<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:ORBBNAA:2000:BU9676</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:25:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BU9676</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/RvBbel" scheme="psi.rechtspraak">Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-07-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">1998/179, 1998/180 en 1998/181</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:ORBBNAA:2000:BU9676">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:ORBBNAA:2000:BU9676</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:25:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-12-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:ORBBNAA:2000:BU9676 Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba) , 28-07-2000 / 1998/179, 1998/180 en 1998/181</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:ORBBNAA:2000:BU9676:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Loonbelasting / Artikel 4 LLB / Belastingjaar 1995 t/m 1997</para>
      <para />
      <para>De Inspecteur is bevoegd om een werkgever, die niet op de Nederlandse Antillen is gevestigd en daar geen vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger heeft, aan te wijzen als inhoudingsplichtige voor de loonbelasting. Dit kan niet met terugwerkende kracht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:ORBBNAA:2000:BU9676:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>Beschikking van 28 juli 2000, nrs. 1998/179, 1998/180 en 1998/181.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN</para>
      <para>zitting houdende in Sint Maarten,</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para>inzake:</para>
    <para> </para>
    <para>belanghebbende</para>
    <para> </para>
    <para>tegen</para>
    <para> </para>
    <para>de Inspecteur der Belastingen</para>
    <para />
    <para />
    <para>1. Loop van het geding</para>
    <para />
    <para>1.1. Aan appellante zijn, met dagtekening 31 maart 1998, over de tijdvakken 1995, 1996 en 1997 naheffingsaanslagen in de loonbelasting opgelegd naar een bedrag van telkens Naf 100.000. De Inspecteur heeft de daartegen gerichte bezwaarschriften van 1 juli 1998 afgewezen bij beschikkingen van 10 augustus 1998. Nadien zijn de naheffingsaanslagen ambtshalve verminderd tot respectievelijk Naf 53.838, Naf 80.642 en Naf 95.102.</para>
    <para />
    <para>1.2. Tegen de beschikkingen op het bezwaar heeft mr. H. (kantoor H. te Z, Nederland) namens appellante op 9 oktober 1998, dus tijdig, beroep aangetekend bij de Raad. De beroepen zijn aangevuld bij brief van 31 mei 1999 van mr. S. X te Curaçao) als nieuwe gemachtigde van appellante. De Inspecteur heeft vertoogschriften ingezonden. </para>
    <para />
    <para>1.3. De mondelinge behandeling van de zaken heeft plaatsgehad ter zitting van de Raad op 17 april 2000, gehouden op Sint Maarten. Ter zitting zijn mr. O., advocaat bij P, als gemachtigde van appellante en de Inspecteur verschenen en gehoord. De gemachtigde heeft een pleitnota voorgedragen en overgelegd, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt. </para>
    <para />
    <para />
    <para>2. Vaststaande feiten</para>
    <para />
    <para>2.1. Appellante is gevestigd in Nijmegen, Nederland en heeft geen vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger op Sint Maarten. Zij verstrekte in de jaren 1994 tot en met 1997 adviezen aan het bestuur van het Eilandgebied Sint Maarten op basis van een overeenkomst met het Nederlandse Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking. In dat kader zond zij haar werknemer F. F., die in Nederland woont, gedurende enige maanden per jaar naar het eiland uit. Hij beëindigde zijn werk op Sint Maarten op 1 oktober 1997. Appellante sloot met hem ter zake van de uitzending een nettolooncontract af.</para>
    <para />
    <para>2.2. De Inspecteur heeft appellante bij brief van 16 december 1997 aangewezen als inhoudingsplichtige. Hij heeft haar in dezelfde brief verzocht om binnen twee maanden aangifte voor de loonbelasting te doen voor de jaren 1995 tot en met 1997. Toen appellante geen gehoor had gegeven aan dat verzoek, heeft de Inspecteur de drie onderwerpelijke naheffingsaanslagen zonder verhoging opgelegd. Bij de berekening van de verschuldigde loonbelasting heeft de Inspecteur het loon van F.F. gebruteerd.</para>
    <para />
    <para />
    <para>3. Omschrijving van geschil en standpunten van partijen </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In geschil zijn de twee vragen: is appellante inhoudingsplichtig en is het loon terecht gebruteerd?</para>
      <para>De Raad verwijst voor de standpunten van partijen naar de gedingstukken en de pleitnota. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>4. Overwegingen omtrent het geschil</para>
    <para />
    <para>De Inspecteur heeft appellante bij brief van 16 december 1997 aangewezen als inhoudingsplichtige, en wel met ingang van 1 januari 1995. De eerste grief van appellante betreft de ingangsdatum van de aanwijzing. De Raad is van oordeel dat deze grief terecht wordt aangevoerd. De Inspecteur is bevoegd om een werkgever, die niet op de Nederlandse Antillen is gevestigd en daar geen vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger heeft, aan te wijzen als inhoudingsplichtige op grond van artikel 4, vierde lid, van de Landsverordening op de loonbelasting 1976. De wetgever kan niet bedoeld hebben de Inspecteur te machtigen om een werkgever met terugwerkende kracht aan te wijzen als inhoudingsplichtige. Hoe zou een werkgever loonbelasting kunnen inhouden op reeds uitbetaald loon? De aanwijzing van appellante als inhoudingsplichtige door de Inspecteur bij brief van 16 december 1997 houdt dan ook niet in dat de (blijkbaar voordien gedane) loonbetalingen van appellante aan haar werknemer F.F. rechtens aan loonbelasting waren onderworpen. De drie naheffingsaanslagen moeten dan ook vernietigd worden. De Raad komt niet toe aan het tweede geschilpunt.</para>
    <para />
    <para />
    <para>5. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Raad verklaart de beroepen gegrond, vernietigt de beschikkingen op bezwaar alsmede de naheffingsaanslagen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>mrs. A.W.M. Bijloos, C.W.M. van Ballegooijen en mr. L.F. van Kalmthout.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>