<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2008:BC1248</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T05:20:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BC1248</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2008-02-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C06/285HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2008:BC1248" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2008:BC1248</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2008-02-22">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=407&amp;g=2008-02-22">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 407</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2008, 157</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2008, 266</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2008/100</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2008:BC1248">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2008:BC1248</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T02:14:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2008-02-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2008:BC1248 Parket bij de Hoge Raad , 22-02-2008 / C06/285HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2008:BC1248:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Procesrecht. Opheffingskortgeding, hoedanigheid aanlegger; aan middel te stellen eisen (81 RO).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2008:BC1248:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Rolnr. C06/285HR</para>
      <para>mr. E.M. Wesseling-van Gent</para>
      <para>Zitting: 21 december 2007</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Conclusie inzake:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. [Eiser 1]</para>
      <para>2. Digisys B.V.</para>
      <para>3. Digisys Sales B.V. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <para>Verelle B.V.B.A. </para>
    <para />
    <para>Deze zaak komt in aanmerking voor een verkorte conclusie.</para>
    <para />
    <para>1.1 Het tijdig(1) tegen het arrest van het gerechtshof te 's Hertogenbosch van 4 juli 2006 ingestelde beroep in cassatie bevat twee middelen.</para>
    <para />
    <para>1.2 Het eerste middel is gericht tegen rechtsoverweging 8.6.1, waarin het hof als volgt heeft overwogen:</para>
    <para />
    <para>"[Eiser 1] licht niet toe waarom het feit dat uit de stellingen van Digisave c.s. niet blijkt dat hij als directeur en aandeelhouder dan wel pro se is gedagvaard tot niet-ontvankelijkheid van Digisave c.s. zou moeten leiden. Kennelijk heeft [eiser 1] de bodemprocedure waarin op 11 augustus 2004 door de rechtbank Breda eindvonnis is gewezen op het oog, nu in de onderhavige, door [eiser] c.s. aanhangig gemaakte procedure van dagvaarding van [eiser 1] geen sprake is. In deze bodemprocedure is [eiser 1] pro se - en niet in de hoedanigheid van directeur en aandeelhouder - veroordeeld tot afgifte van de daarin genoemde goederen, waarmee de hoedanigheid van [eiser 1] is gegeven." </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.3 Het aangevallen oordeel is niet onbegrijpelijk, nu daarin ligt besloten dat:</para>
      <para>(a) de onderhavige kort gedingprocedure tot opheffing van het op 6 juli 2004 op het woonhuis van [eiser 1] gelegde beslag en van het eveneens op die dag ten laste van [eiser 1] gelegde derdenbeslag onder ING Bank, is aangespannen door (o.m.) [eiser 1] zelf;</para>
      <para>(b) als in het door [eiser 1] ingestelde hoger beroep tegen de weigering van de gevraagde voorziening door de voorzieningenrechter van de rechtbank Breda in grief II wordt gesproken over "het gedagvaard zijn van [eiser 1]" niet anders kan zijn gedoeld dan op de mede door verweerster in cassatie aangespannen bodemprocedure tegen [eiser 1], nu - zoals gezegd - de kort gedingprocedure door [eiser 1] zelf in geëntameerd;</para>
      <para>(c) [eiser 1] in genoemde bodemprocedure pro se is gedagvaard, hetgeen door het hof bij in kracht van gewijsde gegaan arrest van 20 maart 2007 ook zo is vastgesteld;</para>
      <para>(d) [eiser 1] in deze kort gedingprocedure niet heeft gesteld in een bepaalde hoedanigheid op te treden, zodat het </para>
      <para>(e) niet op de weg van de wederpartij van [eiser 1] ligt om omtrent de hoedanigheid van [eiser 1] iets te stellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Middel 1 faalt mitsdien.</para>
    <para />
    <para>1.4 Het tweede middel is gericht tegen rechtsoverweging 8.10, waarin het hof als volgt heeft overwogen:</para>
    <para />
    <para>"[Eiser] c.s. heeft aangevoerd dat, nu Digisave is ontbonden, welke ontbinding heeft plaatsgevonden in strijd met de statuten, Digisave c.s. niet-ontvankelijk is in zijn vorderingen."</para>
    <para />
    <para>1.5 Het middel bevat een opsomming van enerzijds standpunten en anderzijds op klachten gelijkende opmerkingen, waarin echter niet wordt aangegeven waarom het bestreden oordeel van het hof niet juist en/of onbegrijpelijk zou zijn. Het middel voldoet derhalve niet aan art. 407 lid 2 Rv.</para>
    <para />
    <para>1.6 M.i. kan het cassatieberoep in zijn geheel met toepassing van art. 81 RO worden verworpen.</para>
    <para />
    <para>2. Conclusie</para>
    <para />
    <para>De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Procureur-Generaal bij de </para>
      <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>A-G</para>
    <para />
    <para>1 De cassatiedagvaarding is op 30 augustus 2006 uitgebracht. Het betreft hier een kort gedingprocedure.</para>
  </conclusie>
</open-rechtspraak>