<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:ORBAACM:2025:30</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-12T12:33:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:OGAACMB:2025:101</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_Beroep_in_Ambtenarenzaken_van_Aruba_Curacao_Sint_Maarten_en_van_Bonaire_Sint_Eustatius_en_Saba" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR2023H00263</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:ORBAACM:2025:30">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:ORBAACM:2025:30</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-13T16:42:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:ORBAACM:2025:30 Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 12-11-2025 / CUR2023H00263</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:ORBAACM:2025:30:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De Raad wijst verzoek om vervallenverklaring van een eerdere uitspraak van de Raad af. Het buitenwettelijk middel van vervallenverklaring wordt slechts in zeer bijzondere gevallen toegepast. Het dient uitsluitend tot herstel van evidente, niet voor rectificatie vatbare fouten van de rechter, die niet door het instellen van enig rechtsmiddel kunnen worden ondervangen. Hier is geen sprake van een bijzonder geval.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:ORBAACM:2025:30:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RAAD VAN BEROEP</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">IN AMBTENARENZAKEN</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VAN CURAҪAO</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Uitspraak </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek tot vervallenverklaring van de uitspraak </para>
      <para>van de Raad van 28 april 2022, CUR2020H00140, <?linebreak?>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">[Verzoeker],wonende in Curaçao,verzoeker (hierna: Verzoeker), </bridgehead>
    <para>gemachtigde: mr. B. Lie Atjam,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Regering van Curaçao,</bridgehead>
    <para>verweerder (hierna: de regering), <?linebreak?>gemachtigde: mr. C.A. Peterson, advocaat.</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para>Verzoeker was Afdelingshoofd preventie bij de dienst Brandweer. In zijn benoemingsbesluit van 29 januari 2003 is vermeld dat zijn functie is ingedeeld in salarisschaal 13. Verzoeker is het daarmee niet eens. Hij meent dat zijn functie gewaardeerd had moeten worden in schaal 15. Hierover heeft verzoeker diverse gerechtelijke procedures gevoerd. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover hier van belang, heeft het Gerecht met de uitspraak van 9 april 2020, CUR201601309, het bezwaar van verzoeker tegen zijn benoemingsbesluit ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft met de uitspraak van 28 april 2022, CUR2020H00140, de uitspraak van het Gerecht bevestigd. De Raad heeft daarbij het verzoek van verzoeker om vergoeding van immateriële schadevergoeding in verband met de overschrijding van de redelijke (behandel)termijn afgewezen. </para>
      <para>Verzoeker heeft de Raad op 26 juli 2022 verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 28 april 2022. Met de uitspraak van 28 juni 2023, CUR2022H00200, heeft de Raad het verzoek om herziening afgewezen. </para>
      <para>Verzoeker heeft 25 september 2023 de Raad verzocht om de uitspraak van de Raad van 28 april 2022 ambtshalve vervallen te verklaren. </para>
      <para>De Raad heeft het verzoek om vervallenverklaring behandeld op de zitting van <?linebreak?>24 oktober 2025. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De regering heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De Raad stelt voorop dat tegen de uitspraak van 28 april 2022 geen gewoon rechtsmiddel openstaat of openstond. Het betreft een einduitspraak van de hoogste ambtenarenrechter. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De Regeling ambtenarenrechtspraak (RAr) kent het bijzondere rechtsmiddel van de herziening. Verzoeker heeft een verzoek gedaan om herziening. Dit heeft geleid tot de uitspraak van 28 juni 2023, waarbij het verzoek om herziening is afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Nu ligt een verzoek om vervallenverklaring voor. Dat verzoek ziet uitdrukkelijk, zo is ter zitting bevestigd door verzoeker en zijn gemachtigde, op de uitspraak van de Raad van 28 april 2022 en niet (ook) op de herzieningsuitspraak van 28 juni 2023. Verzoeker wil dat de Raad het verzoek toewijst, dat de uitspraak van 28 april 2022 komt te vervallen en dat zijn hoger beroep tegen de uitspraak van 9 april 2020 opnieuw wordt behandeld. Hij wil de kans krijgen te betogen dat met toepassing van het functiewaarderingssysteem FUWASYS zijn functie gewaardeerd had moeten worden in schaal 15. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Daarmee ziet de Raad zich gesteld voor de vraag of er aanleiding is zijn eerdere uitspraak van 28 april 2022 vervallen te verklaren. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Het buitenwettelijk middel van vervallenverklaring wordt slechts in zeer bijzondere gevallen toegepast. Het dient uitsluitend tot herstel van evidente, niet voor rectificatie vatbare fouten van de rechter, die niet door het instellen van enig rechtsmiddel kunnen worden ondervangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>In zijn uitspraak van 28 april 2022 heeft de Raad in rechtsoverweging 4.2. een stelling van Verzoeker als volgt verwoord: “Appellant heeft aangevoerd dat FUWASYS geen toereikende grondslag vormt voor zijn benoemingsbesluit met inschaling in schaal 13.”. In de uitspraak van 28 juni 2023 heeft de Raad hierover geoordeeld, dat de hiervoor genoemde passage als een ‘misslag’ kan worden aangemerkt. Verzoeker heeft willen betogen dat niet het functiewaarderingssysteem FUWASYS wordt bestreden, maar de toepassing en uitkomst daarvan voor zijn functie. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <para>De Raad stelt vast dat de ‘misslag’ uitsluitend betrekking heeft op de weergave van een stelling van verzoeker. Er is geen reden om te oordelen dat een juiste weergave van de stelling van verzoeker zou hebben geleid tot een andere beslissing. Daarbij betrekt de Raad dat in de uitspraak van 28 april 2022 onder 4.3 tot en met 4.5 inhoudelijk is ingegaan op het gebruik van FUWASYS als functiewaarderingssysteem, maar ook op de toepassing van dat systeem voor de functie van Hoofd Afdeling Preventie, de functie die door verzoeker is bekleed. De hoger beroepsgronden van verzoeker tegen de toepassing van FUWASYS op zijn functie heeft de Raad dus inhoudelijk beoordeeld in de uitspraak van 28 april 2022. Dat de Raad bij die beoordeling een evidente fout heeft gemaakt, is niet gebleken. Er is geen ‘zeer bijzonder geval’ als hiervoor bedoeld. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Slotsom</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>2. Het verzoek moet worden afgewezen. </para>
      <para>3. Voor vergoeding van proceskosten is geen aanleiding.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing </title>
    <para>De Raad van Beroep wijst het verzoek om vervallenverklaring af.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, voorzitter, en mr. B.J. van Ettekoven en mr. M.G.M. Schwengle, leden, en uitgesproken in het openbaar op       12 november 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>