<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:1994:27</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-25T14:54:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">1994-09-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">97.925</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:1994:ZC9844" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:1994:ZC9844</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:1994:27">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:1994:27</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-25T11:38:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:1994:27 Parket bij de Hoge Raad , 06-09-1994 / 97.925</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:1994:27:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282.1 Sr) en verkrachting (art. 242 Sr). Terbeschikkingstelling met dwangverpleging van overheidswege. Vormt verdachte zodanig ernstig gevaar voor omgeving dat algemene veiligheid van personen het opleggen van maatregel eist? Ex art. 37a.1.2 Sr kan de in dat art. bedoelde last tot TBS slechts worden gegeven indien veiligheid van anderen dan wel algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eist. Ex art. 37b Sr is ook bevel tot verpleging van overheidswege van dat vereiste afhankelijk gesteld. Met dat vereiste heeft wetgever blijkens wetsgeschiedenis tot uitdrukking gebracht dat mogelijkheid van TBS (met dwangverpleging) alleen in aanmerking behoort te komen indien verdachte een ernstig gevaar voor zijn omgeving vormt. Blijkens motivering opgelegde TBS met dwangverpleging heeft hof geoordeeld dat verdachte een zodanig ernstig gevaar voor zijn omgeving vormt dat algemene veiligheid van personen het opleggen van maatregel van TBS met dwangverpleging eist. Aldus heeft hof, gelet op wat hiervoor is overwogen, juiste maatstaf gehanteerd en daarbij geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. 's Hofs oordeel is gelet op art. 37a.3 Sr toereikend gemotiveerd, niet onbegrijpelijk en kan in cassatie, verweven als het is met waarderingen van feitelijke aard, niet verder worden getoetst.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:1994:27:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Nr. 97.925</para>
  <para>Zitting 6 september 1994</para>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">Mr. Meijers</emphasis>
    </para>
    <para>Conclusie inzake:</para>
    <para>
      <emphasis role="underline">
        [verdachte]
      </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Edelhoogachtbaar College,</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft verzoeker tot een gevangenisstraf van twee jaren veroordeeld en tevens zijn terbeschikkingstelling, met dwangverpleging, gelast (met verbeurdverklaring van inbeslaggenomen voorwerpen). De bewezen verklaarde feiten leveren wederrechtelijke vrijheidsberoving en verkrachting op. Namens verzoeker zijn twee middelen voorgesteld.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het eerste middel behelst de klacht dat het hof bij het geven van de last van terbeschikkingstelling een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd door te overwegen dat de kans op herhaling niet uitgesloten moet worden geacht. In het middel wordt betoogd dat het hof hiermee afwijkt van de door de wetgever bedoelde rechtsgrond, die inhoudt dat gevaar (voor de maatschappij) aannemelijk moet zijn.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>In deze zaak zijn de artikelen 37a en 37b Sr van toepassing, zoals deze luidden voor de inwerkingtreding, op 15 januari 1994, van de Wet van 15 december 1993, S. 1994, 13. Blijkens deze artikelen kan de terbeschikkingstelling met dwangverpleging worden bevolen, indien -voor zover hier van belang- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen dat eist. Of dit het geval is, is ter beoordeling van de feitenrechter (vgl. HR DD 87.119). Deze zal niet anders kunnen doen dan een oordeel geven aan de hand zowel van zijn eigen waardering van de ernst van (ook eerder) gepleegde delicten als van een door hem redelijk geachte prognose van een of meer deskundigen over het gevaar van herhaling. Waardering en prognose zullen tot het oordeel kunnen luiden dat, zoals het hof heeft overwogen, de kans op herhaling niet uitgesloten moet worden geacht.</para>
    <para>Ik kan het middel niet volgen, waar het een wig wil drijven tussen deze overweging en het oordeel dat gevaar voor de maatschappij aannemelijk is. De aard van het begrip gevaar of gevaarlijkheid brengt mee dat het oordeel over de aanwezigheid van gevaar of gevaarlijkheid slechts een redelijk te achten gissing, een waarschijnlijkheidsoordeel, is<footnote-ref linkend="_549f5a0c-80c2-412c-a0b3-8d6254dbcd1c" />. De wetsgeschiedenis waarop de steller van het middel zich beroept geeft, voor zover ik kan zien, geen steun aan de opvatting die in het middel wordt verdedigd. Vgl. E.J. Hofstee, TBR en TBS (1987), p. 449-451.</para>
    <para>Het middel is ongegrond. Het stelt geen rechtsvraag van betekenis aan de orde en leent zich derhalve voor afdoening via art. 101a RO.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Ook het tweede middel, met de klacht over de motivering van de verbeurdverklaring, is ongegrond. De overweging van het hof, dat het videobandje een voorwerp is met betrekking waartoe of met behulp waarvan het sub 1 en 2 bewezenverklaarde is begaan is, gelet op de inhoud van het proces-verbaal van de politie Roermond, nr. 92-019103 (zie bewijsmiddel 1) en van het proces-verbaal nr. 92-019146 eveneens van de politie te Roermond (zie bewijsmiddel 4), niet onbegrijpelijk. Het middel kan via art. 101a RO worden afgedaan.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Ik concludeer tot verwerping van het beroep.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,</para>
  </parablock>
  <para />
  <footnote id="_549f5a0c-80c2-412c-a0b3-8d6254dbcd1c" label="1">
    <para> ‘’Gissen zou je kunnen omschrijven als: op verstandige wijze bedenken, hoe de stand van zaken is van iets waarvan je niet zeker bent’’ (T.A.B. Snijders, Gissen en mikken, oratie RUG 1993, p. 5). </para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>