<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2000:AA7786</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T16:08:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AA7786</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2000-10-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">112918</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2000:AA7786" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2000:AA7786</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2000:AA7786">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2000:AA7786</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:11:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-08-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2000:AA7786 Parket bij de Hoge Raad , 24-10-2000 / 112918</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2000:AA7786:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2000:AA7786:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Nr.112.918</para>
      <para>Mr Fokkens</para>
      <para>Zitting 9 mei 2000</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Conclusie inzake: [verdachte]</para>
    <para />
    <para>Edelhoogachtbaar College,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Verdachte is door het gerechtshof te Amsterdam wegens het verkopen van </para>
      <para>has, meermalen gepleegd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Namens verdachte heeft mr J.I.M.G. Jahae, advocaat te Amsterdam, twee </para>
      <para>middelen van cassatie ingediend.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. Het eerste middel behelst de klacht dat het hof het bewezenverklaarde ten </para>
      <para>onrechte heeft gekwalificeerd als een handelen in strijd met het in artikel 2 lid 1 </para>
      <para>onder B van de  Opiumwet gegeven verbod, terwijl het een handelen in strijd met </para>
      <para>artikel 3 lid 1 onder B van de Opiumwet gegeven verbod oplevert.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4. Het hof heeft bewezenverklaard dat verdachte ”in de periode van 1 april 1994 tot </para>
      <para>en met 9 december 1996 te Amsterdam opzettelijk heeft verkocht </para>
      <para>handelshoeveelheden hashish.”   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5. Inderdaad heeft het hof de bewezenverklaring ten onrechte gekwalificeerd als </para>
      <para>opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 lid 1, onder B van de Opiumwet </para>
      <para>gegeven verbod. Het gaat hier immers om handelen in strijd met art. 3 lid 1 onder </para>
      <para>B van de Opiumwet. De Hoge Raad kan de kwalificatie verbeteren. Hetzelfde geldt </para>
      <para>voor de als toepasselijke wetsartikelen genoemde bepalingen uit de Opiumwet: dit </para>
      <para>moeten de artikelen 3 en 11 zijn in plaats van de genoemde artikelen 2 en 10, </para>
      <para>waarbij artikel 3 overbodig is nu deze bepaling al in de kwalificatie wordt vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6. Het tweede middel behelst de klacht dat het hof ten onrechte bewezen heeft </para>
      <para>verklaard dat het delict meermalen is gepleegd. Van meer dan één maal verkoop </para>
      <para>van  handelshoeveelheden hashish zou geen sprake zijn, nu uit de bewijsmiddelen </para>
      <para>zou volgen dat het in kwestie één partij van 1000 kilo betrof. Dat die partij niet in </para>
      <para>één keer is geleverd en betaald, zou daaraan niet afdoen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>7. Uit de bewijsmiddelen, met name de verklaringen van [getuige 1] onder 2a en </para>
      <para>2c,  kan worden afgeleid dat verdachte 200 kilo hashish heeft verkocht aan ene </para>
      <para>[betrokkene A] en 800 kilo hashish heeft verkocht aan [getuige 1]. Uitgaande van </para>
      <para>die vaststelling getuigt het oordeel van het hof dat verdachte meermalen </para>
      <para>handelshoeveelheden hashish heeft verkocht niet van een verkeerde </para>
      <para>rechtsopvatting. Het oordeel is niet onbegrijpelijk zodat het middel faalt. De Hoge </para>
      <para>Raad kan volstaan met de in art. 101a RO bedoelde motivering. </para>
      <para>Ik concludeer dat de bestreden uitspraak wordt vernietigd voor zover het betreft de </para>
      <para>kwalificatie van het bewezenverklaarde en voor zover onder de toepasselijk </para>
      <para>verklaarde wetsartikelen de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet zijn opgenomen, </para>
      <para>dat de kwalificatie wordt verbeterd door het bewezenverklaarde aan te merken als </para>
      <para>“opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 lid 1 onder B van de Opiumwet </para>
      <para>gegeven verbod, meermalen gepleegd” en dat artikel 11  van de Opiumwet wordt </para>
      <para>vermeld bij de overige toepasselijke wetsartikelen, met verwerping van het beroep </para>
      <para>voor het overige. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Procureur-Generaal</para>
      <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden,</para>
    </parablock>
  </conclusie>
</open-rechtspraak>