<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:ORBAACM:2022:83</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-15T12:38:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_Beroep_in_Ambtenarenzaken_van_Aruba_Curacao_Sint_Maarten_en_van_Bonaire_Sint_Eustatius_en_Saba" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA2018H00239</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:ORBAACM:2022:83">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:ORBAACM:2022:83</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-15T12:21:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:ORBAACM:2022:83 Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 03-08-2022 / AUA2018H00239</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:ORBAACM:2022:83:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het Gerecht heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift een dag te laat is ingediend. Naar het oordeel van het Gerecht dient uitgegaan te worden van de datum die appellant zelf op het ontvangstbewijs van het bestreden besluit heeft genoteerd, namelijk 23 oktober 2017. In hoger beroep heeft appellant niet aannemelijk gemaakt dat hij het bestreden besluit pas op 24 oktober 2017 heeft ontvangen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:ORBAACM:2022:83:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RAAD VAN BEROEP</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">IN AMBTENARENZAKEN</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">[Appellant],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>gemachtigde: mr. R.P. Lee, rechtsbijstandverlener,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba (Gerecht) van <?linebreak?>1 oktober 2018, AUA201703208 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>appellant,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Gouverneur van Aruba,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr. V.M. Emerencia, werkzaam bij Departamento di Recurso Humano.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant en verweerder hebben ermee ingestemd dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant en verweerder hebben een pleitnota ingediend en vervolgens op elkaars pleitnota gereageerd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Appellant is werkzaam bij het Cuerpo Especial Arubano (CEA) in de functie van beveiligingsambtenaar. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij landsbesluit van 11 oktober 2017 heeft verweerder aan appellant de disciplinaire straf van gedeeltelijke inhouding van het inkomen ter hoogte van <?linebreak?>Afl. 500,- opgelegd (bestreden besluit). Aan het bestreden besluit heeft verweerder ten grondslag gelegd dat appellant, in strijd met de regels van CEA, op 16 november 2016, toen zijn dienst erop zat, zijn post heeft verlaten zonder te wachten op zijn aflossing. </para>
      <para />
      <para>2. Het Gerecht heeft het door appellant tegen het bestreden besluit gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat appellant het bezwaarschrift een dag te laat heeft ingediend. Daartoe heeft het Gerecht het volgende overwogen. Uitgegaan moet worden van de datum die appellant zelf op het ontvangstbewijs van het bestreden besluit heeft genoteerd, namelijk 23 oktober 2017. Er is geen reden te veronderstellen dat appellant de datum verkeerd heeft vermeld. Dat de medewerkster van de vakbond, die het bezwaarschrift voor appellant heeft ingediend, 24 oktober 2017 op haar aantekenblad heeft vermeld als de dag waarop appellant naar de vakbond is gegaan doet hieraan niet af.  </para>
      <para />
      <para>3. Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak. Daarbij heeft appellant het volgende aangevoerd. Het Gerecht heeft in zijn oordeel ten onrechte niet betrokken dat de vakbondsmedewerkster in het bezwaarschrift van 22 november 2017 de datum van 24 oktober 2017 heeft vermeld, zonder dat zij ervan op de hoogte was dat appellant abusievelijk op het ontvangstbewijs de datum van <?linebreak?>23 oktober 2017 had vermeld. Bovendien werkt deze medewerkster alleen op dinsdag en donderdag, dus kon het niet anders dan dat appellant het bestreden besluit op dinsdag 24 oktober 2017 heeft ontvangen. Ook blijkt uit een tweetal whatsapp-gesprekken tussen de vakbondsmedewerkster en de gemachtigde van appellant dat appellant het bezwaarschrift tijdig heeft ingediend. Verder hebben</para>
      <para>meer collega’s van appellant op 24 oktober 2017 een landsbesluit ontvangen. Dat appellant volgens het werkrooster op 24 oktober 2017 een rustdag had, wil niet zeggen dat dit ook daadwerkelijk het geval is geweest. Appellant had op 24 oktober 2017 kunnen zijn opgeroepen, zoals vaker is gebeurd. <?linebreak?></para>
      <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij, ondanks dat hij op het door hem ondertekende ontvangstbewijs de datum van 23 oktober 2017 heeft vermeld, het bestreden besluit pas op 24 oktober 2017 heeft ontvangen. Niet betwist wordt dat appellant het bestreden besluit op zijn werk heeft ontvangen. Volgens het door verweerder overgelegde dienstrooster had appellant op 23 oktober 2017 tot 15:00 uur dienst en op 24 oktober 2017 een rustdag. Weliswaar heeft appellant gesteld dat hij vaker op zijn rustdag wordt opgeroepen om te komen werken, maar hij heeft niet aan de hand van concrete gegevens aannemelijk gemaakt dat dit op 24 oktober 2017 ook het geval is geweest. Het betoog slaagt niet. Wat appellant overigens heeft aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Uit 4.1 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. 	Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad <emphasis role="underline">bevestigt</emphasis> de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. W.H. Bel, voorzitter, en mr. J. Sybesma en mr. A.H.M. van de Leur, leden, en uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>