<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:ORBAACM:2026:19</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-09T17:52:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_Beroep_in_Ambtenarenzaken_van_Aruba_Curacao_Sint_Maarten_en_van_Bonaire_Sint_Eustatius_en_Saba" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-03-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA2025H00126</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:ORBAACM:2026:19">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:ORBAACM:2026:19</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-09T17:49:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:ORBAACM:2026:19 Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 06-03-2026 / AUA2025H00126</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:ORBAACM:2026:19:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Uitleg beloningsbeleid. Raad volgt gouverneur in lezing van de gewijzigde beleidsregeling. Ambtenaren in executieve dienst ontvangen niet langer voor behalen vakdiploma twee extra periodieken. Vernietiging aangevallen uitspraak met</para>
        <para>uitzondering van bepalingen over proceskosten.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:ORBAACM:2026:19:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="underline">Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La)</bridgehead>
    <para>Uitspraakdatum: 6 maart 2026</para>
    <para>Zaaknummer: AUA2025H00126</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RAAD VAN BEROEP</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">IN AMBTENARENZAKEN</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Uitspraak</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">op het hoger beroep van:</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De Gouverneur van Aruba, </bridgehead>
    <parablock>
      <para>appellant, hierna: de gouverneur,</para>
      <para>gemachtigde: mr. V.M. Emerencia,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba (Gerecht) van <?linebreak?>5 mei 2025, AUA202400153 (aangevallen uitspraak), </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in het geding tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de gouverneur</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">[naam ambtenaar],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geïntimeerde, hierna: [betrokkene],</para>
      <para>gemachtigde: mr. L.A. Hernandis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gouverneur heeft hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[betrokkene] heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft het hoger beroep behandeld op de zitting van 6 februari 2026. <?linebreak?>De gouverneur heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. <?linebreak?>[betrokkene] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat de zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Net als bij het Gerecht gaat ook in hoger beroep deze zaak over de vraag of [betrokkene] vanwege het behalen van het vakdiploma ‘Instructeur A’ recht heeft op verhoging van zijn salaris met twee periodieken, of “slechts” op de hem toegekende gratificatie van Afl. 500.-. Anders dan het Gerecht in de aangevallen uitspraak komt de Raad tot de conclusie dat het landsbesluit tot toekenning van de gratificatie van Afl. 500.- rechtmatig is. De Raad legt dat hieronder uit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van het Gerecht?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het Gerecht heeft geoordeeld dat de Gouverneur op [betrokkene], als ambtenaar werkzaam bij de brandweer in een executieve dienst, het beleid had moeten toepassen zoals dat gold van 1996 tot 2017, dat de Gouverneur dat ten onrechte niet heeft gedaan, en dat daarin reden is gelegen om het bezwaar van [betrokkene] gegrond te verklaren en het landsbesluit van 9 november 2023 te vernietigen, met een veroordeling van de Gouverneur in de proceskosten, begroot op Afl. 1.400.-.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat heeft de gouverneur aangevoerd tegen de uitspraak van het Gerecht?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. De Gouverneur heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij sinds de beleidswijziging van 7 februari 2017 consequent uitvoering geeft aan het beloningsbeleid bij het behalen van opleidingen en relevante vakdiploma’s. Dit houdt in dat voor alle ambtenaren geldt dat het behalen van een vakdiploma niet langer leidt tot toekenning van twee extra periodieken. Onder erkenning dat de gewijzigde beleidsregeling duidelijker geformuleerd had kunnen en moeten worden, geeft de Gouverneur aan dat het Gerecht een onjuiste uitleg heeft gegeven aan het nieuwe beleid. [Betrokkene] komt niet voor een andere of hogere beloning in aanmerking dan hem is toegekend, omdat het diploma ‘Instructeur A’ geen wettelijke bevorderingseis is en niet is gekoppeld aan een rang.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hoe oordeelt de Raad?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het standpunt van partijen kan kort als volgt worden samengevat. Volgens [betrokkene] is de beleidswijziging niet van toepassing op ambtenaren in de executieve dienst, zodat hij als beloning voor het behalen van het vakdiploma onverminderd recht heeft op toekenning van twee periodieken. Volgens de Gouverneur is de toekenning van twee extra periodieken als beloning voor het behalen van een relevant vakdiploma, waarvan in dit geval sprake is, voor alle ambtenaren afgeschaft, zodat [betrokkene] daar geen recht op heeft. <?linebreak?>4.2.	De Raad stelt vast dat het voorstel tot beleidswijziging van 3 november 2016 een vijftal voorstellen bevat. Daaronder is vermeld:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Bij de executieve diensten is het behalen van relevante vakdiploma’s gekoppeld aan de rangen. De werkwijze bij executieve diensten met betrekking tot het behalen van diploma’s blijft ongewijzigd.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.	[</nr>
      <para>Betrokkene] is werkzaam bij de Dienst Brandweer Aruba, dus in executieve dienst, in de rang van bevelvoerder. Tussen partijen is met name in geschil of het behalen van het relevante vakdiploma is ‘gekoppeld aan de rangen’, zoals vermeld in de door de ministerraad goedgekeurde beleidswijziging. [Betrokkene] meent van wel, omdat de cursus voor ‘Instructeur A’ alleen wordt aangeboden aan ambtenaren bij de brandweer werkzaam in de rang van bevelvoerder. Er is dus een koppeling aan de rang van bevelvoerder, aldus [betrokkene]. De Gouverneur stelt van niet, omdat het vakdiploma ‘Instructeur A’ niet geldt als bevorderingseis voor bevordering naar de rang van bevelvoerder 1e klasse. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De Raad stelt vast dat op grond van de bezoldigingsregeling voor het brandweerpersoneel (A.B. Aruba 2013 no. 63) voor bevordering van de rang van bevelvoerder naar bevelvoerder 1e klasse niet de eis van het behalen van enig vakdiploma wordt gesteld. Dit is anders bij bevordering naar de rang van  Officier (BO7); daarvoor wordt wel de eis van het met goed gevolg behalen van een vakopleiding gesteld. Gelet daarop is de Raad van oordeel dat de Gouverneur moet worden gevolgd in zijn lezing van de gewijzigde beleidsregeling, voor zover het gaat om de uitleg van de koppeling van het behalen van vakdiploma’s aan rangen. Daarbij acht de Raad van belang dat de Gouverneur door middel van het overleggen van enkele gratificatiebesluiten van ambtenaren in de executieve dienst aannemelijk heeft gemaakt dat sinds 2017 aan  ambtenaren in de executieve dienst niet langer  twee extra periodieken worden toegekend als beloning voor het behalen van een vakdiploma. Voorts is van belang dat de door [betrokkene] voorgestane uitleg van het beloningsbeleid aanzienlijke financiële consequenties voor het Land heeft, en dat het voorstel tot beleidswijziging in 2016 van DRH juist mede was ingegeven door de wens om de financiële lasten van het beloningsbeleid te beperken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De Raad komt daarom tot de conclusie dat de Gouverneur op de aanvraag van [betrokkene] van 3 mei 2023 terecht het beleid heeft toegepast zoals dat geldt sinds 2017. Tussen partijen is niet in geschil dat [betrokkene] op grond van dat beleid niet in aanmerking komt voor een maand gratificatie, omdat hij zijn schaalmaximum nog niet heeft bereikt. En ook niet voor een bevordering en evenmin voor een gratificatie van Afl. 1.000.-, omdat hij niet een tweede maar een eerste vakdiploma heeft gehaald. Dat betekent dat de Gouverneur [betrokkene] in overeenstemming met het sinds 2017 geldende beleid terecht in aanmerking heeft gebracht voor een gratificatie van Afl. 500.-. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Hieruit volgt dat het Gerecht het bezwaar van [betrokkene] ongegrond had dienen te verklaren. Het landsbesluit van 9 november 2023 is door het Gerecht ten onrechte vernietigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De slotsom is dat het hoger beroep slaagt. De Raad zal de aangevallen uitspraak vernietigen en het bezwaar tegen het bestreden besluit alsnog ongegrond verklaren.          </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling van proceskosten in hoger beroep. Het Gerecht heeft de gouverneur veroordeeld tot betaling van <?linebreak?>Afl. 1.400,- aan proceskosten aan de zijde van [betrokkene] voor de procedure in eerste aanleg. De vernietiging van de uitspraak van het Gerecht raakt in beginsel ook die proceskostenveroordeling. De Raad ziet echter aanleiding de proceskostenveroordeling in stand te laten, omdat de Gouverneur er eerst in hoger beroep in is geslaagd een duidelijke uitleg te geven over het onder 4.2 genoemde deel van de beleidsregeling. Dit had eerder gekund en ook eerder gemoeten. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad van Beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-vernietigt de aangevallen uitspraak, met uitzondering van de veroordeling van de Gouverneur in de proceskosten aan de zijde van [betrokkene], begroot op Afl. 1.400.--verklaart het bezwaar tegen het landsbesluit van 9 november 2023 ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Aldus gegeven door mr. B.J. van Ettekoven voorzitter, mr. J. Sybesma en </para>
      <para>mr. P. Klik, leden, en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>