<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:1999:24</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-15T10:00:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">1999-06-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">111.145</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:1999:ZD6200" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:1999:ZD6200</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:1999:24">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:1999:24</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-07T13:04:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:1999:24 Parket bij de Hoge Raad , 01-06-1999 / 111.145</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:1999:24:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:1999:24:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Nr. 111.145 </para>
  <para>Zitting: 1 juni 1999</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">Mr Machielse </emphasis>
    </para>
    <para>Conclusie inzake: </para>
    <para>
      <emphasis role="underline">
        [verzoeker]
      </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Edelhoogachtbaar College,</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>1. Bij arrest van 17 maart 1998 is verzoeker door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch ter zake van 3. en 4. - zakelijk weergegeven twee WAM-overtredingen - niet ontvankelijk verklaard in het door hem ingestelde hoger beroep. Voorts heeft het hof verzoeker ter zake van 1. "overtreding van art. 9, eerste van</para>
  <para>lid de Wegenverkeerswet 1994" en 2. "overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken, met een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twaalf maanden.</para>
  <para />
  <para>2. Door of namens verzoeker zijn geen middelen van cassatie ingediend. </para>
  <para />
  <para>3. Ambtshalve verdient de niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in het door hem ingestelde appel ten aanzien van de beide overtredingen de aandacht.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.1. Verzoeker is in eerste aanleg op 7 maart 1997 - bij verstek - veroordeeld door de Politierechter te Roermond voor feit 3. en 4. waarbij aan verzoeker telkens twee weken hechtenis is opgelegd en waarbij hij tevens is veroordeeld voor de twee hierboven genoemde misdrijven. Verzoeker heeft tegen dit vonnis op 1 mei 1997 hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.2. Het hof heeft ten aanzien van het door verzoeker ingesteld hoger beroep in het bestreden arrest het volgende overwogen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hoger beroep van de verdachte richt zich mede tegen de veroordeling door de eerste rechter ter zake van hetgeen aan de verdachte onder 3 en 4 ten laste werd gelegd. Het betreft hier evenwel een overtreding, waarop reeds in hoogste feitelijke instantie is beslist.</para>
    <para>De verdachte moet derhalve voor dit gedeelte niet ontvankelijk worden verklaard in hoger beroep. </para>
    <para>Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat thans nog aan het oordeel van het hof is onderworpen .</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.3. Tegen een bij verstek gewezen vonnis van de politierechter, voorzover gewezen ter zake van een overtreding, staat ingevolge het bepaalde van art. 399, eerste en derde lid, Sv, het rechtsmiddel van verzet open, aangezien in zoverre tegen dat vonnis geen hoger beroep openstaat.<footnote-ref linkend="_9bfd027d-e33b-4667-adea-6e190215b64f" /> Aannemelijk is dat verzoeker - indien hij zulks zou hebben geweten - inderdaad ter zake van feit 3. en 4. verzet zou hebben gedaan. Het hof had het er dan ook voor moeten houden dat verzoeker - in plaats van hoger beroep - in zoverre verzet heeft gedaan, en de desbetreffende stukken naar de griffier van de rechtbank dienen te zenden.</para>
    <para>Het hof heeft verzoeker dan ook ten onrechte in zoverre niet-ontvankelijk verklaard.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>4. Nu ik ambtshalve geen andere gronden tot cassatie heb aangetroffen, concludeer ik dat de Hoge Raad het bestreden arrest zal vernietigen voorzover verzoeker daarin niet- ontvankelijk is verklaard ten aanzien van de feit 3. en 4. en dat de Hoge Raad - in zoverre doende wat het hof had behoren te doen - zal verstaan dat verzoeker tegen het vonnis van de politierechter ten aanzien van de feiten 3. en 4. verzet heeft gedaan en zal bepalen dat de stukken van het geding in zoverre voor de verzetbehandeling zullen worden gezonden aan de griffier van de rechtbank te Roermond. Voorts strekt deze conclusie tot verwerping van het beroep voor het overige.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,</para>
  </parablock>
  <footnote id="_9bfd027d-e33b-4667-adea-6e190215b64f" label="1">
    <para>HR NJ 1980, 304.</para>
    <para />
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>