<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:1965:AB7078</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-15T10:00:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AB7078</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">1965-09-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9879</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:1965:AB7078" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:1965:AB7078</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 1966, 46</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:1965:AB7078">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:1965:AB7078</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-04T17:10:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:1965:AB7078 Parket bij de Hoge Raad , 24-09-1965 / 9879</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:1965:AB7078:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Koopprijs door de partijen bepaald in de zin van art. 1501 BW?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:1965:AB7078:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>S.</para>
  <para>Zitting 24 september 1965. </para>
  <para>No. 9879.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">Mr. Minkenhof.</emphasis>
    </para>
    <para>Conclusie inzake: </para>
    <para>
      <emphasis role="underline">
        [eiser] / [verweerster] .</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Edelhoogachtbare Heren,</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het cassatiemiddel in deze zaak houdt in, dat de tussen partijen - hierna te noemen [eiser] en Tulsa - gesloten overeenkomst o.m. behelst, dat [eiser] zich verplicht, gedurende de (tienjarige) looptijd daarvan zekere hoeveelheden olie en vetten bij Tulsa te betrekken tegen een prijs van f.1.25 per liter, waarbij Tulsa het recht heeft de handelsprijs te verhogen of te verlagen, indien wijzigingen in het huidige prijs-, loon- en/of kostenniveau naar haar oordeel dat noodzakelijk maken, waardoor de tussen partijen overeengekomen prijs niet, althans niet genoegzaam bepaald, c.q. objectief bepaalbaar zou zijn en derhalve de tussen partijen gesloten overeenkomst niet een geldige koopovereenkomst.</para>
    <para>Deze stelling acht ik niet juist. In de overeengekomen prijs kunnen - en worden door het Hof - drie elementen worden onderscheiden: de thans geldende prijs - f.1.25 per liter ; wijzigingen in het prijs-, loon- en/of kostenniveau, die aanleiding kunnen geven tot een wijziging in de thans geldende prijs; en het oordeel van Tulsa; dat deze wijzigingen prijsverhoging (of verlaging) noodzakelijk maken. Het tweede element verwijst naar gegevens, welke objectief bepaalbaar zijn en slechts voor het derde element - de noodzaak van prijsverhoging tengevolge van vorenbedoelde wijzigingen - is het oordeel van Tulsa maatstaf, doch, gelijk het Hof terecht overweegt, ingetoomd door de eisen van billijkheid en goede trouw. Zeker bij goederen als de onderhavige - olie en vetten - acht ik de hier gevolgde wijze van prijsvaststelling voldoen aan de eisen van de wet. Van een eenzijdige prijsvaststelling, als bedoeld (en afgekeurd) in de arresten van Uw Raad van 26 april 1914, N.J. 1914 blz. 1034 en 11 mei 1923, N.J. 1923 blz. 919 is hier geen sprake. De concurrentiepositie en speciaal de prijzen, welke andere leveranciers voor dezelfde soort goederen plegen te berekenen, leveren voldoende maatstaf op om tot een objectieve vaststelling te komen van de prijs welke bij verandering van de in de overeenkomst genoemde omstandigheden tussen partijen zal gelden. Terecht overweegt m.i. het Hof, dat een beding als het onderhavige, bij lang durende overeenkomsten voor een goede functionering van de handelsbetrekkingen, gelet op het ervaringsfeit van voortdurende stijging van</para>
    <para>productie-en andere kosten van goederen en waren, voor dit soort contracten als normaal is te beschouwen. Kort gezegd: het handelsverkeer eist het. Zie Asser-Kamphuisen blz. 40 en de daar vermelde rechtspraak. Enerzijds hebben partijen belang bij een duurzame rechtsbetrekking; anderzijds kan een onderdeel van de overeenkomst - de prijs - niet voor de ganse duur van het contract op een vooraf vastgesteld geldsbedrag worden bepaald.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Daar ik het middel ongegrond acht, moge ik concluderen tot verwerping van het beroep, met veroordeling van de eiser in de kosten op de cassatie gevallen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,</para>
  </parablock>
</conclusie>
</open-rechtspraak>