<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:ORBAACM:2024:16</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-15T14:48:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_Beroep_in_Ambtenarenzaken_van_Aruba_Curacao_Sint_Maarten_en_van_Bonaire_Sint_Eustatius_en_Saba" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA2023H00129, AUA2023H00130</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:ORBAACM:2024:16">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:ORBAACM:2024:16</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-15T14:47:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:ORBAACM:2024:16 Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 03-04-2024 / AUA2023H00129, AUA2023H00130</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:ORBAACM:2024:16:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>1. Overplaatsing na periode van ter beschikking stelling. Gerecht heeft terecht overwogen dat gouverneur overplaatsingsbesluit heeft kunnen nemen. 2. Afwijzing bevorderingsverzoek. Bij de afwijzing van het bevorderingsverzoek is de gouverneur er ten onrechte van uitgegaan dat de periode van de ter beschikking stelling niet meetelt voor de anciënniteitsperiode. Appellant beschikt echter niet over de vereiste gunstige beoordeling in de anciënniteitperiode, zodat de afwijzing van de bevordering in stand blijft. De hoger beroepen slagen niet.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:ORBAACM:2024:16:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="underline">Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La)</bridgehead>
    <para>Uitspraakdatum: 3 april 2024</para>
    <para>Zaaknummers: AUA2023H00129, AUA2023H00130</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RAAD VAN BEROEP</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">IN AMBTENARENZAKEN</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Uitspraak </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de hoger beroepen van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">[Appellant],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonend in Aruba,</para>
      <para>appellant (hierna: appellant),</para>
      <para>gemachtigde: mr. R.P. Lee,   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraken van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba (Gerecht) van <?linebreak?>3 juli 2023, AUA202204148 en AUA202204149 (aangevallen uitspraken), in de gedingen tussen: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Appellant]</para>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">de Gouverneur van Aruba,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geïntimeerde (hierna: de gouverneur),</para>
      <para>gemachtigde: mr. V.M. Emerencia. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>[appellant] heeft tegen de aangevallen uitspraken hoger beroep ingesteld. </para>
      <para>De Raad heeft de hoger beroepen behandeld op de zitting van 29 februari 2024. Voor [appellant] is zijn gemachtigde verschenen. De gouverneur heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door [A].</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.	[</nr>
      <para>Appellant] is met ingang van 1 maart 1992 benoemd in de functie van gevangenbewaarder bij het Korrektie Instituut Aruba (KIA).  Met ingang van 1 mei 2011 is [appellant] bevorderd naar de functie van ploegcommandant, in de rang van opzichter binnendienst, schaal 7. In de periode van medio 2013 tot november 2017 is [appellant] ter beschikking gesteld aan het toenmalige Bureau van de minister van Justitie en Onderwijs (minister). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Na de terbeschikkingstelling in november 2017 is [appellant] niet teruggekeerd naar KIA maar per 1 maart 2018 overgeplaatst naar het Bureau Guarda Nos Costa (BGNC) in de functie van medewerker vreemdelingtoezicht, maximaal gewaardeerd in schaal 7. De gouverneur heeft met het landsbesluit van 11 oktober 2022 deze overplaatsing formeel vastgelegd (overplaatsingsbesluit). Met dit besluit is [appellant] tevens ontheven uit zijn functie van ploegcommandant bij KIA. Tegen dit besluit heeft [appellant] bezwaar gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.	[</nr>
      <para>appellant] heeft op 8 juli 2019 verzocht om bevordering naar schaal 8. De gouverneur heeft dit verzoek bij landsbesluit van 11 oktober 2022 afgewezen (afwijzingsbesluit). Aan dit besluit heeft de gouverneur ten grondslag gelegd dat het functioneren van [appellant] als ploegcommandant nooit is beoordeeld en dat hij sinds 1 maart 2018 bij het BGNC een functie vervult die maximaal gewaardeerd is in schaal 7. Ook tegen het afwijzingsbesluit heeft [appellant] bezwaar gemaakt.</para>
      <para />
      <para>2. Bij afzonderlijke uitspraken heeft het Gerecht de bezwaren van [appellant] tegen het overplaatsingsbesluit en het afwijzingsbesluit ongegrond verklaard.  </para>
      <para />
      <para>3. In hoger beroep heeft [appellant] zich op de hierna te bespreken gronden tegen deze uitspraken gekeerd.</para>
      <para />
      <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Overplaatsingsbesluit</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.1.1.</nr>
        <para>In de kern voert [appellant] aan dat de overplaatsing naar BGNC een eenzijdige beslissing van de gouverneur is geweest. [appellant] heeft nooit verzocht om deze overplaatsing. Hij had voor ogen om na de terbeschikkingstelling in november 2017 weer bij het KIA te gaan werken, juist omdat hij daar meer carrièremogelijkheden had.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.2.</nr>
        <para>Met het Gerecht ziet de Raad geen aanleiding voor het oordeel dat de gouverneur het overplaatsingsbesluit niet heeft kunnen nemen. Het Gerecht heeft terecht gewezen op de omstandigheden dat de functie van ploegcommandant bij KIA al weer is ingevuld en [appellant] jarenlang, sinds maart 2018, bij BGNC werkt. Tegen de feitelijke overplaatsing in maart 2018 heeft [appellant] geen bezwaar gemaakt en evenmin heeft hij een formeel verzoek gedaan om weer bij KIA geplaatst te worden. Dat hij dit door een persoonlijke afweging niet heeft gedaan, moet voor zijn risico blijven. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.3.</nr>
        <para>Het beroep dat [appellant] heeft gedaan op de eigendomsbescherming, zoals verwoord in artikel 1 van het Eerste protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (protocol), slaagt ook niet. Plaatsing in een functie valt niet onder bezittingen, vermogensbestanddelen of aanspraken waarop het protocol ziet. </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Afwijzingsbesluit</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.1.</nr>
        <para>Gelet op de toepasselijke anciënniteitperiode van vier jaar, kwam [appellant] in ieder geval vanaf 1 mei 2015 voor bevordering naar schaal 8 in aanmerking. Het standpunt van de gouverneur dat de periode van de ter beschikking stelling, in dit geval van medio 2013 tot november 2017, niet meetelt voor de anciënniteitsperiode, volgt de Raad niet. Uit een op de zitting door [appellant] overgelegde passage uit het Handboek Rechtspositionele Regeling land Aruba is op te maken dat de periode van de terbeschikkingstelling meetelt als dienstanciënniteit. Daarbij gaat de Raad voorbij aan de niet nader onderbouwde stelling van de gouverneur dat dit voor [appellant] niet opgaat, omdat de terbeschikkingstelling van [appellant] niet concreet was ingevuld. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.2.</nr>
        <para>Met het Gerecht stelt de Raad echter vast dat [appellant] niet beschikt over een voor een bevordering vereiste gunstige beoordeling in de anciënniteitperiode. [appellant] is niet beoordeeld in zijn functie van ploegcommandant bij KIA, noch in de functie waarin hij ter beschikking is gesteld aan de minister. Dit betekent dat de gouverneur op die grond het bevorderingsverzoek heeft mogen afwijzen. </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De conclusie is dat de hoger beroepen van [appellant] niet slagen. De Raad zal de aangevallen uitspraken bevestigen, voor wat betreft de afgewezen bevordering met verbetering van de gronden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5.  	Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad van Beroep <emphasis role="underline">bevestigt</emphasis> de aangevallen uitspraken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. W.H. Bel, voorzitter, en mr. A.H.M. van de Leur en <?linebreak?>mr. P. Klik, leden, en uitgesproken in het openbaar op 3 april 2024 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is niet in staat de uitspraak te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>