK6590</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2010-02-05">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2010, 257</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2010/32</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2010:BK6590">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2010:BK6590</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:38:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-02-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2010:BK6590 Parket bij de Hoge Raad , 05-02-2010 / 09/02738</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2010:BK6590:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over partneralimentatie. (art. 81 RO).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2010:BK6590:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>09/02738</para>
      <para>Mr. F.F. Langemeijer</para>
      <para>Parket, 11 december 2009 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Conclusie inzake:</para>
    <para />
    <para>[De vrouw]</para>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <para>[De man]</para>
    <para />
    <para>Deze alimentatiezaak leent zich voor een verkorte conclusie.</para>
    <para />
    <para>1. Partijen zijn gehuwd geweest. Bij inleidend verzoekschrift aan de rechtbank te Utrecht heeft verzoekster tot cassatie (hierna: de vrouw) verzocht te bepalen dat verweerder in cassatie (de man) met ingang van 1 april 2008 € 1.000,- per maand aan haar zal voldoen als bijdrage in haar levensonderhoud. De man heeft verweer gevoerd en daarbij gesteld dat zijn draagkracht niet toereikend is om de gevraagde alimentatie te voldoen.</para>
    <para />
    <para>2. Bij beschikking van 30 juli 2008 heeft de rechtbank het verzoek afgewezen. De rechtbank stelde vast dat de behoefte van de vrouw onbetwist is. Met betrekking tot de draagkracht van de man ging de rechtbank uit van het door hem opgegeven inkomen (uit onderneming). De man heeft schulden aan familieleden welke al bestonden in de periode dat partijen gehuwd waren, van welke schulden het bestaan door de vrouw niet is betwist (rov. 3.5 Rb). Volgens de man doet hij hierop aflossingen ten bedrage van € 1.000,- per maand. De vrouw heeft dit ter zitting betwist. De rechtbank stelde vast dat de man daadwerkelijk dit bedrag per maand aflost op deze schulden (rov. 3.6 Rb). Bij de bepaling van de draagkracht van de man heeft de rechtbank met deze schulden rekening gehouden.</para>
    <para />
    <para>3. Op het hoger beroep van de vrouw heeft het gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, op 26 mei 2009 de beschikking van de rechtbank bekrachtigd. </para>
    <para />
    <para>4. Het - tijdig - door de vrouw ingestelde cassatieberoep is gericht tegen rov. 4.5, waarin het hof ten overvloede overweegt dat niet valt in te zien waarom bij het bepalen van de draagkracht van de man met de aflossing van deze schulden geen rekening zou mogen worden gehouden. De toelichting op de klacht verwijst enkel naar een in hoger beroep door de man overgelegde productie, te weten een schuldbekentenis d.d. 24 juli 2002, waaruit zou blijken dat de man over die schulden aan familieleden geen rente is verschuldigd en dat de schuld vooralsnog niet behoeft te worden afgelost omdat de schuld te zijner tijd zal worden verrekend met het erfdeel dat de man zal verkrijgen uit de nalatenschappen van zijn ouders.</para>
    <para />
    <para>5. De vrouw mist belang bij deze klacht omdat zij is gericht tegen een overweging ten overvloede, die de beslissing niet draagt. In cassatie is niet bestreden de vaststelling, eerder in rov. 4.5, dat de man, gelet op zijn inkomsten, onvoldoende draagkracht heeft om enige bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw te voldoen. </para>
    <para />
    <para>6. Ook overigens leidt de klacht niet tot cassatie. De schuldbekentenis d.d. 24 juli 2002 is in hoger beroep uitgebreid ter sprake geweest: zie grief 5 van de vrouw, het verweerschrift van de man in hoger beroep (punt 5) en het proces-verbaal van de mondelinge behandeling bij het hof (blz. 2 onderaan, 3 en 4). Nu vaststaat dat de schulden bestaan, die al bestonden in de huwelijkse periode, en dat de man daadwerkelijk maandelijks hierop aflost, mocht het hof, als de rechter die over de feiten oordeelt, bij het bepalen van de draagkracht met deze schulden rekening houden. Het hof heeft in zijn redengeving vermeld dat in beginsel alle schulden van de man van invloed zijn op zijn draagkracht. </para>
    <para />
    <para>7. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 R.O.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Procureur-Generaal bij de</para>
      <para>Hoge Raad der Nederlanden,</para>
    </parablock>
  </conclusie>
</open-rechtspraak>