<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2007:AZ3286</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T15:39:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AZ3286</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2007-01-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">00465/06</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2007:AZ3286" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2007:AZ3286</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2007, 29</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 2007, 246 met annotatie van P.A.M. Mevis</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2007, 109</rdf:li>
          <rdf:li>VR 2007, 69</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2007:AZ3286">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2007:AZ3286</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T00:47:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2007-01-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2007:AZ3286 Parket bij de Hoge Raad , 16-01-2007 / 00465/06</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2007:AZ3286:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenarrest. Verdachte is op 25-9-02 veroordeeld door de ktr t.z.v. een WAM-overtreding begaan op 10-7-01. Hij is op 11-10-05 in zijn appel niet-ontvankelijk verklaard. De verjaringstermijn beloopt i.c. ten hoogste 2x2 jaar. Vooropgesteld moet worden dat verjaring slechts dan kan leiden tot het verval van het recht tot strafvordering indien dat recht (nog) bestaat en dus teloor kan gaan. Dit brengt mee dat de in de art. 70-73 Sr vervatte verjaringsregels geen toepassing vinden indien verdachte een gewoon rechtsmiddel heeft ingesteld tegen een rechterlijke uitspraak maar dit niet heeft gedaan binnen de daartoe in de wet gestelde termijn en die termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar is. In zo’n geval wordt de uitspraak onherroepelijk na het verstrijken van die termijn en bestaat er t.a.v. het berechte feit vanaf dan geen recht tot strafvordering meer dat door verjaring zou kunnen vervallen. Een andersluidende opvatting zou afbreuk doen aan het gezag van onherroepelijke rechterlijke uitspraken. I.c. betekent dit dat het recht tot strafvordering niet wegens verjaring is vervallen indien het cassatieberoep tegen ’s hofs niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn appel niet slaagt. HR wijst tussenarrest om AG, die concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring, alsnog in de gelegenheid te stellen zich over het middel uit te laten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2007:AZ3286:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Nr. 00465/06</para>
      <para>Mr Machielse</para>
      <para>Zitting 21 november 2006 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Conclusie inzake:</para>
    <para />
    <para>[Verdachte]</para>
    <para />
    <para>1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft de verdachte op 11 oktober 2005 niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep.(1)</para>
    <para />
    <para>2. Mr. A.H. Westendorp, advocaat te 's-Gravenhage, heeft cassatie ingesteld en een schriftuur ingezonden houdende één middel van cassatie. Het hof zou verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk hebben verklaard in het hoger beroep. </para>
    <para />
    <para>3.1. Allereerst wil ik Uw Raad ambtshalve op het volgende wijzen. Ten laste van verdachte is in eerste aanleg bewezenverklaard - zakelijk weergegeven - dat hij op 10 juli 2001 als bezitter van een motorrijtuig geen verzekering ingevolge de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen voor dat voertuig heeft afgesloten en in stand gehouden. </para>
    <para />
    <para>3.2. Bovengenoemd strafbaar feit is een overtreding.(2) </para>
    <para />
    <para>Art. 70 Sr - voor zover van belang - luidt vanaf 1 januari 2006 als volgt:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>"1. Het recht tot strafvordering vervalt door verjaring:</para>
      <para>1°. in twee jaren voor alle overtredingen;"</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Art. 72 Sr, tweede lid, Sr luidde van 1 januari 2006 tot en met 6 juli 2006 als volgt:</para>
    <para />
    <para>"Na de stuiting vangt een nieuwe verjaringstermijn aan. Het recht tot strafvordering vervalt evenwel indien vanaf de dag waarop de oorspronkelijke verjaringstermijn is aangevangen een periode is verstreken die gelijk is aan twee maal de voor het feit geldende verjaringstermijn.</para>
    <para />
    <para>Art. 72, tweede lid, Sr luidt met ingang van 7 juli 2006 als volgt:</para>
    <para />
    <para>"Na de stuiting vangt een nieuwe verjaringstermijn aan. Het recht tot strafvordering vervalt evenwel ten aanzien van overtredingen na tien jaren en ten aanzien van misdrijven indien vanaf de dag waarop de oorspronkelijke verjaringstermijn is aangevangen een periode is verstreken die gelijk is aan twee maal de voor het misdrijf geldende verjaringstermijn.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opmerkingen:</para>
      <para>Ten aanzien van de overtredingen die op het tijdstip waarop deze wijziging in werking treedt zijn verjaard, blijft lid 2 van toepassing zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wijziging."</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.3. De hierboven weergegeven overgangsregeling is in casu van toepassing. Immers, vóór de inwerkingtreding van de wijziging van art. 72 Sr op 7 juli 2006 en vóór de beslissing in hoger beroep op 11 oktober 2005(3) was de onderhavige overtreding - achteraf bezien - reeds verjaard. Er was sinds 10 juli 2001, de dag waarop de overtreding is begaan, al een periode verstreken gelijk aan twee keer de verjaringstermijn van twee jaren. De Hoge Raad zal daarom de Officier van Justitie niet-ontvankelijk dienen te verklaren in de vervolging van de onderhavige overtreding. Het middel behoeft dan geen bespreking.</para>
    <para />
    <para>4. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad het vonnis van de Kantonrechter zal vernietigen en tevens dat de Hoge Raad de Officier van Justitie niet-ontvankelijk zal verklaren in de vervolging.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Procureur-Generaal</para>
      <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1 Deze zaak hangt samen met de zaak onder nummer 00463/06, in welke zaak ik heden eveneens concludeer.  </para>
      <para>2 Zie art. 30 jo. art. 36 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen.</para>
      <para>3 Het aanwenden van een rechtsmiddel dat niet (meer) openstaat heeft niet tot gevolg dat de beslissing waartegen het rechtsmidddel is aangewend geacht moet worden op het moment van dat aanwenden al onherroepelijk te zijn geworden; HR 10 december 1974, NJ 1975, 180. Ware dat wel het geval dan zou in deze zaak van een vervolgingsverjaring geen sprake zijn, omdat het dan onherroepelijk te achten vonnis van de kantonrechter immers op 25 september 2002 was gewezen.</para>
    </parablock>
  </conclusie>
</open-rechtspraak>