<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:1991:52</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-05T09:44:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">1991-05-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">89.483</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:1991:ZC8661" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:1991:ZC8661</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:1991:52">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:1991:52</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-04T15:27:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:1991:52 Parket bij de Hoge Raad , 07-05-1991 / 89.483</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:1991:52:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Ontvankelijkheid hoger beroep, conversie.</para>
        <para>Verdachte is door Rb voor overtredingen en misdrijf veroordeeld, waarbij Rb vanwege overtredingen onttrekking aan verkeer van inbeslaggenomen goederen gelast. Tegen veroordeling voor overtredingen stond beroep in cassatie open en tegen veroordeling voor misdrijf stond hoger beroep open. In h.b. wordt bezwaar gemaakt tegen onttrekking aan verkeer van inbeslaggenomen goederen. Raadsman heeft onbeperkt h.b. ingesteld, maar was binnen termijn waarin rechtsmiddel van cassatie openstond door strafgriffie op hoogte gesteld dat onttrekking aan verkeer betrekking had op overtredingen. Deze omstandigheden zijn kennelijk voor hof aanleiding geweest om verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in h.b. tegen dat deel van vonnis waarbij verdachte is veroordeeld voor overtredingen, hoewel hof ervan moest uitgaan dat verdachte dat rechtsmiddel had willen instellen dat volgens de wet voor hem openstond. Oordeel hof is niet in strijd met enige rechtsregel en niet onbegrijpelijk.</para>
        <para>Volgt verwerping.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:1991:52:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>N.E. </para>
  <para>Nr. 89.483 </para>
  <para>Zitting 7 mei 1991</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">Mr. Leijten </emphasis>
    </para>
    <para>Conclusie inzake: </para>
    <para>
      <emphasis role="underline">
        [verdachte]
      </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Edelhoogachtbaar College,</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Mr. Ing. J. Regoort, advocaat te Almelo, heeft bij schriftuur twee middelen van cassatie aangevoerd tegen het op 14 juni 1990 door het gerechtshof te Arnhem op tegenspraak gewezen arrest, waarbij de verzoeker van cassatie in zijn hoger beroep</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>- tegen het eveneens op tegenspraak gewezen vonnis van de rechtbank te Almelo van 13 juni 1989, waarbij hij wegens twintig overtredingen (verkopen van heroïne) en twee misdrijven werd veroordeeld tot 20 keer één week hechtenis voorwaardelijk, proeftijd 2 jaar, met onttrokkenverklaring aan het verkeer van 29 voorwerpen alsmede tot een gevangenisstraf van 6 maanden en 10 dagen, waarvan drie maanden en drie weken voorwaardelijk, proeftijd 2 jaar -</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>overeenkomstig de eis van de procureur-generaal niet-ontvankelijk werd verklaard, voorzover dat is ingesteld tegen dat deel van het vonnis, waarvan beroep, waarbij hij terzake van de hem onder 1) telaste gelegde overtredingen werd veroordeeld.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De middelen richten zich tegen deze beslissing.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Aangenomen moet worden dat een verdachte of (zijn) raadsman die tegen een vonnis een rechtsmiddel instelt, daartegen het juiste middel wil instellen. Dat was in dit geval voor wat betreft de overtredingen, niet hoger beroep maar beroep in cassatie. Blijkens het proces-verbaal van de zitting van het hof was de reden waarom de verzoeker zich niet bij het vonnis van de rechtbank wilde neerleggen dat</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>"de inbeslaggenomen spullen niet van misdrijf afkomstig zijn. Ik wil die spullen terug. Sommige spullen heb ik cadeau gekregen en voor andere spullen heb ik gespaard. De mij telastegelegde feiten erken ik wel". ·</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Uit het - onvolledige - vonnis van de rechtbank blijkt dat een groot aantal voorwerpen (nrs. 1 t/m 29) aan het verkeer onttrokken zijn verklaard in het kader van de veroordeling van de verzoeker wegens de 20 overtredingen (niet opzettelijke verkoop van heroïne) .</para>
    <para>Er was dus alle reden om in zoverre het hoger beroep om te zetten in beroep in cassatie en niet aanstonds te komen tot niet-ontvankelijkverklaring. Zie - onder meer - HR 4 maart 1980 DD 80.197 en HR 18 maart 1986 DD 86.335 beide in zekere zin '"a-contrario".</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De middelen behoeven dunkt mij - tot nader "order" eventueel - geen bespreking.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Hoge Raad kan de zaak nu verder behandelen. Het vonnis van de rechtbank te Almelo, voorzover aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen, zal moeten worden vernietigd, nu het de bewijsmiddelen niet bevat.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Deze conclusie strekt ertoe, dat de Hoge Raad het vonnis van de rechtbank te Almelo, voorzover thans aan zijn oordeel onderworpen zal vernietigen en de zaak zal verwijzen naar het gerechtshof te Arnhem ten einde deze opnieuw te berechten en af te doen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,</para>
  </parablock>
</conclusie>
</open-rechtspraak>